Gezondheid, gezond gedrag en kunnen meedoen worden beïnvloed door de sociale en fysieke omgeving en de sociaaleconomische status van mensen. De directe leefomgeving, inclusief de voorzieningen, creëren kans op of belemmeringen voor gezondheid. In dit interview vertelt Karien Stronks (Amsterdam UMC, locatie AMC) over het URBAN40-project.

Mooie gelegenheid

‘In 2008 besloot Ella Vogelaar als minister voor Wonen, Wijken en Integratie de leefbaarheid van veertig achtergestelde wijken te verbeteren. De accenten lagen overal anders. Soms werd vooral de woningvoorraad vervangen door nieuwbouw, in andere wijken stond het verminderen van de werkloosheid of het bevorderen van de veiligheid centraal. Uit onderzoek weten we dat mensen in een slechtere leefomgeving ongezonder zijn. Een mooie gelegenheid om te kijken of het omgekeerde eveneens geldt, dus of zo’n opknapbeurt leidt tot gezondere wijkbewoners. Dat werd het URBAN40-project, waar ZonMw subsidie voor gaf. We gebruikten gezondheidscijfers van het CBS en vergeleken de Vogelaarwijken in de tijd met andere achterstandswijken en de rest van Nederland. Ook hebben we wijkbewoners in het begin en enkele jaren later via enquêtes gevraagd naar hun gezondheid. Samen met het RIVM keken we zes jaar later nog eens naar de effecten op middellange termijn.

Meer investeringen nodig

Op de korte termijn zagen we een klein positief effect op de mentale gezondheid – vooral minder depressieve gevoelens bij vrouwen – en gingen mensen gemiddeld iets meer bewegen. Maar die effecten waren zes jaar later uitgedoofd. We vermoeden dat dit samenhangt met het feit dat het Vogelaarprogramma was stopgezet vanwege andere politieke prioriteiten. Ook kwam er een economische crisis, waardoor mensen erop achteruit gingen. Het kan zijn dat de investeringen in aandachtswijken een negatieve trend in gezondheid hebben afgevlakt, maar ook dat is een vermoeden. Welke maatregelen gunstig zouden zijn, kunnen we op basis van onze resultaten niet zeggen. Dat komt ook doordat de aanpak per wijk zo verschillend was. Bovendien denken we dat er meer investeringen nodig zijn in die wijken, door bijvoorbeeld de woningvoorraad verder op te knappen, om de gezondheid van bewoners te verbeteren. Ook hebben we onze bevindingen voorgelegd aan mensen in de publieke gezondheidszorg. Zo hebben we onze onderzoeksresultaten getoetst en aangescherpt en we zijn gevoed met vragen die in het beleid als relevant worden ervaren. Zo kun je het gebruik van gezamenlijke geproduceerde resultaten stimuleren.’

Karien Stronks

Karien Stronks is hoogleraar Public health, afdeling sociale geneeskunde van het Amsterdam UMC, locatie AMC. Met subsidie van ZonMw is een partnerschap gevormd. Bij partners uit verschillende beleidsterreinen is een verdere bewustwording ontstaan van de relatie tussen hun eigen werkveld en de gezondheid van de inwoners van aandachtswijken.

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website