Verslagen

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Probleemstelling

In geval van een dodelijk verlopende ziekte hebben patiënten en naasten tijd nodig om zich voor te bereiden op het levenseinde. Het is dan ook belangrijk dat zorgverleners op tijd spreken over de laatste levensfase. Veel patiënten met chronische ziektes, zoals kanker en chronisch longlijden, zijn onder behandeling van een medisch specialist wanneer vroege markering van het levenseinde (overlijden binnen een jaar) aan de orde is. Voor een tijdige afstemming van de zorg met de huisarts, is een markeringsinstrument nodig dat de specialist ondersteunt in de herkenning van de laatste levensfase. De Zorgmodule Palliatieve zorg adviseert hiervoor het gebruik van de “Surprise Question” (SQ): ‘zou het u verbazen (‘surprise’) wanneer de patiënt binnen een jaar komt te overlijden?’ Bij een ontkennend antwoord, dient de zorg nadrukkelijker gericht te worden op kwaliteit van leven en pro-actieve zorgplanning. Echter, in de praktijk vinden specialisten het gebruik van deze SQ lastig. Daarbij is de SQ ook wetenschappelijk onvoldoende onderbouwd. Een betere onderbouwing zal de acceptatie en het gebruik verbeteren.

 

Doelstelling

Het primaire doel van dit project is te komen tot een markeringsinstrument dat bruikbaar is voor verschillende chronische ziektes. Het instrument moet wetenschappelijk voldoende onderbouwd zijn en bruikbaar voor medisch specialisten, huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde. In dit project richten we ons op patiënten met kanker en met chronisch longlijden, omdat deze aandoeningen een kenmerkend en verschillend beloop kennen tot aan overlijden. Na validatie en implementatie van het instrument voor deze voorbeeldziekten, zal het relatief eenvoudig geschikt gemaakt kunnen worden voor andere chronische ziektes.

 

Relevantie

Om goede palliatieve zorg te bieden in de laatste levensfase van patiënten, is het belangrijk om die fase goed te herkennen. Op deze manier kan de zorg tijdig naar de huisarts worden overgedragen, zodat de focus van de zorg voor de patiënt in overeenstemming is met de levensfase. Daarnaast stelt tijdige herkenning van het naderend levenseinde de patiënt en de naasten in staat om zich te bezinnen op de invulling van deze laatste levensfase. Dit onderzoeksproject komt vanaf de werkvloer: in het Consortium Palliatieve Zorg Zuidwest Nederland zijn onvoldoende markering en onvoldoende transmurale overdracht als de grootste knelpunten benoemd. Op de werkvloer ervaren zorgverleners problemen met de SQ voor vroege markering van het levenseinde. Dit project is innovatief door de ontwikkeling van een geaccepteerd en valide markeringsinstrument gekoppeld aan een implementatietraject via een interactieve scholing. Op al deze punten sluit het project aan bij speerpunten en doelstellingen van Palliantie.

 

Plan van aanpak

Het werkplan bestaat uit de volgende stappen:

1. Literatuuronderzoek uit naar prognostische factoren.

2. Inventarisatie van knelpunten die patiënten en naasten ervaren in gesprekken met zorgverleners over de laatste levensfase.

3. Inventarisatie van de knelpunten die medisch specialisten, huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde ervaren met het herkennen en bespreken van de laatste levensfase.

4. Selectie van klinische ‘prognostische’ factoren die relevant en bruikbaar lijken voor gebruik bij patiënten met kanker en patiënten met chronisch longlijden . Voor beide aandoeningen wordt een checklist ontwikkeld met deze factoren.

5. Toepassen van de checklist in drie ziekenhuizen, het Erasmus MC, Amphia Ziekenhuis en het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis, gedurende drie maanden, bij patiënten met uitgezaaide kanker, hogere stadia COPD of longfibrose. Patiënten voor wie de checklist is ingevuld, worden tot overlijden of maximaal een jaar vervolgd.

6. Met statistische analyse zoeken naar een combinatie van factoren die voor elk van de twee aandoeningen het al dan niet overlijden binnen een jaar het best voorspelt. Het doel is een eenvoudig instrument met weinig en gemakkelijk vast te stellen items.

7. Parallel worden een e-learning module en een workshop ontwikkeld om artsen en arts-assistenten te ondersteunen het gesprek over de laatste levensfase met patiënten en hun naasten te voeren.

8. Het ontwikkelde markeringsinstrument en de scholing worden geïmplementeerd in de drie ziekenhuizen.

9. De patiëntenraad van het consortium adviseert in de verschillende fases van het project en wordt nadrukkelijk betrokken bij de ontwikkeling van de scholing.

 

Kennisoverdracht

Met de ontwikkelde scholing worden de voorwaarden gecreëerd voor een brede kennisoverdracht. Via de e-learning module wordt de scholing beschikbaar gemaakt voor brede implementatie. De workshop is speciaal geschikt voor arts-assistenten in opleiding tot huisarts of medisch specialist, de methodiek sluit aan bij communicatietrainingen die in de opleidingen worden gebruikt. Na de implementatie in de drie ziekenhuizen wordt een plan van aanpak opgesteld voor implementatie in andere instellingen.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website