Verslagen

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Palliatieve zorg voor ernstig zieke dak- en thuislozen is nog verre van optimaal. Vaak wordt pas laat in een ziekteproces palliatieve zorg geboden, en soms ontbreekt goede palliatieve zorg geheel. Om tijdige en optimale palliatieve zorg aan dak- en thuislozen te realiseren hebben wij in de eerste ronde van Palliantie een voorstel voor een fase van kennisontwikkeling ingediend en uitgevoerd (ZonMw- project nummer 844001205); dit voorstel is de tweede fase waarin op basis van de opgedane kennis een consultatiefunctie wordt ontwikkeld, geimplementeerd en geëvalueerd.

De consultatiefunctie zal er met name op gericht zijn dat de mensen waarom het gaat (terminaal / palliatief zieke dak en thuislozen) zo goed mogelijk palliatieve zorg krijgen in een omgeving waar zij zich het beste en meest vertrouwd voelen. Dat zal primair in de maatschappelijke opvang zijn. Daartoe zal er kennis van de palliatieve zorg daar naar toe moeten (consultatie). En om niet achter de feiten aan te lopen is er regelmatig een op PaTz methodiek gebaseerd overleg bij de maatschappelijke opvang met zowel de maatschappelijke opvang en de consulent van de specialistische palliatieve voorzieningen. Indien nodig kan een thuisloze in een palliatieve voorziening opgenomen wordt. Deze persoon is daar dan al bekend, vanwege eerdere consultatie en PaTz overleg(gen). Dat maakt de overgang makkelijker. Op dat moment zou er omgekeerd consultatie plaats moeten kunnen vinden van de maatschappelijke opvang naar de palliatieve voorziening.

In drie regio’s, die elk verschillen in de wijze waarop zorg voor dak- en thuislozen al geregeld is, zal in dit project ervaring op gedaan worden met het ontwikkelen en implementeren van de consultatiefunctie. Bij de uitwerking van de interventie moet rekening gehouden worden met de regionale situatie; wel is duidelijk dat in alle drie de regio’s de interventie uit een aantal kernelementen zal bestaan. Spil in de werkzaamheden is een consulentenduo, een consulent vanuit de palliatieve zorg en een vanuit de maatschappelijke opvang zodat zij elkaar aanvullen in benodigde kennis op het gebied van palliatieve zorg en omgaan met (ex-)dak- en thuislozen. De werkzaamheden van de consulenten betreffen (a) het doen van consultaties, en (b) deskundigheidsbevordering. Onder de laatste valt multidisciplinair overleg volgens PaTz-methodiek en overige activiteiten zoals symposia, casuïstiekbesprekingen of training.

Doel van de evaluatie is om na te gaan: (a) hoe de implementatie van de consultatiefunctie verlopen is, en (b) wat de meerwaarde ervan is voor de verschillende betrokkenen. De evaluatie zal plaatsvinden aan de hand van het RE-AIM framework omdat dit geschikt is om (de meerwaarde van) van interventies in de praktijk waarbij zowel op individueel niveau (van bijv. zorgverlener) als organisatie niveau (instelling, beleid) gekeken wordt naar de implementatie waardoor het veel bruikbare aanknopingspunten voor verbetering in verspreiding, implementatie en borging oplevert.

De evaluatie zal met behulp van verschillende methoden plaatsvinden: (1)De consulenten zullen hun activiteiten registreren om inzicht te krijgen in welke activiteiten zij doen, bij/met wie zij deze uitvoeren en hoeveel tijd de verschillende activiteiten kosten . (2) Elke keer wanneer een consult gevraagd wordt, zal de consulent aan de consultvrager een korte vragenlijst meegeven, onder meer over aanleiding voor de consultatie en ervaren meerwaarde. (3) Met een deel van de dak- en thuislozen voor wie een consultatie is aangevraagd zal een kwalitatief interview gehouden worden om na te gaan hoe zij het gesprek of de gesprekken met de consulent ervaren hebben (en of zij het idee hebben of de adviezen van de consulent geholpen hebben om hun situatie te verbeteren. (4) Om inzicht te krijgen in de ervaringen ten aanzien van proces, de ervaren meerwaarde en de van de verschillende activiteiten zullen er (groeps)interviews met betrokkenen gehouden worden.

Vanaf het begin zal er aandacht zijn voor borging. Hierbij gaat het aan de ene kant om binnen de 3 regio’s de interventie, zo nodig aangepast n.a.v. de evaluatie, door te laten gaan na afloop van het project, en aan de andere kant om eigenaarschap van de methodiek: wie gaat ervoor zorgen dat de methodiek beschikbaar blijft en wie kan behulpzaam zijn bij implementatie in andere regio’s. Hiervoor is belangrijk dat de randvoorwaarden goed in kaart worden gebracht. Wat betreft het eigenaarschap is het belangrijk dat dit komt te liggen bij een partij die zowel op inhoudelijk als implementatiegebied bij kan dragen aan implementatie elders, bijv. een combinatie van hospice Kuria en, afhankelijk van de ontwikkelingen in de organisatie van palliatieve zorg, een netwerk palliatieve zorg, een consortium of PZNL.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website