Projectomschrijving

Patiënten met matige tot ernstige pijn krijgen sterke pijnstillende middelen: opioïden. Bij sommigen werken die niet goed genoeg of leveren ze nare bijwerkingen op, zoals hallucinaties. De CBO richtlijn beveelt dan zogeheten opioïd-rotatie aan. Dan wordt een ander opioïd gekozen en met omrekenfactoren de nieuwe dosering bepaald. De keuze van een ander middel gebeurt op basis van trial and error. De onderbouwing voor de omrekenfactoren is beperkt.

Doel van het project

  • Het onderbouwen van de rekenfactoren die gebruikt worden bij opioïd-rotatie.
  • Het zoeken naar factoren die bepalen of een opioïd effectief is zonder bijwerkingen.

Resultaten van dit project

Er zijn 356 patiënten met matig-ernstige pijn behandeld met één of meerdere opioïden. In totaal is bij deze patiënten 571 keer een rotatie uitgevoerd. Het bleek veilig om te werken met de omrekenfactoren uit de richtlijn ‘Pijn bij kanker’. Hierbij werd de dosering gereduceerd: met 50% in geval van bijwerkingen en 25% in geval van pijn. Het effect van een opioïd werd niet bepaald door specifieke kenmerken van patiënten.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website