Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit onderzoek wilden wij kijken naar verschillen in bijwerkingen tussen morfine en oxycodon bij continue toediening voor behandeling van pijn bij personen in de stervensfase. De studie is voortijdig gestaakt in verband met te trage inclusie van patiënten.

De redenen voor de trage inclusie waren 2-ledig:

1. Proefpersonen overleden voor, tijdens of kort na het verkrijgen van informed consent, i.e. in alle gevallen voordat er een eerste meting (binnen 24 uur) plaats had kunnen vinden.

2. In tegenstelling tot (recente) literatuur bleken veel patiënten een GFR > 50 ml/min/1,73M2 te hebben in de laatste dagen voor het overlijden. Mogelijk is er nog maar zo weinig kreatinine in het lichaam de laatste dagen van het leven dat de nierfunctie, geschat met de CKD-EPI formule, volledig overschat werd.

Een verminderde nierfunctie was de belangrijkste rationale van dit onderzoek. Een alternatieve bepaling is overwogen maar bleek te duur.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Realisatie einddoelen:

1. De vraagstelling of er bij continu subcutane infusie van oxycodon ter pijnbestrijding bij patiënten met een verminderde nierfunctie in de stervensfase minder neurotoxische bijwerkingen, zoals delier en allodynie, op treden in vergelijking met morfine, moet helaas onbeantwoord blijven.

2. Door het ontbreken van een antwoord op de onder punt 1 genoemde vraagstelling is het ook niet mogelijk om eenduidige aanbevelingen ten aanzien van een rationele opioïd-keuze ter pijnbestrijding in de terminale fase op te stellen.

3. Met het onderzoeken van het huidige voorschrijfgedrag onder specialisten ouderengeneeskunde, de overwegingen die tot die voorschrijfgedrag leiden en de factoren die wel/geen invloed hebben op de overwegingen, hebben we wel kennishiaten en ineffectieve kanalen voor toekomstige kennisverspreiding/implementatie kunnen identificeren. Deze uitkomsten zijn gepubliceerd:

 

Martens MJM, Janssen, DJA, Schols JMGA, van den Beuken-van Everdingen MHJ. Opioid presribing behavior in long-term geriatric care in the Netherlands. J Am Med Dir Assoc. 2018;19(11):974-980

 

Wij het niet passend om het gereed zijnde protocolartikel ter publicatie aan te bieden.

 

Wij overwegen publicatie van onze bevindingen ten aanzien van de eGFR-bepalingen op basis van het serum-kreatinine kort voor het overlijden van patiënten.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het opzetten en uitvoeren van een interventieonderzoek in de stervensfase blijkt gepaard te gaan onverwachtte factoren die hebben geleid tot een vertraagde start van het onderzoek en een lager dan verwachte inclusie van proefpersonen in de eerste periode van het onderzoek. Naast het uitzetten van acties gericht op het bevorderen van de inclusie in de komende periode, willen wij de belemmerende en bevorderende factoren voor deelname aan wetenschappelijk onderzoek in de stervensfase nader in kaart gaan brengen en publiceren ten baate van toekomstige onderzoeken in de stervensfase.

 

Uit een enquete, die wij hebben uitgevoerd onder specialisten ouderengeneeskunde in Nederland, bleek dat momenteel oxycodon het opioïd van eerste voorkeur is bij ouderen die niet in de stervensfase verkeren. Op het moment dat ouderen echter in de stervensfase terecht komen, geniet morfine echter verreweg de meeste voorkeur. Deze keuze blijkt vrijwel volledig te berusten op persoonlijke voorkeuren van voorschrijvende artsen en nauwelijks beïnvloed te worden door aanbevelingen in richtlijnen of eigenschappen van de verschillende opioïden.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

- Martens MJM, Janssen, DJA, Schols JMGA, van den Beuken-van Everdingen MHJ. Opioid prescribing behavior in long-term geriatric care in the Netherlands. Accepted for publication. JAMDA 2018

 

- Martens MJM, Janssen, DJA, Schols JMGA, van den Beuken-van Everdingen MHJ. A randomized controlled trial on neurotoxic adverse effects of morphine and oxycodone in continuous subcutaneous infusion for treatment of pain in terminal patients with diminished renal function: protocol of the MOSART-study. Submitted for publication. BMJ Open

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Morfine is van oudsher het meest gebruikte opioïd bij continue subcutane infusie (CSCI) ter pijnbestrijding in de stervensfase. De ‘morfine-pomp’ is niet meer weg te denken uit de hedendaagse palliatieve zorg. Actieve morfinemetabolieten gaan bij patiënten in deze fase echter fors stapelen bij een verminderde nierfunctie en worden verantwoordelijk gehouden voor neurotoxische bijwerkingen, zoals allodynie, hyperpathie en delier. Oxycodon heeft veel minder actieve metabolieten en geeft daarmee op theoretische gronden minder kans op deze bijwerkingen. Of deze bijwerkingen daadwerkelijk minder optreden is echter niet bekend. Dit vormt een obstakel voor implementatie van de ‘oxycodon-pomp’ in de praktijk. Dit project beoogt door middel van een multicenter randomized clinical trial het veronderstelde verschil in optreden van neurotoxische bijwerkingen tussen deze twee opioïden in de stervensfase te objectiveren. Aan de hand van de resultaten zal een voorschrijftool en scholingsmodule voor huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde worden ontwikkeld om te komen tot een rationele opioïd-keuze bij CSCI in de stervensfase met als doel het verbeteren van de kwaliteit van het sterfbed van mensen met een verminderde nierfunctie door een reductie van het optreden van de bijwerkingen delier en allodynie.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website