Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de subsidieronde 2008/2009 van het ZonMw-programma Palliatieve Zorg stond onderbouwing van het zogenaamde 'nieuwe palliatieve zorgmodel' centraal. Kenmerkend voor dit zorgmodel is dat de palliatieve fase wordt gezien als een zorgcontinuüm dat al vroeg in het ziektetraject van een levensbedreigende aandoening start. In eerste instantie kunnen dan ook nog curatieve, levensverlengende behandelingen worden gegeven, maar dichter bij het overlijden komt het accent meer en meer te liggen op palliatie.

Vanuit de subsidieronde van 2008/2009 zijn tien onderzoeksprojecten gehonoreerd die moeten bijdragen aan de onderbouwing van het nieuwe zorgmodel.

In 2012 is een kennissynthese uitgevoerd om de informatie uit die tien onderzoeksprojecten samen te vatten en te verbinden met informatie uit (inter)nationale literatuur en reflecties van stakeholders over het nieuwe zorgmodel. Een beperking was echter dat in 2012 nog geen van de tien onderzoeksprojecten afgerond was en er dus uitsluitend tussentijdse inzichten beschikbaar waren. Daarom is begin 2014 de kennissynthese geactualiseerd.

 

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De kennisynthese laat zien dat voor uitgangspunten van het nieuwe palliatieve zorgmodel, zoals tijdig starten met palliatieve zorg, een breed draagvlak bestaat onder onderzoekers, experts en patiëntvertegenwoordigers. Bovendien wijzen zowel internationale literatuur als door ZonMw gehonoreerd onderzoek in de richting dat proactieve interventies en vroege start van palliatieve zorg tot positieve effecten bij patiënten leiden. Hard bewijs ontbreekt echter nog.

 

ZonMw-projecten laten verder zien dat het herkennen bij patiënten van een behoefte aan palliatieve zorg op verschillende manieren kan gebeuren. Huisartsen maken die inschatting vaak op basis van een combinatie van signalen (bijvoorbeeld de patiënt knapt niet meer op bij een bijkomende infectie, wordt steeds zorgafhankelijker of berichten/signalen van andere zorgverleners of familieleden van de patiënt). Ook is er een lijst met indicatoren (de zogenaamde RADPAC) die artsen kunnen gebruiken om op een gestructureerde wijze in kaart te brengen of bij een patiënt met palliatieve zorg gestart moet worden.

 

Bij mensen met chronische aandoeningen, zoals COPD of chronisch hartfalen en bij kwetsbare ouderen is het ziektebeloop vaak moeilijker te voorspellen dan bij patiënten met kanker. Dit stelt extra uitdagingen om bij patiënten uit de eerstgenoemde groepen hun behoefte aan palliatieve zorg tijdig te herkennen.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de subsidieronde 2008/2009 van het ZonMw-programma Palliatieve Zorg stond toetsing en onderbouwing van het 'nieuwe zorgmodel' van palliatieve zorg centraal. Kenmerkend voor dit zorgmodel is dat de palliatieve fase wordt gezien als een zorgcontinuüm dat al kan starten bij de diagnose van een levensbedreigende aandoening. In eerste instantie kunnen dan ook nog curatieve, levensverlengende behandelingen worden gegeven, maar dichter bij het overlijden komt het accent meer en meer te liggen op palliatie.

De voorgestelde kennissynthese moet informatie uit de afzonderlijke ZonMw-projecten over het nieuwe zorgmodel samenvatten en verbinden met relevante informatie uit de internationale literatuur en met reflecties en aanbevelingen van stakeholders. Dit alles moet leiden tot projectoverstijgende inzichten die gebruikt kunnen worden voor het optimaliseren van patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs op het terrein van de palliatieve zorg.

In aansluiting bij de handleiding van ZonMw voor het uitvoeren van kennissyntheses (Bos en Van Kammen, 2007), onderscheiden we in deze kennissynthese de volgende fasen : signaleren van probleem en afbakenen vraagstellingen; verzamelen en verwerken van informatie; contextualisatie, betrekken van stakeholders/experts en synthetiseren; verslaglegging en verspreiding.

De kennissynthese beslaat een periode van vier maanden en wordt uitgevoerd door het NIVEL, met adviserende ondersteuning door projectadviseurs van EMGO+/VUmc en de Kenniscentra Palliatieve Zorg.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website