Vervolg

Resultaten

Onderzoek

De onderzoekers hebben op basis van literatuuronderzoek, focusgroepen en een Delphiprocedure voor drie aandoeningen (COPD, hartfalen, kanker) een lijst met 'alarmsignalen' opgesteld. Deze zijn bondig samengevat op een handzame kaartje op zakformaat (RADPAC indicatorset). Dit kaartje geeft tevens ondersteuning bij het structureel in kaart brengen van de huidige en op korte termijn te verwachten problemen bij de patiënt op vier deelgebieden (somatisch, zorgverleningen en ADL, sociale context en financiën, zingeving en psyche). Op grond hiervan kan de huisarts voor de patiënt een individueel palliatief zorgbeleid opstellen. Dit zorgplan kan de huisarts vervolgens vooraf bespreken met een consulent palliatieve zorg.

Implementatie en onderwijs

De huisartsen die hebben meegedaan aan het project zijn te spreken over de RADPAC indicator set. Met name het denken in toekomstscenario's als uitgangspunt voor het zorgbeleid wordt als zeer leerzaam en praktische ervaren. Ook na de studie zijn de huisartsen de kaart met indicatoren blijven gebruiken. Ondanks de training met simulatiepatiënten blijven veel huisartsen het lastig vinden het gesprek over het aanbreken van de laatste levensfase met de patiënt aan te gaan. Dit geldt met name bij patiënten met COPD of hartfalen. 
De consulenten palliatieve zorg geven aan het vroegtijdig geconsulteerd worden een nieuwe, uitdagende ontwikkeling van hun takenpakket te vinden. Tot nu toe worden zij vooral in acute noodsituaties benaderd en moeten zij snel advies geven. Het denken in scenario's vinden ook de consultenten palliatieve zorg boeiend, maar wel lastig.

Zorg

Ook patiënten en hun mantelzorgers geven aan de proactieve palliatieve zorg prettig te vinden. Zij waarderen het feit dat het zorgplan met hen besproken wordt en dat er sprake is van een systematische aanpak van de zorg. Slechts een enkele patiënt vindt dat het onderwerp palliatieve zorg door de proactieve aanpak te vroeg ter sprake komt. 
De studie die het effect van de proactieve aanpak op de geleverde zorg bestudeerde, liet geen significante verschillen zien tussen de huisartsen die getraind waren in de proactieve aanpak en de huisartsen in de controle groep. Daarbij is onder andere gekeken naar de plaats van overlijden van patiënten, het aantal ziekenhuisopnames en het aantal contacten met de huisarts of huisartsenpost. De onderzoekers geven een aantal mogelijke verklaringen voor het ontbreken van een meetbaar effect. Zo waren huisartsen in beide groepen bovengemiddeld geïnteresseerd in het onderwerp palliatieve zorg en erg gemotiveerd om goede palliatieve zorg te geven. Daarnaast zijn veel patiënten primair onder controle van de medisch specialist en is de huisarts niet altijd op de hoogte wat de medisch specialist heeft besproken met de patiënt over palliatieve zorg.

Aanbevelingen

Onderzoek

Ten aanzien van vervolgonderzoek adviseren de onderzoekers een studie naar de waarde van proactieve palliatieve zorg door de huisarts de selectie te benaderen vanuit de tweede lijn, de primaire behandelaar. Dit zal waarschijnlijk leiden tot een meer representatieve groep huisartsen dan in het huidige onderzoek waar de in palliatieve zorg geïnteresseerde huisartsen domineerden. 
Een benadering vanuit de tweede lijn zal ook de samenwerking tussen eerste en tweede lijn bij palliatieve zorg ten goede kunnen komen, verwachten de onderzoekers. Hierbij is het wel nodig dat er RADPAC indicatorenset wordt ontwikkeld die specifiek gericht is op de tweede lijn.
In een volgende vergelijkende studie naar het effect van de proactieve aanpak bij palliatieve zorg is het zinvol om naast de 'harde' uitkomsten als plaats van overlijden e.d. ook te kijken naar zaken als kwaliteit van leven, depressie en angst en tevredenheid met de geleverde zorg mee te nemen.

Onderwijs

Ten aanzien van onderwijs adviseren de onderzoekers scholing van consulenten palliatieve zorg op het gebied van denken in scenario's.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website