Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit project wordt een toolbox ontwikkeld met leermaterialen over palliatieve zorg voor studenten Geneeskunde. Deze materialen kunnen op verschillende manieren gebruikt worden binnen de acht opleidingen Geneeskunde in Nederland.

De behoefte aan palliatieve zorg neemt toe door de vergrijzing en het toenemend aantal mensen met een chronische ziekte zoals kanker, hartfalen, COPD of dementie. Iedere arts krijgt ermee te maken. Het is belangrijk dat palliatieve zorg aan bod komt vanaf het begin van de opleiding. Dat gebeurt nu te weinig en te gefragmenteerd. Er zijn ook niet genoeg docenten met expertise in palliatieve zorg.

Het project begint met een inventarisatie van competenties die basisartsen nodig hebben voor het verlenen van palliatieve zorg volgens verschillende stakeholders, inclusief patiënten en mantelzorgers. Daarna worden leermaterialen verzameld en gemaakt. Tenslotte worden docenten getraind, onderwijsactiviteiten georganiseerd en evaluaties uitgevoerd.

Voor actuele informatie, achtergronden en interessante verhalen kunt u terecht op www.pasemeco.nl.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Lijst van activiteiten van de arts

 

Op basis van literatuurstudie werd een lijst EPA (Entrustable professional activities) voor palliatieve zorg opgesteld. Deze EPA beschrijven welke activiteiten pas afgestudeerde artsen op het gebied van palliatieve zorg moeten kunnen uitvoeren. Deze EPA zijn in een studie voorgelegd aan vijf groepen: experts op het gebied van palliatieve zorg, curriculumcoördinatoren en docenten uit medische curricula, recent afgestudeerde basisartsen en artsen en verpleegkundigen die in hun dagelijks werk samenwerken met net-afstudeerde basisartsen (die die dan vaak voor het eerst te maken krijgen met palliatieve patiënten). Aan hen werd gevraagd in hoeverre een pas-afgestudeerde arts inderdaad deze taken (al dan niet zelfstandig) zou moeten kunnen uitvoeren. Daarnaast is deze lijst afgestemd op het recent gepubliceerde kwaliteitskader Palliatieve zorg NL(https://www.iknl.nl/palliatieve-zorg/kwaliteitskader-palliatieve-zorg)

Er is een definitieve EPA lijst vastgesteld en een artikel geschreven en ingediend bij een wetenschappelijk tijdschrift.

 

 

 

Ervaring van studenten

Daarnaast is een studie uitgevoerd onder studenten in de laatste fase van hun opleiding. In een vragenlijst is geïnventariseerd: a. Wat is de huidige kennis is van geneeskunde studenten aan het einde van hun studie met betrekking tot palliatieve zorg? b. Wat is het vertrouwen is bij geneeskunde studenten met betrekking tot de palliatieve zorg competenties? en c. Wat is de ervaring en behoefte bij geneeskundestudenten zijn met betrekking tot palliatieve zorg onderwijs? Over dit onderzoek is een artikel geschreven en ingediend bij een wetenschappelijk tijdschrift.

 

 

 

Ontwikkeling van een toolbox met onderwijsmateriaal

In een toolbox zijn materialen verzameld die op dit moment al gebruikt worden voor onderwijs over palliatieve zorg of daar geschikt voor zouden zijn. Daarnaast ontwikkelt het Pasemeco-team zelf onderwijs met name voor gebieden die in veel curricula onderbelicht blijven, bijv. ACP en de zingevingsdimensie van de zorg. Daarnaast zijn er kennisclips ontwikkeld (bijv. pasemeco.nl/over/nieuws/kennisclip-palliatieve-zorg-voor-studenten-geneeskunde)

 

 

 

Congressen en symposia

 

 

 

Pasemeco is aanwezig bij diverse congressen en symposia met presentaties en workshops om de bekendheid en het draagvlak voor het project te vergroten, kennis te verspreiden en ideeën ter ondersteuning van de ontwikkeling van de toolbox te verzamelen.

 

Samenwerking met opleidingen Geneeskunde

 

Pasemeco spreekt met de verantwoordelijken voor het onderwijsprogramma bij verschillende geneeskundefaculteiten en met docenten om te kijken hoe de studenten ,met behulp van bijvoorbeeld onderwijs uit de toolbox , voorbereid kunnen worden op hun palliatieve zorg taken als arts.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De behoefte aan palliatieve zorg neemt door de vergrijzing en het toenemend aantal mensen met een chronische ziekte zoals kanker, hartfalen COPD en dementie enorm toe(IKNL, 2014. Het ministerie van VWS hanteert het uitgangspunt dat palliatieve zorg door reguliere, generalistische zorgverleners wordt gegeven. Iedere student geneeskunde en basisarts zal dus in aanraking komen met patiënten in de palliatieve fase, zowel in instellingen als in de thuissituatie. Veel artsen en andere zorgprofessionals zijn "onbewust onbekwaam" op het gebied van de palliatieve zorg en gaan het werkveld in zonder de benodigde basiscompetenties voor palliatieve zorg. Een groot onderliggend probleem is dat het onderwijs over palliatieve zorg in de basiscurricula van artsen gefragmenteerd is. Er is te weinig consistentie en coördinatie m.b.t wat er in de basiscurricula onderwezen moet worden op dit gebied. Daarnaast is het moeilijk om docenten te vinden die gespecialiseerd zijn in palliatieve zorg. In een survey onderzoek onder 200 deelnemers van een consortium palliatieve zorg in Nederland was 75% van de respondenten van mening dat het ontwikkelen van een leerprogramma voor de basiscurricula geneeskunde van groot belang is. Op Europees niveau wordt er door de European Association for Palliative Care (EAPC) gepleit voor onderwijs in palliatieve zorg in alle Europese geneeskunde opleidingen. Het project bestaat uit vier fases waarin vier onderzoeksvragen beantwoord zullen worden. In fase 1 wordt onderzocht welke competenties basisartsen, volgens diverse stakeholders, nodig hebben ten aanzien van palliatieve zorg. In fase 2 staat de vraag centraal: welke hoofdelementen zouden er in de multi-inzetbare toolbox voor blended-learning moeten zitten, gebaseerd op "instructional designs theorieën" die uitgaan van relevante problemen en praktijksituaties? In fase 3 wordt de docententraining, die bij de toolbox hoort, bij de docenten geëvalueerd en het gebruik van de toolbox zelf, bij docenten en studenten geëvalueerd. In fase 4 wordt onderzocht wat de effecten van het gebruik van de toolbox zijn op de ontwikkeling van de compententies van studenten. Fase 1 zal resulteren in een consensuslijst van basiscompetenties die alle beginnende artsen moeten verwerven t.a.v. de lichamelijke, psychische, sociale en spirituele aspecten van palliatieve zorg. Hiertoe zullen interviews gehouden worden met relevante stakeholders: verschillende zorgprofessionals, patientenbelangenorganisaties,curriculumcoordinatoren, docenten en studenten. Daarnaast zal er een Delphionderzoek plaastvinden onder curriculumcoordinatoren, docenten en studenten. In fase 2 zal de toolbox ontwikkeld worden waarin verschillende leermaterialen in een blended-format worden aangeboden, inclusief een docententraining en gebruikersinstructies. Alle 8 medische basisopleidingen worden betrokken bij fase 1 en 2. De authentieke leermaterialen omvatten interactieve casus, videos, virtual patients (virtuele patienten), toetsinstrumenten en gebruikersinstructies of docentenhandleidingen. Nieuw leermateriaal zal worden ontwikkeld en reeds bestaand leermateriaal zal worden geinventariseerd, toegankelijk gemaakt en eventueel aangepast. In de derde fase zal de toolbox geimplementeerd en geëvalueerd worden bij tenminste 4 en liefst 8 Nederlandse medische basiscurricula. Docenten worden getraind om de materialen te gebruiken en in te passen in hun eigen curriculum. Een implementatieplan zal worden ontwikkeld voor alle 8 basiscurricula. Het gaat om een plan hoe de toolbox geïntegreerd kan worden in het bestaande curriculum van iedere faculteit. Het proces wordt geëvalueerd aan de hand van observaties, interviews en vragenlijsten onder studenten en docenten van 4 tot 8 curricula. In fase 4 zullen de effecten op de ontwikkeling van de basiscompetenties getoetst worden aan de hand van de toetsinstrumenten die in fase 3 zijn ontwikkeld. De projectgroep omvat zorgprofessionals met verschillende achtergronden, onderwijskundigen met ervaring in het medisch onderwijs en e-learning, de voorzitter van de Landelijke Opleidingscommissie Geneeskunde, waarin de 8 medische opleidingen deelnemen, het IKNL, experts in de palliatieve zorg van de Expertisecentra Palliatieve Zorg en vertegenwoordiging van een patientenbelangenorganisatie. Voor ieder medisch basiscurriculum zal een plan geschreven worden voor de implementatie van de toolbox.

Om ervoor te zorgen dat het onderwijs in palliatieve zorg ook geborgd is na afloop van het project zal er tijdens het project veel aandacht zijn: a. voor het betrekken van de verschillende stakeholders tijdens alle fases van het project ,b. het ontwikkelen van een toolbox die breed en flexibel implementeerbaar is, c. voor de inbedding in de bestaande curricula en d. voor het creëren van een leergemeenschap van artsen en docenten met expertise op het gebied van onderwijs in de palliatieve zorg.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website