Als je een nieuwe werkwijze succesvol wilt implementeren, is het belangrijk dat je gericht kiest welke strategieën je hiervoor inzet.

Als je een nieuwe werkwijze succesvol wilt implementeren, is het belangrijk dat je gericht kiest welke strategieën je hiervoor inzet. Zoals je in de vorige nieuwsbrief hebt kunnen lezen, betekent dat dat je informatie verzamelt over de doelgroep(en) en de setting en dat je nagaat welke belemmerende en bevorderende factoren een rol spelen. Ook probeer je inzicht te krijgen in welke fasen van het veranderingsproces de verschillende doelgroepen zich bevinden. Op basis hiervan bepaal je welke implementatiestrategieën het meest geschikt zijn. In het ZonMw implementatieplan maken we onderscheid tussen 7 typen strategieën.

Informerende strategie: bedoeld om mensen te informeren over (het bestaan van) de nieuwe werkwijze. Bijvoorbeeld door presentaties op congressen of tijdens studiedagen te geven, folders te ontwikkelen en artikelen in vakbladen of andere tijdschriften te plaatsen.

Motiverende en draagvlakvergrotende strategie: bedoeld om mensen te interesseren in de nieuwe werkwijze en aan te zetten tot verandering. Dit kan door netwerkbijeenkomsten of andere manieren van intercollegiaal contact te organiseren. Ook kan het zinvol zijn om mensen feedback te geven op hun eigen handelen, zodat ze de noodzaak tot verandering zien en er een gevoel van urgentie ontstaat.

Educatieve strategie: om te zorgen dat mensen kennis en vaardigheden opdoen en zij de nieuwe werkwijze kunnen toepassen. Denk hierbij aan (vaardigheids)trainingen, demonstraties en intervisiebijeenkomsten. 

Organisatorische strategie: gericht op het goed stroomlijnen van processen en het opheffen van belemmeringen op organisatorisch vlak, zodat de nieuwe werkwijze zo goed mogelijk toegepast kan worden. Deze strategie kan bijvoorbeeld ingezet worden door een aanpassing in de rol- of taakverdeling van zorgverleners of in de samenstelling van teams. 

Faciliterende strategie: gericht op het scheppen van de juiste randvoorwaarden. Men moet kunnen terugvallen op iets (of iemand) dat (die) helpt in het veranderen en bij het vasthouden van de verandering. Denk aan een ‘kartrekker’ in de organisatie, of een instrument dat ondersteunt bij het maken van beslissingen rondom de nieuwe werkwijze.

Marktgerichte strategie: gericht op het vergroten van het gevoel van urgentie binnen de organisatie. Organisaties voelen druk om te veranderen omdat zij zich goed willen profileren en positioneren, zij aan een kwaliteitskeurmerk willen voldoen of omdat cijfers over prestaties openbaar worden gemaakt. 

Patiëntgerichte strategie: gericht op het vergroten van de druk vanuit patiënten, zodat patiënten zelf vragen om de nieuwe werkwijze. Dit kan onder andere door hen te faciliteren hierin en hen te stimuleren om vragen te stellen.

Stel: Je hebt een instrument ontwikkeld dat zorgverleners helpt bij het markeren van de palliatieve fase. Een aantal zorgverleners raakt enthousiast als zij op congressen de goede onderzoeksresultaten van dit instrument zien, of als zij er in vakbladen over lezen (informerende strategie). Zij willen hiermee aan de slag en introduceren het instrument bij hun collega’s. Deze voorlopers spelen een belangrijke rol in het ‘meekrijgen’ van de rest. Om dit voor elkaar te krijgen kun je (ook expliciet) sleutelfiguren inschakelen en netwerkbijeenkomsten en andere vormen van (intercollegiale) contacten organiseren. Een deel van de zorgverleners is echter niet overtuigd van de noodzaak om een instrument te gebruiken. Zij doen hun werk toch al prima? Feedback op hun eigen handelen kan dan helpen, bijvoorbeeld door aan de hand van dossieronderzoek te laten zien hoe vaak de palliatieve fase wordt gemarkeerd (motiverende strategieën). Je biedt trainingen aan in het gebruik van het instrument (educatieve strategie) en kijkt waar in de organisatie van het werk nog aanpassingen nodig zijn zodat het instrument goed gebruikt kan worden. Het kan bijvoorbeeld nodig zijn om de rolverdeling tussen zorgverleners te herschikken (organisatorische strategie) en om het markeringsinstrument te laten digitaliseren zodat het makkelijker in gebruik is (faciliterende strategie). Dit soort praktische maatregelen helpen ook in het stimuleren van mensen die sceptischer tegenover verandering staan. Tot slot, er zijn op het niveau van de organisatie nog meer maatregelen waarmee je de kans op implementatie en borging vergroot. Zo helpt het als de nieuwe werkwijze als regulier agendapunt terugkomt bij werkoverleggen; als tijdens functioneringsgesprekken gevraagd wordt of men werkt met de nieuwe werkwijze, en de nieuwe werkwijze in het beleid van de organisatie wordt opgenomen. 

Moniek Zijlstra-Vlasveld
zijlstra-vlasveld@zonmw.nl

Bron:

  • ZonMw implementatieplan
  • Wensing, M. & Grol, R. (2017). Implementatie. Effectieve verbetering van de patiëntenzorg. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website