ZonMw tijdlijn Palliatieve zorg https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Palliatieve zorg nl-nl Thu, 12 Dec 2019 04:44:42 +0100 Thu, 12 Dec 2019 04:44:42 +0100 TYPO3 news-4963 Mon, 02 Dec 2019 09:37:21 +0100 E-book Palliatieve zorg https://issuu.com/o2pz In het e-book ‘Palliatieve zorg: optimalisatie begint bij onderwijs’ vindt u inspiratie en tips en tools voor het optimaliseren van onderwijs over palliatieve zorg. Het e-book werd geschreven op basis van het gelijknamige symposium wat op 1 oktober 2019 werd georganiseerd door het programma Optimaliseren Onderwijs Palliatieve Zorg (O²PZ). news-4880 Thu, 21 Nov 2019 09:07:00 +0100 ‘Palliatieve zorg leer je niet uit een boekje’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/palliatieve-zorg-leer-je-niet-uit-een-boekje/ Iedere verpleegkundige en verzorgende komt in aanraking met mensen in de palliatieve fase en hun naasten. Maar wie na de opleiding aan het werk gaat, heeft over het algemeen nog onvoldoende competenties op dit gebied. Samen met professionals, studenten, patiënten én naasten hebben verschillende mbo- en hbo-opleidingen palliatieve zorg ingebed in hun basiscurriculum. Hoe voer je een gesprek met een patiënt over de naderende dood? En wat kun je doen als mensen met zingevingsvragen zitten of angstig zijn? Met dit soort vragen worstelen verzorgenden en verpleegkundigen in opleiding. Dat bleek uit een enquête in een ZonMw-project  dat onderwijs over palliatieve zorg wil inbedden in de initiële opleiding. Projectleider is Annemie Courtens, coördinator palliatieve zorg van het Maastricht UMC+ en van het Consortium Palliatieve Zorg Limburg en Zuidoost-Brabant. ‘We hebben niet alleen studenten bevraagd, maar ook professionals en zorgmanagers. Daaruit kwam een lijstje zaken die pas opgeleide verzorgenden en verpleegkundigen nog onvoldoende in huis hebben, van het hanteren van meetinstrumenten tot het beheersen van gespreksvoeringstechnieken.’

Eyeopener voor studenten

Nicole Bemelmans is docent verpleegkunde aan de Gilde Opleidingen in Roermond, een van de deelnemende mbo-scholen. ‘Veel studenten associeerden palliatieve zorg met de stervensfase. Het was een eyeopener voor ze dat het om veel meer gaat. En ze missen inderdaad handvatten voor een gesprek. Terwijl je in je eerste stage al geconfronteerd kunt worden met mensen in de palliatieve fase.’ Volgens Courtens is er een grote scholingsbehoefte, juist in de initiële opleiding. ’Als palliatieve zorg al aan de orde komt, is het vaak pas in het derde of vierde leerjaar. Daarbij komt dat docenten vaak al langere tijd geen praktijkervaring hebben opgedaan. Het ontbreekt op scholen dus vaak aan actuele kennis over deze zorg.’

Community of practice

In het project hebben zeven opleidingen in Limburg en Zuid-Oost Brabant palliatieve zorg in hun basiscurriculum geïmplementeerd. Courtens: ‘Eerst hebben we vastgesteld welke competenties verpleegkundigen en verzorgenden moeten hebben en wat dat betekent voor hun opleiding. Daarvoor hebben we literatuuronderzoek gedaan, plus interviews met 50 docenten en zorgmanagers en 122 studenten. Patiënten en naasten hebben we gevraagd wat zij vinden dat een verzorgende of verpleegkundige moet kunnen.’ Docenten hadden zelf veel behoefte aan bij- en nascholing, zo bleek al snel. Daarom kwam er een scholing in 5 dagdelen voor docenten van mbo én hbo samen. Inmiddels is er in de regio een heuse ‘community of practice’ ontstaan, zegt Courtens. Daarin wisselen docenten, studenten, praktijkmensen en patiënten ervaringen en leermaterialen uit. 

Studenten worden experts

Bemelmans: ‘Ik voelde me door het project gestimuleerd om vakdocenten op al onze locaties te betrekken. De inbreng van studenten was ook zeer waardevol. Door samen te bedenken wat belangrijk is, ontstaat meteen veel meer draagvlak voor de lessen. En ze ontwikkelen zich ook zelf tot experts. Een van de studenten in het project is op haar stageplek zelfs gevraagd om binnen de organisatie ambassadeur voor palliatieve zorg te worden.’ Courtens noemt de inbreng van studenten heel relevant voor de invulling van het curriculum. ‘Studenten vinden het fijn om interactief te werken en concreet te oefenen met gesprekken. En ze horen graag verhalen uit de praktijk. Vandaar dat we gastlessen laten verzorgen, bijvoorbeeld door consulenten palliatieve zorg of door patiënten zelf.’

Jezelf veilig voelen

Volgens Bemelmans is het in alle gevallen belangrijk dat studenten aandacht en tijd ervaren voor hun eigen verhaal. ‘Over palliatieve zorg praten raakt aan je persoonlijke leven. Dus het begint met jezelf veilig voelen.’ Courtens is er trots op dat het project heeft laten zien hoe je met een multidisciplinaire groep van studenten, docenten, patiënten en professionals onderwijs kunt vernieuwen. En dan zodanig dat het goed aansluit bij de concrete behoeften in de praktijk. Bemelmans kan het alleen maar beamen: ‘Dit is niet iets wat uit een boekje haalt, je moet het leren in de praktijk.’

Drie gouden lessen voor docenten verpleegkunde aan mbo-/hbo-opleidingen

  1. Begin vroeg in het curriculum met palliatieve zorg – liefst nog vóór de eerste stage – en bouw van hieruit een doorlopende leerlijn op. Bespreek na een stage de ervaringen met palliatieve zorg.
  2. Besteed aandacht aan het werken met meetinstrumenten, gespreksvoering, zingevingsvragen, omgang met angst en boosheid, proactieve zorgplanning, gezamenlijke besluitvorming en de sociale kaart van de palliatieve zorg.
  3. Maak gebruik van consulenten palliatieve zorg en patiënten, naasten en nabestaanden die gastlessen kunnen verzorgen.

Leermaterialen

Voor de docenten verzorging en verpleegkunde heeft het project een website met leermaterialen ontwikkeld: www.edupal.nl. Daarop staan o.a. tekstbronnen, video’s , animaties, casuïstiek en powerpoint-presentaties. Het meerjarige programma O2PZ (www.o2pz.nl) neemt de opgedane resultaten mee in een landelijk onderwijsaanbod voor alle zorgverleners in de palliatieve zorg.

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg november 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

]]>
news-4879 Thu, 21 Nov 2019 09:03:00 +0100 Studenten en zorgprofessionals leren samen over palliatieve fase https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/studenten-en-zorgprofessionals-leren-samen-over-palliatieve-fase/ Hoe kunnen onderwijs over palliatieve zorg en de praktijk optimaal op elkaar aansluiten? Dat is de vraag waar Aly Dassen (Albeda Zorgcollege) antwoorden op probeert te vinden. Ze deelt haar belangrijkste lessen. Aly Dassen is adjunct-directeur van het Albeda Zorgcollege in Rotterdam. Ze is ook, namens de MBO Raad, lid van de kwaliteitswerkgroep van het landelijke project Optimaliseren Onderwijs Palliatieve Zorg (O2PZ). Maar is ze vooral een vrouw die zich sterk maakt voor sensitieve palliatieve zorg. ‘Natuurlijk is kennis van behandelingen voor bijvoorbeeld pijnbestrijding ook onmisbaar. Maar goede palliatieve zorg begint met voldoende inlevingsvermogen. De gevoelens van de meneer of mevrouw tegenover je op tijd herkennen en erkennen. En aanvoelen welke woorden en welke houding op welk moment gepast zijn.’

Casuïstiek bespreken

Precies daarom vindt Dassen het zo belangrijk dat onderwijs en praktijk van elkaar leren. Ze gelooft bijvoorbeeld in het samen bespreken van casussen door studenten en zorgprofessionals. ‘Studenten kunnen leren van de jarenlange ervaring van artsen, verpleegkundigen en verzorgenden. Krijgen ze die wijsheid al mee tijdens hun opleiding, zijn ze na hun afstuderen beter in staat gesprekken te voeren over ongeneeslijk ziek zijn. Belangrijk, want dat zijn waardevolle maar ook vaak moeilijke gesprekken, voor patiënt, naaste én zorgprofessional.’ En zelfs zorgprofessionals met jarenlange ervaring hebben baat bij casuïstiek bespreken met studenten, zegt Dassen. ‘Zo oefenen ook zij met de nieuwste inzichten.’ Deze casuïstiek interdisciplinair bespreken gaat niet vanzelf en zal georganiseerd moeten worden, benadrukt Dassen. ‘O2PZ wil in de verschillende regio’s onderwijsknooppunten palliatieve zorg inrichten. Dit zou een goede plek kunnen zijn om ervaringen te delen.’

Onderwijs borgen

Als ambassadeur van O2PZ stimuleert Dassen de borging van onderwijs over palliatieve zorg. De nieuwe opleidingsprofielen voor de mbo- en hbo-opleidingen verpleegkunde gaan uit van de CanMEDS-rollen. Dassen stimuleert de ROC’s hun onderwijsaanbod zo in te richten dat studenten de afgesproken competenties optimaal kunnen ontwikkelen. ‘We hebben op een eerste bijeenkomst in oktober doelstellingen afgesproken. Bijvoorbeeld dat in maart 2020 80 % van alle ROC’s een vast aanspreekpunt hebben voor onderwijs over palliatieve zorg. Ik houd in de gaten of we die ambitie halen. En help waar nodig scholen zo’n coördinator te vinden.’

Cadeautje

Ontwikkel lesstof over palliatieve zorg samen met de praktijk, is ook binnen O2PZ steeds de boodschap van Dassen. Een vraag van Rotterdamse VVT-instellingen kwam daarom voor haar als een cadeautje. ‘Zij willen samen met het Albeda Zorgcollege e-learning over palliatieve zorg verder verspreiden. Modules gaan bijvoorbeeld over zingeving, ethiek en cultuur, symptomen in de palliatieve fase, samenwerken en zorg voor naasten.’

Om je heen kijken

Het Albeda Zorgcollege hoeft de e-learning palliatieve zorg niet zelf te ontwikkelen: de VVT-instellingen in de regio Rotterdam zijn al heel ver. Voor Dassen een les over hoeveel waardevolle initiatieven er al zijn. Ze raadt andere ROC’s aan goed om zich heen te kijken in hun eigen regio. ‘Wij gaan de komende maanden ook met een stofkam door ons eigen curricula. Welke kennis bieden we al aan en wat mist nog? De belangrijkste uitdaging is goed aansluiten bij alle kennis en ontwikkelingen die er zijn en hierin nauw samen te werken met zorginstellingen.

Leerwerkplaatsen

Wat het Albeda Zorgcollege al jaren doet is werken met leerwerkplaatsen. Studenten verpleegkunde starten vanaf de eerste dag van hun opleiding een leerwerktraject bij de Rotterdamse zorginstelling Laurens. Elke vijf weken staat één thema centraal dat samen met de zorgprofessionals en docenten is vastgesteld. Veiligheid, persoonsgerichte zorg en wetgeving zijn voorbeelden. Maar ook palliatieve zorg kan een thema worden, zegt Dassen. ‘Kern van dit traject is dat er samen wordt geleerd. Leren volgt werk en studenten jagen het leren door collega’s aan.’

Interdisciplinair samenwerken

Samen leren draagt bij aan het kennen van de eigen rol en de rol van andere zorgprofessionals. Kennis hebben van elkaars verantwoordelijkheden maakt interdisciplinaire samenwerking mogelijk en dat is cruciaal in palliatieve zorg, vindt Dassen. ‘Blijven nadenken over wat de patiënt en de naasten nodig hebben, steeds opnieuw. Want ongeneeslijk ziek zijn komt met zoveel ingrijpende veranderingen. En gezamenlijk afwegingen daarover maken doe je niet alleen in de laatste weken. Palliatieve zorg kan over jaren gaan. Laten we ook die boodschap blijven herhalen.’

Drie gouden lessen voor onderwijsinstellingen over palliatieve zorg  

  1. Ken het zorgaanbod in je regio en vraag instellingen welk lesmateriaal zij ontwikkeld hebben en willen ontwikkelen.
  2. Stel jezelf ook de vraag: wat doen wij al goed en wat is nog nodig?
  3. Kies voor leertrajecten met theorie én praktijk. In die verbinding ligt de sleutel voor goede palliatieve zorg.

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg november 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

]]>
news-4881 Thu, 21 Nov 2019 09:01:00 +0100 Volgende fase voor publiekscampagne VWS over palliatieve zorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/volgende-fase-voor-publiekscampagne-vws-over-palliatieve-zorg/ ‘Ik heb te horen gekregen dat ik doodga. Maar tot die tijd leef ik.’ Zo luidt de slogan van de publiekscampagne die de landelijke overheid in juni 2019 lanceerde. Eind november gaat de campagne een volgende fase in, om nog meer mensen te kunnen bereiken. Nog altijd associëren veel mensen – niet alleen burgers maar ook zorgprofessionals – palliatieve zorg met pijnbestrijding in de stervensfase. Terwijl palliatieve zorg veel breder is. Fred Lafeber, beleidscoördinator palliatieve zorg bij het ministerie van VWS, noemt dit kennishiaat een belangrijke aanleiding voor de publiekscampagne die de landelijke overheid in juni 2019 heeft gelanceerd. Het doel is het publiek beter bekend te maken met wat palliatieve zorg inhoudt. Lafeber: ‘Het gaat erom dat mensen op tijd het gesprek aangaan over de laatste levensfase en zich al in een vroeg stadium oriënteren op wat er in deze fase mogelijk is.’ En dat is veel meer dan mensen zich vaak realiseren, van thuiszorg via de wijkverpleging, met een professional praten over levensvragen, tot contact met lotgenoten.

Meer dan de stervensfase

De belangrijkste campagne-uiting is de website Overpalliatievezorg.nl, met tips, ervaringen en links naar websites van organisaties die kunnen helpen. Drie knoppen leiden de bezoeker meteen naar belangrijke thema’s: ‘Zo begint u het gesprek’, ‘Er is zorg en hulp voor u’ en ‘Keuzes om te maken’. Lafeber: ‘In 2018 hebben we een flitspeiling gedaan. Daaruit bleek dat ongeveer een derde van de mensen zegt te weten wat palliatieve zorg is. Maar als je doorvraagt, denken ze dus vrijwel allemaal aan de stervensfase. Met de campagne willen we uitdragen dat het er in palliatieve zorg juist gaat om ondersteuning en hulp vanaf het moment dat je kwetsbaar wordt of te horen krijgt niet meer te kunnen genezen.’ Het tweede doel is mensen – zowel burgers als professionals – de weg te wijzen naar plekken waar ze terecht kunnen met vragen of een verzoek om hulp. Op de website staat die informatie nu mooi op één plek, aldus Lafeber.

Herkenbare verhalen

In de campagne vertellen mensen die palliatieve zorg ontvangen hun verhaal. Ook degenen die deze zorg geven komen aan het woord. Daarnaast zijn er advertorials in (regionale) kranten, ervaringsverhalen in magazines en er is een folder. Volgens Lafeber kiezen veel overheidscampagnes bewust voor verhalen uit het echte leven. ‘Het spreekt mensen meer aan en de informatie wordt veel herkenbaarder. In ons geval kunnen we zo ook de verscheidenheid aan situaties in de palliatieve fase laten zien. Heel mooi is een filmpje met Ingrid, vrijwilligster in een hospice. Naast verhalen van mensen in de palliatieve fase laten we nu ook mensen uit de zorg aan het woord, zowel professionals als vrijwilligers.’

Over het léven

De reacties van publiek en professionals zijn over het algemeen erg positief, aldus Lafeber. De score is hoger dan bij de gemiddelde campagne van VWS. De echte verhalen maken volgens hem duidelijk indruk. Wel valt op dat sommige mensen dichtklappen bij het woord ‘dood’, vervolgt hij. Zij hebben dan als het ware geen oog meer voor de belangrijke boodschap van de campagne: palliatieve zorg gaat juist over het léven dat iemand nog rest. Lafeber: ‘In de vervolgcampagne zullen we dat nog wat sterker gaan benadrukken. Tussen ongeveer eind november en de kerst zullen de campagnespotjes gericht worden uitgezonden. Daarna blijft de website in de lucht. Naast de publiekssite is er palliaweb.nl, waar professionals handvatten en hulpmiddelen vinden.

Elkaar informeren

De campagne betrekt nadrukkelijk ook regionale organisaties en zorgverleners die daar werken. Lafeber: ‘We kunnen het natuurlijk niet alleen. De campagne stimuleert organisaties en professionals om anderen zoveel mogelijk over palliatieve zorg te vertellen en ze te wijzen op de materialen.’ Lafeber hoopt dat mensen er elkaar op gaan aanspreken, of het nu de huisarts is of een goede vriend of vriendin. ‘Voor mij is de campagne geslaagd als er straks vrijwel niemand meer tussen de wal en het schip valt. Dus dat mensen niet langer denken: ik kan niet meer genezen, dus voor mij is er geen zorg meer mogelijk.’

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg november 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

 

]]>
news-4905 Wed, 20 Nov 2019 15:04:00 +0100 Verslag projectleidersbijeenkomst Palliantie https://publicaties.zonmw.nl/projectleidersbijeenkomst-palliantie-meer-dan-zorg/ Op 19 september organiseerde Septet samen met ZonMw een projectleidersbijeenkomst met als thema: van onderzoek naar samenwerken in de praktijk. Bekijk nu het verslag. news-4882 Wed, 20 Nov 2019 13:40:00 +0100 Toolbox voor geneeskunde onderwijs https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/toolbox-voor-geneeskunde-onderwijs/ Elke arts krijgt met palliatieve zorg te maken én heeft er een verantwoordelijkheid in. Toch is het nog geen integraal onderdeel van de basisopleidingen geneeskunde. Pasemeco helpt Nederlandse faculteiten om hier verandering in te brengen. Een belangrijk instrument hierbij is de online toolbox met onderwijsmaterialen. Diverse materialen

Deze toolbox, sinds zomer 2019 online, bevat inmiddels een flinke hoeveelheid onderwijsmaterialen over onderwerpen als ziekte- en symptoomgericht handelen, zorgplanning, stervenszorg, communicatie, interdisciplinair werken en meer. ‘Die materialen zijn verzameld en ontwikkeld om onderwijsprofessionals in de basisopleidingen geneeskunde te ondersteunen. Ze kunnen hier vrijelijk gebruik van maken: sommige zijn ‘kant-en-klaar’, andere kunnen naar eigen inzicht worden aangepast’, vertellen Franca Warmenhoven en Judith Westen, projectleiders van Pasemeco.

Eerste ervaringen

Hoewel de toolbox nog in ontwikkeling is, wordt ze al op verschillende plaatsen gebruikt. Warmenhoven: ‘In elk geval zijn er al gebruikers in Amsterdam, Nijmegen, Groningen, Rotterdam, Utrecht en Maastricht. Wat we horen is dat mensen vooral blij zijn dát er een toolbox is. Men vindt hem makkelijk in het gebruik. Ook zijn mensen nieuwsgierig naar wat we nog aan het ontwikkelen zijn.’ In de komende maanden worden onder meer materialen verwacht in de leerlijn zingeving/communicatie, evenals kennisclips en ‘virtual patients’. In video-interviews en ervaringsverhalen komt de patiënt zelf aan het woord: ‘Studenten leren over de behoeften die de mens achter de patiënt heeft. Dit is essentieel in onderwijs over palliatieve zorg.’

Workshops

Iedereen die betrokken is bij onderwijs aan geneeskundestudenten kan de toolbox direct gebruiken. ‘Er is een instructievideo en docenten geven aan dat meer niet nodig is om aan de slag te kunnen. Wel is er soms behoefte om te sparren over het inbedden van palliatieve zorg in een bestaand programma. Daarvoor bieden we onder meer workshops op maat aan’, aldus Westen. In november zijn er onder andere workshops in Maastricht en tijdens het Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs (NVMO) congres.

Kennis delen

Samenwerken is een kenmerk van palliatieve zorg én van het Pasemeco-project: ‘De toolbox staat of valt met het delen van kennis, met en voor faculteiten. We delen kennis en bouwen voort op kennis en goede ideeën die er al zijn.’ Westen benadrukt dat nieuwe materialen van andere Palliantie-projecten ook welkom zijn: ‘We nemen alle leermiddelen rond palliatieve zorg op die geschikt zijn voor de bachelor of master geneeskunde. Dat kan variëren van richtlijnen tot voorlichtingsmateriaal of wetenschappelijke artikelen.’

In de toekomst

Samenwerking is ook kern van het vervolg ná afloop van het project. Warmenhoven: ‘Uiteraard willen we dat onderwijsprofessionals de toolbox kunnen blijven gebruiken. We kijken hiervoor naar nieuwe kanalen, zoals Palliaweb van het Integraal Kankercentrum Nederland en we werken al samen met het ZonMw project over Optimaliseren Onderwijs Palliatieve Zorg (O²PZ). Wat betreft updates denken we aan een inhoudelijke commissie die in de toekomst materialen beoordeelt en via de toolbox deelt. Het belangrijkste is dat palliatieve zorg wordt ingebed in het onderwijs en zo een vanzelfsprekend onderdeel kan worden van de zorgpraktijk. Daar doen we het voor.’

Meer informatie

 

]]>
news-4877 Wed, 20 Nov 2019 10:31:00 +0100 ‘Palliatieve zorg moet structureel in de onderwijscurricula’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/palliatieve-zorg-moet-structureel-in-de-onderwijscurricula/ Het door ZonMw gesubsidieerde programma Optimaliseren Onderwijs Palliatieve Zorg (O²PZ) is met twee jaar verlengd. Het eerste jaar is succesvol afgesloten, maar er is nog veel werk aan de winkel volgens programmamanager Marijke Dericks-Issing. ‘Onze doelen zijn ambitieus, maar haalbaar’. Goede basis

Dericks-Issing: ‘Het afgelopen jaar is een goede basis gelegd om het onderwijs over palliatieve zorg verder te optimaliseren. We zijn dan ook blij met de verlenging van de subsidie, waardoor we de gemaakte plannen kunnen realiseren. Het uiteindelijke doel van ons programma is het vergroten van de kwaliteit van leven en behandeling voor zorgvragers, maar vooral om zorgprofessionals beter voor te bereiden.’

Versnipperd onderwijs

 ‘Goede palliatieve zorg kun je leren. Maar het onderwijs op dat gebied is nogal versnipperd. Daardoor hebben zorgverleners onvoldoende kennis en is voor hen niet altijd duidelijk wat palliatieve zorg is. Bij palliatieve zorg wordt vaak gedacht aan de terminale fase, terwijl het veel meer omvat. Het gaat verder dan het medische aspect. Aspecten op psychisch, sociaal en spiritueel gebied zijn voor zorgvragers meestal veel belangrijker. Daarom is het van belang om op tijd het gesprek aan te gaan over kwaliteit van leven en niet te wachten tot het laatste moment.’

]]>
news-4883 Tue, 19 Nov 2019 16:27:00 +0100 Subsidieronde praktijk https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieronde-praktijk/ In oktober zijn er voor de subsidieronde van Palliantie ronde 2019 praktijk 70 subsidieaanvragen ingediend door Netwerken Palliatieve Zorg. Deze aanvragen zijn gericht op het implementeren van een interventie in de praktijk en op deelname aan het bijbehorende onderzoek. Het onderzoek heeft ZonMw in een eerder stadium al voorwaardelijk gehonoreerd met de voorwaarde dat er voldoende netwerken zijn die met de interventie aan de slag willen gaan. De aanvragen voor implementatie in de praktijk zijn mooi verdeeld over de verschillende onderzoeksvoorstellen. In januari 2020 beoordeelt de Palliantie commissie de subsidieaanvragen en neemt zij een besluit over de honorering van de aanvragen.

Meer informatie

]]>
news-4876 Tue, 19 Nov 2019 11:03:00 +0100 Update programma Zingeving en Geestelijke verzorging https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/update-programma-zingeving-en-geestelijke-verzorging/ Het doel van het programma Zingeving en Geestelijke verzorging is inzicht te verschaffen in hoe aandacht voor zingeving in de thuissituatie ingebed kan worden, waarbij rekening wordt gehouden met mogelijkheden van professionals en behoeften van de zorgvrager. Welke acties zijn al in gang gezet en wat kunt u de komende tijd van ons verwachten? Actieonderzoek voor Netwerken Palliatieve Zorg

Eind september zijn 8 samenwerkingsverbanden tot stand gekomen van actieonderzoekers samen met projectleiders Geestelijke verzorging in de thuissituatie. Per samenwerkingsverband is 1 subsidieaanvraag ingediend. De besluitvorming over de 8 subsidieaanvragen vindt plaats medio december. De gehonoreerde projecten starten vanaf januari 2020. Samenvattingen van de gehonoreerde projecten staan eind januari 2020 op onze website. Er wordt nog een coördinerend onderzoeker aangesteld.

Inventariseren initiatieven en organisatievormen

In het voorjaar van 2020 starten we met een inventarisatie van samenwerkingsinitiatieven en organisatievormen.

Financiering geestelijke verzorging in de thuissituatie/eerstelijn

Op woensdag 2 oktober heeft een expertmeeting plaatsgevonden bij VWS waar de verschillende bekostigingsmogelijkheden van de Geestelijke verzorging in de thuissituatie zijn bediscussieerd. Hier zijn ook voorlopige voorkeuren uitgesproken en gemeten. In november zal de minister een voorlopig standpunt hierover innemen. Het streven is dat begin 2020 de aanpak voor langere termijn bekend wordt. In december zal duidelijk worden welke kennisvragen op dit punt openstaan en wat ZonMw kan betekenen binnen dit korte tijdsbestek.

Expertmeeting over mogelijkheden voor onderzoek naar effecten

Op 26 november vindt een consensusbijeenkomst plaats over effectmeting van aandacht voor zingeving/inzet geestelijke verzorging. Hier zal de basis worden gelegd (advies) voor een subsidieoproep over effecten die in de loop van 2020 online gaat.

Programmatekst

Op dit moment vindt een serie interviews plaats op basis waarvan de programmatekst wordt opgesteld. Het gaat om een praktijkgericht programma. Deze programmatekst omvat prioriteiten voor de korte termijn en zal begin december 2019 worden aangeboden aan VWS.

Meer informatie

]]>
news-4875 Fri, 15 Nov 2019 13:00:00 +0100 Parel voor zingeving in de palliatieve zorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/parelprojecten/parel-voor-zingeving-in-de-palliatieve-zorg/ Op 15 november 2019 heeft prof. dr. An Reyners namens haar projectteam een ZonMw Parel uit handen van ZonMw directeur Henk Smid voor het project ‘Als niet alles is wat het lijkt’ in ontvangst genomen. Het project leert zorgverleners in de palliatieve zorg praten over zingeving met patiënten en hun naasten. De aanpak verbetert niet alleen de spirituele zorg in de palliatieve fase. Het verdiept ook de samenwerking binnen zorgteams. news-4766 Wed, 23 Oct 2019 16:52:09 +0200 UP! Talkshow: Leven en dood. In gesprek met je dokter. https://www.upinnederland.nl/agenda/up-talkshow-leven-en-dood/ Over onze dood willen we meer en meer iets te zeggen hebben. We gaan ons ‘recht’ halen bij de dokter (huisarts of ouderenarts), maar die heeft ook een geweten en een agenda. UP! bekijkt vanuit verschillend perspectief hoe dokter en patiënt de actieve levensbeëindiging bespreken. Presentator Hadassah de Boer ontvangt professor ouderengeneeskunde Cees Hertogh, huisarts Joost Zaat, Chazia Mourali, Warner Prevoo en Hanneke Groenteman. news-4725 Wed, 16 Oct 2019 13:07:54 +0200 Podcast Gender en gezondheid - #5 Mantelzorg en arbeid https://publicaties.zonmw.nl/podcast-gender-en-gezondheid/mantelzorg-en-arbeid/ ‘We verwachten tegenwoordig heel veel van vrouwen: niet alleen dat ze economisch zelfstandig zijn, maar ook dat ze voor anderen zorgen’, aldus Jet Bussemaker. Samen met Karin Proper van het RIVM spreekt zij over mantelzorg, arbeid en de verschillen daarbij tussen mannen en vrouwen. news-4679 Wed, 09 Oct 2019 14:33:58 +0200 De laatste levensfase kan lichter https://www.zonmw.nl/fileadmin/zonmw/afbeeldingen/Palliatieve_zorg/Artikel_De_laatste_levensfase_kan_lichter.pdf De ziekte van Parkinson verloopt bij iedereen anders. De laatste levensfase tijdig markeren kan het leven in die periode voor alle betrokkenen lichter maken. Ervaringsdeskundige Dorian van Amelsvoort en fysiotherapeut Trudy Bloem vertellen over hun ervaringen. Een ZonMw-artikel in het tijdschrift Pal voor U. news-4633 Tue, 01 Oct 2019 09:06:21 +0200 Uniek stripboek over mantelzorg in de laatste levensfase https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/uniek-stripboek-over-mantelzorg-in-de-laatste-levensfase/ Sinds 26 september ligt het boek ‘Naasten’ in de winkels. Het is een graphic novel, een beeldverhaal, over wat het voor mensen betekent om te zorgen voor iemand dichtbij die ernstig ziek is en binnenkort komt te overlijden. Het boekt verbeeldt mantelzorg in de laatste levensfase – gebaseerd op interviewonderzoek. In die fase ligt de focus vaak op de stervende, terwijl deze laatste fase ook voor de naaste familie en vrienden veel impact heeft.  Voor die impact is doorgaans minder aandacht. De tekeningen zijn aangrijpend, de verhalen zullen voor velen herkenbaar zijn. Dit beeldverhaal is een unieke samensmelting van de resultaten van het interviewonderzoek van Maaike Haan van het Radboudumc en het werk van twee tekenaars, Melanie Kranenburg en Niek van Ooijen, afstuderende studenten van ArtEZ hogeschool voor de kunsten in Zwolle. Het boek is mogelijk gemaakt door het ZonMw-Palliantieproject 'De mantel der liefde verbeeld. De ontwikkeling van een graphic novel over mantelzorg in de palliatieve fase als bron voor publiekseducatie'.

Twee verhaallijnen

Het boek bevat een verhaallijn over kanker en een over COPD. Als lezer volg je afwisselend Geert die zorgt voor zijn vrouw met uitgezaaide kanker en Eva die zorgt voor haar vader met COPD. De verhalen van Geert en Eva illustreren hoe ingewikkeld en confronterend het soms kan zijn, hoeveel druk het kan geven om voor de laatste keer het goede te doen voor de ander – maar ook hoe liefdevol, mooi en dankbaar dit zorgen kan zijn.

Verwachtingen rond mantelzorg

Mantelzorg is een belangrijk maatschappelijk thema. Vaak gebruiken we een term als ‘overbelast’ in relatie tot mantelzorgers. Daarbij past de gedachte dat die ‘last’ moet worden weggenomen of opgelost. Het interviewonderzoek van Maaike Haan roept echter de vraag op of dat wel mogelijk en altijd wenselijk is. Uit haar interviews met mantelzorgers blijkt namelijk dat mantelzorgers voortdurend het gevoel hebben dat ze beschikbaar moeten zijn voor de ander en de zorg en het regelen maar moeilijk los kunnen laten. Daarin spelen allerlei verwachtingen mee; over wat hoort en wat goed is om te doen voor je stervende naaste. Vanuit liefde bijvoorbeeld, of omdat je ouders vroeger voor jou zorgden, of omdat je nog maar één kans hebt om iets voor de ander te doen – ook als je eigenlijk doodmoe bent. Deze gedachte laat mantelzorgers nooit los. Even weggaan uit de situatie is dan ook niet per se de oplossing. Ook de hulp van professionals die zorgtaken overnemen neemt dat gevoel vaak niet weg. En misschien hoeft dat ook niet altijd: het zorgen kan voor sommigen belangrijk of waardevol zijn. Het is nodig om meer zicht te krijgen op wat een mantelzorger vanbinnen drijft, zodat de omgeving dat beter begrijpt en daar rekening mee kan houden.   

Ervaringen via strips zichtbaar maken

 ‘Naasten’ is niet bedoeld als informatief boek of handleiding ‘zo zorg je voor iemand’. Het wil een inkijk geven in wat het voor mantelzorgers kan betekenen om te zorgen voor iemand die binnenkort komt te overlijden. Het boek past binnen de beweging van ‘graphic medicine’, waarin men via strips ideeën en ervaringen van ziekte en gezondheid meer zichtbaar, begrijpelijk en bespreekbaar probeert te maken in onderwijs en patiëntenzorg.

Treffend beeldverhaal

‘Naasten’ was voor de tekenaars de meesterproef, het afstudeerproject. Melanie en Niek namen ieder één verhaallijn voor hun rekening. Twee verschillende stijlen, die samensmelten tot één treffend beeldverhaal over levensgebeurtenissen waarmee we vroeg of laat allemaal te maken krijgen.

Meer informatie

 

 

]]>
news-4629 Fri, 27 Sep 2019 13:38:21 +0200 Primeur: Wensenboekje https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/primeur-wensenboekje/ Zit je in de laatste levensfase? En heb je nog wensen? Schrijf deze dan op! Wanneer wensen worden opgeschreven, komen deze namelijk vaker uit. Er is vaak meer mogelijk dan wanneer dit niet is gedaan, ook omdat de naasten zich actief gaan inzetten om wensen uit te laten komen. De Netwerken Palliatieve Zorg Twente hebben hiervoor het ‘Wensenboekje’ ontwikkeld. Met het boekje is er nadrukkelijk aandacht voor het vroegtijdig bespreekbaar maken van de laatste levensfase en de wensen die iemand nog heeft. De Netwerken Palliatieve Zorg Twente hebben dit boekje kunnen ontwikkelen, mede door een financiële bijdrage van Enscheday4Quality.

Mooiste Wensenboekje van Nederland

Uit onderzoek blijkt dat als wensen worden opgeschreven, wensen vaker uitkomen dan wanneer dit niet gebeurt. Er is vaak meer mogelijk dan verwacht als de wensen maar bekend zijn. Recent is er door de netwerken het ‘Wensenboekje’ ontwikkeld. Gerda Kievitsbosch (coördinator) trots: 'Volgens ons is dit het mooiste Wensenboekje van Nederland, met schrijfruimte voor wensen en weetjes, maar ook met praktische tips en vragen die je kan gebruiken bij je gesprek met de arts bijvoorbeeld.' Het boekje is gratis en bedoeld om patiënten, naasten en hulpverleners te helpen bij het in gesprek gaan over wat belangrijk is voor hen in de laatste levensfase.  

Over het boekje

  • Voor wie? - Dit boekje is bedoeld voor iedereen die wil nadenken over de laatste levensfase. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat iemand een ongeneeslijke en/of chronische ziekte heeft die achteruitgaat. Of omdat iemand bepaalde ervaringen heeft.
  • Wat biedt het boekje? - Handvatten, inspiratie voor gesprekken, tips en hopelijk structuur, rust en inzicht.
  • Waar vind ik het boekje? - Een digitale versie van het boekje is te vinden op de website van Netwerken Palliatieve Zorg.
  • Een (gratis) gedrukt boekje kan aangevraagd worden door een mail te sturen naar NPZTwente@hotmail.com onder vermelding van Wensenboekje en uw naam en adres.

Aandacht voor Palliatieve zorg

Aandacht voor het vroegtijdig bespreekbaar maken van het levenseinde – dat is 1 van de doelen van de Netwerken Palliatieve Zorg Twente. De netwerken zijn in het kader van hun 15-jarig bestaan dit jaar in september gestart met een bewustwordingscampagne ‘Zie mij… en mijn levenseinde’. Tijdens deze campagne worden ook 2 publieksavonden georganiseerd op 1 en 16 oktober – hierover volgt snel meer informatie. Houd de website van de netwerken in de gaten voor meer informatie.

 

]]>
news-4612 Wed, 25 Sep 2019 13:51:18 +0200 Actieonderzoekers over ervaringen met implementatie https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/actieonderzoekers-over-ervaringen-met-implementatie/ Het verbeteren van de transmurale samenwerking in de palliatieve zorg. Dat is het doel van het project ‘Transmurale samenwerking palliatieve zorg in de regio Zuidwest-Nederland’. Andrée van der Ark en Marijanne Engel, beiden als actieonderzoeker verbonden aan dit project, vertellen over hun ervaringen met de implementatie van verbeteracties rond transmurale samenwerking. Bottom-up

‘In elk van de 7 deelnemende netwerken wordt een leer- en verbetertraject uitgevoerd op het gebied van transmurale samenwerking in de palliatieve zorg. Netwerken hebben gekozen voor een traject rond transmurale consultatie, transmurale overdracht of een transmuraal zorgpad. Dat gebeurt bottom-up: de praktijk heeft zelf de leiding. Wij als actieonderzoekers sluiten daarbij aan, observeren, analyseren, koppelen terug en doen aanvullend onderzoek. We sturen niet bewust, maar hebben wel soms een sturende invloed. Bijvoorbeeld door terugkoppeling van verzamelde data, wat invloed heeft op het proces.’ Marijanne en Andrée merken dat dit goed werkt. ‘Als je als onderzoeker teveel de rol van de projectleider inneemt, dan verschuift het eigenaarschap en gaan mensen naar jou kijken. Het is juist bij transmurale samenwerking belangrijk dat het proces gedragen wordt door alle deelnemers.’

CFIR-methode

Andrée geeft aan dat ze de CFIR-methode gebruiken, ofwel het ‘Consolidated Framework for Implementation Research’. Hiermee worden belemmerende en bevorderende factoren voor implementatie in kaart gebracht. ‘Dit helpt ons om onze bevindingen in het project te structureren. Wij gebruiken deze tool in het project echter vooral voor het onderzoek. De implementatiestrategieën in de verbetertrajecten komen namelijk voort uit de praktijk. De projectgroep bedenkt zelf welke strategie op dat moment relevant is.’

Verschillende strategieën

De onderzoekers zien dat de eerste fasen van het implementatieproces nogal eens door elkaar lopen en dat de implementatiestrategieën niet altijd heel bewust worden ingezet. Wel worden er verschillende typen implementatiestrategieën ingezet.’ Marijanne: ‘Vanuit mezelf is de neiging groot om te informeren. Je wilt informatie geven waardoor men ziet hoe een bepaald knelpunt opgelost kan worden. Maar wij merken dat informeren alleen niet voldoende is om mensen mee te krijgen. Motiverende strategieën zijn ook nodig. Daarbij is het enorm belangrijk wie de informatie geeft: het werkt bijvoorbeeld beter als een zorgverlener vertelt over zijn ervaringen met een interventie, dan dat wij als onderzoekers erover vertellen. Ook timing is belangrijk: als een paar zorgverleners enthousiast zijn, kan het opeens gaan rollen’.

Eigen verantwoordelijkheid

Op de vraag wat goed werkt, antwoordt Andrée: ‘Je ziet duidelijk dat  als mensen zelf aan de slag gaan en verantwoordelijkheden krijgen, het eigenaarschap groeit. Indien dit niet gebeurt, dan is er meer terughoudendheid.’

Dossieronderzoek

Marijanne: ‘In één van de netwerken voeren wij momenteel een dossieronderzoek uit. Dit helpt om in de betreffende keten zaken in beweging te zetten. Er wordt met dit dossieronderzoek goed gekeken naar wat er niet goed loopt.’ Het inzicht in verbeterpunten vergroot volgens Marijanne de motivatie om aan de slag om deze zaken te verbeteren. ‘Het was voor mij verrassend om te zien dat je met een dossieronderzoek zoveel impact kunt hebben.’

Klein beginnen

In een ander netwerk zagen ze juist dat een heel kleine aanpak om mee te starten ook kan werken. In dat netwerk koos men ervoor om klein te beginnen, met weinig registratielast, om zo de start laagdrempelig te maken. ‘Als hiermee positieve ervaringen worden opgedaan, kunnen grotere stappen gezet worden,’ aldus de onderzoekers.

Draagvlak

Andrée en Marijanne benoemen tot slot dat het belangrijk is dat alle relevante partijen vanaf het begin betrokken zijn. ‘Onderschat de benodigde tijdsinvestering daarvoor niet. Draagvlak creëren duurt langer dan je verwacht. Ook de stap naar concretisering wordt vaak onderschat. Van het kiezen van een interventie naar de daadwerkelijke aanpak, vraagt dat mensen zich meer gaan verdiepen en er knopen worden doorgehakt.’

Meer informatie

 

]]>
news-4568 Wed, 25 Sep 2019 13:24:00 +0200 Start programma Zingeving en Geestelijke verzorging https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/start-programma-zingeving-en-geestelijke-verzorging/ De minister van VWS heeft begin 2019 subsidie beschikbaar gesteld aan de netwerken Palliatieve Zorg voor de inzet van geestelijk verzorgers in de thuissituatie. Met het ZonMw-programma Zingeving en Geestelijke verzorging wordt de verdere ontwikkeling van aandacht voor zingeving en inzet van geestelijke verzorgers ondersteund. Doel

Het doel van het programma is inzicht te verschaffen in hoe aandacht voor zingeving in de thuissituatie ingebed kan worden, waarbij rekening wordt gehouden met mogelijkheden van professionals en behoeften van de zorgvrager. Bovendien wordt duidelijk hoe deze aandacht ervaren wordt door de mensen die geestelijke verzorging krijgen en de betrokken zorgprofessionals, vrijwilligers en mantelzorgers.

Actieonderzoek

Zingeving en Geestelijke verzorging is een praktijkgericht programma voor kennisontwikkeling en –implementatie van inzet van geestelijke verzorging in de thuissituatie en aandacht voor zingeving door andere professionals en naasten. De uitvoering is direct gestart in 2019 waarbij er voorrang wordt gegeven aan het opstarten van het actieonderzoek. De overige 4 actiepunten staan beschreven in de Outline.

Matchmaking

In september 2019 heeft een matchmaking-bijeenkomst plaatsgevonden tussen geselecteerde actieonderzoekers en projectleiders Geestelijke verzorging thuis. Zij kunnen gezamenlijk een subsidieaanvraag indienen op de oproep die op dit moment openstaat. In het najaar wordt de definitieve programmatekst geschreven.

Meer informatie

 

]]>
news-4567 Wed, 25 Sep 2019 11:09:00 +0200 Vervolg ZonMw-programma Palliantie https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/vervolg-zonmw-programma-palliantie/ De minister van VWS heeft afgelopen juni in een opdrachtbrief aan ZonMw bevestigd het programma 'Palliantie. Meer dan zorg' te willen continueren. Het vervolg van Palliantie bouwt voort op resultaten uit eerdere programma’s gericht op palliatieve zorg. Vervolg Palliantie

Palliantie 2021-2026 blijft een praktijkgericht programma met open en gerichte subsidierondes. Bij het verder vormgeven van Palliantie 2021-2026 betrekt ZonMw in de komende periode ook weer relevante partijen uit praktijk, beleid, onderwijs en onderzoek.

Meer informatie

]]>
news-4598 Mon, 23 Sep 2019 08:23:56 +0200 Landelijke website over geestelijke verzorging http://www.geestelijkeverzorging.nl/ Mensen worden op allerlei momenten geconfronteerd met levensvragen. Bijvoorbeeld bij ziekte, ouder worden, tijdens werk, in detentie of op uitzending. Op de nieuwe website www.geestelijkeverzorging.nl vinden burgers en professionals wanneer, waar en hoe ze een beroep kunnen doen op geestelijke verzorging en in het bijzonder op de geestelijk verzorger. news-4592 Fri, 20 Sep 2019 15:01:20 +0200 Palliatieve zorg in opleiding geneeskunde https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/palliatieve-zorg-in-opleiding-geneeskunde/ Palliatieve zorg hoort niet alleen thuis bij huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde. Nagenoeg elke arts krijgt in de praktijk met palliatieve zorg te maken. Dat pleit voor integratie van palliatieve zorg in de basisopleidingen geneeskunde.
'Neem bijvoorbeeld neurologen: zij behandelen en begeleiden veel patiënten met chronische – en vaak levensbedreigende – ziekten, zoals multiple sclerose (MS) of Parkinson. En denk ook aan intensivisten, die regelmatig end-of-life gesprekken voeren. In feite mag elke arts zich bij ongeneeslijk zieke patiënten afvragen wat een onderzoek of ingreep oplevert in termen van kwaliteit van leven, in plaats van zonder meer de gebruikelijke protocollen te volgen', stelt dr. Franca Warmenhoven, projectleider van Pasemeco.

Pasemeco project

De zorg rondom het levenseinde is steeds meer een expliciet onderdeel van de reguliere medische zorg. Dat impliceert dat artsen, ongeacht hun specialisme, op hun rol daarin moeten worden voorbereid. Onderzoek wijst echter uit dat dit nog onvoldoende gebeurt. Het Pasemeco project wil hier verandering in brengen en, in samenwerking met de medische basisopleidingen, palliatieve zorg integreren in de Nederlandse bachelor en master geneeskunde.  

Attitude

Palliatieve zorg vraagt aanvullende kennis en vaardigheden, en - misschien als belangrijkste - een andere attitude: studenten leren dat zij naast genezen ook een verantwoordelijkheid hebben om patiënten te begeleiden die niet beter kunnen worden. Het gaat om kwaliteit van leven én sterven, het maken van afwegingen en zorgplanningen, en het bieden van zorg passend bij de individuele patiënt en diens omgeving. Onderwijskundige en projectteamlid dr. Daniëlle Verstegen: 'Ook vanuit onderwijskundig perspectief is het beter om palliatieve zorg te integreren in het curriculum – in plaats van het toe te voegen als apart vak. Palliatieve zorg is een regulier onderdeel in de volle breedte van de zorg, laat het dan ook in al die contexten worden aangeleerd en geoefend.'

Toolbox voor onderwijs

Om de Nederlandse geneeskunde opleidingen te ondersteunen met integratie van palliatieve zorg, ontwikkelt Pasemeco een toolbox met onderwijsmaterialen. Er zijn materialen voor onderwerpen als ziekte- en symptoomgericht handelen, zorgplanning, stervenszorg, communicatie, interdisciplinair werken en meer. Onderwijsprofessionals kunnen deze toolbox, inmiddels in bètaversie, testen en gebruiken. De toolbox wordt verder ontwikkeld en aangevuld met nieuwe materialen. Ook verzorgt Pasemeco instructies en docententrainingen. Coördinator Expertisecentrum Palliatieve Zorg MUMC en verplegingswetenschapper dr. Annemie Courtens: 'Dit alles gebeurt in samenwerkingen met faculteiten en andere belanghebbenden. Zo is er afstemming met onderwijs voor verpleegkundigen en landelijk via het programma O²PZ . Via integratie in het onderwijs is goede palliatieve zorg straks écht een vanzelfsprekend onderdeel van de zorgpraktijk.'

i de Bruin, J., Verhoef, MJ., Slaets, J.P.J. et al. Perspect Med Educ (2018) 7: 325. doi: 10.1007/s40037-018-0447-4

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg, editie september 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

Meer informatie

]]>
news-4589 Fri, 20 Sep 2019 11:46:45 +0200 Regionale samenwerking brengt de juiste zorg op de juiste plek https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/regionale-samenwerking-brengt-de-juiste-zorg-op-de-juiste-plek/ Sinds 2015 stimuleert het programma Naar regionale oncologienetwerken de oncologische netwerkzorg. Het Citrienfonds financiert het programma. Tientallen projecten bevorderen de samenwerking over de muren van ziekenhuizen heen. Belangrijk, want daardoor kunnen zorgverleners, patiënten en naasten samen betere keuzes maken over de zorg. En nu is er een ambitieuze agenda voor de komende vier jaar, opgesteld samen met de Taskforce Oncologie. Bescheiden blijven

Iedere patiënt met kanker moet altijd de juiste zorg krijgen, vindt programmaleider Hans Nijman, tevens gynaecoloog-oncoloog aan het UMCG. ‘Daarvoor zijn nieuwe netwerken nodig, net als het stimuleren en faciliteren van bestaande samenwerkingsverbanden.’ Hij geeft een voorbeeld uit de palliatieve zorg om de urgentie voor samenwerking te onderstrepen. ‘We hopen altijd dat een ongeneeslijk zieke patiënt zo lang mogelijk kwaliteit van leven mag ervaren. Een medisch specialist kan nooit in zijn eentje inschatten wat daarvoor nodig is. Er zijn zoveel behandelingen mogelijk, en een deel van de patiënten wil misschien juist liever helemaal geen behandeling. Ons  medisch specialisten past bescheidenheid.  Laten we behandelresultaten delen én openstaan voor de kennis van andere zorgverleners.’

Afgewogen keuze maken

Steeds meer zorgaanbieders kiezen voor gezamenlijke kankerzorg. Inmiddels participeren alle 8 UMC’s en ruim 80 ziekenhuizen in regionale oncologienetwerken. Zorgverleners van verschillende ziekenhuizen overleggen over behandelopties voor individuele patiënten. Daardoor kunnen patiënt, naasten en artsen gezamenlijk een meer afgewogen keuze maken. Wat ook helpt zijn de technologische oplossingen voor het uitwisselen van informatie. Steeds meer ziekenhuizen wisselen digitaal patiëntgegevens uit, uiteraard veilig en volgens de privacyregels. Patiënten weten eerder waar ze aan toe zijn en krijgen sneller zorg.   

Agenda

Voor nog betere oncologische zorg is een agenda ontwikkeld, samen met de Taskforce Oncologie. Dat is een landelijk overleg waarin belangrijke stakeholders (NFK, NFU, NVZ, IKNL, FMS/SONCOS, NHG) samenwerken aan verdere verbetering van de oncologische zorg. Agendapunten zijn onder meer een passend behandelplan voor iedere patiënt, de digitale uitwisseling van gegevens verder verbeteren en een werkwijze ontwikkelen voor het bepalen van de juiste plek voor individuele zorg. Een grote uitdaging is het vraagstuk financiering, zegt Nijman. ‘Voor innovatie in netwerken is regiogebonden financiering een pre. We overleggen met zorgverzekeraars over de mogelijkheden.’

Digitaal Proactief Palliatief Zorgplan

Het verbeteren van de palliatieve zorg is ook een belangrijk onderdeel van de agenda. De indicatoren uit het Kwaliteitskader Palliatieve Zorg sluiten naadloos aan bij de ambities, zegt Nijman. Het deelproject Digitaal Proactief Palliatief Zorgplan is een van de speerpunten. Projectleider Ina Wolthers van het UMCG werkte als verpleegkundige en zag dat mensen die ongeneeslijk ziek zijn vaak te laat een palliatief zorgplan krijgen. Dat moest anders, vond ze.
‘Het verhaal van de patiënt vroeg in kaart te brengen is essentieel voor goede palliatieve zorg’, benadrukt Wolthers. Die patiënt is ook gewoon mens. Met een gezin, familie, vrienden, hobby’s en nog allerlei wensen en doelen. De één wil zo lang mogelijk leven, bijvoorbeeld om nog een kleinkind geboren te zien worden. Een ander kiest voor maximale kwaliteit van leven, ook al komt het einde dan mogelijk iets eerder.’
In een pilot werd bij meerdere patiënten thuis aan de keukentafel besproken wat zij in hun palliatief zorgplan willen opnemen. Wolthers somt op: ‘Wat te doen als u veel pijn krijgt? Wilt u een seintje als er nieuwe informatie is over behandelingen? Waar wilt u het in een volgend gesprek met de medisch specialist over hebben?’ De pilot maakte duidelijk hoe waardevol een persoonlijk palliatief zorgplan is voor patiënten en naasten, zegt Wolthers. ‘Een patiënt merkte op dat wensen besproken zijn die vroeger nooit benoemd werden.’

Drie gouden lessen voor de praktijk:

1) Stel een palliatief zorgplan kort na de diagnose op. Houd het zorgplan actueel en geef de patiënt de optie zijn of haar wensen te allen tijde aan te passen. Een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) is een handig digitaal hulpmiddel voor toegang tot het zorgplan.
2) Maak het zorgplan beschikbaar voor alle zorgverleners, dus ook voor de huisarts, de thuiszorg en de fysiotherapeut. Zo werkt iedereen vanuit hetzelfde uitgangspunt en weten ze steeds real time wat er van ze verwacht wordt.
3) Houd het uitwisselen van informatie veilig en gebruiksvriendelijk en waarborg de privacy.

Meer informatie

Het Citrienfonds is een initiatief van de NFU en ZonMw.

]]>
news-4588 Fri, 20 Sep 2019 10:07:24 +0200 'Vrijwel niemand met een proactief zorgplan sterft nog in het ziekenhuis' https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/vrijwel-niemand-met-een-proactief-zorgplan-sterft-nog-in-het-ziekenhuis/ Medisch specialisten zijn veelal sterk gericht op behandelen, op willen genezen. Met de patiënt in gesprek gaan over de palliatieve fase blijkt vaak lastig. In het UMCG zijn hiermee veel goede ervaringen opgedaan in een ZonMw-project MAPRO. Artsen, patiënten en naasten zijn er heel tevreden over. Soms komen mensen met hartfalen al jaren op de poli, zonder dat ter sprake komt hoe om te gaan met het feit dat ze niet zullen genezen. Wat is voor patiënt en naasten belangrijk in de laatste levensfase? Welke zorg draagt het beste bij aan hun kwaliteit van leven? Pauline de Graeff, internist-ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg aan het Groningse UMCG, is één van de onderzoekers in een ZonMw-project over proactieve zorgplanning . Het omvat drie deelprojecten rond dementie, hartfalen en kanker. De Graeff: ‘Het is een pragmatisch project. In de concrete praktijk van de betreffende specialismen ondersteunen we professionals bij het gesprek over palliatieve zorg.’

Nog lang niet weg!

Als cardioloog is Jenifer Coster betrokken bij het hartfalenproject. ‘Artsen én patiënten denken bij de term “palliatief” al snel aan de stervensfase, aan morfine en snel doodgaan. Hartfalen is een ernstige ziekte met een grillig verloop, met goede dagen maar soms ook forse terugval. Zolang alles redelijk goed gaat, zeggen mensen vaak: wat nou, palliatieve zorg? Ik ga toch nog niet dood? De patiënt begint er niet over, en de dokter “dus” ook niet. Totdat het eigenlijk te laat is voor goede proactieve zorgplanning.’ Volgens De Graeff zijn veel patiënten met hartfalen er inderdaad niet op voorbereid, maar zijn ze blij als de dokter het gesprek opent. ‘En de cardiologen zelf ook, want iemand zes keer per jaar opnemen voelt ook niet goed.’ Coster: ‘Op een gegeven moment gaat de rek eruit en kun je je afvragen wat de meerwaarde is van nóg een opname. Dan is het goed als je van tevoren hebt besproken wat de voordelen zijn van behandeling thuis, onder begeleiding van de eigen huisarts. En dat je zeker weet dat er goede transmurale zorg is in de regio.’

Samen een traject in

Inmiddels merkt De Graeff dat artsen zich vertrouwder voelen bij het thema. Collega-specialisten kloppen eerder aan bij het palliatief zorgteam om ondersteuning bij een proactief zorgplan, en de kwaliteit van de plannen wordt ook beter. Coster benadrukt dat het een veranderproces is, waarin het belangrijk is dat collega’s elkaar onderling ondersteunen. ‘Er is een richtlijn voor palliatieve zorg bij gevorderd hartfalen, maar in de cardiologieopleiding leer je niet om deze gesprekken te voeren. We proberen hier echt iets nieuws te introduceren, en dat kost tijd.’ De Graeff schetst de verschillen met de andere deelprojecten. Bij de oncologen is het op een bepaalde manier ‘makkelijker’, want vrijwel elke patiënt vraagt na de diagnose kanker uit zichzelf: ga ik nu dood? Bij dementie is het al weer ingewikkelder, want na de diagnose leven mensen vaak nog jarenlang. De Graeff: ‘De crux is hoe dan ook er tijdig over te beginnen, zodat je als arts en patiënt samen een traject ingaat.’

Niet meer sterven in het ziekenhuis

Het belangrijkste vinden De Graeff en Coster dat zowel artsen, verpleegkundig specialisten als patiënten en naasten veel tevredener zijn, ook over de communicatie met en tussen alle betrokkenen. De Graeff: ‘Maar er is nog veel te doen. Nog altijd overlijden mensen met hartfalen vaak heel kort nadat er een proactief zorgplan is gemaakt. Die plannen komen soms dus erg laat. Maar intussen sterft bijna niemand met een zorgplan nog in het ziekenhuis, een teken dat het werkt om in gesprek te gaan en samen zo’n plan te maken.’ Een grote uitdaging is de implementatie van de aanpak die zich in Groningen aan het bewijzen is. Coster: ‘Ik merk dat collega’s er meer belangstelling voor krijgen, al hebben ze nog veel vragen over hoe dit het handen en voeten te geven. Ze zien nog wel een heuvel voor zich. Maar als je daar eenmaal overheen bent, komt het ook echt op gang.’

Drie gouden lessen voor 'het goede gesprek’ over de palliatieve fase

1) Bed het gesprek over palliatieve fase al vroeg in het traject in. Begin er dus al over op de poli, bijvoorbeeld als je patiënt net goed is ingesteld op medicatie, en wacht niet tot de zoveelste opname.

2) Ook al verwachten mensen het vaak niet, het lucht ze vrijwel altijd op te weten dat ze er met hun arts of verpleegkundige gewoon over kunnen praten.

3) School je bij én laat je inspireren door ‘good practices’. Klop dus zeker ook aan bij de collega’s van het UMCG.

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg, editie september 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

Meer lezen

 

]]>
news-4585 Fri, 20 Sep 2019 08:25:50 +0200 'Bij hartfalen begint de palliatieve fase op dag 1' https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/bij-hartfalen-begint-de-palliatieve-fase-op-dag-1/ Hartfalen is een ernstige ziekte, waaraan meer mensen binnen een jaar na een eerste opname overlijden dan bij kanker. Toch is er nog weinig besef hoe belangrijk palliatieve zorg is bij hartfalen. Cardioloog Petra van Pol pleit voor een tijdig gesprek met patiënt en naasten. ‘Ik maak het nog regelmatig mee dat een patiënt opgelucht is als ik vertel dat hij kortademig is vanwege hartfalen. Gelukkig, het is geen kanker! Maar veel mensen weten niet dat bijna de helft van de patiënten die met hartfalen worden opgenomen, binnen een jaar overlijdt. Bij kanker zijn die cijfers gemiddeld toch een stuk gunstiger.’ Petra van Pol is cardioloog in het Leidse Alrijne Ziekenhuis en commissielid van het ZonMw programma Palliantie. Haar boodschap is helder: er is bewustwording nodig dat palliatieve zorg en hartfalen bij elkaar horen. Het programma Connect  van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC), dat Van Pol leidt, heeft er veel aandacht voor. De Toolkit Hartfalen  besteedt er bijvoorbeeld een heel hoofdstuk aan. En het is onderdeel van de ‘landelijke transmurale afspraak hartfalen’, waarin patiënten, eerste- en tweedelijnszorgverleners en zorgverzekeraars hebben vastgelegd hoe patiënten over en weer worden doorverwezen.

Proactief zorg inzetten

Mensen die horen dat ze kanker hebben, vragen hun arts vaak meteen: ‘Ga ik nu dood?’ Bij hart- en vaatziekten gebeurt dat veel minder. Van Pol: ‘Je begint dus eigenlijk al met een achterstand. In de praktijk komt het gesprek over palliatieve zorg soms pas op gang als iemand in het ziekenhuis terechtkomt. En zeker bij hartfalen is dat te laat. Je hebt het dan eigenlijk al meteen over palliatieve terminale zorg.’ Het probleem is dat hartfalen een erg onvoorspelbaar beloop kan hebben. Veel mensen overlijden dus binnen een jaar, maar Van Pol heeft ook patiënten die al 20 jaar op de poli komen. ‘Ik begin niet meteen over de dood, maar vertel wel dat hartfalen net zo ernstig is als kanker. En het is bij vrijwel niemand te genezen. Ik wil dus tijdig met patiënt en naasten in gesprek over wat zij willen als de ziekte onverhoopt snel verslechtert. Zodat je proactief passende zorg kunt inzetten.’

Halsoverkop opgenomen

Van Pol benadrukt dat cardiologen, zeker als ze gespecialiseerd zijn in hartfalen, vaak een langdurige vertrouwensband opbouwen met hun patiënten. Dat maakt het makkelijker het gesprek over de palliatieve fase te openen. Verpleegkundig specialisten, die nauw bij de behandeling betrokken zijn, hebben veel tijd voor persoonlijke gesprekken. Van Pol: ‘In ons ziekenhuis werken we bovendien intensief samen met het palliatief team. Zoiets gun ik al mijn collega’s in het land.’ In contacten met collega-cardiologen merkt Van Pol dat zij de noodzaak om over palliatieve zorg te spreken steeds scherper zien. ‘We zijn opgeleid om te behandelen en als het even kan iemand te genezen. Pas als dat echt niet lukt, begint voor veel collega’s de palliatieve fase. Ik zie het als een uitdaging het besef te laten doordringen dat er een verschil is tussen de palliatieve fase en de palliatieve terminale fase. De palliatieve fase begint zeker bij hartfalen al op de dag van de diagnose.’ Terminale zorg is belangrijk, aldus Van Pol, maar je bent te laat als je pas in het laatste stadium over passende zorg begint. Daardoor overlijden volgens haar nog altijd teveel mensen ongewild in het ziekenhuis, waar ze op ’t laatst nog halsoverkop worden opgenomen.

Samen verbeteringen realiseren

Van Pol is nu een jaar lid van de ZonMw-programmacommissie Palliantie. Ze noemt het ‘indrukwekkend’ wat er in de palliatieve zorg wordt ontwikkeld en wat er aan wetenschappelijk onderzoek gebeurt. ‘De grote uitdaging is nu om de opbrengsten van dat alles ook breed in de praktijk te implementeren, zodat de patiënt er optimaal van profiteert.’ De aanpak van Connect is wat Van Pol betreft een voorbeeld. ‘Als je goed samenwerkt, met alle partijen én met alle regio’s, ontstaat bij de duidelijk overal aanwezige passie en ambitie ook het vertrouwen om samen de noodzakelijke verbeteringen in de praktijk te realiseren.’

Drie gouden tips voor 'het goede gesprek’ over de palliatieve fase in de cardiologie

1) Niet alles wat kan, hoeft!
2) Geleerd van een oncoloog wiens vader is overleden aan hartfalen: ’Prepare for the worst, hope for the best.’
3) Palliatieve terminale zorg is voor de patiënt iets ánders doen, niet ‘niets’ meer doen.

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg, editie september 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

Meer lezen

 

]]>
news-4572 Wed, 18 Sep 2019 14:53:23 +0200 Kwaliteitskader beter in beeld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kwaliteitskader-beter-in-beeld/ Het kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland is leidend voor het verlenen van goede zorg aan mensen in de palliatieve fase en hun naasten. ZonMw heeft alle projecten binnen het programma 'Palliantie. Meer dan zorg' ingedeeld volgens de 10 domeinen die in het kader worden beschreven. Onderzoek en resultaten beter in beeld

ZonMw laat met deze indeling zien welke onderzoeks- en implementatieprojecten er lopen en welke onderzoeksresultaten er zijn. Onderzoekers kunnen zien op welke domeinen op dit moment geen of weinig onderzoek wordt gedaan. Deze informatie kunnen zij gebruiken bij het ontwikkelen van nieuwe onderzoeksvoorstellen.

ZonMw projecten

Het overzicht geeft geen volledig beeld van alle lopende onderzoeken en onderzoeksresultaten in Nederland. ZonMw heeft binnen andere programma’s zoals bij Langdurige Zorg of Ouderen ook projecten die ondergebracht kunnen worden in deze indeling. Deze onderzoeken en resultaten worden later toegevoegd. Daarnaast dragen ook andere financiers en uitvoerders bij aan onderzoek en projecten voor een goede uitvoering van het Kwaliteitskader.

Meer informatie

Kwaliteitskader informatie voor patiënten

 

]]>
news-4546 Mon, 16 Sep 2019 13:17:16 +0200 Optimalisatie begint bij onderwijs: interview met Marijke Dericks Issing https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/optimalisatie-begint-bij-onderwijs-interview-met-marijke-dericks-issing/ Op 1 oktober is het Symposium Onderwijs Palliatieve Zorg, georganiseerd vanuit het programma Onderwijs en Opleiden Palliatieve Zorg (O²PZ). Programmamanager Marijke Dericks Issing vertelt waarom dit symposium zo belangrijk is. Palliatieve zorg moet eerder

Door de verbeterde behandelingen leven patiënten met een ongeneeslijke ziekte steeds langer. Het bespreken van palliatieve zorg in de laatste fase moet daarom eerder, omdat daarmee alle zorg beter aangesloten kan worden op de mens achter de patiënt. Zowel de kwaliteit van leven als de kwaliteit van de behandeling wordt daarmee verhoogd. De verbetering begint bij het optimaliseren van het onderwijs over palliatieve zorg. Dat is waar O²PZ zich hard voor maakt en wat het thema vormt van het Symposium Onderwijs Palliatieve Zorg op 1 oktober. Dit symposium is bedoeld voor o.a. docenten, beleidsmakers en ontwikkelaars in het zorgonderwijs.

Optimalisatieslag in het onderwijs

Binnen het programma O²PZ werken wij met een groep van ruim 50 mensen hard om de optimalisatieslag in het onderwijs over palliatieve zorg te maken binnen het mbo, hbo en wo. Naast dat het programma zich richt op het initiële onderwijs, is er binnen het programma ruimschoots aandacht voor het optimaliseren van bij- en nascholing en functiegerichte opleiding. Iedereen is zeer gemotiveerd, omdat wij er van overtuigd zijn dat het noodzakelijk is dat palliatieve zorg herkenbaar aan bod komt in het onderwijs. Het gaat niet alleen om het medische aspect, maar juist om de zorgvrager in zijn geheel op zowel fysiek, psychisch, sociaal en spiritueel gebied. Er zijn nog te veel zorgprofessionals die denken dat palliatieve zorg gaat om de terminale fase, terwijl het veel meer is dan dat. Daarom is het belangrijk om op tijd het gesprek met de zorgvrager aan te gaan over kwaliteit van leven en wat hij of zij belangrijk vindt. En nee, er hoeft geen volledig nieuw lespakket te komen, het bestaande hoeft slechts geoptimaliseerd te worden.

Kennis komt samen

Het symposium zien we als het moment waarop alle kennis bij elkaar komt en we elkaar kunnen inspireren. Alle opleidingsmanagers, docenten, beleidsmakers, curriculumontwikkelaars en opleidingscoördinatoren die onze missie onderschrijven, leren tijdens het symposium hoe ze de leerpraktijk of het curriculum kunnen optimaliseren. Zij krijgen handvatten die direct toepasbaar zijn. Verder zijn er voldoende mogelijkheden om met elkaar van gedachte te wisselen. Hoewel wij al in contact zijn met vele opleidingen, zijn wij altijd op zoek naar meer inzicht.

Resultaten van O²PZ

Het symposium markeert voor ons het einde van het eerste subsidiejaar. Een van de resultaten die in het symposium aan de orde komt is een doorontwikkeling van Onderwijsraamwerk 1.0 naar 2.0. Een raamwerk dat is ontwikkeld voor de afstemming van het onderwijs van zorgprofessionals in verschillende functies. Voor elk niveau zijn kennis, vaardigheden en attitudeaspecten voor palliatieve zorg beschreven. In het eerste subsidiejaar is een goede basis gelegd om in de komende twee jaar het onderwijs verder te optimaliseren.

Praktisch en inspirerend programma

Met het programmateam hebben we nagedacht over sprekers die het belang van palliatieve zorg in het onderwijs kunnen onderstrepen. Zo komen docenten aan het woord die palliatieve zorg al verankerd hebben in hun onderwijs. Zij geven tips en tricks over hun aanpak. Daarnaast vertelt gedragsbioloog Patrick van Veen hoe je een verandering teweeg brengt. Wat werkt wel en wat werkt niet? Bij het samenstellen van de workshops hebben we vooral nagedacht over praktische tools en concrete handvatten om palliatieve zorg te kunnen verankeren, zonder dat het hele curriculum omgegooid hoeft te worden. Kortom praktisch en inspirerend!

Meer informatie

 

]]>
news-4508 Wed, 04 Sep 2019 13:37:34 +0200 Twee subsidieoproepen open voor lokale netwerken rondom thuiswonende ouderen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/twee-subsidieoproepen-open-voor-lokale-netwerken-rondom-thuiswonende-ouderen/ Het programma Langdurige Zorg en Ondersteuning (LZO) heeft twee subsidieoproepen opengesteld. Als u deel uitmaakt van een lokaal netwerk van professionals dat een samenhangend aanbod van welzijn, ondersteuning en zorg voor thuiswonende ouderen biedt en uw netwerk verder wilt ontwikkelen, dan kunt u hiervoor subsidie aanvragen. Afhankelijk van de fase waarin uw netwerk zich bevindt, kunt u een Ontwikkelsubsidie (fase I) of een Uitwerkingssubsidie (fase II) aanvragen. Ontwikkelsubsidie – fase I

Met de ‘Ontwikkelsubsidie lokale netwerken samenhangende ouderenzorg – fase I’ kunt u met hulp van een externe adviseur uw netwerk verder ontwikkelen en verstevigen. Door meer inzicht te verkrijgen in de huidige situatie en de omgeving van uw netwerk, kunt u het aanbod van welzijn, ondersteuning en zorg nog beter laten aansluiten bij uw situatie en  de behoeften en wensen van ouderen in het werkgebied. Zo kunnen zij, met de juiste hulp, langer thuis blijven wonen.

Voor wie

Het is een voorwaarde dat uw lokale netwerk al enige tijd samenwerkt en huisartsen- en wijkverpleegkundige zorg biedt (of dit wil gaan doen). Het netwerk wil de samenwerking professionaliseren en eventueel uitbreiden. Kijk voor de mogelijkheden en andere voorwaarden in de subsidieoproep.

Een aanvraag voor een Ontwikkelsubsidie bedraagt maximaal € 17.500,- en heeft een looptijd van maximaal 4 maanden. U kunt uw aanvraag tot 31 december 2019 doorlopend indienen op het moment dat uw netwerk daar klaar voor is. Ingediende aanvragen zullen zo spoedig mogelijk worden beoordeeld, waarna u een bericht ontvangt over het besluit.

Webinar Ontwikkelsubsidie

Voor geïnteresseerden in de Ontwikkelsubsidie hebben wij op 24 september een webinar georganiseerd. Tijdens deze online informatiebijeenkomst bespraken we de subsidieoproep en gaven wij u praktische tips voor het indienen van een aanvraag. Alle informatie uit deze bijeenkomst én de mogelijkheid om de presentatie terug te kijken, vindt u hier.

Uitwerkingssubsidie – fase II

Met de ‘Uitwerkingssubsidie lokale netwerken samenhangende ouderenzorg – fase II’ kan uw netwerk zich verder ontwikkelen en verbeteren door samen met een actieonderzoeker aan de slag te gaan met specifieke thema’s en praktijkleren. Uw netwerk wil zich verder ontwikkelen op procesniveau en op inhoudelijk niveau en – samen met een actieonderzoeker - het zorg- en ondersteuningsaanbod verder verbeteren door inhoudelijke onderwerpen uit te werken.

Voor wie

Het is een voorwaarde dat uw netwerk al enige tijd samenwerkt en huisartsenzorg en wijkverpleegkundige zorg biedt. De coördinatie van het netwerk is belegd en mocht het nodig zijn dan is uitbreiding van uw netwerk een belangrijk streven gedurende dit project. Kijk voor de mogelijkheden en andere voorwaarden in de subsidieoproep.

Een aanvraag voor een Uitwerkingssubsidie bedraagt maximaal € 49.500,- en heeft een looptijd van maximaal 12 maanden. De deadline voor het indienen van een aanvraag is 15 oktober 2019.

Meer informatie

Meer over het programma Langdurige Zorg en Ondersteuning, de subsidieoproepen en andere informatie vindt u op www.zonmw.nl/netwerken-lzo. Als u op de hoogte wilt blijven kunt u zich ook abonneren op de nieuwsbrief Ouderen.

 

]]>
news-4451 Wed, 21 Aug 2019 15:24:00 +0200 Reactietermijn verlengd: actieonderzoek zingeving https://www.zonmw.nl/nl/onderzoek-resultaten/palliatieve-zorg/programmas/programma-detail/zingeving-en-geestelijke-verzorging/t/actieonderzoekers-gezocht/ Ben je actieonderzoeker en heb je ervaring met zingeving? Registreer je dan uiterlijk 27 augustus 9.00 uur om samen met projectleiders een vraagstuk op het gebied van zingeving te vertalen naar een leerdoel en een verander-/ontwerpdoel. Er worden maximaal 10 actieonderzoekers geselecteerd om samen met projectleiders een plan van aanpak op te stellen, dat vervolgens eind oktober als subsidievoorstel wordt ingediend bij ZonMw. news-4292 Mon, 08 Jul 2019 11:00:00 +0200 Véronique Timmerhuis nieuwe directeur ZonMw https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/veronique-timmerhuis-nieuwe-directeur-zonmw/ Dr. V.C.M. (Véronique) Timmerhuis wordt per 1 januari 2020 de nieuwe directeur van ZonMw. ZonMw is zeer verheugd met haar nieuwe directeur vanwege haar bestuurlijke ervaring, haar brede inhoudelijke beleidskennis met raakvlakken naar zorg en gezondheid, haar kennis van wetenschaps- en innovatiebeleid en haar ervaring om in complexe netwerken te opereren. Véronique Timmerhuis: 'ZonMw is een prachtige en interessante organisatie die opereert op het snijvlak van onderzoek, beleid en praktijk in alle dynamiek van een snel veranderend veld van zorg en gezondheid. Ik kijk er enorm naar uit om met alle partners en medewerkers de goede positie van ZonMw verder uit te bouwen, te verankeren en waar nodig bij te stellen. Het is een eer om als directeur ZonMw aan de slag te gaan, ik zal dit met enthousiasme gaan doen.' 

Verbindend leiderschap

Jeroen Geurts bestuursvoorzitter ZonMw: 'Het bestuur van ZonMw is onder de indruk van het verbindend leiderschap van Véronique Timmerhuis en haar track record op het gebied van kennis- en innovatiebeleid. Zij zal voor ZonMw een prettige en kundige gids in de verdere ontwikkeling van ZonMw zijn.'

Véronique Timmerhuis is opvolger van Henk Smid en start per 1 november met haar inwerkprogramma bij ZonMw. Henk Smid vervult na 1 januari 2020 een parttime adviseursrol bij ZonMw.

Over Veronique Timmerhuis

Véronique Timmerhuis is vanaf 2007 algemeen secretaris/directeur van de Sociaal-Economische Raad (SER). Daarvoor heeft zij gewerkt als secretaris/directeur bij de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid en als senior-onderzoeker bij het Instituut voor Sociaal-wetenschappelijk beleidsonderzoek en advies van de Universiteit van Tilburg. Véronique Timmerhuis promoveerde in 1997 aan de Universiteit van Tilburg op het proefschrift ‘Wetenschapsorganisaties in verandering. Keuzen in organisatieontwikkeling en personeelsbeleid’. Véronique Timmerhuis heeft maatschappijgeschiedenis en sociologie gestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

 

]]>
news-4223 Mon, 24 Jun 2019 09:34:43 +0200 Voorlichtingscampagne over palliatieve zorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/voorlichtingscampagne-over-palliatieve-zorg/ ‘Ik heb te horen gekregen dat ik doodga. Maar tot die tijd leef ik.’ Dit is het motto van de publiekscampagne over palliatieve zorg. De campagne is een samenwerking tussen het ministerie en PZNL. Waarom is deze campagne nodig? In dit artikel geven we achtergrondinformatie over de aanleiding, het doel en de ontwikkelde middelen. Waarom deze campagne?

Deze campagne is nodig omdat uit onderzoek blijkt dat veel mensen de palliatieve zorg vooral verbinden aan medische zorg in de laatste dagen van het leven. Maar de palliatieve fase omvat veel meer dan alleen pijnbestrijding en is niet hetzelfde als de terminale fase, de allerlaatste fase. De campagne wil dit en nog veel meer duidelijk maken.

Aanleiding van de campagne

Mensen die te horen hebben gekregen dat ze binnen afzienbare tijd gaan sterven, hebben specifieke wensen en behoeftes. Alleen is niet iedereen op de hoogte van de mogelijkheden die er zijn en de keuzes die zij hebben. De afgelopen jaren zijn steeds meer verhalen verschenen van ‘ervaringsdeskundigen’ over wat er allemaal misging in de palliatieve fase. Zo beschrijft presentatrice Chazia Mourali in haar boek Het einde voor beginners dat toen artsen tegen haar moeder zeiden ‘wij kunnen niks meer voor u doen’, het voelde alsof ze in de steek werden gelaten. Pas later in het hospice kwam er rust voor de familie en konden zij zich voorbereiden op het naderende afscheid. De palliatieve fase leek te zijn overgeslagen.

Alle informatie bij elkaar

Om te zorgen dat dit niet meer gebeurt, wil de campagne mensen bewust maken van het uitgebreide aanbod van zorg en ondersteuning dat er is in de palliatieve fase. Op de gelanceerde website overpalliatievezorg.nl staan informatie, filmpjes en verhalen van patiënten, naasten en zorgverleners. De levensechte verhalen geven herkenning, creëren betrokkenheid en laten ook zien dat de laatste levensfase voor iedereen anders is. De kunst is om in deze kwetsbare periode aan te sluiten bij de wensen en behoeften van de individuele patiënt en de naaste omgeving. Want die hebben het met name voor het zeggen.

Uiteindelijke doel

Alle relevante organisaties (landelijk, regionaal en lokaal) zijn bij de campagne aangehaakt en presenteren hun aanbod op de website. Zo is de veelheid aan informatie beter gecentraliseerd en is er minder versnippering. Om meer aandacht te vragen voor deze informatie zijn er advertenties, advertorials, filmpjes op social media en een folder. Uiteindelijk hopen de organisatoren dat dit alles helpt om patiënt en naasten het gevoel te geven dat zij er niet alleen voor staan en dat zij kunnen rekenen op zorg en ondersteuning in hun laatste levensfase. Niemand mag ooit meer het gevoel hebben dat ze in de steek worden gelaten. 

]]>
news-4202 Tue, 18 Jun 2019 15:53:27 +0200 Werken aan meer eenduidigheid https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/werken-aan-meer-eenduidigheid/ Samen met de patiënt vooruitkijken naar de gewenste zorg in de laatste levensfase is een belangrijk aspect van goede palliatieve zorg. Zorgverleners passen deze ‘advance care planning’ (acp) al wel toe, maar ze doen dat weinig systematisch. Met haar promotieonderzoek naar acp wil aioto Nienke Fleuren de zorgpraktijk transparanter en minder diffuus maken.  

Het onderzoek moest aanvankelijk een model voor acp opleveren, vertelt Nienke Fleuren. Maar acp bleek op veel plaatsen al geïntegreerd te zijn in de zorg. Het was zinvoller te onderzoeken hóe dat dan gebeurt en welke best practices die ervaringen opleveren. ‘De praktijk is nu nog erg diffuus. Iedereen vult acp op zijn eigen manier in.’

Verschillende doelen

Dat begint al bij de onderliggende zorgdoelen, ontdekte Fleuren tijdens haar literatuurstudie. Zij onderscheidt vijf hoofddoelen: respecteren van de autonomie van de patiënt, verbetering van de kwaliteit van zorg, afgestemd op wat de patiënt wil, voorbereiding op het levenseinde, versterking van de onderlinge relaties tussen de patiënt en diens naasten en met de zorgverleners, en het voorkomen van overbehandeling. Op papier is het onderscheid helder, maar in de praktijk is dat lang niet altijd zo. Fleuren adviseert zorgverleners vooraf goed na te denken over de vraag wat ze op welk moment willen bereiken. ‘Wees daarover duidelijk tegenover jezelf en al je gesprekspartners. Het is fijn als ook de patiënt dat duidelijk heeft. Maar als professional geef jij de voorzet.’ 

Botsende doelen

Je kunt aan meerdere doelen tegelijk werken, vervolgt ze. ‘Bijvoorbeeld het ene moment de kwaliteit van zorg, het andere moment de relatie met de familie. Zolang je dat maar duidelijk voor ogen hebt.’ Elk doel vraagt van de zorgverlener een eigen aanpak, benadrukt ze. En soms kunnen doelen botsen. ‘Neem een patiënt die niet wil praten over zijn reanimatiebeleid, terwijl jij als zorgverlener kwaliteit van zorg juist heel belangrijk vindt en de voorkeur van de patiënt daarin wilt meenemen. Bij zo’n conflict maak je als professional je eigen keuze helder en bespreek je die met de patiënt.’

LASA

Fleuren analyseert nu de data van de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA). Daarin is een vragenlijst over acp met negen maanden tussenpauze tweemaal aan ouderen voorgelegd. Uit de antwoorden blijkt dat veel ouderen nadenken over de zorg die ze in de toekomst willen krijgen. Ze bespreken hun wensen ook vaak met hun naasten. Maar slechts een klein deel van hen praat er ook tijdig over met hun arts. Het vraagt nog meer onderzoek om te begrijpen waarom dat zo is, zegt Fleuren.

Helder beeld

De promovenda gaat nog in verpleeghuizen geplande en niet-geplande contacten tussen patiënten en zorgverleners observeren waarin acp een rol speelt. Zo wil ze een helder beeld krijgen van de praktijk. Met de uitgewerkte onderzoeksresultaten wil ze bijdragen aan een meer eenduidige aanpak van acp. ‘Ik wil een concrete handreiking maken voor de verpleeghuissector. Zodat patiënten in verschillende verpleeghuizen voortaan weten wat ze kunnen verwachten en meer patiëntgerichte zorg krijgen.’

Meer informatie over:

 

]]>