ZonMw tijdlijn Palliatieve zorg https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Palliatieve zorg nl-nl Sun, 29 Mar 2020 05:21:14 +0200 Sun, 29 Mar 2020 05:21:14 +0200 TYPO3 news-5493 Fri, 27 Mar 2020 12:49:45 +0100 Leidraad voor doodzieke ouderen met corona: wel of niet naar het ziekenhuis? https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2328280-leidraad-voor-doodzieke-ouderen-met-corona-wel-of-niet-naar-het-ziekenhuis.html Huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en medisch specialisten komen met een leidraad waarmee artsen kunnen bepalen of het wel zinvol is om ernstig zieke oudere coronapatiënten in het ziekenhuis op te nemen. De leidraad helpt artsen om de wensen van de patiënt te bespreken en zet de voor- en nadelen van een ziekenhuisopname onder elkaar. news-5490 Thu, 26 Mar 2020 18:18:16 +0100 Extra geld voor creatieve oplossingen coronavirus (COVID-19) https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/extra-geld-voor-creatieve-oplossingen-coronavirus-covid-19/ Het ministerie van VWS stelt extra geld beschikbaar om creatieve oplossingen te faciliteren met betrekking tot het coronavirus (COVID-19). De pandemie heeft een grote impact op de zorg en samenleving. Op korte termijn zijn daarom oplossingen nodig voor praktische problemen in en buiten ziekenhuizen. Heeft u een creatieve oplossing die hieraan bijdraagt? Vraag dan nu een financiële impuls aan bij ZonMw. Praktische uitdagingen

De komende weken en maanden leidt de coronacrisis tot allerlei praktische uitdagingen in de zorg en de samenleving. De vraag is hoe we in deze tijd goede zorg en ondersteuning kunnen blijven bieden. Praktische uitdagingen zijn bijvoorbeeld tekorten aan bepaalde materialen in ziekenhuizen, maar ook de zorg en ondersteuning aan kwetsbare mensen. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van social distancing. Ook staan onze zorg- en hulpverleners voor de uitdaging om hun werk zo goed mogelijk te kunnen blijven doen.

Creatieve oplossingen

Creatieve oplossingen zijn nodig voor praktische technologische zaken in de (ziekenhuis)zorg, zoals medische hulpmiddelen. Anderzijds zijn er oplossingen nodig om kwetsbare groepen en hun zorg- en hulpverleners te helpen bij het bieden van de juiste zorg en ondersteuning.

Bedrijven of organisaties die een creatieve oplossing willen uitwerken of uitvoeren komen in aanmerking voor ofwel een startimpuls of een projectimpuls. Daarbij gaat het om oplossingen die buiten reguliere zorg- en welzijnsactiviteiten vallen.

Financiële impuls aanvragen

Er zijn twee financiële impulsen beschikbaar.

  1. Een startimpuls van maximaal € 7.500,- (inclusief BTW). Deze impuls is bedoeld voor het uitwerken en eventueel toepassen of piloten van een idee.
  2. Een projectimpuls van € 7.500,- tot € 15.000,- (inclusief BTW). Belangrijke voorwaarde voor deze projectimpuls is dat de creatieve oplossing voorziet in de behoefte van de doelgroep.

Alle in Nederland gevestigde rechtspersonen kunnen een offerte indienen die past binnen de kaders van deze regeling.

Meer informatie

Kijk voor meer informatie, de aanvraagprocedure en de voorwaarden op de pagina Creatieve oplossingen aanpak coronavirus (COVID-19).

]]>
news-5480 Tue, 24 Mar 2020 14:16:33 +0100 Informatie coronavirus op Palliaweb https://www.palliaweb.nl/corona/ Palliaweb biedt kennis en informatie over zorg aan patiënten met COVID-19 besmetting, verzameld op basis van overleg met landelijke experts in de 1e, 2e en 3e lijn. Volg deze pagina en blijf op de hoogte. news-5457 Tue, 17 Mar 2020 15:50:55 +0100 Gevolgen COVID-19 uitbraak voor subsidierondes ZonMw https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/gevolgen-covid-19-uitbraak-voor-subsidierondes-zonmw/ De zeer uitzonderlijke situatie rondom de uitbraak van het coronavirus heeft gevolgen voor het proces rondom de subsidieaanvragen van ZonMw. Wij zien ons genoodzaakt tot het nemen van passende maatregelen om zo aan te sluiten bij de maatregelen van het kabinet. Wij hechten er aan om iedereen dezelfde kans te geven voor het indienen van aanvragen, het doen van onderzoek of mee te werken in commissies of als referent aan onze rondes. In de huidige situatie wordt er veel van onze aanvragers, projectleiders, commissieleden, referenten en project- en onderzoekdeelnemers gevraagd. Om hen te ontzien hebben wij onderstaande maatregelen genomen.

Bijeenkomsten

We hebben alle bijeenkomsten tot 1 juni afgelast. Het kan zijn dat een bijeenkomst is uitgesteld. Kijk voor de actuele datum op onze agenda.

Subsidieaanvragen

Nieuwe subsidierondes gaan niet open tot 13 april. Begin april wordt de situatie opnieuw beoordeeld en volgt een eventueel aanvullend besluit.
De indieningstermijn van alle openstaande subsidieoproepen met een deadline die valt tussen 17 maart tot en met 30 april is met 2 maanden verlengd. Hierop zijn echter ook enkele uitzonderingen. Kijk voor de juiste datum in de subsidieoproep in de subsidiekalender.

Lopend onderzoek

De indieningstermijn voor voortgangs- en eindverslagen wordt met 3 maanden verlengd. Waar nodig kan een budget neutrale verlenging worden aangevraagd. Heeft u hier vragen over? Neem dan contact op met de betrokken programmamanager.

Subsidierondes in samenwerking met NWO

Deze maatregelen zijn niet van toepassing op de Vernieuwingsimpuls, Rubicon en NWA subsidierondes. Voor deze programma’s gelden de NWO-maatregelen.

Interviewrondes en beoordelingsvergaderingen

Alle interviewvergaderingen vanaf 17 maart tot en met 30 april komen te vervallen en worden op een nader te bepalen moment opnieuw ingepland. Beoordelingsvergaderingen van al ingediende subsidieaanvragen zullen via skype of telefonisch doorgang vinden. Deze vergaderingen kunnen alleen doorgaan mits het benodigde quorum gehaald wordt.

Uitzonderingen

De genoemde maatregelen gelden niet voor de volgende programma’s:

  • De deadline van 17 maart 2020 voor indiening subsidieoproep voor het Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (ZE&GG) onderzoek blijft gehandhaafd.
  • De deadline van 7 april 2020 voor indiening subsidieoproep Veelbelovende zorg, die wordt uitgevoerd door het Zorginstituut, blijft gehandhaafd.
  • De oproep Inclusieversneller ZE&GG gaat zo spoedig als mogelijk open.

Actualiteit

Afhankelijk van de actuele ontwikkelingen kan het zijn dat er nog aanvullende maatregelen volgen. Begin april wordt besloten of de hierboven genoemde maatregelen ook voor mei en juni gelden.

Blijf op de hoogte van alle ontwikkelingen rondom het coronavirus.

]]>
news-5423 Tue, 10 Mar 2020 10:07:35 +0100 Rapport 10 implementatielessen https://www.oncologienetwerken.nl/sites/default/files/2020-02/10%20implementatielessen%20-%20Oncologienetwerken_1.pdf Dit rapport geeft op basis van uitgebreide procesevaluaties uit het Citrienfondsprogramma 'Naar regionale oncologienetwerken' 10 belangrijkste implementatielessen. Deze lessen variëren van succesfactoren die vooral spelen bij implementatie van veranderingen op de ‘werkvloer’, tot lessen over de inrichting en aanpak van het programma als geheel en randvoorwaarden op het niveau van landelijk beleid.  news-5416 Mon, 09 Mar 2020 06:00:00 +0100 Samen beslissen met mensen met verminderde gezondheidsvaardigheden https://publicaties.zonmw.nl/interviewreeks-samen-beslissen/samen-beslissen-met-mensen-met-beperkte-gezondheidsvaardigheden/ Hoe kun je als zorgverlener of zorginstelling beter omgaan en communiceren met mensen met verminderde gezondheidsvaardigheden? Janneke Noordman en Jany Rademakers (Nivel) delen hun bevindingen en geven tips en tools voor samen beslissen waar je direct mee aan de slag kunt. ‘Het begint met de afspraakbrief. Als deze niet begrijpelijk is, gaat het al mis.’ news-5414 Fri, 06 Mar 2020 11:29:50 +0100 Actieonderzoeken naar 'Zingeving in de thuissituatie' van start https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/actieonderzoeken-naar-zingeving-in-de-thuissituatie-van-start/ Het programma 'Zingeving en Geestelijke verzorging' heeft 8 aanvragen gehonoreerd binnen de subsidieoproep Actieonderzoek Zingeving en Geestelijke verzorging in de thuissituatie. Het doel van deze aanvragen is ondersteuning bieden aan projectleiders bij de inbedding van geestelijke verzorging in de thuissituatie.
Actieonderzoekers van de gehonoreerde projecten gaan samen met projectleiders Geestelijke verzorging thuis van verschillende Netwerken Palliatieve Zorg het onderzoek uitvoeren. De nauwe samenwerking van actieonderzoekers met de praktijk versterkt een snelle toepassing en aanpassing van strategieën. In de loop van 2020 gaan deze onderzoeken van start met een looptijd van 2 jaar.
Onderstaande actieonderzoeken vormen gezamenlijk een leergemeenschap.

8 gehonoreerde actieonderzoeken

Linking-Zin
Zingeving is datgene wat we doen en ervaren waardoor ons leven betekenis krijgt. Bij ingrijpende situaties kunnen zingevingsvragen meer naar voren komen. In dit onderzoek worden eerst deze individuele behoeften en ondersteuningswijzen bij zingevingsvragen in kaart gebracht in 3 verschillende regio's samen met Netwerken Palliatieve Zorg. Het verwachte resultaat uit dit actieonderzoek is een beschrijving van een verbeterde werkwijze en samenwerking inclusief ontwikkelde hulpmiddel(en) om ondersteuning optimaal te laten aansluiten bij de behoeften van burgers.
Deelnemende netwerken:
Netwerk Palliatieve Zorg Zuid-Hollandse Eilanden
Netwerk Palliatieve Zorg regio Roosendaal- Bergen op Zoom – Tholen
Netwerk Palliatieve Zorg Rotterdam e.o.

ZINSITIEF: sensitief voor zingeving in sociaal werk
Zingeving is essentieel voor een goed leven. Geestelijk verzorgers zijn deskundigen in het herkennen en ondersteunen van vragen die daaraan gerelateerd zijn. Hoe kunnen geestelijk verzorgers, sociaal werkers en vrijwilligers in het sociaal domein samenwerken aan herkenning en ondersteuning van zingeving onder thuiswonende ouderen?  
Het verwachte resultaat uit dit actieonderzoek is dat zingeving in het sociaal domein een structurele plaats krijgt, om de herkenning en ondersteuning van zingeving onder thuiswonende ouderen te bevorderen.
Deelnemende netwerken:
Netwerk Palliatieve Zorg Gelderland-Zuid
Netwerk Regio IJssel-Vecht en Noordoost-Overijssel
Netwerk Palliatieve zorg Drenthe-Steenwijkerland

Zinvol samenwerken in de thuissituatie: Profilering, inbedding en borging van multidisciplinaire geestelijke verzorging
In dit actieonderzoek gaan professionals in 6 wijknetwerken in 3 regio’s in zorg en welzijn op zoek naar een gezamenlijke werkwijze voor geestelijke verzorging aan patiënten en cliënten in de thuissituatie. Het verwachte resultaat van dit onderzoek is dat binnen de wijknetwerken geestelijke verzorging voor patiënten en cliënten bereikbaar en ondersteunend is en professionals in hun multidisciplinaire samenwerkingsverband(en) deze zorg adequaat afstemmen. De opbrengsten dienen als voorbeeld voor andere wijknetwerken in Nederland.
Deelnemende netwerken en partners:
Netwerk Palliatieve Zorg Noordwest-Veluwe
Stichting Transmurale Zorg, Den Haag
Zorgorganisatie Eerste Lijn, Nijkerk

SamenZin: een participatief actieonderzoek gericht op samenwerkend leren over zingeving van Geestelijk Verzorgers en POH GGZ/Ouderen in de eerstelijnszorg in Utrecht en omgeving
In dit actieonderzoek werken geestelijk verzorgers en praktijkondersteuners huisartsen (POH) GGZ/ouderen samen op het terrein van psychosociale problemen om de kwaliteit van de zingevingszorg in de eerstelijn te verbeteren. Het verwachte resultaat naast de ontwikkeling van kennis over zingevingsvragen en -methoden is de ontwikkeling van een samenwerkend leren-programma en effectieve bouwstenen voor de nascholingstrajecten en opleidingen voor praktijkondersteuners huisartsen GGZ/ouderen- en geestelijke verzorgers.
Deelnemende netwerken en partners:
Zin In Utrecht
Huisartsenpraktijk Bilthoven Noord
Netwerk Palliatieve Zorg Zuidoost-Utrecht

Het structureel inbedden van zingeving en geestelijke verzorging in de thuissituatie in de netwerken Friesland en Groningen
In de provincies Friesland en Groningen willen ze zingeving en geestelijke verzorging (weer) onderdeel laten zijn van de normale zorg aan en ondersteuning van mensen die thuis wonen.
Dit actieonderzoek levert kennisontwikkeling en inzichten in handvatten op voor het structureel inbedden van zingeving en geestelijke verzorging in de thuissituatie. Groningen kiest voor een andere aanpak dan Friesland. Deze worden onderzocht en leerpunten uit beide strategieën  worden opgehaald.
Deelnemende netwerken en partners:
Regionale Ondersteunings Structuur Friesland
Palliatieve netwerken Friesland
Qraad

ZIN-samen: Zinvolle Samenwerking tussen Geestelijk Verzorgers en Vrijwilligers Levensvragen
Vragen op het gebied van zingeving in de thuissituatie zijn van oudsher voorbehouden aan geloofsgemeenschappen en kerken. Vanwege een afnemende religieuze betrokkenheid, moeten deze ondersteuningsvragen tegenwoordig op een andere manier gesignaleerd en begeleid worden. Dit actieonderzoek levert voor geestelijk verzorgers en vrijwilligers aan mensen in de palliatieve fase en 50-plussers een integraal en afgestemd aanbod op van geestelijke zorg in de thuissituatie. Het verwachte resultaat is een inhoudelijk en organisatorisch kader met werkprocessen, afspraken, inzicht in de inhoud van ondersteuningsvragen en aandacht voor ervaringen.
Deelnemende netwerken:
Netwerk Palliatieve Zorg & Centrum voor Levensvragen Westelijke Mijnstreek
Netwerk Palliatieve Zorg & Centrum voor Levensvragen Midden Limburg
Netwerk Palliatieve Zorg Stadsgewest Breda & ZINVOL Centrum voor levensvragen
Netwerk Palliatieve Zorg Regio Oss-Uden-Veghel en 's-Hertogenbosch-Bommelerwaard

Toolbox voor signaleren en bespreken van zingevingsvragen: actieonderzoek in Noord-Holland en Flevoland
Hóe kunnen professionals en vrijwilligers in de zorg en het sociale domein bekwaam worden in het signaleren en bespreekbaar maken van zingevingsvragen bij burgers (patiënten, ouderen en (hun) naasten/mantelzorgers) in de 5 regio’s in Noord-Holland en Flevoland. Dit actieonderzoek levert een ‘toolbox’ op voor (zorg)professionals en vrijwilligers in het sociale domein. Geestelijke verzorgers dragen zorg voor het bekwaam maken van (zorg) professionals en vrijwilligers door het geven van een training en coaching op het werk.
Deelnemende netwerken:  
Netwerk Palliatieve Zorg Gooi en Vechtstreek
Netwerk Palliatieve Zorg Midden en Zuid Kennemerland
Netwerk Palliatieve Zorg Amstelland & Meerlanden
Netwerk Palliatieve Zorg Amsterdam-Diemen
Netwerk Palliatieve Zorg Almere

CONNECT-studie: Op weg naar passende geestelijke verzorging voor ouders van ernstig zieke kinderen in de thuissituatie
De zorg voor een kind met een korte levensduur door ziekte stelt ouders voor grote levensopgaven. De intensieve zorgverlening, de onzekerheid over het verloop van ziekte, een voorspelde vroegtijdige dood en de aanpassingen die dat van hen en van hun gezin vraagt geven aanleiding tot zingevingsvragen. In dit actieonderzoek gaan ouders, zorgverleners en onderzoekers in nauwe samenwerking uitzoeken welke zingevingsvragen en bronnen van zingeving er vanuit het perspectief van ouders in de thuissituatie zijn. Daarnaast wordt er een toolkit ‘Ouders en Zingeving’ en training ontwikkeld die zorgverleners helpt het gesprek met ouders te openen en, indien nodig, passende steun te bieden.
Deelnemende netwerken en partners:
Vereniging voor Volwassenen en Kinderen met Stofwisselingsziekten
Netwerk integrale kindzorg (NIK) Limburg & Zuidoost-Brabant
AllerZorg Woerden
Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg
Training en consult in levensvragen
LEF verliesbegeleiding

Meer informatie

 

]]>
news-5392 Fri, 28 Feb 2020 11:26:48 +0100 LinkedIn update over handreiking palliatieve zorg thuis voor (wijk)verpleegkundigen en verzorgenden https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/linkedin-update-over-handreiking-palliatieve-zorg-thuis-voor-wijkverpleegkundigen-en-verzorgenden/ news-5386 Wed, 26 Feb 2020 14:46:01 +0100 Betrek de patiënt bij zorgvernieuwing met Ikzoekeenpatient.nl https://www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl/actueel/nieuws/2020/02/21/betrek-patient-zorgvernieuwing-ikzoekeenpatient Innoveren in de zorg kan niet zonder het perspectief van patiënten erbij te betrekken. Patiënten weten als geen ander welke ondersteuning nodig is en waar verbetering mogelijk is. Met de diensten van Ikzoekeenpatient.nl vinden zorgvernieuwers snel de juiste patiëntengroep. news-5336 Mon, 17 Feb 2020 11:21:35 +0100 Palliatieve zorg hoort in het curriculum https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/nieuwsartikel/palliatieve-zorg-hoort-in-het-curriculum.htm Een arts moet nooit zeggen: ‘We kunnen niets meer voor u doen’. Palliatieve zorg is steeds meer een onderdeel van de reguliere zorg. Het hoort daarom in het basiscurriculum. Het project Pasemeco stelt zich ten doel dat te realiseren. news-5376 Sat, 15 Feb 2020 08:21:00 +0100 Kinderen melden pijn via app https://www.youtube.com/watch?v=dyCcs9mbW-c&feature=youtu.be Mooi resultaat uit het Palliantieproject 'Vermindering van pijn bij kinderen met kanker door gebruik van pijnmonitor via het internet'. In deze video van het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie komt de app aan bod na 4 minuut 16. waar komt tekst

]]>
news-5372 Thu, 06 Feb 2020 15:49:00 +0100 Palliatieve zorg bij Koraal: Advance Care Planning https://www.vgn.nl/nieuws-van-leden/palliatieve-zorg-bij-koraal-advance-care-planning Koraal organiseert samen met onderzoeksinstituut Nivel een project met als onderwerp hoe de palliatieve zorg voor ongeneeslijk zieke of kwetsbare mensen met een verstandelijke beperking eruitziet. Het doel van het project is dat zorgverleners, cliënten en hun naasten in een vroeg stadium bespreken wat er mogelijk kan veranderen in de gezondheid van de cliënt en welke zorg daarbij het beste past. news-5213 Tue, 04 Feb 2020 09:45:00 +0100 ‘Praat met ouderen al in het ziekenhuis over palliatieve zorg’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/praat-met-ouderen-al-in-het-ziekenhuis-over-palliatieve-zorg/ Wanneer een oudere patiënt in de palliatieve fase uit het ziekenhuis komt, zijn diens wensen en behoeften vaak onbekend of niet goed overgedragen naar andere zorgverleners. In het PalliSupport-project worden in het ziekenhuis gesprekken gevoerd met patiënt en naasten. Wensen, behoeften en afspraken komen terecht in een transmuraal zorgplan. De zorg die op maat nodig is voor de patiënt en diens naasten, op de plek van hun voorkeur, dat is volgens Marjon van Rijn (Amsterdam UMC, locatie AMC) goede netwerkzorg voor ouderen in de palliatieve fase. Van Rijn is projectleider van het ZonMw-project PalliSupport. ‘Oudere patiënten hebben vaak meerdere aandoeningen en dus ook verschillende zorgprofessionals. Komt daar palliatieve zorg bij, dan wordt goede onderlinge afstemming nog relevanter.’ Vooral samenwerking tussen tweede en eerste lijn is belangrijk, vervolgt Marijke van Daelen, huisarts in Blaricum en kaderarts palliatieve zorg. ‘Huisartsen zijn de centrale zorgverlener. Zij wisselen informatie uit met onder meer specialisten, thuiszorg en apotheek, waardoor zij de palliatieve zorg kunnen organiseren. Lastig is dat wensen en behoeften van patiënten meestal niet in de informatiesystemen staan.’

Praktisch zorgpad

PalliSupport werkt aan een ‘naadloos palliatief zorgtraject’. Met een transmuraal zorgplan, een bijbehorend digitaal systeem en met steun van een transmuraal palliatief team, voeren zorgverleners dit traject uit. Van Rijn: ‘We zijn inmiddels gestart in 5 regio’s. Vooraf hebben we gezocht naar best practices, ook elders in Europa. We hebben focusgroepen met ouderen en naasten gehouden en professionals in interviews gevraagd naar belemmeringen en kansen voor samenwerking. Vervolgens is een praktisch zorgpad ontwikkeld, dat we in een pilot hebben uitgetest. Nu gaan we dit zorgpad in de regio’s nader uitwerken en onderzoeken.’

Erover durven beginnen

Van Daelen signaleert bij ouderen een grote behoefte aan tijdige informatie over de mogelijkheden in de palliatieve fase. ‘Bij een informatiemiddag voor 75plussers in onze praktijk was er een enorme opkomst. Mensen willen er graag over nadenken, juist ook als het nog niet concreet aan de orde is.’ Van Rijn herkent deze behoefte. ‘We zien nu al dat patiënten het heel fijn vinden als er in het ziekenhuis over gesproken wordt. Ze durven er vaak zelf niet goed over te beginnen met de arts.’ En daarmee stuiten we meteen op een belangrijke belemmerende factor waar PalliSupport wat aan wil doen. Want ook zorgverleners – en zeker artsen – weten vaak niet goed hoe zij het gesprek over palliatieve zorg kunnen starten. Van Daelen: ‘Als dokter ben je toch vooral opgeleid om te behandelen, om te blijven zoeken naar mogelijkheden om te genezen, zeker in het ziekenhuis. Je leert niet om met de patiënt te bespreken wat voor hem of haar nu het belangrijkste is in het leven. Wat zijn de mogelijke consequenties van nóg een behandeling? Om dat rustig met de patiënt en diens naasten op een rij te kunnen zetten, is nog een cultuuromslag nodig.’

Vroeg leren samenwerken

Toch zien Van Rijn en Van Daelen goede kansen voor juist die cultuuromslag. Een belangrijke bevorderende factor voor goede netwerkzorg is volgens hen namelijk de ‘enorme motivatie en gedrevenheid’ bij professionals om de palliatieve zorg te verbeteren. Van Rijn: ‘Dat is erg mooi om te zien en het geeft ook vertrouwen dat de verbeteringen ook na de projectfase een plek zullen krijgen in de zorg.’ Maar enthousiasme is niet genoeg, zeggen ze er meteen bij. Zo zijn veel zorgverleners nog altijd te weinig bekend met de mogelijkheden van samenwerking tussen eerste en tweede lijn. En ook niet met de bijdrage die een transmuraal palliatief team daaraan kan leveren. Volgens Van Rijn kan het helpen als zorgprofessionals al in een veel vroeger stadium scholing over palliatieve zorg krijgen. ‘Als het gaat om leren samenwerken, is het zinvol om al in de initiële opleiding transmurale interprofessionele scholing aan te bieden. Zodat samenwerken een vanzelfsprekend onderdeel wordt van ieders competenties.’

Regie bij de patiënt

En er zijn nog wel meer uitdagingen te noemen. Van Daelen wijst op een betere ICT, met elektronische systemen die wél goed met elkaar communiceren. ‘We doen binnen PalliSupport een pilot met een persoonsgebonden systeem, waarbij de patiënt zelf de regie heeft over de relevante informatie die hij of zij met zorgverleners wil delen.’ Van Rijn benoemt het belang om als netwerk de randvoorwaarden voor samenwerking goed te organiseren. Daarvoor is geen blauwdruk te geven, want iedere regio zit weer anders in elkaar. ‘Met die randvoorwaarden bedoel ik trouwens niet alleen die op bestuurlijk niveau, dus dat de organisaties het eens zijn over de afspraken. Maar juist ook praktisch, ofwel dat zorgverleners ook echt samen de werkwijzen in de palliatieve zorg bepalen. Pas dan komt een naadloos palliatief zorgtraject in zicht.’

Drie gouden lessen voor transmurale samenwerking in de palliatieve fase

  1. Stel regelmatig de surprise question: 'Zou het mij verbazen als deze patiënt binnen een jaar zou overlijden?' Dat houdt je alert op de noodzaak om tijdig met patiënten in gesprek te gaan en met collega’s in het netwerk af te stemmen.
  2. Je bent er niet met goede afspraken op papier. Het wondermiddel voor naadloze transmurale zorg is juist ook dat simpele telefoontje met een collega in het netwerk.
  3. Schakel het transmuraal palliatief team in als er iets niet goed loopt. Zo deel je ook kennis en ervaring, inclusief die van jezelf. Van elkaar leer je uiteindelijk het meest.

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg februari 2020. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

]]>
news-5211 Tue, 04 Feb 2020 08:29:00 +0100 ‘Integrale zorg voor kinderen is complex maatwerk’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/integrale-zorg-voor-kinderen-is-complex-maatwerk/ Ondersteuning aan gezinnen waarin een kind een levensduurverkortende of levensbedreigende aandoening heeft, is per definitie maatwerk. Goede samenwerking en verbinding tussen de betrokken hulpverleners zijn daarbij onmisbaar. De 7 regionale Netwerken Integrale Kindzorg (NIK) zorgen hiervoor. Samenwerking tussen hulpverleners organiseren, advies aan ouders, professionals en zorgorganisaties en een grotere kinderpalliatieve deskundigheid in de regio. Het zijn de 3 hoofddoelen van de 7 Netwerken Integrale Kindzorg (NIK), samenwerkingsverbanden van verschillende organisaties en disciplines rond de zorg voor ernstig zieke kinderen. Dat vertelt Carolien Huizinga, beleidsadviseur bij het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg en leider van het ZonMw-project ‘Integrale kinderpalliatieve zorg in landelijke samenwerking’. In dat project is een landelijk dekkende structuur opgezet, met 1 netwerk voor elk werkveld van een academisch ziekenhuis. Overigens is de term ‘palliatief’ bewust weggelaten uit de afkorting, vertelt Huizinga. Niet alleen omdat die sommige ouders en hulpverleners afschrikt, maar ook omdat de ondersteuning door de netwerken wordt uitgebreid naar kinderen met een ernstige en/of chronische aandoening.

Rust en balans

Monique Christophe is coördinator van NIK Limburg & Zuidoost-Brabant. ‘De ondersteuning van de betreffende gezinnen – jaarlijks hebben in Nederland zo’n 5 tot 7 duizend kinderen palliatieve zorg nodig – is gericht op het gewone leven en het terugbrengen van rust en balans. Elk netwerk heeft een sociale kaart, zodat we ouders kunnen informeren waar ze terecht kunnen. Mijn rol is om de verschillende organisaties en eenpitters te verbinden in het netwerk in onze regio.’ Tijdens bijeenkomsten leren mensen elkaar kennen en bespreken ze casussen. En er is deskundigheidsbevordering. Elk NIK heeft een online omgeving waarin deelnemers ervaringen kunnen uitwisselen en van elkaar leren. Christophe: ‘Naar buiten ben ik het gezicht van het netwerk. Ik ga persoonlijk bij organisaties langs en bezoek de potentiële netwerkdeelnemers op de werkvloer.’ Een NIK heeft een brede samenstelling, van mensen uit ziekenhuizen en kinderhospices tot revalidatieartsen, en van gespecialiseerde kinderverpleegkundigen, rouw- en verliesbegeleiders tot onderwijsconsulenten en JGZ-artsen.

Meer dan medisch

Een belangrijk verschil met de netwerken palliatieve zorg voor volwassenen is dat naast professionals ook ouders bij een NIK terecht kunnen. En waar volwassen patiënten vooral mensen met kanker zijn, hebben de betreffende kinderen meestal een zeldzame aandoening. Huizinga: ‘Steeds vaker krijgen deze kinderen zorg thuis. Hoe organiseer je dat het beste? Het gaat om het medische en verpleegkundige deel, maar vooral ook om de psychosociale ondersteuning. En niet alleen om zorg voor het kind, maar bijvoorbeeld ook voor eventuele broers en zussen.’ In alle gevallen is het complex maatwerk, aldus Huizinga, waarbij voor de meeste zorgverleners hulp aan deze kinderen en gezinnen niet hun core business is. Het delen van expertise en de onderlinge afstemming is cruciaal om kind en gezin op maat te helpen. En om de continuïteit te waarborgen.

Elkaar even bellen

Volgens Christophe verbeteren de korte lijnen binnen een NIK de samenwerking. ‘In het begin was er nog wel concurrentie voelbaar, waardoor organisaties niet of nauwelijks samenwerkten. Inmiddels is dat allemaal veranderd. Mensen kennen elkaar en bellen de ander makkelijker even. Ook verloopt de overdracht van tweede naar eerste lijn soepeler.’ Hoe de korte lijnen kunnen helpen, maakte Christophe onlangs nog mee bij een kind dat tamelijk onverwacht in het ziekenhuis overleed. ‘De ouders zaten met de handen in het haar. Via het NIK hebben we snel voor goede begeleiding kunnen zorgen.’ Een ander voorbeeld ging over een kind dat naar huis kwam om daar te sterven. ‘Er was geen gespecialiseerde kinderthuiszorg beschikbaar, maar we konden het zo organiseren dat de kinderarts in de ambulance meeging en dat de huisarts de morfinepomp thuis op zich nam.’

Integraal zorgplan

Het ZonMw-project heeft ervoor gezorgd dat het eerste netwerk uit een eerdere pilot in de regio Holland Rijnland, in de 6 andere regio’s navolging kreeg. Waar regionale organisaties elkaars naam aanvankelijk soms niet eens kenden, wordt nu overal veel intensiever samengewerkt. Toch is er volgens Huizinga en Christophe nog werk aan de winkel. Niet alle relevante hulpverleners zijn in elke regio al goed vertegenwoordigd. Ook gaat nog lang niet ieder kind vanuit het ziekenhuis met een integraal zorgplan naar huis. Christophe ziet het als een grote uitdaging het netwerk breder bekend te maken, bij ouders én hulpverleners. ‘Onze netwerkleden zijn daarvoor belangrijke ambassadeurs. Zelf zat ik laatst nog bij een refereeravond voor zo’n 70 kinderartsen. Die weten nu ook wat het NIK voor ze kan betekenen.’ Huizinga noemt als uitdaging om de zorg zo breed mogelijk te maken. ‘De focus is duidelijk al ruimer dan alleen maar medisch-verpleegkundig. Maar het uiteindelijke doel is een heuse multidisciplinaire, integrale aanpak.’

Drie gouden lessen voor samenwerking in de palliatieve fase 

  1. Kijk verder dan de medische aspecten en ontwikkel een brede blik. Richt je dus vooral ook buiten je eigen organisatie. Focus bovendien niet alleen op het kind zelf, maar ook op het gezin en de andere mensen om het kind heen.
  2.  Realiseer je dat professionals in de regio elkaar vaak nog niet zo goed kennen als je misschien verwacht. Investeer dus in de beginfase van de samenwerking in uitwisseling van wat partners (elkaar) te bieden hebben.
  3. Wees als netwerk creatief en laat je niet weerhouden door belemmeringen in de systemen en de financiering. Als je samenwerkt, blijkt er vaak meer mogelijk dan je denkt!

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg februari 2020. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

]]>
news-5212 Mon, 03 Feb 2020 12:15:00 +0100 ‘Geef wijkverpleging en familie de regie in netwerkzorg’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/geef-wijkverpleging-en-familie-de-regie-in-netwerkzorg/ In ons land zijn nu 65 netwerken palliatieve zorg, regionale samenwerkingsverbanden van zorgaanbieders. Wat maakt dat hun onderlinge samenwerking tot goede netwerkzorg leidt? Guus Schrijvers, emeritus hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom, schetst wat daarvoor nodig is. Inhoudelijke afspraken over wie wat wanneer doet en een duidelijke kwaliteitsborging van die afspraken, dat zijn de 2 basisvoorwaarden voor goede netwerkzorg. Volgens Guus Schrijvers, auteur van het boek ‘Integrated care better and cheaper’, is kwaliteitsborging cruciaal. ‘Bij afspraken hoort ook dat mensen daarop aanspreekbaar zijn. Er moet in een netwerk enige leiding zijn, iemand die kan zeggen: jij houdt je niet aan de afspraken! Als een afspraak niet goed blijkt te werken, moet je die als netwerk kunnen bijstellen. Ook dát is onderdeel van kwaliteit.’

Randvoorwaarden voor samenwerking

Integrale zorg gaat verder dan netwerkafspraken maken, aldus Schrijvers. Integrale zorg richt zich óók op 3 randvoorwaarden: bekostiging die de samenwerking bevordert, gemeenschappelijke software, zodat systemen met elkaar kunnen ‘praten’, en een bestuurlijke inrichting van de samenwerkingsprocessen. Op deze 3 zaken loopt het volgens Schrijvers nogal eens vast. Een versnipperde bekostiging leidt tot fragmentering van de zorg. Niet goed aansluitende software maakt communicatie lastig en zorgt voor ‘eilandautomatisering’. En bij een onduidelijke bestuurlijke inrichting leiden meningsverschillen en wrijvingen soms tot conflicten. Schrijvers: ‘Binnen de palliatieve zorg speelt dat laatste vaak minder, want de intrinsieke motivatie om samen te werken is bij de meeste betrokkenen erg groot. Toch is het verstandig goed te regelen wie de regie heeft en hoe je samen besluiten neemt. Het inhoudelijke en bestuurlijke kun je het beste gelijk laten oplopen.’

Meerwaarde van integrale zorg

Integrale zorg verbindt verschillende vormen van zorg en ondersteuning tot een goed afgestemd geheel, op basis van iemands individuele wensen en behoeften. Volgens Schrijvers levert dit driedubbele winst op: het verbetert gezondheid, verhoogt kwaliteit van zorg en verlaagt de kosten daarvan. Het is wetenschappelijk lastig aan te tonen wat de opbrengst van integrale palliatieve zorg is voor patiënt en naasten. Maar er zit volgens Schrijvers zeker meerwaarde in betere symptoombestrijding, zoals minder pijn of angst voor verstikking. En in een betere kwaliteit van leven, doordat integrale palliatieve zorg ook een informele groep om patiënt en naasten heen mobiliseert. De meerwaarde voor de maatschappij is volgens Schrijvers evident. ‘Waar sprake is van shared decision making – dus waar iemands wensen en behoeften het uitgangspunt zijn – kiezen meer mensen voor de optie: laat mij maar gaan. Dus om niet koste wat kost door te gaan met behandelen.’

Wijkverpleging als brug

Schrijvers heeft een duidelijke boodschap voor het palliatieve veld: zorg voor een goed netwerk in het medische circuit – met huisarts, medisch specialist, paramedici, wijkverpleging en geestelijk verzorger – en realiseer een sterke samenhang met het sociaal domein. ‘De brug tussen deze twee is wat mij betreft de wijkverpleegkundige. Die kent zowel de mogelijkheden in het medische als sociale domein én kent de wensen en behoeften van de mensen om wie het gaat. Mijn pleidooi is dat de wijkverpleegkundige de regie voert, samen met een vertegenwoordiger van de familie. Laat hen samen de zorg en ondersteuning inkopen die nodig is, vanuit een persoonlijk budget. Zodat mensen zich niet hoeven te bekommeren of iets bijvoorbeeld maatschappelijke ondersteuning is of verzekerde zorg. Dat regelen de financiers dan maar achteraf, in hun eigen backoffice.’

Drie gouden lessen voor samenwerking in de palliatieve fase

  1. Ontwikkel randvoorwaarden en inhoudelijke afspraken tegelijkertijd. Het bestuurlijke gaat niet vóór het inhoudelijke, maar net zomin andersom.
  2. Ontwikkel netwerksamenwerking zoals je een legpuzzel doet. Kun je die boom aan de rechterkant al leggen? Doe dat dan eerst. Is de wolkenlucht bovenin nog lastig? Laat die dan nog even zitten. Al ‘puzzelend’ kom je gaandeweg vanzelf tot het complete beeld.
  3. Vorm een alliance of the willing, ofwel: begin de samenwerking met de mensen die graag willen en die je vertrouwt. En die zin hebben om samen aan de randvoorwaarden voor integrale zorg te werken.

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg februari 2020. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

]]>
news-5246 Thu, 30 Jan 2020 11:25:56 +0100 Resultaten PERSPECTIEF-onderzoek naar ouderen met een doodswens aangeboden https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/resultaten-perspectief-onderzoek-naar-ouderen-met-een-doodswens-aangeboden/ Ongeveer 0,18% van alle 55-plussers heeft een wens tot levensbeëindiging, zonder dat zij ernstig ziek zijn. Dat komt neer op iets meer dan 10.000 mensen. Dit blijkt uit het PERSPECTIEF-onderzoek dat onder leiding van dr. Els van Wijngaarden is uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit voor Humanistiek en het Julius Centrum van het UMCU in opdracht van het ministerie van VWS en gefinancierd door ZonMw. Onder grote belangstelling van pers en andere geïnteresseerden hebben hoofdonderzoeker Els van Wijngaarden en ZonMw-voorzitter Jeroen Geurts het rapport ‘Perspectieven op ouderen met een doodswens zonder dat zij ernstig ziek zijn: de mensen en de cijfers’ aangeboden aan minister Hugo de Jonge. Vanuit verschillende perspectieven is onderzoek gedaan naar de omvang, kenmerken en omstandigheden van ouderen met een doodswens, zonder ernstige ziekte. Aan het onderzoek deden ruim 21.000 ouderen en 1.600 huisartsen mee.

Verschillende soorten doodswensen

Mensen die in het onderzoek aangaven dat zij een doodswens hebben, bleken daarmee verschillende dingen te bedoelen. Het onderzoek onderscheidt drie soorten persisterende doodswensen:

  • Er zijn mensen met een passieve doodswens: zij leven met een verlangen naar de dood zonder zelf plannen te maken of stappen te zetten om de dood te bespoedigen. In Nederland gaat het naar schatting om 0,47% van de 55-plussers.
  • Er zijn ook mensen met een actieve doodswens: zij maken plannen of zetten concrete stappen met betrekking tot hun doodswens. Naar schatting gaat het om 0,77% van de 55-plussers.
  • En dan is er de groep die hun doodswens omschrijft als een wens tot levensbeëindiging. Dit betreft 0,18% van de mensen van 55 jaar en ouder.

Verschil in beleving van doodswens

Voor alle drie de groepen geldt dat leven met een doodswens of een wens tot levensbeëindiging niet per definitie betekent dat men onmiddellijk dood wil. Ook blijkt uit het onderzoek dat de doodswens door de jaren heen kan verminderen of verdwijnen, ook op hoge leeftijd. De groep ouderen met een doodswens zonder ernstig ziek te zijn, blijkt vaak wel fysieke en mentale klachten te hebben.

Zelfdodingsmiddel

Veel mensen met een doodswens willen beschikken over een zelfdodingsmiddel. Niet zozeer om het middel direct in te nemen, maar vooral ter geruststelling om in de toekomst zelf regie te kunnen voeren over het levenseinde. Tegelijk roept (de gedachte aan) het beschikken over zo’n middel nieuwe dilemma’s op, bijvoorbeeld over het juiste tijdstip om het te gebruiken en de risico’s. Andere veelvoorkomende behoeften zijn: hulp bij zelfdoding door een dokter, meer financiële ruimte, erkenning en begrip voor gevoelens en goede gesprekken met een hulpverlener.

Meer informatie

Het rapport: Perspectieven op ouderen met een doodswens zonder dat zij ernstig ziek zijn: de mensen en de cijfers, 2020. (PDF)
Het rapport: Perspectieven op ouderen met een doodswens zonder dat zij ernstig ziek zijn: de mensen en de cijfers, 2020. (Printbare PDF)
Infographic van de onderzoeksresultaten en samenvatting van het rapport (PDF)

]]>
news-5244 Thu, 30 Jan 2020 08:29:17 +0100 Afschaffing terminaliteitsverklaring https://www.ordz.nl/de-patient-client/actiepunten-sector-de-patient-client/7.-terminaliteitsverklaring-afschaffen-afgerond Een terminaliteitsverklaring is in de meeste situaties niet meer nodig. Voorheen werd deze verklaring voor de zorg in de laatste levensfase gebruikt. Bekijk het volledige bericht en de video. news-5231 Wed, 29 Jan 2020 14:44:00 +0100 Start kennissynthese Advance Care Planning https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/start-kennissynthese-advance-care-planning/ In opdracht van ZonMw gaat het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel) inzicht geven in de stand van zaken en de benodigde vervolgstappen in Advance Care Planning (ACP)-gerelateerde projecten. Met deze opdracht willen we een overzicht van ACP in Nederland bereiken en inzicht geven in de waarde en toepasbaarheid van ontwikkelde interventies. Advance Care Planning

ZonMw stimuleert onderzoek waarin ACP centraal staat. Hieronder verstaan wij projecten die gaan over proactieve zorgplanning en markering, beide essenties van het Kwaliteitskader palliatieve zorg (2017). De veelheid aan ACP-gerelateerde projecten maakt een overzicht van en inzicht in de waarde en toepasbaarheid van ontwikkelde interventies van belang.

Inhoud inventarisatie

Het Nivel voert een inventarisatie uit en geeft in een overzicht een beschrijving van:

  • kansrijke interventies en methodieken bij lopende en afgesloten projecten
  • organisatorische randvoorwaarden voor landelijke implementatie en borging   
  • meetinstrumenten voor de inzet van ACP bij de patiënten en naasten en de daarbij gebruikte uitkomstmaten.

Handleiding

Tevens ontwikkelt het Nivel een handleiding voor het implementeren van al in te zetten interventies door zorgverleners. Deze handleiding zal bestaan uit geschikte tools binnen de diverse settings, gespreksmomenten en samenwerkingsafspraken tussen zorgverleners en specifieke doelgroepen.

Oplevering

De geplande oplevering van de inventarisatie is in de zomer van 2020.

Meer informatie

]]>
news-5148 Tue, 14 Jan 2020 15:36:57 +0100 Nieuw hulpmiddel en e-learning ontwikkeld voor besluitvorming van behandelbeleid bij ernstige beroerte https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuw-hulpmiddel-en-e-learning-ontwikkeld-voor-besluitvorming-van-behandelbeleid-bij-ernstige-beroer/ Als na een ernstige beroerte de vraag rijst of wel of niet doorbehandelen zinvol en gewenst is (bijvoorbeeld het al dan niet starten of voortzetten van sondevoeding), staan artsen en familieleden vaak voor een ingewikkeld dilemma. In de praktijk blijkt dat arts-assistenten neurologie deze complexe familiegesprekken vaak voeren, maar dat onderwijs hierin niet een vast onderdeel is van de opleiding. Ter ondersteuning is nu een hulpmiddel ontwikkeld dat de arts en de familie helpt gezamenlijk een besluit te nemen op basis van 3 invalshoeken die voor deze beslissing van belang zijn: de (veronderstelde) keuze van de patiënt, de medische noodzaak en het comfort van de patiënt. Voor degenen die zich verder in dit onderwerp willen verdiepen is er tevens een e-learning ontwikkeld. De website is vrij toegankelijk en de e-learning kan voorlopig kosteloos worden gevolgd.

www.behandelbeleidbijberoerte.nl en www.sondevoedingnaberoerte.nl

Achtergrond

De eerste periode na een ernstige beroerte is een heftige en onzekere fase waarin zowel de overlevingskans als de mogelijkheden voor herstel worden ingeschat. In deze periode kunnen neurologen en familieleden van patiënten voor moreel beladen keuzes over de behandeling komen te staan. Doen we alles wat kan, of zijn er behandelingen waar artsen in overleg met de familie vanaf besluiten te zien? Deze beslissingen worden maar beperkt gebaseerd op wetenschappelijk bewijs. De (veronderstelde) voorkeur van de patiënt is een hele belangrijke factor bij het uiteindelijke besluit.

Tot nu toe is het voeren van complexe familiegesprekken waarin moeilijke besluiten moeten worden genomen geen vast onderdeel van de opleiding. Neuroloog Marjolein Geurts (Erasmus MC, gepromoveerd op besluitvorming na beroerte) zegt hierover: 'Het is een gemis dat dit onderwerp nog geen vast onderdeel is van de opleiding tot neuroloog. Beginnend arts assistenten moeten deze gesprekken vaak voeren, maar zijn hier meestal niet in getraind. Zij zijn hierin afhankelijk van de supervisor. Arts assistenten zien op tegen deze gesprekken omdat ze niet weten hoe ze dit het best kunnen aanpakken. Het is belangrijk dat hier nu handvatten voor zijn.' Om die reden is het hulpmiddel inmiddels in de landelijke nascholing ‘cerebrovasculaire ziekten’ voor neurologen (de Biemond cursus) besproken.

Hulpmiddel om te beslissen

Het al dan niet starten of voortzetten van sondevoeding na een ernstige beroerte is de beslissing die het meest aanleiding geeft tot dilemma’s en discussie, blijkt uit onderzoek. Analyse van de wijze waarop de beslissing over sondevoeding tot stand komt, leverde 3 invalshoeken op van waaruit artsen, verpleegkundigen en naasten de beslissing over sondevoeding benaderden: vanuit de wens van de patiënt, vanuit de (medische) noodzaak en vanuit het comfort van de patiënt.

Het hulpmiddel is op www.behandelbeleidbijberoerte.nl en www.sondevoedingnaberoerte.nl te raadplegen. Deze nieuwe en interactieve website is ontwikkeld om artsen die te maken hebben met een situatie waarbij twijfel bestaat over wel of niet doorbehandelen (bijvoorbeeld met sondevoeding), te helpen relevante argumenten per invalshoek te verkennen. Zij krijgen inzicht in welke informatie zij nodig hebben van de (familie van) de patiënt, wat zij helder moeten hebben over de prognose en de (on)zekerheid daarvan en hoe zij het comfort van de patiënt kunnen onderzoeken. Met het doorlopen van de 3 invalshoeken kan de arts het familiegesprek goed voorbereiden en zorgvuldig voeren.

De nieuw ontwikkelde e-learning gaat dieper in op het besluitvormingsmodel, het inschatten van de prognose en de relevante wettelijke kaders bij de besluitvorming. De cursist leert aan de hand van een casus te werken met het besluitvormingsmodel en te herkennen waarom de besluitvorming dilemma’s oproept.

Informatie voor familie

Op de website is ook een pagina ingericht voor familieleden van patiënten zodat zij zich goed op het gesprek kunnen voorbereiden. Uit de praktijk blijkt dat dit niet vaak genoeg gebeurt. Een test-gebruiker zegt hierover: 'Mijn partner is overleden na een ernstige beroerte. Had ik maar zo’n gesprek gehad destijds. Als familielid wil je zo veel meegenomen worden in het beslisproces. Via dit beslismodel komen de onderwerpen die er toe doen allemaal naar boven.'

Totstandkoming

Dit project is uitgevoerd door de afdelingen Ouderengeneeskunde en Neurologie van Amsterdam UMC, locatie VUmc. Het project 'Besluitvorming over palliatieve zorg na een ernstig CVA' is mogelijk gemaakt door ZonMw en maakt deel uit van het programma Palliantie. Meer dan zorg. Het beslismodel dat uit het onderzoek naar boven kwam is in samenspraak met een groep van 14 experts* vertaald naar een beslismodel voor de praktijk.

* o.a. neurologen (in opleiding) uit verschillende ziekenhuizen, verpleegkundigen, artsen met expertise in palliatieve zorg en familieleden van patiënten die een ernstige beroerte hebben doorgemaakt.

Meer informatie

]]>
news-5127 Fri, 10 Jan 2020 09:31:48 +0100 Oproep voor abstracts EIE2020 https://implementation.eu/call-for-abstracts/ Bent u werkzaam in implementatiewetenschap of praktijk als onderzoeker, organisatorisch leider, intermediair, beleidsontwikkelaar, consultant of in een andere rol? Dien dan een ​​abstract in vóór 19 januari 2020 bij EIE2020. news-5126 Fri, 10 Jan 2020 09:21:22 +0100 Set besluitvorming is uitgebreid en aangepast in palliatieve fase https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/set-besluitvorming-is-uitgebreid-en-aangepast-in-palliatieve-fase/ news-5093 Fri, 03 Jan 2020 11:23:02 +0100 Luisterconsulten voor zingevingszorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/luisterconsulten-voor-zingevingszorg/ Luisterspreekuren blijken een goede manier te zijn om zingevingszorg meer te integreren in eerstelijns palliatieve zorg. Dit blijkt uit het pilotproject 'Luisterconsulten' vanuit Stichting PaTz en Amsterdam UMC. Pilot

In deze pilot zijn van december 2018 tot september 2019 luisterspreekuren gehouden in huisartsenpraktijken horende bij 3 PaTz-groepen. In de deelnemende PaTz-groepen heeft een geestelijk verzorger een luisterspreekuur gehouden waar artsen en wijkverpleegkundigen een patiënt, en/of naaste daarvan, in de palliatieve fase naar toe kon verwijzen wanneer er zingevingsvragen zijn. Ook namen de geestelijk verzorgers deel aan de PaTz-bijeenkomsten om daar hun expertise te delen met huisartsen en wijkverpleegkundigen. De pilot is zowel procesmatig als inhoudelijk geëvalueerd. De consulten waren voor zowel patiënten, naasten, zorgverleners en PaTz-groepen van meerwaarde.

Aandacht voor zingevingszorg

Hanna Klop, onderzoeker palliatieve zorg bij het UMC in Amsterdam: 'Deze pilot laat zien dat luisterspreekuren en de aanwezigheid van een geestelijk verzorger bij PaTz-groepen zorgt voor meer aandacht voor en meer inzet van geestelijke zorg in palliatieve zorg in de eerste lijn. Gesprekken met geestelijk verzorgers middels thuisbezoeken werden vooral gebruikt door naasten en waren vooral rouwgerelateerd, en door zowel naasten als patiënten erg gewaardeerd. Aanwezigheid van de geestelijk verzorger bij PaTz-groepen zorgde voor een bredere blik op geestelijke zorg en scholing hielp bij het herkennen en uitvragen van zingevingsvragen. Scholing bleek concreet te resulteren in doorverwijzingen.'

Intergratie in palliatieve zorg

'De pilot maakt ook zichtbaar dat het integreren van zingevingszorg in eerstelijns palliatieve zorg een (tijds)intensief proces van elkaar leren kennen is, niet elke zorgverlener de relevantie van zingevingsvragen en/of luisterspreekuren inziet, en dat bewustwording voor zingevingsvragen onder PaTz-groepsleden tijd nodig heeft. Een thuisbezoek-op-afspraak blijkt beter bij de huidige zorgpraktijk aan te sluiten. De term ‘luisterspreekuur’ dekt echter mogelijk niet de vorm en inhoud van de integratie van zingevingszorg in de eerste lijn op deze wijze, aanbevolen wordt een andere term, zoals 'luisterconsult' te gebruiken,' alsdus Klop.

Meer informatie

 

]]>
news-5094 Fri, 20 Dec 2019 13:16:00 +0100 Lancering website sondevoedingnaberoerte.nl https://sondevoedingnaberoerte.nl/ Op 19 december heeft Amsterdam UMC de website sondevoedingnaberoerte.nl gelanceerd. Het is een hulpmiddel voor artsen bij de besluitvorming over sondevoeding na een ernstige beroerte. news-5091 Thu, 12 Dec 2019 09:21:00 +0100 Met Oncokompas betere kwaliteit van leven na kanker https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/met-oncokompas-betere-kwaliteit-van-leven-na-kanker/ Het Oncokompas is een online hulpmiddel dat mensen helpt om de kwaliteit van hun leven te verbeteren na kanker. 'Niet alleen na de behandeling, maar vaak nog jaren daarna beïnvloedt de ziekte het leven van de ex-patiënt', aldus Irma Verdonck, hoogleraar psychosociale oncologie bij Amsterdam UMC en de Vrije Universiteit Amsterdam. 'Onderzoek wijst uit dat het Oncokompas deze mensen kan ondersteunen.' Het onderzoek is gepubliceerd in Lancet Oncology. Het Oncokompas verbetert de kwaliteit van leven, vermindert symptomen en is kosteneffectief. Ook brengt het de oncologische nazorg dichter bij huis en verbetert het de informatievoorziening over de mogelijkheden van nazorg bij kanker. 'We zijn verheugd dat nu wetenschappelijk is vastgesteld dat het Oncokompas ex-patiënten kan ondersteunen om meer grip te krijgen op hun leven na kanker', zegt Verdonck die het onderzoek in 2016 opzette samen met Anja van der Hout van de Vrije Universiteit Amsterdam en Lonneke van der Poll van het IKNL en NKI, en met andere partijen. Van 2016 tot 2018 deden 14 ziekenhuizen mee in een landelijk gerandomiseerd onderzoek naar de effectiviteit van het Oncokompas onder kankeroverlevenden van borst-, darm-, hoofd-hals of lymfeklierkanker. In totaal deden 625 mensen mee aan deze studie.

Je leven weer op de rit krijgen

Ex-kankerpatiënten kunnen na de behandeling nog allerlei lichamelijke en psychische klachten hebben. Terugkeren naar werk of het aanvragen van een hypotheek of een verzekering blijkt voor mensen die kanker hebben gehad ingewikkelder te zijn dan voor andere mensen. Het Oncokompas biedt praktische informatie, inzichten en adviezen aan ex-patiënten met alle vormen van kanker. Daarnaast zijn er speciale modules voor mensen met borstkanker, darmkanker, hoofd-halskanker, lymfeklierkanker of melanoom. Mensen die zijn genezen van kanker en interesse hebben in het Oncokompas vinden hier informatie voor patiënten.

Oncokompas in academische ziekenhuizen

In 2020 voeren alle Nederlandse academische ziekenhuizen het Oncokompas op aanraden van het NFU Citrienfonds. Ook andere ziekenhuizen zijn geïnteresseerd. Zorgprofessionals die vanaf 2020 het Oncokompas willen aanbieden aan patiënten, vinden hier informatie voor zorgverleners.

Onderzoek naar Oncokompas bij partners van kankerpatiënten

Bent u partner van iemand met een ongeneeslijke vorm van kanker? Wilt u meedoen aan wetenschappelijk onderzoek? Dan kunt u zich hier aanmelden.

Meer informatie

 

]]>
news-5095 Thu, 05 Dec 2019 14:26:00 +0100 Prijs Palliatieve zorg Limburg en Zuidoost Brabant 2019 https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/prijs-palliatieve-zorg-limburg-en-zuidoost-brabant-2019/ Dr. Annemie Courtens, coördinator van het Expertisecentrum Palliatieve Zorg van het MUMC+ ontving op 28 november 2019 tijdens het symposium Palliatieve zorg: 'Anders dan Anders' in Urmond de Prijs Palliatieve zorg Limburg en Zuidoost Brabant 2019. Deze prijs wordt tweejaarlijks uitgereikt aan mensen of organisaties die een bijzondere bijdrage hebben geleverd aan het optimaliseren van de palliatieve zorg in deze regio. Vanaf 1999 is verplegingswetenschapper Annemie Courtens coördinator van het Centrum voor Ontwikkeling Palliatieve Zorg, later Expertisecentrum Palliatieve zorg verbonden. Zij zette samen met prof.dr. Marieke van den Beuken het regionale consultatieteam palliatieve zorg op, coördineert bij- en nascholingen palliatieve zorg en is betrokken bij verschillende innovatieprojecten op dit gebied.

Juryrapport

In het juryrapport wordt melding gemaakt van het volgende: 'Zij is verbinder tussen wetenschap, onderwijs en praktijk, maar ook tussen organisaties zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, hospices, consultatieteams, huisartsengroepen, onderwijsinstellingen, de universiteit en het IKNL. Zij wist muren te slechten en effectieve verbindingen tot stand te brengen.' Van haar vele activiteiten noemt de jury er twee:

Palliatieve zorg in basiscurricula 

Haar projectleiderschap voor het Palliantieproject op het gebied van palliatieve zorg in de initiële opleidingen van verzorgenden en verpleegkundigen. Hierbij werden de competenties van beginnen verzorgenden en verpleegkundigen op het gebied van palliatieve zorg beschreven en werden op alle Roc’s en Hogescholen in de regio gewerkt aan de implementatie van palliatieve zorg in hun basiscurriculum.

Samenwerking netwerken palliatieve zorg

Als kwartiermaker van het Consortium Palliatieve zorg Limburg en Zuidoost Brabant bracht ze de samenwerking tussen de netwerken palliatieve zorg, het IKNL en de onderwijsinstituten in de regio tot stand. In het kader van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg werden vanuit dit Consortium verschillende projecten ingediend en gehonoreerd door ZonMw.

Meer informatie

]]>
news-4963 Mon, 02 Dec 2019 09:37:21 +0100 E-book Palliatieve zorg https://issuu.com/o2pz In het e-book ‘Palliatieve zorg: optimalisatie begint bij onderwijs’ vindt u inspiratie en tips en tools voor het optimaliseren van onderwijs over palliatieve zorg. Het e-book werd geschreven op basis van het gelijknamige symposium wat op 1 oktober 2019 werd georganiseerd door het programma Optimaliseren Onderwijs Palliatieve Zorg (O²PZ). news-4880 Thu, 21 Nov 2019 09:07:00 +0100 ‘Palliatieve zorg leer je niet uit een boekje’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/palliatieve-zorg-leer-je-niet-uit-een-boekje/ Iedere verpleegkundige en verzorgende komt in aanraking met mensen in de palliatieve fase en hun naasten. Maar wie na de opleiding aan het werk gaat, heeft over het algemeen nog onvoldoende competenties op dit gebied. Samen met professionals, studenten, patiënten én naasten hebben verschillende mbo- en hbo-opleidingen palliatieve zorg ingebed in hun basiscurriculum. Hoe voer je een gesprek met een patiënt over de naderende dood? En wat kun je doen als mensen met zingevingsvragen zitten of angstig zijn? Met dit soort vragen worstelen verzorgenden en verpleegkundigen in opleiding. Dat bleek uit een enquête in een ZonMw-project  dat onderwijs over palliatieve zorg wil inbedden in de initiële opleiding. Projectleider is Annemie Courtens, coördinator palliatieve zorg van het Maastricht UMC+ en van het Consortium Palliatieve Zorg Limburg en Zuidoost-Brabant. ‘We hebben niet alleen studenten bevraagd, maar ook professionals en zorgmanagers. Daaruit kwam een lijstje zaken die pas opgeleide verzorgenden en verpleegkundigen nog onvoldoende in huis hebben, van het hanteren van meetinstrumenten tot het beheersen van gespreksvoeringstechnieken.’

Eyeopener voor studenten

Nicole Bemelmans is docent verpleegkunde aan de Gilde Opleidingen in Roermond, een van de deelnemende mbo-scholen. ‘Veel studenten associeerden palliatieve zorg met de stervensfase. Het was een eyeopener voor ze dat het om veel meer gaat. En ze missen inderdaad handvatten voor een gesprek. Terwijl je in je eerste stage al geconfronteerd kunt worden met mensen in de palliatieve fase.’ Volgens Courtens is er een grote scholingsbehoefte, juist in de initiële opleiding. ’Als palliatieve zorg al aan de orde komt, is het vaak pas in het derde of vierde leerjaar. Daarbij komt dat docenten vaak al langere tijd geen praktijkervaring hebben opgedaan. Het ontbreekt op scholen dus vaak aan actuele kennis over deze zorg.’

Community of practice

In het project hebben zeven opleidingen in Limburg en Zuid-Oost Brabant palliatieve zorg in hun basiscurriculum geïmplementeerd. Courtens: ‘Eerst hebben we vastgesteld welke competenties verpleegkundigen en verzorgenden moeten hebben en wat dat betekent voor hun opleiding. Daarvoor hebben we literatuuronderzoek gedaan, plus interviews met 50 docenten en zorgmanagers en 122 studenten. Patiënten en naasten hebben we gevraagd wat zij vinden dat een verzorgende of verpleegkundige moet kunnen.’ Docenten hadden zelf veel behoefte aan bij- en nascholing, zo bleek al snel. Daarom kwam er een scholing in 5 dagdelen voor docenten van mbo én hbo samen. Inmiddels is er in de regio een heuse ‘community of practice’ ontstaan, zegt Courtens. Daarin wisselen docenten, studenten, praktijkmensen en patiënten ervaringen en leermaterialen uit. 

Studenten worden experts

Bemelmans: ‘Ik voelde me door het project gestimuleerd om vakdocenten op al onze locaties te betrekken. De inbreng van studenten was ook zeer waardevol. Door samen te bedenken wat belangrijk is, ontstaat meteen veel meer draagvlak voor de lessen. En ze ontwikkelen zich ook zelf tot experts. Een van de studenten in het project is op haar stageplek zelfs gevraagd om binnen de organisatie ambassadeur voor palliatieve zorg te worden.’ Courtens noemt de inbreng van studenten heel relevant voor de invulling van het curriculum. ‘Studenten vinden het fijn om interactief te werken en concreet te oefenen met gesprekken. En ze horen graag verhalen uit de praktijk. Vandaar dat we gastlessen laten verzorgen, bijvoorbeeld door consulenten palliatieve zorg of door patiënten zelf.’

Jezelf veilig voelen

Volgens Bemelmans is het in alle gevallen belangrijk dat studenten aandacht en tijd ervaren voor hun eigen verhaal. ‘Over palliatieve zorg praten raakt aan je persoonlijke leven. Dus het begint met jezelf veilig voelen.’ Courtens is er trots op dat het project heeft laten zien hoe je met een multidisciplinaire groep van studenten, docenten, patiënten en professionals onderwijs kunt vernieuwen. En dan zodanig dat het goed aansluit bij de concrete behoeften in de praktijk. Bemelmans kan het alleen maar beamen: ‘Dit is niet iets wat uit een boekje haalt, je moet het leren in de praktijk.’

Drie gouden lessen voor docenten verpleegkunde aan mbo-/hbo-opleidingen

  1. Begin vroeg in het curriculum met palliatieve zorg – liefst nog vóór de eerste stage – en bouw van hieruit een doorlopende leerlijn op. Bespreek na een stage de ervaringen met palliatieve zorg.
  2. Besteed aandacht aan het werken met meetinstrumenten, gespreksvoering, zingevingsvragen, omgang met angst en boosheid, proactieve zorgplanning, gezamenlijke besluitvorming en de sociale kaart van de palliatieve zorg.
  3. Maak gebruik van consulenten palliatieve zorg en patiënten, naasten en nabestaanden die gastlessen kunnen verzorgen.

Leermaterialen

Voor de docenten verzorging en verpleegkunde heeft het project een website met leermaterialen ontwikkeld: www.edupal.nl. Daarop staan o.a. tekstbronnen, video’s , animaties, casuïstiek en powerpoint-presentaties. Het meerjarige programma O2PZ (www.o2pz.nl) neemt de opgedane resultaten mee in een landelijk onderwijsaanbod voor alle zorgverleners in de palliatieve zorg.

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg november 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

]]>
news-4879 Thu, 21 Nov 2019 09:03:00 +0100 Studenten en zorgprofessionals leren samen over palliatieve fase https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/studenten-en-zorgprofessionals-leren-samen-over-palliatieve-fase/ Hoe kunnen onderwijs over palliatieve zorg en de praktijk optimaal op elkaar aansluiten? Dat is de vraag waar Aly Dassen (Albeda Zorgcollege) antwoorden op probeert te vinden. Ze deelt haar belangrijkste lessen. Aly Dassen is adjunct-directeur van het Albeda Zorgcollege in Rotterdam. Ze is ook, namens de MBO Raad, lid van de kwaliteitswerkgroep van het landelijke project Optimaliseren Onderwijs Palliatieve Zorg (O2PZ). Maar is ze vooral een vrouw die zich sterk maakt voor sensitieve palliatieve zorg. ‘Natuurlijk is kennis van behandelingen voor bijvoorbeeld pijnbestrijding ook onmisbaar. Maar goede palliatieve zorg begint met voldoende inlevingsvermogen. De gevoelens van de meneer of mevrouw tegenover je op tijd herkennen en erkennen. En aanvoelen welke woorden en welke houding op welk moment gepast zijn.’

Casuïstiek bespreken

Precies daarom vindt Dassen het zo belangrijk dat onderwijs en praktijk van elkaar leren. Ze gelooft bijvoorbeeld in het samen bespreken van casussen door studenten en zorgprofessionals. ‘Studenten kunnen leren van de jarenlange ervaring van artsen, verpleegkundigen en verzorgenden. Krijgen ze die wijsheid al mee tijdens hun opleiding, zijn ze na hun afstuderen beter in staat gesprekken te voeren over ongeneeslijk ziek zijn. Belangrijk, want dat zijn waardevolle maar ook vaak moeilijke gesprekken, voor patiënt, naaste én zorgprofessional.’ En zelfs zorgprofessionals met jarenlange ervaring hebben baat bij casuïstiek bespreken met studenten, zegt Dassen. ‘Zo oefenen ook zij met de nieuwste inzichten.’ Deze casuïstiek interdisciplinair bespreken gaat niet vanzelf en zal georganiseerd moeten worden, benadrukt Dassen. ‘O2PZ wil in de verschillende regio’s onderwijsknooppunten palliatieve zorg inrichten. Dit zou een goede plek kunnen zijn om ervaringen te delen.’

Onderwijs borgen

Als ambassadeur van O2PZ stimuleert Dassen de borging van onderwijs over palliatieve zorg. De nieuwe opleidingsprofielen voor de mbo- en hbo-opleidingen verpleegkunde gaan uit van de CanMEDS-rollen. Dassen stimuleert de ROC’s hun onderwijsaanbod zo in te richten dat studenten de afgesproken competenties optimaal kunnen ontwikkelen. ‘We hebben op een eerste bijeenkomst in oktober doelstellingen afgesproken. Bijvoorbeeld dat in maart 2020 80 % van alle ROC’s een vast aanspreekpunt hebben voor onderwijs over palliatieve zorg. Ik houd in de gaten of we die ambitie halen. En help waar nodig scholen zo’n coördinator te vinden.’

Cadeautje

Ontwikkel lesstof over palliatieve zorg samen met de praktijk, is ook binnen O2PZ steeds de boodschap van Dassen. Een vraag van Rotterdamse VVT-instellingen kwam daarom voor haar als een cadeautje. ‘Zij willen samen met het Albeda Zorgcollege e-learning over palliatieve zorg verder verspreiden. Modules gaan bijvoorbeeld over zingeving, ethiek en cultuur, symptomen in de palliatieve fase, samenwerken en zorg voor naasten.’

Om je heen kijken

Het Albeda Zorgcollege hoeft de e-learning palliatieve zorg niet zelf te ontwikkelen: de VVT-instellingen in de regio Rotterdam zijn al heel ver. Voor Dassen een les over hoeveel waardevolle initiatieven er al zijn. Ze raadt andere ROC’s aan goed om zich heen te kijken in hun eigen regio. ‘Wij gaan de komende maanden ook met een stofkam door ons eigen curricula. Welke kennis bieden we al aan en wat mist nog? De belangrijkste uitdaging is goed aansluiten bij alle kennis en ontwikkelingen die er zijn en hierin nauw samen te werken met zorginstellingen.

Leerwerkplaatsen

Wat het Albeda Zorgcollege al jaren doet is werken met leerwerkplaatsen. Studenten verpleegkunde starten vanaf de eerste dag van hun opleiding een leerwerktraject bij de Rotterdamse zorginstelling Laurens. Elke vijf weken staat één thema centraal dat samen met de zorgprofessionals en docenten is vastgesteld. Veiligheid, persoonsgerichte zorg en wetgeving zijn voorbeelden. Maar ook palliatieve zorg kan een thema worden, zegt Dassen. ‘Kern van dit traject is dat er samen wordt geleerd. Leren volgt werk en studenten jagen het leren door collega’s aan.’

Interdisciplinair samenwerken

Samen leren draagt bij aan het kennen van de eigen rol en de rol van andere zorgprofessionals. Kennis hebben van elkaars verantwoordelijkheden maakt interdisciplinaire samenwerking mogelijk en dat is cruciaal in palliatieve zorg, vindt Dassen. ‘Blijven nadenken over wat de patiënt en de naasten nodig hebben, steeds opnieuw. Want ongeneeslijk ziek zijn komt met zoveel ingrijpende veranderingen. En gezamenlijk afwegingen daarover maken doe je niet alleen in de laatste weken. Palliatieve zorg kan over jaren gaan. Laten we ook die boodschap blijven herhalen.’

Drie gouden lessen voor onderwijsinstellingen over palliatieve zorg  

  1. Ken het zorgaanbod in je regio en vraag instellingen welk lesmateriaal zij ontwikkeld hebben en willen ontwikkelen.
  2. Stel jezelf ook de vraag: wat doen wij al goed en wat is nog nodig?
  3. Kies voor leertrajecten met theorie én praktijk. In die verbinding ligt de sleutel voor goede palliatieve zorg.

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg november 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

]]>
news-4881 Thu, 21 Nov 2019 09:01:00 +0100 Volgende fase voor publiekscampagne VWS over palliatieve zorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/volgende-fase-voor-publiekscampagne-vws-over-palliatieve-zorg/ ‘Ik heb te horen gekregen dat ik doodga. Maar tot die tijd leef ik.’ Zo luidt de slogan van de publiekscampagne die de landelijke overheid in juni 2019 lanceerde. Eind november gaat de campagne een volgende fase in, om nog meer mensen te kunnen bereiken. Nog altijd associëren veel mensen – niet alleen burgers maar ook zorgprofessionals – palliatieve zorg met pijnbestrijding in de stervensfase. Terwijl palliatieve zorg veel breder is. Fred Lafeber, beleidscoördinator palliatieve zorg bij het ministerie van VWS, noemt dit kennishiaat een belangrijke aanleiding voor de publiekscampagne die de landelijke overheid in juni 2019 heeft gelanceerd. Het doel is het publiek beter bekend te maken met wat palliatieve zorg inhoudt. Lafeber: ‘Het gaat erom dat mensen op tijd het gesprek aangaan over de laatste levensfase en zich al in een vroeg stadium oriënteren op wat er in deze fase mogelijk is.’ En dat is veel meer dan mensen zich vaak realiseren, van thuiszorg via de wijkverpleging, met een professional praten over levensvragen, tot contact met lotgenoten.

Meer dan de stervensfase

De belangrijkste campagne-uiting is de website Overpalliatievezorg.nl, met tips, ervaringen en links naar websites van organisaties die kunnen helpen. Drie knoppen leiden de bezoeker meteen naar belangrijke thema’s: ‘Zo begint u het gesprek’, ‘Er is zorg en hulp voor u’ en ‘Keuzes om te maken’. Lafeber: ‘In 2018 hebben we een flitspeiling gedaan. Daaruit bleek dat ongeveer een derde van de mensen zegt te weten wat palliatieve zorg is. Maar als je doorvraagt, denken ze dus vrijwel allemaal aan de stervensfase. Met de campagne willen we uitdragen dat het er in palliatieve zorg juist gaat om ondersteuning en hulp vanaf het moment dat je kwetsbaar wordt of te horen krijgt niet meer te kunnen genezen.’ Het tweede doel is mensen – zowel burgers als professionals – de weg te wijzen naar plekken waar ze terecht kunnen met vragen of een verzoek om hulp. Op de website staat die informatie nu mooi op één plek, aldus Lafeber.

Herkenbare verhalen

In de campagne vertellen mensen die palliatieve zorg ontvangen hun verhaal. Ook degenen die deze zorg geven komen aan het woord. Daarnaast zijn er advertorials in (regionale) kranten, ervaringsverhalen in magazines en er is een folder. Volgens Lafeber kiezen veel overheidscampagnes bewust voor verhalen uit het echte leven. ‘Het spreekt mensen meer aan en de informatie wordt veel herkenbaarder. In ons geval kunnen we zo ook de verscheidenheid aan situaties in de palliatieve fase laten zien. Heel mooi is een filmpje met Ingrid, vrijwilligster in een hospice. Naast verhalen van mensen in de palliatieve fase laten we nu ook mensen uit de zorg aan het woord, zowel professionals als vrijwilligers.’

Over het léven

De reacties van publiek en professionals zijn over het algemeen erg positief, aldus Lafeber. De score is hoger dan bij de gemiddelde campagne van VWS. De echte verhalen maken volgens hem duidelijk indruk. Wel valt op dat sommige mensen dichtklappen bij het woord ‘dood’, vervolgt hij. Zij hebben dan als het ware geen oog meer voor de belangrijke boodschap van de campagne: palliatieve zorg gaat juist over het léven dat iemand nog rest. Lafeber: ‘In de vervolgcampagne zullen we dat nog wat sterker gaan benadrukken. Tussen ongeveer eind november en de kerst zullen de campagnespotjes gericht worden uitgezonden. Daarna blijft de website in de lucht. Naast de publiekssite is er palliaweb.nl, waar professionals handvatten en hulpmiddelen vinden.

Elkaar informeren

De campagne betrekt nadrukkelijk ook regionale organisaties en zorgverleners die daar werken. Lafeber: ‘We kunnen het natuurlijk niet alleen. De campagne stimuleert organisaties en professionals om anderen zoveel mogelijk over palliatieve zorg te vertellen en ze te wijzen op de materialen.’ Lafeber hoopt dat mensen er elkaar op gaan aanspreken, of het nu de huisarts is of een goede vriend of vriendin. ‘Voor mij is de campagne geslaagd als er straks vrijwel niemand meer tussen de wal en het schip valt. Dus dat mensen niet langer denken: ik kan niet meer genezen, dus voor mij is er geen zorg meer mogelijk.’

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg november 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

 

]]>
news-4905 Wed, 20 Nov 2019 15:04:00 +0100 Verslag projectleidersbijeenkomst Palliantie https://publicaties.zonmw.nl/projectleidersbijeenkomst-palliantie-meer-dan-zorg/ Op 19 september organiseerde Septet samen met ZonMw een projectleidersbijeenkomst met als thema: van onderzoek naar samenwerken in de praktijk. Bekijk nu het verslag.