ZonMw tijdlijn Palliatieve zorg https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Palliatieve zorg nl-nl Sun, 27 Sep 2020 12:49:55 +0200 Sun, 27 Sep 2020 12:49:55 +0200 TYPO3 news-6158 Tue, 15 Sep 2020 15:36:00 +0200 Onderzoek naar Advance Care Planning https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/onderzoek-naar-advance-care-planning/ Advance Care Planning (ACP), inclusief proactieve zorgplanning en markering, is een hulpmiddel om te zorgen dat palliatieve zorg telkens aansluit bij de wensen en behoeften van de patiënt en hun naasten.
ACP kan bijvoorbeeld onnodige of ongewenste behandelingen voorkomen en duidelijkheid scheppen over wensen van de patiënt wanneer deze niet meer zelf kan communiceren. ZonMw stimuleert daarom onderzoek dat verdere ontwikkeling en implementatie van ACP mogelijk maakt. ZonMw heeft het Nivel gevraagd om onderzoek te doen naar ACP binnen de palliatieve zorg en, aanvullend, naar ACP-gesprekken tussen huisartsen en hun patiënten.

Kennisinventarisatie en handreiking ACP

Er lopen op dit moment veel ZonMw-projecten die gerelateerd zijn aan ACP. Daarom is het belangrijk dat er een goed overzicht komt van de waarde en toepasbaarheid van alle ontwikkelde ACP-interventies. In opdracht van ZonMw voerde het Nivel een onderzoek uit om inzicht te krijgen in de huidige stand van zaken van ACP binnen 104 ZonMw-projecten. Uit het onderzoek blijkt dat voor blijvend gebruik van ACP in een organisatie kartrekkers nodig zijn die (zorg)collega’s motiveren en adviseren op dit gebied. Ook is een duidelijk organisatie- en scholingsbeleid over ACP van belang. Lees meer hierover in het rapport en bijbehorende handreiking voor de praktijk.

Literatuuronderzoek ACP-gesprek tussen huisarts en patiënt

Aanvullend op dit rapport heeft ZonMw, in opdracht van het ministerie van VWS, het Nivel gevraagd om een literatuuronderzoek uit te voeren naar het ACP-gesprek tussen huisarts en patiënt. Het onderzoek van het Nivel heeft tot doel te inventariseren wat er al bekend is over ACP-gesprekken tussen huisartsen en patiënten en heeft hierbij 2 hoofdvragen geformuleerd:

  1. Wat zijn volgens onderzoek uitgevoerd in Nederland de kenmerken van ACP-gesprekken tussen huisartsen en patiënten?
  2. Welke landelijke kwaliteitsstandaarden (richtlijnen, zorgmodules of handreikingen) voor huisartsen in Nederland zijn er over ACP-gesprekken? En wat is de inhoud van die kwaliteitsstandaarden.

De uitkomsten van dit onderzoek dragen bij aan verdere ontwikkeling van ACP-gesprekken tussen huisarts en patiënt. Zodra de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, brengen het Nivel en ZonMw deze onder de aandacht.

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg september 2020. Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Meld u nu aan.

]]>
news-6161 Wed, 09 Sep 2020 17:33:05 +0200 Praten over intimiteit en seksualiteit bij ongeneeslijke kanker https://publicaties.zonmw.nl/resultaten-programma-palliantie/interviewreeks-palliantie/ Veel mensen met ongeneeslijke kanker zouden graag praten over intimiteit en seksualiteit in hun leven. Maar juist deze thema’s blijven vaak onbesproken. Kunnen gesprekshulpmiddelen voor verpleegkundigen ervoor zorgen dat het gesprek hierover wél op gang komt? news-6160 Wed, 09 Sep 2020 16:51:00 +0200 ‘Deze toolbox over diversiteit ga ik bij elk project gebruiken’ https://publicaties.zonmw.nl/resultaten-programma-palliantie/diversiteit/#c62995 Het aantal ouderen met een migratieachtergrond neemt de komende jaren sterk toe. Het is van groot belang dat projecten resultaten opleveren waar zij echt mee geholpen zijn. Een nieuwe toolbox maakt rekening houden met diversiteit in projecten een stuk eenvoudiger. news-6157 Wed, 09 Sep 2020 16:00:00 +0200 Herhaalrecepten van twijfelachtige waarde https://nivel.nl/nl/nieuws/herhaalrecepten-voor-medicatie-van-twijfelachtige-waarde-komen-aan-het-levenseinde Patiënten aan het levenseinde krijgen regelmatig herhaalrecepten voorgeschreven voor medicatie die geen tot twijfelachtige waarde hebben. Dit blijkt uit gegevens van het Informatiesysteem Palliatieve Zorg van het Nivel. Deze medicijnen kunnen de gezondheid van de patiënt niet betekenisvol verbeteren of zelfs schaden. Lees meer in de nieuwe Nivelfactsheet over medicatie in de palliatieve fase. news-6123 Tue, 08 Sep 2020 09:30:00 +0200 'Huisartsenzorg gaat ook over wat voor iemand echt van waarde is' https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/huisartsenzorg-gaat-ook-over-wat-voor-iemand-echt-van-waarde-is/ Het ZonMw-programma Zingeving en Geestelijke verzorging gaat over het inbedden van zingeving en geestelijke verzorging thuis (via eerste lijn en sociaal domein). De Nijmeegse huisarts Maria van den Muijsenbergh zit in de programmacommissie. ‘Ik praat altijd met patiënten over wat het leven voor hen de moeite waard maakt.’
‘Als huisarts heb ik de taak er te zijn voor alle problemen van alle soorten mensen. Daarbij kijk ik breed, want lang niet altijd heeft een klacht alleen maar een fysieke oorzaak. Leefomstandigheden kunnen bijvoorbeeld heel bepalend zijn hoe iemand bepaalde gezondheidsproblemen ervaart.’ Van den Muijsenbergh noemt het persoonsgerichte zorg: ‘Het gaat erom samen te beslissen wat de beste aanpak of behandeling is voor déze patiënt. Daarbij houd je rekening met hoe iemand naar het leven kijkt. Ik ga dus met mijn patiënt in gesprek over impliciete en expliciete opvattingen over wat het leven voor hem of haar de moeite waard maakt. Dan heb je het over zingeving: waarom ben ik hier en wat is voor mij van waarde?’

Keuzes maken

In de coronacrisis heeft Van den Muijsenbergh gezien hoe belangrijk dit uitgangspunt is. ‘Juist in crisissituaties speelt zingeving een grote rol. Voor veel oudere mensen, die extra kwetsbaar zijn voor corona, is het uiteindelijk tóch belangrijker dat ze contact kunnen houden met hun naasten, dan dat ze misschien risico’s lopen.’ Maar, zegt ze er meteen bij: zo’n keuze kun je nooit voor een ander maken. Corona treft vooral de minder sterke sociale groepen, licht ze toe, en vaak zijn dat mensen met een migratieachtergrond. Voor hen geldt niet zelden dat zo lang mogelijk leven boven veel andere waarden gaat. Expliciet met mensen praten voorkomt dan dat je iets voor een ander invult. Van den Muijsenbergh: ‘Ik wil steeds zoveel mogelijk uitgaan van datgene wat in de ogen van patiënt én familie het leven zin geeft.’

Existentiële vragen

Van den Muijsenbergh voert de gesprekken hierover vooral zelf. ‘Een van de doelen van het ZonMw-programma Zingeving en Geestelijke verzorging is om de geestelijk verzorger een steviger rol te geven in de eerste lijn. Zoals hij of zij dat in de tweede lijn al langer heeft. Ik werk als huisarts op dit moment nog niet samen met deze professionals, terwijl ze een grote meerwaarde kunnen hebben in het gesprek over zingeving. Of zo’n gesprek nu vanuit een bepaalde religieuze achtergrond wordt gevoerd of zonder specifieke levensovertuiging, patiënten kunnen behoefte hebben aan iemand met wie ze in vertrouwen kunnen praten over zingeving. Een POH-GGZ kan ook goed gesprekken voeren over wat mensen bezighoudt. Maar praten over zingeving raakt toch eerder aan existentiële levensvragen dan aan psychische problemen.’

Van elkaar leren

In het ZonMw-programma wordt in de praktijk onderzocht wat de meerwaarde kan zijn van de geestelijk verzorger in eerste lijn en sociaal domein. En, volgens Van den Muijsenbergh heel belangrijk: er komt een leergemeenschap waarin alle betrokkenen van elkaar kunnen leren. ‘Hoe kun je het gesprek voeren over existentiële vragen? Hoe start je zo’n gesprek met mensen van wie je vermoedt dat ze behoefte hebben om over zingeving te praten? In het ziekenhuis kan een geestelijk verzorger letterlijk aan iemands bed komen zitten, in de eerste lijn en het sociaal domein werkt dat anders. Hóé, dat willen we in dit programma in de praktijk gaan uitzoeken.

3 gouden lessen voor huisartsen over het praten over zingeving

  1. Sta erbij stil hoe belangrijk zingeving is in ieders leven. Neem als huisarts het initiatief om het bespreekbaar te maken in je behandelrelatie. Bijna iedere patiënt zal dit initiatief waarderen.
  2. Luister onbevooroordeeld; het verhaal van de patiënt staat altijd centraal, niet wat jijzelf het belangrijkst vindt.
  3. Zorg voor een breed netwerk van professionals en organisaties waarnaar je mensen kunt verwijzen. Werk dus aan een goede sociale kaart.

Boekentips van Maria

  • Awal Gawande, ‘Sterfelijk zijn. Geneeskunde en wat er uiteindelijk toe doet’
    (oorspronkelijke titel: ‘Being mortal – Medicine and what matters in the end’)
    Uitgeverij de Nieuwezijds, Amsterdam 2017.
  • Paul Kalanithi, ‘When breath becomes air. What makes life worth in the face of death?’
    Vintage, London 2017.

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg september 2020. Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Meld u nu aan.

]]>
news-6139 Mon, 07 Sep 2020 12:30:00 +0200 Deelnemen aan PaTz-groep verhoogt kwaliteit palliatieve zorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/deelnemen-aan-patz-groep-verhoogt-kwaliteit-palliatieve-zorg/ In een PaTz-groep bespreken huisartsen en verpleegkundigen de zorg voor mensen die in die regio palliatieve zorg nodig hebben. Huisarts David Fortuin vertelt dat deelnemen aan een PaTz-groep zorgverleners op meerdere manieren helpt om de kwaliteit van palliatieve zorg te verhogen.
Patiënten en naasten kunnen door het overleg in de PaTz-groep rekenen op meer deskundigheid, zegt huisarts David Fortuin. Hij is voorzitter van de PaTz-groep Diemen Centrum, kaderhuisarts palliatieve zorg. De PaTz-groep Diemen Centrum komt elk jaar ongeveer 6 keer bij elkaar en een bijeenkomst duurt een uur. Vaste deelnemers zijn huisartsen en verpleegkundigen werkzaam in de regio, ook waarnemers van huisartsen en stagiaires zijn welkom.

Casuïstiek bespreken

Een belangrijk onderdeel van de PaTz-groep is het bespreken van casuïstiek. Iedere deelnemer van de groep in Diemen Centrum kan bij Fortuin aangeven welke casus hij of zij wil bespreken. Bijvoorbeeld als een zorgverlener moeite heeft goed te communiceren met familieleden van een patiënt die waarschijnlijk binnenkort komt te overlijden. ‘Als groep reiken we elkaar dan ideeën aan over hoe je in de specifieke situatie toch contact kunt maken met deze familieleden,’ zegt Fortuin.

Niet alleen voor die ene situatie is zo casuïstiek bespreken waardevol, maar voor je gehele werk als zorgverlener, benadrukt Fortuin. ‘Een huisarts zit het grootste deel van de tijd in zijn of haar eigen cocon. Dan is het fijn als je regelmatig met verpleegkundigen kunt overleggen. Verpleegkundigen voelen haarfijn aan welke benadering patiënten en naasten nodig hebben, zodat ze het stervensproces bijvoorbeeld meer kunnen accepteren. Soms heb je behoefte aan kennis over een specifiek ziektebeeld, en een boek openslaan is dan niet voldoende, want hoe te handelen leer je pas echt van mensen met praktijkervaring.’

Leren van patiënten

Op de agenda van de PaTz-groep Diemen Centrum staat ook regelmatig het bespreken van een thema in de palliatieve zorg. Heel leerzaam was volgens Fortuin de bijdrage van een patiënt, vooral om je ervan bewust te zijn hoe enorm het wordt gewaardeerd als een huisarts tijdens het ziekteproces de patiënt regelmatig thuis opzoekt. ‘We hebben ook een keer met elkaar gesproken over versterven, het natuurlijke proces dat optreedt als een patiënt in de terminale fase geen vocht en voedsel meer krijgt toegediend’, zegt Fortuin. ‘Leerzaam en ook in het belang van je patiënten, want je krijgt beter zicht op wat de mogelijkheden zijn in de terminale zorg, en kunt deze dus ook beter uitleggen aan patiënten.’

Soms geeft een andere inhoudsdeskundige een lezing. Volgens Fortuin is het belangrijk dat de groep klein genoeg blijft voor het zorgvuldig uitwerken van casuïstiek. ‘Een bijdrage van een geestelijk verzorger kan zeker nuttig zijn, bijvoorbeeld een uitleg over zingeving. Maar dan als gastbijdrage, en eenzelfde rol zie ik voor apothekers en diëtisten. Een PaTz-groep kun je volgens mij beter niet standaard combineren met andere overleggen, omdat juist die kleinschaligheid voor deelnemers zo’n prettige werkwijze is.’

Afspraken maken

Gezamenlijk afspraken maken over wat nodig is in de zorg gebeurt echter wel degelijk, bewijst ook de PaTz-groep in Diemen. Samen met apothekers hebben de deelnemers lijsten opgesteld van welke middelen altijd voorradig moeten zijn. Zodat verpleegkundigen voor hun patiënt of cliënt bijvoorbeeld snel het juiste verbandmiddel kunnen krijgen.

3 gouden tips

  1. Vraag accreditatiepunten aan voor deelnemers van PaTz-groepen. Hoe dat voor huisartsen en verpleegkundigen kan wordt hier uitgelegd.
  2. De PaTz-groep in Diemen Centrum heeft voor huisartsen een vergoeding van de zorgverzekeraar afgesproken. Neem voor mogelijkheden voor vergoeding contact op met de regionale contactpersoon van afdeling zorginkoop, adviseert Stichting PaTz.
  3. Voor zorgverleners die ook een PaTz-groep willen starten: peil de behoeften bij collega’s en neem contact op met de consulent palliatieve zorg in je regio.

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg september 2020. Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Meld u nu aan.

]]>
news-6122 Wed, 02 Sep 2020 15:52:13 +0200 Vooraankondiging subsidieoproep ‘Kenniswerkplaats Zingeving en Geestelijke verzorging’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/vooraankondiging-subsidieoproep-kenniswerkplaats-zingeving-en-geestelijke-verzorging/ Op 30 september 2020 opent de subsidieoproep voor de Kenniswerkplaats Zingeving en Geestelijke verzorging. Een subsidieaanvraag indienen? Dat kan als onderzoeksorganisatie namens een breed samenwerkingsverband.
De subsidieoproep gaat open voor het programma Zingeving en Geestelijke verzorging. Dit praktijkgerichte programma ondersteunt de professionele ontwikkeling van zingeving en geestelijke verzorging in de thuissituatie.

Doel van de subsidieoproep

Doel van deze subsidieoproep is het realiseren van een landelijke Kenniswerkplaats met relevante partijen uit onderzoek, onderwijs en praktijk. Binnen deze Kenniswerkplaats wordt gewerkt aan het uitwisselen van onderzoek, kennis en ervaring uit de praktijk en het doorontwikkelen van kennis. Verder is het van belang dat deze kennis wordt overgedragen aan het onderwijs en de praktijk.

Onderdelen Kenniswerkplaats

De subsidieaanvraag voor de Kenniswerkplaats bestaat uit een kennisinfrastructuur, een leergemeenschap en effectonderzoek. De kennisinfrastructuur is een samenwerkingsverband waarbij kennisontwikkeling plaatsvindt door continue interactie tussen praktijk, onderzoek en onderwijs. Verder wordt bestaande en zich ontwikkelende kennis en ervaring bijeengebracht, toegankelijk gemaakt en verspreid. De leergemeenschap is een overkoepelend leernetwerk dat bestaat uit een aantal leernetwerken met een praktijkgericht thema. Gezamenlijk leren en verbeteren staat in de leergemeenschap centraal. Er bestaat nog geen compleet beeld van de behoeften van cliënten aan geestelijke verzorging en van de mogelijke effecten van interventies op de diverse cliëntengroepen en –populaties. In het effectonderzoek moeten daarom bestaande beroepsactiviteiten en interventies worden beschreven en met een passende methodologie worden onderzocht op de (mogelijke) effecten op de cliënt en/of cliëntgroep.

Randvoorwaarden

  • Beschikbaar budget: 1,2 miljoen euro
  • Looptijd: 24 maanden (start begin juni 2021)
  • Deze onderzoeksorganisatie is verplicht om een formele samenwerking aan te gaan met minimaal de volgende organisaties, vertegenwoordigers en beroepsgroepen:
    • De Stuurgroep Geestelijke verzorging thuis
    • Universiteiten en Hogescholen met een opleiding/leerstoel/lectoraat Geestelijke verzorging
    • De beroepsvereniging VGVZ
    • Geestelijk verzorger aangesloten bij een Centrum voor Levensvragen of bij een Netwerk Palliatieve zorg
    • Huisarts
    • Verpleegkundige
    • Sociaal domein.

Aanvullende voorwaarde: alle leden van de projectgroep zijn in dienst van een organisatie/rechtspersoon. De deadline voor het indienen van uw aanvraag is 12 januari 2021. Vragen? Deze kunt u stellen aan de programmamanager Margo van den Berg,  zingeving@zonmw.nl.

Meer informatie

Programmapagina Zingeving en Geestelijke verzorging

 

]]>
news-6098 Tue, 01 Sep 2020 06:00:00 +0200 Tijdige transmurale palliatieve ouderenzorg https://www.zonmw.nl/lmnr-mrijn Hoe kunnen we de zorg zo organiseren dat we rekening houden met de palliatieve zorgbehoefte van ouderen? In haar blog vertelt senior onderzoeker Marjon van Rijn hoe het oprichten van een transmuraal team palliatieve zorg, een transmuraal zorgpad en interprofessioneel opleiden hier bij helpen. news-6090 Mon, 31 Aug 2020 08:47:45 +0200 Open Access: meer impact van onderzoek https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/open-access-meer-impact-van-onderzoek/ Open Access publiceren zorgt ervoor dat onderzoek snel en makkelijk toegankelijk is. Tijdens de coronapandemie is meer dan ooit gebleken dat dit belangrijk is. Artsen en patiënten bijvoorbeeld zoeken naar informatie over de behandeling van COVID-19. Om de impact van kennis te verder vergroten, verscherpt ZonMw met ingang van 1 januari 2021 de richtlijnen voor Open Access. Wat verandert er? Beter onderzoek en meer impact door Open Access

Het snel en toegankelijk delen van publicaties en data (Open Access) helpt de wetenschap, de gezondheidszorg en het onderwijs vooruit. Artsen, patiënten, beleidsmakers en praktijkprofessionals kunnen meteen gebruik maken van de meest recente inzichten en data. De kwaliteit van onderzoek en data verbetert omdat collega’s meteen mee kunnen kijken en experimenten kunnen reproduceren in hun eigen lab. En onderzoekers kunnen beter samenwerken, nationaal en internationaal. Het wordt ook eerder duidelijk wat wel en niet werkt zodat onderzoek bijgesteld of gestopt kan worden. Het is grotendeels aan Open Access publicaties te danken geweest dat snel aangetoond kon worden dat de werking en veiligheid van chloroquine en hydroxychloroquine als behandeling voor COVID-19-patiënten onvoldoende is. Jeroen Geurts, voorzitter van het bestuur van ZonMw: “De coronapandemie heeft extra scherp gemaakt waarom Open Access publiceren van belang is”.

Implementatie van Plan S

Al sinds 2013 verplicht ZonMw onderzoekers om alle publicaties die voortkomen uit onderzoek dat geheel of gedeeltelijk door ZonMw gesubsidieerd is, Open Access beschikbaar te stellen. Uit een onderzoek van het Centre for Science and Technology Studies (CWTS) blijkt dat dit in 2018 al lukte voor 60% van de publicaties. ZonMw wil deze stijgende lijn sterker doorzetten. Medio 2019 heeft ZonMw zich achter Plan S voor Open Access geschaard. Dit plan is opgesteld door cOAlition S, een samenwerkingsverband van internationale subsidieverstrekkers, met als doel om 100% Open Access te bereiken. ZonMw gaat, net als NWO, dit jaar de richtlijnen van Plan S implementeren.

Direct 100% Open Access vanaf 1 januari 2021

De principes van Plan S gelden voor alle subsidieoproepen die ZonMw publiceert vanaf 1 januari 2021. In vergelijking met 2020 scherpt ZonMw de richtlijnen dus verder aan. In de praktijk komt het er onder andere op neer dat er gratis toegang is tot de publicaties en er geen embargotermijn is tussen de datum van publicatie in een tijdschrift en de vrije toegankelijkheid van de publicatie online. Ook wordt publiceren mogelijk onder een open Creative Commons licentie waardoor resultaten verspreid/hergebruikt kunnen worden en wordt gericht op het behoud van auteursrechten door auteurs of hun instituten.

Drempels op de weg

Veel onderzoekers publiceren al Open Access maar nog niet in alle gevallen en ook niet altijd ‘direct’. De implementatie van Plan S zal dus voor onderzoekers van ZonMw-projecten kansen bieden maar ook drempels opwerpen. Onderzoekers lopen er onder andere tegenaan dat er voor Open Access publiceren soms hoge bedragen betaald moet worden. Daar wordt momenteel aan gewerkt, onder meer door landelijke afspraken van universiteiten met uitgevers. Ook ZonMw kijkt naar mogelijkheden om hier oplossingen voor te vinden. Rob Diemel, ZonMw coördinator Open Science: ”ZonMw wil Open Access stimuleren via meerdere routes, waarbij projectleiders zelf een keuze kunnen maken. Zo kunnen aanvragers in nieuwe rondes vanaf 2021 in hun projectbegroting budget opnemen voor publicatie via de zogeheten volledig gouden route (direct gratis en voor iedereen toegankelijke publicatie). Ook faciliteren we de groene route door onderzoekers toegang te bieden tot een wereldwijd veelgebruikt repository. Dit leidt tot snellere verspreiding van onderzoeksresultaten en biedt de onderzoekers meer zichtbaarheid.”

Open Access om kennis in de maatschappij te benutten

Ondanks dat de transitie van publiceren achter betaalmuren naar Open Access een lastig proces is, ziet Jeroen Geurts ook dat onderzoekers Open Access steeds meer omarmen: “Onderzoekers voelen natuurlijk ook de noodzaak om hun bevindingen maatschappelijk te laten benutten. Je ziet bij de COVID-19 onderzoeksprogramma’s dat er heel veel expertise is in Nederland om de negatieve effecten, medisch en niet-medisch, van COVID-19 tegen te gaan. Snelle toegang tot elkaars onderzoek en daar gebruik van kunnen maken, is voor onderzoekers, zeker wanneer ze werken in een race tegen de klok, van levensbelang.”

Erkennen en waarderen

Open Access vraagt ook om een andere manier van erkennen en waarderen van onderzoekers. Open Access publicaties zijn beter vindbaar, worden vaker geciteerd en hebben een groter bereik. Het is belangrijk dat onderzoekers worden gewaardeerd om de kwaliteit van hun onderzoek en het belang ervan voor wetenschap en/of maatschappij, en niet om omstreden indicatoren zoals de journal impact factor en H-index. Daarom worden de principes van DORA (Declaration on Research Assessment) vanaf 2021 toegepast in de beoordeling en selectie van ZonMw-subsidieaanvragen. Dat moet leiden tot een andere manier van erkennen en waarderen van onderzoekers.

Verplichten maar ook informeren en faciliteren

In de loop van 2020 zal ZonMw vooral bezig zijn om de richtlijnen van Plan S te implementeren en onderzoekers en projectteams te informeren en adviseren over het Open Access publiceren van hun onderzoek. Ook zal het ZonMw Open Access-team deze implementatie faciliteren door de richtlijnen in de processen op te nemen en de ZonMw-medewerkers goed voor te bereiden op deze veranderingen, zodat zij aanvragers kunnen helpen. Op de ZonMw-website is alle informatie te vinden en uiteraard kan iedereen die vragen heeft, terecht bij de medewerkers van het Open Access-team.

Meer informatie

]]>
news-6069 Wed, 26 Aug 2020 09:00:00 +0200 Maatschappelijke effecten COVID-19 onder de loep https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/maatschappelijke-effecten-covid-19-onder-de-loep/ Binnenkort starten in ieder geval 20 nieuwe onderzoeksprojecten om antwoord te krijgen op de vraag wat het effect is van het coronavirus (COVID-19) op onze maatschappij. Van 11 andere projecten zijn aanvullende administratieve stappen nodig voordat een besluit kan worden genomen over definitieve honorering. De onderzoeken richten zich op de impact van de genomen maatregelen, op de veerkracht van de samenleving en op de economische gevolgen voor de samenleving. Door de snelle start en de korte looptijd van de projecten kunnen deze onderzoeken op korte termijn relevante kennis opleveren. Effectiviteit en impact van maatregelen

De projecten die binnen dit thema starten, kijken naar de effectiviteit en impact van de genomen maatregelen en strategieën in reactie op de coronacrisis. Van onderzoek naar het welzijn en de duurzame inzetbaarheid van zorgmedewerkers tot onderzoek naar het effect van de genomen maatregelen op de grondrechten van met name kwetsbare rechtszoekenden en hun vertrouwen in de rechtspraak. Of van onderzoek naar de lessen die we uit de maatregelen van andere Europese landen kunnen halen tot onderzoek naar voorkeuren voor het uitrollen van COVID-apps in Nederland.

Menselijke veerkracht in de samenleving

Binnen dit thema richt onderzoek zich voornamelijk op groepen die tijdens de coronacrisis op sociaal en maatschappelijk gebied meer dan anderen geraakt worden door de gevolgen van de genomen maatregelen. Zo wordt onderzoek gedaan naar onderwijsachterstand bij kansarme (basisschool)leerlingen en wordt er onderzoek gedaan naar nieuwe kwetsbare groepen die zijn ontstaan (zoals zzp’ers en mensen met een tijdelijke baan, onder wie veel jongeren). Maar ook wordt er gekeken naar de mentale en fysieke langetermijneffecten van oud-COVID-19-patiënten en zorgmedewerkers.

Gevolgen en oplossingen voor economie

Onderzoek naar de economische veerkracht richt zich op de doorwerking van de crisis in verschillende sectoren van de economie, arbeidsmarkteffecten en steunmaatregelen. Een onderzoek richt zich bijvoorbeeld op het versterken van regionaal-economische structuur, met als doel op lange termijn de nationale economische weerbaarheid te vergroten. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar het effect van de coronacrisis op banken en de financiële stabiliteit in Europa.

COVID-19 Programma

Meer informatie over de gestarte projecten vindt u binnenkort op de website van ZonMw. Deze onderzoeken starten in het kader van een groot actie- en onderzoeksprogramma dat ZonMw in samenwerking met NWO in mei heeft opgezet rondom het nieuwe coronavirus. Projecten die onderzoek doen naar diagnostiek, behandeling en preventie van het coronavirus startten vorige maand. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar in welke mate en op welke wijze sectoren in regio’s geraakt worden door de coronacrisis en wat de verschillen verklaart in weerbaarheid en wendbaarheid van regio’s.

Meer informatie

]]>
news-5999 Mon, 03 Aug 2020 07:26:00 +0200 Rouwzorgondersteuning tijdens de COVID-19 periode https://publicaties.zonmw.nl/verpleegkundig-leiderschap-2/#c64624 Als gevolg van de quarantainemaatregelen moest de ondersteuning van naasten op een andere manier vorm krijgen. De afscheidsmand, een tool met verschillende materialen om de rouwzorg te ondersteunen, bleek door IC-verpleegkundigen veelvuldig gebruikt te worden. Verpleegkundig onderzoeker Margo van Mol gaat dit voorbeeld van goede zorg samen met Erika Witkamp (Hogeschool Rotterdam) verder ontwikkelen om in andere ziekenhuizen te kunnen gebruiken. news-5969 Thu, 23 Jul 2020 08:50:45 +0200 Landelijk telefoonnummer voor begeleiding bij zingeving en levensvragen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/landelijk-telefoonnummer-voor-begeleiding-bij-zingeving-en-levensvragen/ Iedereen die met ziekte, verlies of kwetsbaarheid te maken krijgt kan vragen hebben als: Wat betekent dit voor mij? Hoe kan ik verder? Waar ontleen ik kracht aan? Vanaf nu kan iedereen die over deze levensvragen wil praten bellen naar 085 004 3063 om gesprekken met een geestelijk verzorger thuis aan te vragen. Luisterend oor

Geestelijk verzorgers bieden professionele begeleiding, hulverlening en advies bij zingeving en levensvragen. Een geestelijk verzorger helpt mensen erachter te komen wat voor hen van waarde is en hoe zij verder kunnen. Zij bieden een luisterend oor, een troostend woord, en voeren verdiepende gesprekken. Geestelijke verzorging is er voor iedereen, ongeacht levensbeschouwing of geloof. Vertrouwelijkheid en onafhankelijkheid zijn verzekerd. 
 
Voor onderstaande groepen wordt een aantal gesprekken vergoed:

  • thuiswonenden van 50 jaar en ouder
  • mensen met een ongeneeslijke aandoening en hun naasten
  • kinderen en jongeren t/m 18 jaar die ongeneeslijk ziek zijn en hun naasten.

Vraag een gesprek aan

Het landelijk nummer is: 085 004 3063 (lokaal tarief). Na het intoetsen van een postcode wordt u doorverbonden met een regionaal contactpunt. Ook nu, in tijden van corona, zijn gesprekken thuis mogelijk. Er wordt gewerkt volgens de richtlijnen van het RIVM.
 
Meer informatie over levensvragen: www.geestelijkeverzorging.nl/levensvragen

]]>
news-5967 Wed, 22 Jul 2020 17:19:40 +0200 Goed communiceren met mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden vraagt meer tijd https://nivel.nl/nl/nieuws/goed-communiceren-met-mensen-met-beperkte-gezondheidsvaardigheden-vraagt-meer-tijd?utm_source=Nivel+attendering&utm_campaign=cbc646f5e8-EMAIL_CAMPAIGN_2020_07_17_Ruud&utm_medium=email&utm_term=0_caebd11ec3-cbc646f5e8-98632833 Volgens zorgverleners in de palliatieve zorg is tijd een belangrijke factor die barrières voor effectief communiceren met mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden kan wegnemen. Meer tijd om te communiceren, maar ook meer bewustwording en meer scholing over gezondheidsvaardigheden onder zorgverleners kan hierbij helpen en is gewenst. Dat blijkt uit onderzoek van het Palliantieproject 'Goed Begrepen'. news-5953 Mon, 20 Jul 2020 08:27:37 +0200 Onderwijsraamwerk Palliatieve Zorg 2.0 klaar voor implementatie https://www.o2pz.nl/actueel/nieuwsartikelen/1660819.aspx?t=Onderwijsraamwerk-Palliatieve-Zorg-20-voor-mbo-en-hbo-klaar-voor-implementatie Het programma Optimaliseren Onderwijs Palliatieve Zorg (O²PZ) brengt het Onderwijsraamwerk Palliatieve Zorg 2.0 uit voor het mbo en hbo. Het is een praktisch hulpmiddel voor onderwijsmakers waarmee zij gericht het onderwijs over palliatieve zorg kunnen aanscherpen. Downloads staan onderaan het nieuwsbericht. news-5951 Fri, 17 Jul 2020 10:47:00 +0200 Gehonoreerd innovatief onderzoek in COVID-19 Programma https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/gehonoreerd-innovatief-onderzoek-in-covid-19-programma/ Binnen het COVID-19 Programma zijn inmiddels 40 projecten gehonoreerd. Daarnaast zullen 12 projecten na aanvullende administratieve stappen financiering ontvangen. Vanuit dit programma start onderzoek dat zich richt op de effecten van en de maatregelen tegen de coronapandemie. Het gaat om een substantiële financiële injectie in het Nederlandse onderzoeksveld. Hiermee zet het ministerie van VWS samen met ZonMw en NWO in op snelle invoering van innovatieve maatregelen die voortkomen uit deze projecten. Onderzoek over volle breedte van de gezondheidszorg

Een effectieve aanpak van de coronapandemie brengt vele kennisbehoeftes en onderzoeksvragen met zich mee. Het COVID-19 Programma heeft drie aandachtsgebieden:

  • Voorspellende diagnostiek en behandeling
  • Zorg en preventie
  • Maatschappelijke dynamiek

Voorspellende diagnostiek en behandeling

Binnen aandachtsgebied 1 ‘Voorspellende diagnostiek en behandeling’ zijn 17 projecten gehonoreerd van de 22 projecten die hiervoor in aanmerking komen. Een aantal projecten richt zich op nieuwe of bestaande therapieën en hun werkingsmechanismen. Andere projecten houden zich bezig met het verkrijgen van inzichten in onder andere het microbioom, immuniteit, voorspellende parameters en behandeling op maat.
Een voorbeeld van zo’n project is: Een fase-2-klinisch-onderzoek noodzakelijk voor de klinische ontwikkeling van medicijn lanadelumab voor COVID-19 van dr. R. Brüggemann en dr. F van de Veerdonk van het Radboudumc. In dit project wordt onderzocht of het intraveneus toedienen van lanadelumab de behoefte aan externe toediening van zuurstof – noodzakelijk door longoedeem – kan verminderen en voorkomen tijdens de COVID-19-infectie.

Proefdiervrije innovaties

Naast de genoemde 22 projecten gaan vijf projecten binnen aandachtsgebied 1 onderzoek doen naar de ontwikkeling van nieuwe of bredere toepassing van bestaande proefdiervrije innovaties. Het ZonMw-programma Meer Kennis met Minder Dieren en de Stichting Proefdiervrij stelden hiervoor ruim € 2 miljoen beschikbaar. Het uiteindelijke doel is relevanter gezondheids(zorg)onderzoek voor de mens.

Zorg en preventie

Binnen aandachtsgebied 2 ‘Zorg en preventie’ zijn 20 projecten gehonoreerd van de 25 projecten die hiervoor in aanmerking komen. Deze projecten richten zich op de organisatie van de zorg en kwetsbare burgers. Daarnaast is specifiek aandacht voor zorgverleners. De focus ligt op:

  • De impact van gedrag en gedragsveranderingen op de verspreiding van het virus
  • De gevolgen van de maatregelen voor het individu of voor specifieke kwetsbare groepen
  • Verspreiding van de epidemie en maatregelen om dit te voorkomen

Zo is er bijvoorbeeld het project 'TRACE II: Patiëntuitkomsten na uitgestelde electieve operaties tijdens de COVID-19 pandemie' van dr. D. de Korte-de Boer en prof. dr. Wolfgang Buhre (afdeling Anesthesiologie en Pijngeneeskunde van het Maastricht Universitair Medisch Centrum+). In dit project worden de effecten van het uitstellen van niet-acute operaties tijdens de COVID-19 pandemie door een consortium van 10 instellingen, waaronder vier academische en vier perifere ziekenhuizen, onderzocht.

Palliatieve zorg

Binnen aandachtsgebied 2 komen vijf projecten in aanmerking voor honorering door het programma ‘Palliantie. Meer dan zorg’. Hiervan zijn er nu drie gehonoreerd. De projecten richten zich op ondersteuning en rouwverwerking van naasten bij het overlijden van hun dierbaren. Daarnaast is er aandacht voor de impact van sociale isolatie door COVID-19 op intra- en extramurale zorg voor mensen met dementie in de palliatieve fase.

Looptijd en budget

De ministeries van VWS en OCW en NWO financieren het COVID-19 Programma. Voor dit actie- en onderzoeksprogramma is in totaal € 40 miljoen beschikbaar voor subsidies aan praktijk- en onderzoeksprojecten. Eind augustus is de besluitvorming over de subsidieaanvragen van aandachtsgebied 3 ‘Maatschappelijke dynamiek’. Alle projecten starten in september 2020.

Uitzonderlijke situatie

De coronacrisis heeft aanzienlijke impact, ook op de volksgezondheid en de gezondheidszorg. Er is grote behoefte aan nieuwe kennis en praktische oplossingen om de negatieve gevolgen van de pandemie te beperken. Onderzoek is nodig om te leren van de negatieve en positieve ervaringen, zowel nu als op de langere termijn. In opdracht van VWS hebben we daarom samen met NWO in maart een actie- en onderzoeksprogramma voorbereid dat geresulteerd heeft in onder andere het COVID-19 Programma. Het tempo waarin dit is verlopen, is een enorme uitdaging voor de subsidieaanvragers, voor NWO en voor ons zelf.

Meer informatie

 

]]>
news-5892 Sun, 05 Jul 2020 11:51:00 +0200 Vernieuwd projectenoverzicht palliatieve zorg https://www.zonmw.nl/fileadmin/zonmw/documenten/Thema_Palliatieve_Zorg/Digitale_projectenwaaier_Palliantie._Meer_dan_zorg.pdf Bekijk meer dan 70 projecten van het programma 'Palliantie. Meer dan zorg' in onze projectenwaaier. Een handig overzicht met per project een korte omschrijving, de doelgroep en de resultaten. Zie direct welke projecten relevant zijn voor u. news-5895 Fri, 03 Jul 2020 12:51:41 +0200 Eerste resultaten van creatieve ideeën aanpak coronavirus https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/eerste-resultaten-van-creatieve-ideeen-aanpak-coronavirus/ Door het creatieve idee van Do It Together zijn de eerste verticale tuintjes af; het resultaat van dagbesteding thuis. Het project FlexVisit maakte mogelijk dat veel ouderen in verpleeghuizen dankzij veilige bezoekcabines toch bezoek konden ontvangen. Verder leerden verpleegkundigen door virtual reality werken met COVID-patiënten. Een kleine greep uit de resultaten van 74 projecten die zijn gestart binnen de regeling Creatieve oplossingen aanpak coronavirus (COVID-19). Impact realiseren met creatieve oplossingen

'Door heel Nederland zijn initiatieven gestart om de negatieve gevolgen van het coronavirus voor kwetsbare groepen of praktische problemen in de zorg te beperken', legt ZonMw-programmamanager Lisanne Hogema uit. 'Als maatschappij kunnen we de vruchten plukken van deze creatieve oplossingen. De impact van ieder project is verschillend, maar alle projecten zijn ieder op hun eigen manier van belang.' Veel projecten zijn bijvoorbeeld uitgevoerd om contact met ouderen in verpleeghuizen en de buitenwereld mogelijk te maken. Ook zijn projecten gestart die het gebruik van e-health een extra boost hebben gegeven, zoals het digitaal werkbaar maken van EMDR-therapie.

Resultaten voor brede doelgroep

De kortlopende projecten zijn in de afrondende fase en de eerste resultaten worden zichtbaar. Hogema: 'We zijn erg enthousiast over de berichten die we krijgen van projectleiders en de bijdrage die zij leveren aan het tegengaan van de gevolgen van de coronacrisis. Projecten zorgen bijvoorbeeld dat de problemen voor zorgverleners of kwetsbare groepen worden aangepakt.' Ook is zij erg te spreken over de verscheidenheid aan doelgroepen die met deze projecten worden geholpen: 'Van zorgverleners en revaliderende COVID-19-patiënten tot kwetsbare jongeren en zwangere vrouwen. De verscheidenheid aan mensen die met de creatieve oplossingen wordt geholpen is groot.'

Oplossing voor later

Van de vele projecten zijn er een aantal waarvan het probleem inmiddels minder urgent is, zoals projecten die een oplossing onderzochten voor het tekort aan beademingsapparatuur. 'De kennis die deze projecten hebben opgeleverd is ook voor een volgende golf coronavirus of andere epidemie van belang', benadrukt Hogema. 'Daarnaast is de kennis die is opgedaan waardevol voor mogelijk vervolgonderzoek of als basis om de zorg te vernieuwen.'

Delen van resultaten

De komende maanden worden de resultaten van deze projecten op de ZonMw-website geplaatst. Daarnaast wordt de opgedane kennis toegankelijk gemaakt en gedeeld met de betreffende doelgroepen, zodat deze kennis door iedereen gebruikt kan worden. Hogema geeft aan: 'Kennisinstellingen, cliëntorganisaties en ziekenhuizen spelen hierin een belangrijke rol. Ook merken we dat projectleiders zelf gemotiveerd zijn om hun behaalde resultaten te delen en de impact van hun project zo groot mogelijk te laten zijn.'

Meer informatie

]]>
news-5858 Mon, 29 Jun 2020 19:06:57 +0200 Wetenschap helpt maatschappij met herstarten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/wetenschap-helpt-maatschappij-met-herstarten/ Tijdens de persconferentie van 24 juni jl. werden nieuwe versoepelingen van de coronamaatregelen aangekondigd. Bedrijven en organisaties krijgen de mogelijkheid om hun werkzaamheden weer op te pakken of uit te breiden, wel met 1,5 meter afstand. De vraag daarbij is hoe ze dat het beste kunnen aanpakken, ook met oog op een mogelijke volgende uitbraak van het coronavirus of een andere epidemie. Daar is onderbouwde kennis voor nodig. Via de subsidieregeling ‘Wetenschap voor de Praktijk’, zijn ruim 50 samenwerkingen gestart tussen wetenschappelijke en maatschappelijke organisaties of bedrijven om dat uit te zoeken. Kwetsbare groepen en hulpverleners helpen

Door de coronapandemie is gebleken dat kwetsbare mensen vaker buiten beeld bij zorgverleners bleven. Voorbeelden zijn ouderen, kinderen in een onveilige thuissituatie en mensen met een ggz-zorgvraag. Hierdoor kregen zij niet de juiste hulp en konden hun klachten verergeren. Een flink aantal onderzoeken richten zich daarom op passende hulp voor die groepen en op de zorgverleners, zowel tijdens als na coronatijd. Dr. Paul Kocken (Erasmus Universiteit Rotterdam) doet bijvoorbeeld onderzoek naar de druk op huisartsen in achterstandswijken, waar de bezoekfrequentie normaal hoger is. Door de coronamaatregelen is dat echter minder geworden. Kocken onderzoekt wat de invloed van de inzet van bijvoorbeeld beeldbellen is op het huisartsbezoek: ‘COVID-19 brengt een versnelling in het gebruik van ict in de huisartsenpraktijk. Het biedt de kans voor ‘teamscience’ met onderzoek door huisartsen en wetenschappers naar de gevolgen van zorg op afstand voor kwetsbare groepen.’

Wetenschappelijk onderbouwde kennis voor openbaar leven

De realiteit is dat de coronamaatregelen en daarmee de situatie in de samenleving voortdurend veranderen. De projecten die zijn gestart, volgen het ritme van die verandering. Een voorbeeld is de situatie in het openbaar vervoer. Professor Karst Geurs van de Universiteit Twente startte een project naar de optimalisatie daarvan: ‘De afname van het aantal reizigers en opgelegde beperkingen in de capaciteit van bussen en treinen hebben een grote invloed op de organisatie van het openbaar vervoer. Vanaf 1 juli kan weer worden gereisd voor niet-noodzakelijke reizen, maar er zijn nog wel capaciteitsbeperkingen. Reizigers moeten drukte mijden en niet alle staanplaatsen kunnen worden benut’, legt hij uit. ‘In dit project wordt een nieuw model ontwikkeld voor het openbaar vervoer in de regio Twente. Op basis van de uitkomsten kan het openbaar vervoer zo effectief mogelijk ingericht worden.’
Het coronavirus heeft effect op het hele openbare leven. De variëteit van de projecten is daarmee ook groot. Van de inzet van beeldschermzorg bij ouderen in de wijk tot de invloed van grote (hardloop)evenementen op de besmettingsgraad van COVID-19.

Dr. ir. Beitske Boonstra (Erasmus Universiteit Rotterdam) doet onderzoek naar het ontstaan van maatschappelijke coalities in coronatijd, die kunnen uitgroeien tot duurzame samenwerkingsverbanden. ‘Tijdens de coronacrisis ontstonden tal van particuliere initiatieven uit solidariteit met medestadsbewoners. Dit soort – vaak spontane – initiatieven hebben een grote meerwaarde voor de stad.’


Verschillende groepen onder de loep

De pandemie en de daartoe genomen maatregelen treffen de hele samenleving. Nu en voor langere tijd. Naast het zorgsysteem en de patiënt-behandelaar-relatie is ook de mentale gesteldheid van zorgmedewerkers onderwerp van onderzoek. Ook naar beroepsgroepen buiten de gezondheidszorg is onderzoek gestart. Zo richt onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut zich op een doelgroep waar je misschien minder snel aan zal denken; op sekswerkers in de regio Hart van Brabant in tijden van corona. Daarnaast wordt vanuit de Hogeschool Utrecht samengewerkt met de gemeente Utrecht om inzicht te krijgen in economische, psychologische en sociale behoeften van zzp’ers. dr. Josje Dikkers: ‘Uiteindelijk willen we met dit onderzoek bijdragen aan een diepgaander, kwalitatief beeld van kleinere ondernemers en zzp’ers die in Utrecht een TOZO-regeling hebben aangevraagd om deze groep vanuit de gemeente en stad beter te kunnen ondersteunen, hun veerkracht te vergroten en zo bij te dragen aan een duurzaam toekomstperspectief.’

Programma COVID-19

Door de aanzienlijke impact van de coronacrisis is er een grote behoefte aan medische en maatschappelijke oplossingen en antwoorden. Daarom startte ZonMw in opdracht van VWS en samen met NWO het onderzoeksprogramma COVID-19. Dit programma heeft als doel bij te dragen aan het bestrijden van de gevolgen van het coronavirus (COVID-19) op korte en langere termijn en de maatregelen daartegen. Het programma levert nieuwe kennis op over preventie, behandeling en herstel van deze infectieziekte en ook over bredere maatschappelijke vraagstukken.

Meer informatie

]]>
news-5851 Mon, 29 Jun 2020 06:01:00 +0200 Subsidieoproep onderzoeksprojecten essentiële zorg https://www.zonmw.nl/nl/onderzoek-resultaten/kwaliteit-van-zorg/verpleging-en-verzorging/ Het verlenen van essentiële zorg behoort tot de kerntaken van verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden, maar is nog het minst onderzocht! Essentiële zorg draagt bij aan het welbevinden van de cliënt/patiënt. Zowel op fysiek, psychisch als sociaal gebied. Heb jij een goed projectidee om, in een breed samenwerkingsverband, het verpleegkundig en/of verzorgend handelen wetenschappelijk te onderbouwen? Vraag dan nu subsidie aan. news-5813 Wed, 24 Jun 2020 15:40:00 +0200 UMCG borgt zingevingsgesprekken al in 10 afdelingen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/umcg-borgt-zingevingsgesprekken-al-in-10-afdelingen/ In het ZonMw-Parelproject ‘Als niet alles is wat het lijkt’ speelde een digitale leerwerkplek een belangrijke rol. Het is inmiddels een onmisbaar hulpmiddel in het borgen van een nieuwe zingevingsaanpak in het UMCG. Sectordirecteur Hayo Schultink: ‘De organisatie moet het zélf willen.’
Nadat An Reyners van het UMCG namens het projectteam de ZonMw-Parel in ontvangst nam, heeft het Groningse ziekenhuis bepaald niet stilgezeten. Zingeving krijgt steeds meer een vaste plek op de werkvloer. Hayo Schultink, sectordirecteur Langdurige zorg en vaten, zet daar met geestelijk verzorgers en verpleegkundige teams de schouders onder. ‘Wie vernieuwing wil realiseren, moet niet met een boodschappenlijstje naar het bestuur stappen. Zorg ervoor dat ze het zélf willen. Samen met de geestelijke verzorging hebben we een strategiestuk geschreven, met missie, visie en een plan van aanpak. Dat hebben we samengevat op 1 dubbelgevouwen A3. Concreet en praktisch, inclusief een link met de digitale leeromgeving. Daarmee wisten we de raad van bestuur te enthousiasmeren.’

Goed hulpmiddel

Onderdeel van de strategie was de vaste eindejaarsronde van bestuur en leidinggevenden. Overal in het ziekenhuis zijn er dan korte presentaties. Schultink: ‘De geestelijke verzorging zat ook in die rondleiding. Al snel kregen we een mail: dit is zó goed, dat moeten we gewoon gaan doen!’ Het begint natuurlijk met een goed project dat aansluit op wat patiënten willen, zegt Schultink. ‘Uit onderzoek is bekend dat 83 procent van de patiënten zingeving belangrijk vindt in het ziekteproces. Dat onderstreept het belang van het implementeren van de richtlijn Zingeving en spiritualiteit in de palliatieve fase. Als je daaraan gaat werken, ontdek je dat professionals het soms een moeilijk onderwerp vinden. De digitale leerwerkplaats blijkt dan een goed hulpmiddel.’

Mooie bijvangst

Als patiënten ergens blij van worden, zijn professionals dat ook, aldus Schultink. ‘Verpleegkundigen zeggen dat patiënten zich meer gezien en gehoord voelen als mens. En het praten over zingeving levert mooie bijvangst op in de teams. Ik hoor van onze medewerkers dat het plezierig is als een collega vraagt wat zíj nu belangrijk vinden. We merken dat teamleden zich kwetsbaarder durven opstellen, opener kunnen zijn. En het is fijn om als het ware gelegitimeerd 5 minuten bij een patiënt te kunnen zitten en gewoon even niets te zeggen. Ook een stilte kan heel waardevol zijn.’

Op koffiepauze

Intussen is er veel aandacht voor het onderhouden van de resultaten. Schultink: ‘Geestelijk verzorger Thijs Hoogeveen schuift elke paar weken aan bij een koffiepauze op de afdelingen. Met prikkelende stellingen haalt hij elementen uit de training terug en koppelt die aan de omgang met zingevingsbehoeften van patiënten. Die koffiemomenten zijn belangrijk voor de reflectie.’ Schultink en zijn mensen willen het programma uitbreiden naar nog eens 10 afdelingen, met als einddoel alle 40 verpleegafdelingen van het UMCG. Daarvoor zoeken ze opnieuw budget. Een idee is daarnaast om op elke afdeling een zogeheten ‘aandachtsvelder zingeving’ aan te stellen, naar analogie van de bestaande aandachtsvelders voeding of wondzorg, die ervoor zorgen dat hun thema steeds aandacht houdt.

De gehele mens

Er zijn natuurlijk ook belemmeringen, zegt Schultink desgevraagd. Met name tijd en geld zijn schaars. Maar de kracht zit in de meerwaarde die je kunt toevoegen, en dat maakt investeringen volgens hem toch mogelijk. ‘Je komt niet naar het ziekenhuis omdat je  levensbeschouwelijke vragen hebt. Maar áls je er dan bent, is het uiterst relevant dat er aandacht is voor de gehele mens die je bent. Daar willen wij als ziekenhuis graag aan bijdragen.’

3 gouden lessen voor managers en bestuurders rond zingeving

  1. Heb oog voor zingeving binnen je visie op zorg. Een belangrijk thema binnen het UMCG is ‘Zie de mens’. Dat is een oproep om de patiënt in zijn geheel te zien en niet te reduceren tot ‘een diagnose’ of ‘een behandeling’.
  2. Zorg voor een goed team met een boegbeeld. Het UMCG is heel blij met hoogleraar Palliatieve geneeskunde An Reyners en een zeer professioneel team geestelijke verzorging.
  3. Geef ruimte aan het leerproces in de teams. Professionals zijn nog niet klaar met 1 training. Je moet oefenen, feedback geven én durven ontvangen. Voor dit proces is een veilige omgeving nodig.

Het consortium Ligare ondersteunt andere organisaties met een ‘train de trainers’-traject. Stuur voor vragen en aanmeldingen een mail naar: zingeving@consortiumligare.nl.

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg juni 2020. Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Meld u nu aan

Meer informatie

]]>
news-5815 Tue, 23 Jun 2020 08:13:00 +0200 Advance care planning op de poli: soms liever níét naar de IC https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/advance-care-planning-op-de-poli-soms-liever-niet-naar-de-ic/ Ziekenhuis Gelderse Vallei streeft naar goede en op maat gerichte zorg. Op de poli gaan de arts en een verpleegkundig specialist in gesprek met de patiënt en diens naasten over toekomstige behandelkeuzes. Intensivist Dave Tjan en bestuursvoorzitter Mirjam van ’t Veld vertellen over het belang van deze ‘vroege zorgplanning’ voor goede palliatieve zorg.
Op de intensive care (IC) komt het aan op direct handelen. Meteen stabiliseren, snel intuberen voor de beademing. Dave Tjan, medisch leider acute zorg van Ziekenhuis Gelderse Vallei: ‘Als jonge intensivist – ik doe dit werk al sinds 1996 – hield ik van de heroïek van het handelen. Mensen die binnenkomen zijn hartstikke ziek. Het zijn uiterst kwetsbare patiënten voor wie het 5 voor 12 is en binnen een paar minuten moet je de behandeling inzetten. De laatste jaren begon het me op te vallen dat veel naasten na afloop zeiden: achteraf denk ik dat mijn vader of moeder dit eigenlijk niet gewild had. Zeker oudere mensen met veel chronische aandoeningen blijven na het IC vaak afhankelijk van zorg. Beantwoordt dat nog wel aan iemands ideeën over een waardig leven?’

Goed idee

Tjan vroeg zich af of het niet anders kon. ‘Veel van mijn patiënten komen van andere specialismen. Het zijn mensen die mijn collega’s – geriaters, longartsen, cardiologen – vaak al jaren op hun poli zien. Ik ben met ze gaan praten: herkennen jullie dit? Is het wat om met deze patiënten te bespreken wat zij zelf willen als er iets acuuts gebeurt? Dat leek iedereen een goed idee, maar op de poli heb je weinig tijd voor zo’n gesprek. Met een gezamenlijk bedachte oplossing stapten we naar de raad van bestuur. Die was meteen enthousiast. Met innovatiegelden van zorgverzekeraar Menzis konden we vervolgens een pilot doen met 20 patiënten van 2 poli’s.’

Passende zorg

Voorjaar 2018 startten de eerste poliklinische advance care planning-gesprekken (ACP) in de pilot. Bijna alle gesprekken leidden tot het vaststellen van behandelwensen. Na dit succes zijn de gesprekken in 2019 uitgebreid. Bij de specialismen longgeneeskunde, geriatrie, oncologie, cardiologie en nefrologie bespreekt nu een duo van verpleegkundig specialist en behandelend medisch specialist met patiënt en naasten de mogelijke behandelkeuzes in levensbedreigende situaties. Wat zijn iemands doelen en voorkeuren? Tjan: ‘Door behandelwensen en zorgdoelen uit te spreken, kunnen familieleden de patiënt beter vertegenwoordigen als die zich niet meer kan uiten. Bijvoorbeeld over de vraag of iemand überhaupt nog naar de IC wil. Zo zorg je samen voor de beste, meest passende zorg.’

Samen keuzes maken

Vanaf het begin heeft het ziekenhuisbestuur de aanpak ondersteund. Ook de huidige bestuursvoorzitter Mirjam van ’t Veld is enthousiast. ‘Je wilt behandelkeuzes zoveel mogelijk samen maken. Mensen kunnen vaak niet overzien hoe ingrijpend een IC-opname kan zijn. Ik herinner me een jonge vrouw met kanker. Die zou op een bepaald moment mogelijk beademd moeten worden, maar besefte niet dat ze dan niet meer van de IC af zou komen. Ze zou dus ook niet op een normale manier afscheid kunnen nemen. Toen Dave haar dat vertelde, koos ze ervoor thuis te sterven, met haar geliefde naasten om zich heen.’

Duurzame borging

Van ’t Veld is Menzis dankbaar dat er destijds projectgeld was om de poligesprekken op te zetten. Wat haar betreft blijven de gesprekken een vast onderdeel van de zorg in het ziekenhuis. Maar dan is er wel een oplossing nodig voor het gegeven dat de gesprekken niet gedeclareerd kunnen worden. ‘We willen de goede dingen voor de patiënt doen. Niet iedereen kan dit type gesprekken voeren, want ze gaan over existentiële zaken. Je moet de mensen dus goed trainen. En naast het uur dat we voor het ACP-gesprek uittrekken, is er soms ook nog een vervolggesprek. Wij zijn er gewoon mee gestart omdat we het belangrijk vonden, maar voor een duurzame borging zijn wel structurele oplossingen nodig om de bekostiging te regelen.’

Ook de eerste lijn

Voor Tjan en Van ’t Veld is het duidelijk dat de ACP-gesprekken veel opleveren voor goede palliatieve zorg. De uitdaging is om de aanpak te verbreden naar buiten het ziekenhuis. Van ’t Veld: ‘De huisarts is een belangrijke schakel. We zijn met de eerste lijn in gesprek om ook daar deze gesprekken te laten voeren. Er zijn nu al 7 koppels van een huisarts met een praktijkondersteuner, die dat in hun praktijk willen doen.’ Tjan heeft er vertrouwen in dat de zorg in de keten zo nog verder gaat verbeteren. ‘Soms is het beter om een patiënt niet naar het ziekenhuis te sturen. Voor een arts is dat een moeilijke beslissing. Alles in onze opleiding is gericht op doen, niet op dingen achterwege laten. Maar niet alles wat kan, moet.’

3 gouden lessen voor professionals en bestuurders om innovaties samen te borgen

  1. Blijf geloven in het doel dat je nastreeft: uitgaan van het belang van de patiënt en die – samen met zijn of haar naasten – de regie geven.
  2. Probeer niet alles dicht te timmeren, maar begin, experimenteer met lef en overtuig anderen al doende.
  3. Straal als bestuur en management uit dat je een vernieuwende aanpak belangrijk vindt voor de kwaliteit van zorg. Laat professionals weten dat je ze steunt, maar hou ze ook een spiegel voor. Innovatie is óók steeds blijven leren en elkaar durven coachen.

Ziekenhuis Gelderse Vallei deelt zijn ervaringen graag met andere organisaties. Stuur voor vragen of een werkbezoek een mail naar: acp@zgv.nl.

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg juni 2020. Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Meld u nu aan

Meer informatie

]]>
news-5816 Mon, 22 Jun 2020 08:48:00 +0200 Tips over borgen uit Palliantieprojecten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tips-over-borgen-uit-palliantieprojecten/ In de Palliantieprojecten wordt veel ervaring opgedaan met de implementatie en borging van nieuwe werkwijzen in de palliatieve zorg. Bij afronding van de projecten vragen wij in het eindverslag aan de projectleiders welke lessen zij geleerd hebben en welke tips zij hebben voor andere projectleiders. Hier delen wij deze lessen en tips graag met jullie! Betrekken van eindgebruikers en belanghebbenden

Patiënten en naasten

Betrek patiënten en naasten vanaf de start van een project. Dat betekent dat je hen niet alleen informeert, maar dat je ook samen met hen de onderzoeksinhoud, onderzoeksagenda en het proces bepaalt. Het stelt je in staat om samen iets te ontwikkelen dat daadwerkelijk aansluit bij de behoefte, context, wensen en mogelijkheden van de eindgebruikers. Zo kom je tot een in de praktijk toepasbaar product dat aansluit bij de behoefte. Je kunt bijvoorbeeld focusgroepgesprekken organiseren voordat een onderzoek wordt ingediend voor subsidie. Maar ook voor en tijdens het ontwikkelen van middelen voor patiënt en naasten. Denk daarbij goed na over de juiste opzet die juist bij deze groep patiënten past. Zo kun je bijvoorbeeld met beeldmateriaal werken.

Wanneer naasten/nabestaanden een informatiebron zijn, formuleer dan een goede strategie voor het werven van patiënten voor je onderzoek. Bijvoorbeeld door zorgverleners goed te instrueren en draagvlak te creëren, te enthousiasmeren en medeverantwoordelijkheid te geven, zodat naasten op het juiste moment om medewerking wordt gevraagd: wanneer de patiënten betreffende zorg ontvangen en niet pas bij de evaluatie van de nieuwe werkwijze.

Zorgprofessionals

Het betrekken van inhoudelijk deskundige professionals die werkzaam zijn in de praktijk is waardevol. Professionals uit de praktijk kunnen makkelijker collega’s in de eigen en in andere organisaties laten zien dat het project aansluit bij hun behoeften. Dit kan helpen bij het motiveren om mee te doen aan een project. Door de intensieve samenwerking kan het project resulteren in waardevolle kennis en producten, zowel voor de wetenschap als voor de zorgpraktijk en patiënt. Verdiep je tijdig in de AVG met betrekking tot het verkrijgen van contactgegevens van zorgverleners, omdat je toestemming van hen nodig hebt. Goede communicatie over doel en opbrengst helpt hierbij.

Projectambassadeurs

Stel bij elke zorgorganisatie die meedoet in je project 1 of meerdere projectambassadeurs aan. Projectambassadeurs hebben een grote affiniteit met en betrokkenheid bij het onderwerp. Ze zijn onmisbaar voor het onder de aandacht brengen, maar vooral het onder de aandacht houden, van de nieuwe werkwijze binnen de zorgorganisatie. Dit betekent een goede communicatievaardigheid tijdens het project. Ook als er even niets te melden valt. Een ambassadeur kan ook het enthousiasme en de motivatie bij mensen kan vergroten.

Implementatiedeskundigen

Betrek ook mensen met specifiek implementatie-expertise in je project, zoals bijvoorbeeld kwaliteitsmedewerkers, implementatiespecialisten of scholingsmedewerkers. Idealiter kennen zij de organisatie en weten hierdoor hoe zij teamleden kunnen motiveren, wat de behoeften zijn en waar mogelijke belemmeringen voor implementatie aanwezig zijn. Ook kunnen zij een belangrijke rol spelen in de borging van resultaten. Daarnaast is een bijeenkomst organiseren tijdens het project een optie, waarbij je implementatiedeskundigen kunt informeren, instrueren en ervaringen met elkaar kunt laten delen over implementatie. Door deze activiteiten blijven de deskundigen betrokken bij het project, kunnen zij van elkaar leren en kunnen zij problemen waar zij tegenaan lopen samen bespreken.

Samenwerking

Landelijke belangenorganisaties

Zorg voor ruime en gevarieerde steun vanuit landelijke belangenorganisaties voor het project, bijvoorbeeld beroepsverenigingen of patiëntenverenigingen. Zij zijn onmisbaar voor input van ontwikkelfase tot het eindresultaat. Tevens zorgt deze steun ervoor dat de belangenorganisaties ‘mede-eigenaar’ zijn van de inhoud van de eindproducten, wat de borging in de eindfase stimuleert.
Je kunt als onderzoeker niet alles overzien (‘blinde vlekken’), daarvoor heb je partners uit het veld nodig. Partners betrekken bij je onderzoek of interventie helpt om al in een vroeg stadium bekendheid en draagvlak te creëren voor je eindproduct.

Zet een klankbordgroep op waarin verschillende landelijke organisaties uit het veld breed vertegenwoordigd zijn. Zij kunnen waardevolle tips en commentaar vanuit verschillende invalshoeken leveren. Bovendien kunnen zij feedback geven op tussentijdse versies van de eindproducten, en op de borging ervan. Vergeet niet om in de begroting een post op te nemen voor regelmatige consultatie van deze groep.

Samenwerken met vormgever

Betrek een vormgever vroeg genoeg in het proces. Bij de ontwikkeling van toepassingen/instrumenten is het aan te raden om samen te werken met een vormgever en deze (deels) al in het inhoudelijke proces te betrekken. De vormgever kan zo beter interacteren met de eindgebruikers. Daarmee vergroot je de aantrekkelijkheid, herkenbaarheid,  toegankelijkheid en overzichtelijkheid van het instrument.

Multidisciplinaire teams

Betrek in je projectgroep verschillende zorgprofessionals, een onderwijskundige, onderzoekers en een patiëntvertegenwoordiger. De verschillende disciplines kunnen vanuit verschillende invalshoeken een bijdrage leveren in je project, wat resulteert in betere aansluiting bij de doelgroep.

Algemene tips over borging

Organiseren bijeenkomsten

Organiseer bij een (zorg)organisatie een college, workshop of bijeenkomst. Dit vereist een tijdsinvestering, maar het komt ook weer implementatie en disseminatie ten goede. Het zorgt voor meer onderlinge betrokkenheid.

Aansluiten bij bestaande werkwijzen en producten

Aansluiting bij bestaande werkwijzen en routines vergroot de kans op succesvolle implementatie. Door aansluiting bij een bestaand product, dat al bekend is en gebruikt wordt door de doelgroep, heb je meteen een groot bereik zonder extra communicatie en pr middelen.

Opname in organisatie- en opleidingsbeleid

Om een nieuwe werkwijze te laten landen in een organisatie is het van belang dat deze werkwijze aansluit bij, of opgenomen wordt in, het organisatie- en/of opleidingsbeleid. Dit laat zien dat het management de nieuwe werkwijze ondersteunt.

Maatwerk bieden

Maatwerk levert een betere borging op binnen een zorgorganisatie. Bied daarom mogelijkheid tot aanpassing van de nieuwe werkwijze en/of het bijbehorende materiaal naar de behoeften van individuele zorgorganisatie of –afdelingen. Hierdoor sluit de nieuwe werkwijze bijvoorbeeld beter aan bij bestaande routines.

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg juni 2020. Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Meld u nu aan

Meer informatie

 

]]>
news-5819 Thu, 18 Jun 2020 16:19:22 +0200 9 praktijkprojecten rond palliatieve zorg bij een verstandelijke beperking https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/9-praktijkprojecten-rond-palliatieve-zorg-bij-een-verstandelijke-beperking/ Nog niet zo heel lang geleden was er voor mensen met een verstandelijke beperking amper palliatieve zorg beschikbaar. Inmiddels is de situatie een stuk beter. Toch leven er binnen organisaties nog vragen hoe deze zorg in de praktijk te borgen is. Een ‘gereedschapskist’ moet uitkomst bieden. In de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking staat begeleiding voorop. Volgens Jacqueline Fluitman, verpleegkundig specialist bij ’s-Heeren Loo Noorderhaven in Julianadorp, verklaart dat mede waarom palliatieve zorg in deze sector lange tijd amper in beeld was. ‘De insteek is vooral agogisch, de klinische blik ontbrak nogal eens. Vanuit de thuiszorg, waar ik vandaan kwam, was ik gewend te werken met mensen die ouder worden en ziek zijn.’ Inmiddels is er ook in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking meer oog voor dingen die daarmee samenhangen, zegt Fluitman, inclusief een naderende dood. Toch ontbreekt het in veel organisaties nog aan beleid voor palliatieve zorg, terwijl mensen met een verstandelijke beperking extra kwetsbaar zijn vanwege hun geringe mogelijkheden tot eigen regie.

Beter inbedden

Anke de Veer, senior onderzoeker bij het Nivel, herkent de observaties van Fluitman. ‘De laatste 20 jaar is er zeker meer belangstelling gekomen voor palliatieve zorg, maar die is nog niet altijd goed ingebed in de organisaties. Je moet het ook beleidsmatig handen en voeten geven.’ De Veer leidt een ZonMw-project om organisaties daarbij te helpen. Het gaat om een ‘gereedschapskist’ met bestaande werkwijzen en tools voor palliatieve zorg. In 9 praktijkprojecten – dat bij ’s Heeren Loo is er een van – wordt gewerkt aan de implementatie daarvan, aansluitend bij de wensen en behoeften binnen de organisatie in kwestie. De Veer: ‘De meeste organisaties starten in het najaar met het in kaart brengen van hun palliatieve zorgbeleid. Dat doen ze met de Zelfevaluatie palliatieve zorg, ontwikkeld door IKNL en Fibula. Vervolgens kiezen de organisaties passende instrumenten uit de gereedschapskist om hun beleid aan te scherpen.’

Competenter worden

In het project leren de organisaties van elkaar, vertelt De Veer. ‘We adviseren ze over hun palliatieve zorgbeleid en onderzoeken de effecten van de gekozen aanpak.’ Het idee is dat de instrumenten goed aansluiten bij het dagelijks werk. En dat zorgverleners na de implementatie van de gereedschapskist meer weten over palliatieve zorg, competenter zijn en positiever over de kwaliteit van de geboden zorg voor cliënt en naasten. Fluitman: ‘Ook wij starten met een zelfevaluatie en kiezen vervolgens de instrumenten uit de gereedschapskist. In ons projectteam zit een gedragswetenschapper, een geestelijk verzorger, een verpleegkundig specialist en een manager. En een wettelijk vertegenwoordiger, moeder van een cliënte, cruciaal vanwege het perspectief van de doelgroep.’  

Plek in het beleid

Zonder op de uitkomsten van de zelfevaluatie vooruit te willen lopen, heeft Fluitman al wel wat ideeën over de richting. ‘De afgelopen jaren is er bij ons al een grote slag geslagen met het palliatieve zorgbeleid en met scholing van medewerkers. Ik zou een team willen vormen met minimaal twee palliatieve zorgconsulenten, speciaal opgeleide verpleegkundigen die medewerkers kunnen ondersteunen. Zij kunnen vanuit hun expertise en ervaring als intern begeleider fungeren, maar ook een brug slaan naar het management. Zodat de verbeteringen die we op de werkvloer realiseren ook een vaste plek krijgen in het beleid van ’s-Heeren Loo. En dat de ervaringen zich ook elders in de organisatie kunnen uitbreiden, als een soort olievlek.’

Successen vieren

Volgens De Veer is de grootste uitdaging om het werk in de 9 praktijkprojecten meer te laten zijn dan een eenmalig project. ‘Het is daarom belangrijk niet alleen de zorgverleners mee te nemen, maar ook het management. Alleen als er echt beleid voor palliatieve zorg komt, kun je de verbeteringen borgen. Fluitman hoopt dat de implementatie van de gereedschapskist handen en voeten gaat geven aan het landelijk beleid van ’s Heeren Loo. Dat is erop gericht om palliatieve zorg een impuls te geven. Haar suggestie: zorg voor goede interne scholing en vier je successen met het management.

Open gesprek

Palliatieve zorg is voor de meeste medewerkers niet het primaire aandachtspunt in hun dagelijkse omgang met cliënten en naasten. Fluitman: ‘Bij een lichte of matige verstandelijke beperking is het doodsbesef vaak wel aanwezig. Bij een ernstige beperking niet. Maar een cliënt merkt wel dat er bij een naderende dood veel in het lichaam verandert. Hier kun je als zorgverlener op anticiperen.’ Daarvoor is een open gesprek nodig en voor medewerkers – die soms jarenlang een intensieve band hebben met cliënten – kan dat confronterend zijn. Dit geldt vaak ook voor de wettelijk vertegenwoordigers. Fluitman: ‘Sommigen verwijten het je bijna dat je erover begint, zeker als de dood van hun naaste nog ver weg lijkt. Maar er zijn ook mensen die opgelucht zeggen: ik maak me soms ook zorgen, en nu kunnen we tenminste open over dit thema praten.’

3 gouden lessen voor palliatieve zorg voor mensen met een verstandelijke beperking

  1. Durf te praten over ziek zijn en over wat belangrijk is in het leven. Doe dat met naasten, maar zeker ook met cliënten. Mensen met een verstandelijke beperking kunnen meer aan dan je misschien denkt.
  2. Vorm een multidisciplinair team dat samenwerkt aan goede advance care planning. Zo kun je alle aspecten van palliatieve zorg overzien én deze zorg als team realiseren.
  3. Neem als organisatie deel aan het regionale Netwerk Palliatieve Zorg. Dat maakt het mogelijk vanuit de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking mee te werken aan het passend maken van instrumenten. En om kennis en ervaringen uit te wisselen.

Met dank aan Patricia Appeldoorn, programmaleider palliatieve zorg Netwerk palliatieve zorg Noord Holland (ZONH).

In april 2020 zijn 8 onderzoeken en 54 implementatietrajecten  gehonoreerd om bestaande interventies in de palliatieve zorg door te ontwikkelen en te implementeren in de praktijk. Het project in dit artikel is er een van. De Netwerken Palliatieve Zorg (NPZ) gaan samen met onderzoekers aan de slag om de te onderzoeken interventie te implementeren in organisaties in het netwerk. Parallel aan deze implementatie vindt ook het onderzoek plaats. In de komende nieuwsbrieven lichten we steeds 1 onderzoek uit.

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg juni 2020. Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Meld u nu aan

Meer informatie

]]>
news-5818 Thu, 18 Jun 2020 15:35:59 +0200 Zingevingsvragen: bij wie kun je terecht? https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/zingevingsvragen-bij-wie-kun-je-terecht/ Agora heeft een infographic ontwikkeld over zingevingsvragen voor vrijwilligers en professionals uit het sociaal domein en de zorg. news-5832 Mon, 15 Jun 2020 15:56:00 +0200 Palliatieve zorg in Raamplan Artsopleiding 2020 https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/palliatieve-zorg-in-raamplan-artsopleiding-2020/ In het Raamplan Artsopleiding 2020 heeft palliatieve zorg een duidelijke plek gekregen. Voor het Palliantieproject O²PZ een belangrijke stap om het onderwijs palliatieve zorg te optimaliseren. Raamplan Artsopleiding 2020

De volgende tekst is opgenomen in het raamplan:

'In essentie willen wij een arts opleiden die competenties en medische kennis integraal kan aanwenden en die duurzaam en breed inzetbaar is, daar waar noodzakelijk. Deze arts is medisch deskundig op het gebied van preventie, diagnostiek en behandeling en begeleiding, blijft zich een leven lang verder ontwikkelen, werkt goed samen in netwerken, en bevordert de gezondheid en daaraan gerelateerde kwaliteit van leven van mensen, ook in de palliatieve fase, en aansluitend op de behoeften van zowel individuen als groepen mensen.'

Bekijk hier het volledige Raamplan Artsopleiding 2020.

Meer informatie

]]>
news-5841 Mon, 15 Jun 2020 11:37:00 +0200 Leren van bestaande gegevens over palliatieve zorg https://www.nivel.nl/nl/nieuws/leren-van-bestaande-gegevens-over-palliatieve-zorg Het project 'Op weg naar een systeem om kwaliteit van palliatieve zorg inzichtelijk te maken', heeft de eerste cijfers over (acute) ziekenhuis- en huisartsenzorg gepubliceerd in 2 factsheets. news-5773 Mon, 08 Jun 2020 08:58:42 +0200 Praktische aanbevelingen palliatieve zorg voor mensen met dementie https://www.vilans.nl/vilans/media/documents/publicaties/praktische-aanbevelingen-palliatieve-zorg-voor-mensen-met-dementie.pdf De uitbraak van COVID-19 heeft een enorme invloed op onze samenleving. Maatregelen zoals sociale afstand en isolatie maken de zorg voor mensen met dementie die thuis of in het verpleeghuis wonen complexer. Het DEDICATED onderzoeksteam draagt in tijden van corona een extra steentje bij met praktische aanbevelingen voor verzorgend personeel. news-5743 Fri, 29 May 2020 13:22:18 +0200 ‘Bestuurders, managers en onderzoekers kunnen elkaar nog veel meer opzoeken’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/bestuurders-managers-en-onderzoekers-kunnen-elkaar-nog-veel-meer-opzoeken/ Als directeur van Transmuralis en voorzitter van Propallia, het bovenregionale consortium voor palliatieve zorg in noordelijk Zuid-Holland, ziet Stefan Fiselier mogelijkheden voor een betere toepassing van onderzoek in de palliatieve zorg. Daarin heeft iedereen een rol: onderzoekers moeten er meer op uitgaan, terwijl bestuurders en managers met een innovatieagenda de betrokkenheid bij onderzoek kunnen versterken.  

Transmuralis is een netwerkorganisatie die de transmurale (keten-)zorg in de regio Zuid-Holland Noord verbetert met verbeterprojecten, deskundigheidsbevordering en netwerkbijeenkomsten. Er zijn meer dan 30 zorgorganisaties bij aangesloten, waaronder verpleeg- en verzorgingshuizen, ziekenhuizen, thuiszorg, hospices en revalidatiecentra.

Geen aparte werelden

Praktijkrelevantie is volgens Fiselier cruciaal om onderzoek beter te laten landen bij de praktijk: patiënten, naasten en zorgverleners. ‘Onderzoekers moeten vanaf de start in verbinding staan met de urgente vragen die daar leven. Anders is het eindresultaat misschien mooi, maar worden patiënten en naasten onvoldoende bereikt.’ Gelukkig ziet hij dat onderzoekers steeds vaker hun projecten komen presenteren en praktijkbijeenkomsten bezoeken, iets wat ook bij Propallia wordt aangemoedigd. ‘Dus ga erop uit en zoek de verbinding met het veld. Onderzoek en praktische palliatieve zorg mogen geen aparte werelden zijn. Onderzoek kan wetenschappelijk nog zo goed in elkaar zitten, maar het is pas geslaagd als patiënten, naasten en zorgverleners verbetering ervaren.’

Opbrengsten monitoren

Fiselier werkte jaren in de zakelijke dienstverlening, waar innovaties volgens hem vaak sneller worden toegepast dan in de zorg. ‘Omdat bij zorgorganisaties draagvlak en afstemming op alle niveaus zo belangrijk is, is de time to market, de tijd die het een innovatie kost om toegepast te worden, vaak heel lang. Gelukkig blijkt ook dat het sneller kan op urgente momenten, zoals nu met het coronavirus (COVID-19): dan is men bereid om stappen over te slaan.’ Wat we volgens Fiselier ook kunnen leren van de zakelijke dienstverlening is het zogenaamde batenmanagement: na afloop van een project de baten blijven monitoren. Daarvoor werd bij Transmuralis speciaal een kwaliteitsfunctionaris aangesteld, die bij aanvang van een project een nulmeting uitvoert en daarna de opbrengsten blijft monitoren. ‘Zo evalueren we bijvoorbeeld jaarlijks de ketenafspraken en resultaten in onze netwerken. Soms zijn de werkafspraken niet meer actueel of is herimplementatie nodig. Onze bevindingen leg ik voor aan ons bestuur, waarna we zaken bijstellen. Dat werkt hartstikke goed.’

Inbedden in organisatie

Hoewel bestuurders en managers vaak zeer betrokken zijn bij onderzoeksprojecten, is hun perspectief anders dan dat van onderzoekers of beleidsmedewerkers, merkt Fiselier. ‘Ze kijken daarbij ook nadrukkelijk naar de impact die onderzoek en innovaties kunnen hebben op de bedrijfsvoering of personele capaciteit van hun organisatie. Soms betekent dat dat ze voor bepaalde veelbelovende vernieuwingen toch niet de financiële of personele ruimte kunnen maken.’ Wat bestuurders daarbij kan helpen, aldus Fiselier, is het opstellen van een innovatieagenda in samenwerking met zorgprofessionals. ‘Zo kun je vooraf kiezen wat er terecht moet komen in de eigen meerjarenplannen. Zorg dat grote onderzoeksprojecten niet geïsoleerd plaatsvinden, maar vanaf het begin in verbinding staan met de bedrijfsvoering. Zo geef je onderzoek en innovatie een plek in je organisatie en bevorder je de implementatie. Daarmee worden patiënten, naasten en professionals écht bereikt.’    

3 tips voor bestuurders en managers over borgen

  1. Richt je als bestuurder of manager ook op de fase na beëindiging van een onderzoeksproject. Zorg ervoor dat de resultaten (baten) uit het project kunnen voortbestaan binnen de organisatie en richt een infrastructuur in om deze baten te kunnen blijven managen.
  2. Zorg vanaf de start van een onderzoeksproject voor verbinding met de relevante vragen en context uit de zorgpraktijk. Alleen dan zal de investering in capaciteit of middelen echt renderen in je organisatie en de innovatie langer stand houden.
  3. Het borgen van onderzoeksresultaten wordt eenvoudiger als de innovatie zoveel mogelijk onderdeel wordt van reguliere processen. Probeer te grootse en ‘meeslepende’ projecten te voorkomen.

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg juni 2020. Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Meld u nu aan

]]>
news-5712 Tue, 19 May 2020 15:43:00 +0200 Programma Zingeving en Geestelijke verzorging van start https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/programma-zingeving-en-geestelijke-verzorging-van-start/ Begin mei 2020 heeft het ministerie van VWS opdracht gegeven voor de uitvoering van het ZonMw-programma Zingeving en Geestelijke verzorging. Tot 2023 ondersteunt het programma de verdere ontwikkeling en aandacht voor zingeving en inzet van geestelijke verzorgers. Ook stimuleert het programma het inbedden van zingeving en geestelijke zorg in de thuissituatie. Inzet van geestelijke verzorging

Dit praktijkgerichte programma richt zich op kennisontwikkeling en –implementatie van inzet van geestelijke verzorging in de thuissituatie en aandacht voor zingeving door andere professionals en naasten. En wil inzicht geven in hoe aandacht voor zingeving in de thuissituatie ingebed kan worden, waarbij rekening wordt gehouden met mogelijkheden van professionals en behoeften van de zorgvrager. Daardoor wordt duidelijk hoe deze aandacht ervaren wordt door de mensen die geestelijke verzorging krijgen en de betrokken zorgprofessionals, vrijwilligers en mantelzorgers.

Bruikbare kennisproducten

Het programma richt zich de komende jaren op 2 programmalijnen namelijk:
1.    Zingeving en geestelijke verzorging integreren in zorg en welzijn
2.    Methodieken en interventies.

Binnen beide programmalijnen wordt een mix van samenhangende activiteiten uitgevoerd op het gebied van onderzoek, doorontwikkeling beloftevolle initiatieven, implementatie en deskundigheidsbevordering. De activiteiten leveren bruikbare kennisproducten op voor geestelijk verzorgers, andere professionals en vrijwilligers die werkzaam zijn op het gebied van zingeving. Beide  programmalijnen dragen bij aan de ontwikkeling van een kennisinfrastructuur, leergemeenschap en kennis- en innovatiecyclus.

8 actieonderzoeken

Onlangs zijn er 8 aanvragen gehonoreerd binnen de subsidieoproep Actieonderzoek Zingeving en Geestelijke verzorging in de thuissituatie, die starten in de loop van 2020. Het doel van deze aanvragen is ondersteuning bieden aan projectleiders bij de inbedding van geestelijke verzorging in de thuissituatie.

Inventarisatie zingeving en geestelijke verzorging in thuissituatie

In april verscheen een inventarisatie van bestaande initiatieven en mogelijkheden over zingeving en geestelijke verzorging in de thuissituatie voor professionals. Het overzicht bestaat uit relevante begeleidingsprojecten en -interventies; scholingen en scholingsmaterialen; verwijs- en screeningsinstrumenten, en van onderzoeksprojecten en publicaties in het Nederlandstalige vakgebied in de periode 2010-heden.

Budget en subsidie

Het programma heeft een totaalbudget van €8 miljoen. De subsidietoekenningen vinden plaats in de periode 2019 tot en met 2021. De eerstvolgende subsidieoproepen gaan naar verwachting over effectonderzoek en leergemeenschap. In de nadere subsidieoproepen worden resultaten van lopende onderzoeken betrokken zoals de actieonderzoeken en de PLOEG-onderzoeken.

Meer informatie

 

]]>
news-5661 Wed, 06 May 2020 14:42:44 +0200 Subsidieoproep “Maatschappelijke dynamiek” binnen COVID-19 Programma open https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproep-maatschappelijke-dynamiek-binnen-covid-19-programma-open/ De subsidieoproep voor aandachtsgebied “Maatschappelijke dynamiek” binnen het COVID-19 Programma is opengesteld. Consortia, onderzoeksgroepen en afzonderlijke onderzoekers uit meerdere disciplines kunnen ideeën indienen voor onderzoek gericht op de maatschappelijke effecten van de coronapandemie en van de (voorgenomen) maatregelen daartegen. Gezien de urgentie van handelen is de deadline voor het indienen van ideeën op 25 mei 2020, 19.00 uur. Het COVID-19 Programma

Het actie- en onderzoeksprogramma COVID-19 is gericht op onderzoek gericht op de effecten van en de maatregelen tegen de coronapandemie. Er zijn drie aandachtsgebieden:

  1. Voorspellende diagnostiek en behandeling
  2. Zorg en preventie
  3. Maatschappelijke dynamiek

Deze subsidieoproep betreft alleen aandachtsgebied 3 “Maatschappelijke dynamiek” en heeft een totaal te verdelen subsidiebudget van € 6,5 miljoen. De subsidieoproep voor aandachtsgebied 1 en 2 is op 1 mei 2020 gepubliceerd met als deadline 14 mei 2020, 14.00 uur. Lees hier meer informatie daarover.  

Aandachtsgebied Maatschappelijk dynamiek

Het aandachtsgebied Maatschappelijke dynamiek betreft brede, maatschappelijk vraagstukken, waarbij meerdere wetenschappelijke disciplines betrokken zijn. Het gaat bijvoorbeeld om antwoord op vragen als: Wat zijn de maatschappelijke consequenties van de coronacrisis? Welke sociale en economische problemen zijn erdoor blootgelegd of ontstaan? Maar ook: Welke positieve effecten heeft de crisis? Welke herstartscenario’s zijn er na een kortere of langere periode van economische en brede sociale ontwrichting? Wat kunnen we van de crisis leren voor de toekomst?

Uitnodiging tot onderzoek

Consortia, onderzoeksgroepen en individuele onderzoekers zijn met deze subsidieoproep uitgenodigd om ideeën in te dienen voor onderzoeksprojecten waarmee kennis genereerd wordt over de Nederlandse en wereldwijde impact van de coronacrisis en de maatregelen daartegen. Onderzoek richt zich niet alleen op uitdagingen tijdens deze pandemie, maar ook op de situatie na de coronacrisis. Daarnaast sluit het onderzoek aan bij prioritaire thema’s zoals hieronder beschreven.

Prioritaire thema’s

Een multidisciplinair expertpanel onder voorzitterschap van Jet Bussemaker heeft de volgende prioritaire thema’s voorgedragen, waarbij op bijbehorende onderwerpen ingediend kan worden:

  1. Onderzoek naar de effectiviteit en impact van maatregelen/strategieën in respons op de coronacrisis
    Onderwerpen: Betrouwbaarheid en legitimiteit van overheid en wetenschap in tijden van crisis, de voorwaarden voor technologieën, gekoppeld aan het ‘openstellen’ van de samenleving, effect van de 1,5 meter maatregel, verschillen tussen Europese landen.    
  2. Onderzoek naar de veerkracht van de samenleving
    Onderwerpen: Kwetsbare groepen, maatschappelijke ongelijkheid ten gevolge van genomen maatregelen, thuisonderwijs, psychologische effecten en emotioneel welbevinden, burgerinitiatieven.  
  3. Onderzoek naar de economische veerkracht
    Onderwerpen: De economische effecten van de lock down voor verschillende sectoren, heropenen sectoren van de economie, thuiswerken.

Deze thema’s hebben de hoogste urgentie om onderzocht te worden. Projectideeën moeten aansluiten bij een of meerdere van deze thema’s. In de tekst van de subsidieoproep zijn de thema’s en onderwerpen nader toegelicht.

Planning subsidieronde

Voor deze subsidieronde geldt het volgende tijdpad:

Deadline indienen projectidee
Ontvangst advies van de commissie
Deadline indienen uitgewerkte subsidieaanvraag
Ontvangst van het commentaar van beoordelaars
Deadline indienen wederhoor
Besluit
Uiterlijke startdatum

25 mei 2020, 19.00 uur
Rond 18 juni 2020
29 juni, 14.00 uur
6 juli 2020
8 juli 2020, 12.00 uur
Rond 23 juli 2020
3 augustus 2020

Op korte termijn wordt de subsidieoproep ook in het Engels op de ZonMw-website gepubliceerd.

Meer informatie

 

]]>