Verzorgenden voelen heel goed aan wanneer er iets met een cliënt niet in orde is. Toch kan het lastig zijn deze vermoedens te verwoorden, bijvoorbeeld richting collega’s of huisarts. Een nieuwe werk- en denkmethode helpt verzorgenden met het stap voor stap in kaart brengen en bespreken van mogelijke zorgproblemen.

‘Pijn, plotselinge verwardheid of extreme vermoeidheid. Bij verzorgenden van palliatieve cliënten gaat er dan meestal wel een belletje rinkelen.’ Patricia Appeldoorn, coördinator van twee netwerken Palliatieve Zorg in Noord-Holland, legt uit dat het ‘niet-pluis’-gevoel van verzorgenden vaak prima werkt. ‘Het probleem zit ‘m juist in het verwoorden van dit gevoel, aan collega’s of de behandelend arts. Dit vraagt namelijk een methodische denk- en werkwijze. De meeste verzorgenden staan er voor open om deze vaardigheden verder te ontwikkelen en kunnen daar wel wat hulp bij gebruiken.’

Stap voor stap in kaart

Om verzorgenden daarbij te ondersteunen, ontwikkelde Integraal Kankercentrum Nederland de werkmethode Signalering in de palliatieve fase voor verzorgenden. Belangrijk onderdeel van deze methode is het werken met de set 'Signalering in de palliatieve fase'. Met kant-en-klare werkbladen en signaleringskaarten kunnen zorgvragers de gezondheidssituatie van een cliënt stap voor stap in kaart brengen en met collega’s en (huis)arts overleggen. Appeldoorn: ‘De verzorgende werkt een vragenlijst door, gebaseerd op de Richtlijnen Palliatieve Zorg. Wat geeft de cliënt zelf aan? Wat zeggen de naasten? Hoe is iemands welbevinden? Maar ook: Wat verergert het probleem? Door de situatie zo specifiek mogelijk te omschrijven, kan er sneller en beter een diagnose worden gesteld door de arts.’ In de box is er onder meer aandacht voor pijn, delier, uitdroging en vermoeidheid.

Weerstand ombuigen

Sinds november 2012 werken 3 thuiszorgorganisaties, drie instellingen voor verstandelijk gehandicapten en zes verpleeg- en verzorgingshuizen in Noord-Holland met de nieuwe methode. Daarvoor volgden de deelnemers een training van anderhalve dag. Er wordt veel geoefend met de set 'Signalering in de palliatieve fase' en cursisten leren hoe zij het goede voorbeeld in de eigen organisatie kunnen uitrollen. ‘Een nieuwe werkwijze invoeren kost tijd en geld’, licht Appeldoorn toe. ‘Niet iedereen zit daar op te wachten. Maar door goed te luisteren naar de bezwaren, mensen te betrekken bij het proces en successen te delen, kun je de weerstand vaak ombuigen.’ Na de training volgen er nog twee terugkomdagen.

Meer voldoening

Hoewel harde resultaten nog ontbreken, zijn de reacties van gebruikers enthousiast. ‘De verzorgenden worden sterker in hun vak en ervaren meer voldoening van hun werk; hun inzet telt. Ook andere zorgverleners, zoals huisartsen, zijn welwillend en tonen veel belangstelling voor de werkwijze. Tenslotte merken we dat de methode goed wordt ontvangen door de cliënt en zijn of haar familie. In de vragenlijst is ook ruimte voor inbreng van naasten. Dat wordt erg gewaardeerd.’

Veel interesse

Al met al heeft het goede voorbeeld volgens Appeldoorn de palliatieve zorg in de regio een enorme boost gegeven. ‘Er is meer kwaliteit en kennis aan bed, mensen zijn meer betrokken bij het totaalplaatje van de cliënt.’ In de regio, en ook daarbuiten, is al veel interesse getoond. Andere netwerken in Noord-Holland zijn aan de slag met het goede voorbeeld. Ook zijn verschillende symposia over het onderwerp georganiseerd. Het ROC Kop van Noord-Holland heeft de werkwijze inmiddels een structurele plek gegeven binnen de module Zorg en Rouw voor verzorgenden niveau 3 en 4. Andere onderwijsinstellingen hebben interesse getoond.

Meer informatie

Contact

Dummyfoto van een vrouw

Marjolein Verkammen

Adviseur IKNL, afdeling palliatieve zorg

Telefoonnummer+31 88 234 65 69
Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website