Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van dit project was om te komen tot een set van betrouwbare kwaliteitsindicatoren, waarmee de medicamenteuze behandeling voor mensen met type 2 diabetes gemeten kan worden.

 

Allereerst hebben we op basis van een literatuurreview en met behulp van een expertpanel en patiëntvertegenwoordigers een set van 20 mogelijke kwaliteitsindicatoren ontwikkeld. Met deze set kan worden vastgesteld of diabetes patiënten adequate en passende medicatie krijgen voorgeschreven. In deze set zitten 8 zogenoemde ‘actie-indicatoren’. Deze actie-indicatoren meten of de benodigde preventieve medicatie tijdig wordt gestart of opgehoogd. Het gaat dan om de behandeling van te hoge bloedglucose, bloeddruk, cholesterol of van eiwitverlies in de nieren. Daarnaast zijn er 8 indicatoren die meten of aanbevolen geneesmiddelen worden voorgeschreven, en 4 indicatoren die meten of er geen risicovolle of teveel geneesmiddelen worden voorgeschreven.

 

Vervolgens hebben we in verschillende praktijkstudies vastgesteld dat de indicatoren goed te meten zijn met beschikbare data uit huisartspraktijken. Verder hebben we vastgesteld dat het beter presteren op de actie-indicatoren kan leiden tot daadwerkelijke winst op korte termijn uitkomsten bij patiënten. Dat dit vervolgens ook leidt tot minder complicaties bij deze patiënten hebben we voor 2 indicatoren kunnen aantonen. Voor de meeste andere indicatoren was onvoldoende statistische power om dergelijke verbanden aan te tonen. Ook hebben we niet kunnen aantonen dat het voorschrijven van aanbevolen geneesmiddelen of het voorschrijven van risicovolle geneesmiddelen gepaard gaat met een verschil in kwaliteit van leven.

 

In het laatste deel van het project hebben we een voorstel uitgewerkt om de indicatoren in te passen in bestaande methoden om de kwaliteit van behandeling bij diabetes te bevorderen. Dit is in een pilot getest.

Concluderend kunnen we zeggen dat dit project een betrouwbare set van 20 voorschrijfindicatoren voor type 2 diabetes heeft opgeleverd. Deze indicatoren kunnen in de eerstelijns praktijk gebruikt worden om de voorgeschreven medicatie te monitoren en feedback te geven aan zorgverleners. Met dergelijke feedback kunnen zij waar nodig de behandeling verbeteren. Voor specifieke doeleinden kunnen selecties uit deze indicatorenset gemaakt worden.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Allereerst is een set van mogelijke voorschrijfindicatoren voor diabeteszorg opgesteld op basis van een literatuurreview en consultatie van experts en patiëntvertegenwoordigers. De voorgestelde indicatoren zijn inhoudelijk gevalideerd met behulp van een expertpanel. Dit heeft geleid tot een set van 20 indicatoren. Deze indicatoren zijn gericht op (a) de behandeling met bloedglucose-verlagende middelen, antihypertensiva, RAAS-remmers en statines wanneer aanbevolen, (b) mogelijk ongepast voorschrijven van glibenclamide, metformine, dubbele RAAS-blokkade, en (c) mogelijke overbehandeling met bloedglucose-verlagende middelen bij ouderen. Acht van deze indicatoren zijn zogenoemde ‘actie-indicatoren’, die het tijdig starten of intensiveren van de aanbevolen behandeling meten. Daarnaast zijn er indicatoren die het huidige voorschrijven van geneesmiddelen meten.

 

Na de ontwikkeling is deze set getest in twee databases (GIANTT en ZODIAC) met gegevens van diabetes patiënten in de eerstelijnszorg. De resultaten toonden aan dat alle 20 voorschrijfindicatoren berekend kunnen worden aan de hand van de beschikbare gegevens.

 

Vervolgens zijn een drietal praktijkstudies uitgevoerd om te bepalen of de ontwikkelde indicatoren predictieve validiteit hebben op klinische uitkomsten en kwaliteit van leven. In een cohort studie met >26.000 patiënten (GIANTT cohort) is vastgesteld dat 9 van de 11 indicatoren, waarvan verwacht kan worden dat ze invloed hebben op korte termijn uitkomsten (bloedglucose, cholesterol, bloeddruk of albuminurie), ook daadwerkelijk deze relatie laten zien. Het gaat dan om 3 indicatoren, die het tijdig starten en intensiveren met bloedglucose-verlagende middelen meten; 3 indicatoren, die het huidig voorschrijven en het tijdig starten en intensiveren met statines meten; en 3 indicatoren, die het tijdig starten en intensiveren met antihypertensiva meten. Het huidig voorschrijven van RAAS-remmers was niet geassocieerd met betere uitkomsten in het volgende jaar. Vervolgens is getest of deze indicatoren ook voorspellend zijn voor het optreden van cardiovasculaire complicaties. Significante associaties werden gezien voor het voorschrijven van een statine en voor het voorschrijven van een RAAS-remmer bij mensen die minstens 2 antihypertensiva krijgen voorgeschreven. Voor het starten met een RAAS-remmer bij mensen met een verhoogd albuminurie werd geen significante associatie gevonden. Voor de andere 7 indicatoren bleek uit achteraf berekeningen dat er onvoldoende power was om associaties te kunnen aantonen. In een cross-sectionele studie bij 1.044 patiënten is tenslotte gekeken naar de relatie tussen de indicatoren en kwaliteit van leven. Daarnaast is in deze studie gekeken naar de associaties tussen de totale ziekte-specifieke medicatielast en kwaliteit van leven. Geen van de indicatoren bleek significant geassocieerd te zijn met de kwaliteit-van-leven scores. Ook de ziekte-specifieke medicatielast was niet geassocieerd met deze scores. Deze bevindingen zijn mogelijk beperkt door het cross-sectionele design en het lage aantal patiënten voor sommige indicatoren.

 

In de laatste fase zijn een aantal stappen gezet voor het implementeren van de ontwikkelde indicatoren in de praktijk. In samenwerking met het Instituut Verantwoord Medicijngebruik is een FTO-module gemaakt op basis van de indicatoren. Daarnaast zullen een aantal indicatoren volgens de systematiek van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) als pilot worden toegevoegd aan bestaande indicatorensets. Verwacht wordt dat beide in 2018 landelijk kunnen worden gebruikt.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van dit project is om kwaliteitsindicatoren op te stellen, waarmee we de behandelkwaliteit bij mensen met diabetes in de praktijk kunnen meten.

 

In het eerste jaar is een lijst van mogelijke indicatoren opgesteld, gericht op de effectiviteit, veiligheid en toepasbaarheid van de behandeling. Deze zijn beoordeeld door experts op inhoud, noodzakelijkheid en te verwachten gezondheidswinst voor de patiënt. Dit heeft geresulteerd in een set van 20 indicatoren, waarmee volgens de experts de kwaliteit van de medicamenteuze behandeling bij diabetes patiënten zinvol in kaart kan worden gebracht.

 

De geselecteerde indicatoren meten het tijdig starten en ophogen van de behandeling van diabetes, te hoge bloeddruk, te hoog cholesterol en albuminurie. Daarnaast meten ze het voorschrijven van voorkeursmiddelen en het niet voorschrijven van risicovolle geneesmiddelen of geneesmiddelcombinaties.

 

Het komende jaar wordt onderzocht of deze 20 indicatoren meetbaar zijn in de dagelijkse praktijk en voorspellend kunnen zijn voor betere patiëntuitkomsten.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vanuit de literatuur en de behandelrichtlijnen is een eerste lijst met 32 mogelijke indicatoren opgesteld, die inzicht moeten geven in de kwaliteit van de behandeling bij patiënten met diabetes. Daarvoor zijn aanbevelingen vanuit de standaarden van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) omgezet in maten, die berekend kunnen worden met gegevens die routinematig in de huisartspraktijken verzameld worden. Een voorbeeld van zo’n maat is het percentage patiënten met type 2 diabetes tussen de 55 en 80 jaar oud die behandeld worden met een statine.

 

De 32 indicatoren waren gericht op de thema’s: behandeling van bloedglucose, bloeddruk, cholesterol en eiwit in urine; vaccinatie; behandeling met onveilige medicatie; therapietrouw. Bij het thema behandeling gaat het onder meer om het tijdig starten en ophogen van de medicatie en om het voorschrijven van voorkeursmiddelen.

 

Deze eerste lijst van 32 indicatoren is beoordeeld door een panel van 10 huisartsen en internisten met expertise op het gebied van diabetes, diabetesrichtlijnen en/of kwaliteitsindicatoren voor diabetes. Zij beoordeelden allereerst of de indicatoren een goede weergave waren van de aanbevelingen, of ze correct gedefinieerd waren en of ze een aspect meten waarmee winst voor de patiënt te halen is.

In de eerste ronde kregen 13 indicatoren op al deze punten een voldoende score en waren er 19 indicatoren met een lage score op één of meer van deze punten. Deze indicatoren zijn besproken tijdens een gezamenlijke bijeenkomst met de experts, wat heeft geleid tot een herziene set van 22 indicatoren. Deze set is wederom aan alle experts voorgelegd om ze te beoordelen op (1) correcte weergave van de aanbevelingen, (2) het meten van een relevant aspect waarmee winst voor de patiënt kan worden behaald, (3) de noodzakelijkheid om dit aspect te meten. Dit leidde tot een uiteindelijke set van 20 indicatoren die op al deze punten voldoende hoog scoorden.

 

De indicatoren zullen nu worden toegepast in twee beschikbare databestanden met gegevens, die uit huisartspraktijken zijn verzameld. Daarbij zal onderzocht worden in hoeverre het hoger scoren op de indicatoren ook gekoppeld is aan betere uitkomsten voor de patiënt.

 

In de slotfase van het project zal een voorstel gedaan worden om de meest relevante en bruikbare indicatoren te gaan gebruiken bij het monitoren en het geven van feedback aan zorgverleners in de Nederlandse eerste lijn over de kwaliteit van de geleverde behandeling bij patiënten met diabetes.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

The current Dutch quality indicator set for diabetes care lacks good indicators for measuring quality of medication treatment. The aim of this project is to develop a set of valid indicators to be used for evaluating and improving chronic medication treatment in diabetes patients. These novel prescribing quality indicators should (1) capture the quality of chronic treatment over time, (2) take into account differentiation for patient characteristics, (3) predict better patients outcomes, and (4) be measurable using routinely collected data from primary care.

 

The project consists of three phases needed for development and implementation of valid quality indicators.

 

In phase 1, the indicators will be defined and judged on reflecting evidence and guideline recommendations by an expert panel, including patient representatives. The operational and statistical validity will be tested using routinely collected healthcare data for >85.000 diabetes patients.

 

In phase 2, the selected indicators will be tested in a cohort study for their predictive validity on a composite outcome of diabetes-related complications and death in >20.000 patients. In subsets of around 1300 patients, their relationship with quality of life will be assessed as well. The prescribing quality indicators that show to be associated with clinical outcomes and do not have a negative impact on quality of life are considered valid for educational and benchmarking purposes in actual practice.

 

In phase 3, a plan will be made in cooperation with national authorities responsible for measuring and improving quality of care to set off the implementation and evaluation of using this final set of prescribing quality indicators in practice.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website