Projectomschrijving

Het opsporen van kindermishandeling is van groot belang om serieuze schade bij kinderen te voorkomen. Opvallend is dat maar ongeveer 6% van de meldingen bij AMK vanuit ziekenhuizen worden gedaan. Dit terwijl de spoedeisende hulp vaak als een plek bij uitstek wordt gezien om kindermishandeling te signaleren.


In een Utrechts onderzoek onder hulpverleners van de spoedeisende hulp (SEH), het CHAIN-ER project, is het vermoeden ontstaan dat morele intuïties van hulpverleners een belangrijke rol kunnen spelen bij het signaleren van kindermishandeling. Dit project inventariseert welke morele beoordelingen hulpverleners in de praktijk herkennen en gebruiken door videoperformances uit het CHAIN-ER project te analyseren. Daarnaast worden experts en hulpverleners op de spoedeisende hulp geinterviewd. Hiermee willen de onderzoekers een beeld krijgen welke morele intuïties in de praktijk een rol spelen en of ze een remmende of belemmerende werking hebben in de opsporing van kindermishandeling. Ook bekijken ze of hulpverleners zich bewust zijn van hun normatieve vooronderstellingen. De resultaten worden verwerkt in een scholingsaanbod.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website