Projectomschrijving

Dit project had als doel de ethische aspecten in kaart te brengen van onderzoek gericht op, en mogelijk (toekomstig) reproductief gebruik van, in het laboratorium gegenereerde geslachtscellen (in vitro derived gametes). Dit begrip wordt gebruikt als aanduiding voor technieken waarmee functionele geslachtscellen worden ontwikkeld uit voorlopercellen in reproductief weefsel, of uit pluripotente stamcellen (humane embryonale stamcellen of induced pluripotent stem cells).

In een prospectieve ethische analyse is verkend welke vragen en knelpunten zich in verband met de (verdere) ontwikkeling van deze technieken voordoen. Voordeel van deze nieuwe technieken zou zijn dat mensen die bij de huidige stand van wetenschap alleen een kind kunnen krijgen met behulp van een zaad- of eiceldonor, in staat gesteld zouden worden een voor beide partners genetisch eigen kind te krijgen. Het project omvatte een verkenning van opvatting van stakeholders (waaronder vertegenwoordigers van fertiliteitspatiëntengroepen) en een normatief ethische analyse.

Bereikte resultaten

  1. Nieuwe reproductieve technologie mag niet zonder adequaat pre-klinisch veiligheidsonderzoek worden toegepast in de kliniek. Waar het gaat om de mogelijke introductie van kunstmatige gameten moet daarbij behalve aan dieronderzoek ook aan onderzoek met speciaal te kweken menselijke embryo’s worden gedacht.
  2. Dat de ontwikkeling van kunstmatige gameten tot nieuwe mogelijkheden van gezinsvorming (beyond the nuclear family) kan leiden vraagt om nadere reflectie op de voorwaarden voor verantwoorde toepassing, maar is geen reden om de ontwikkeling van de relevante technieken bij voorbaat te problematiseren.
  3. De proportionaliteit van investeren in de ontwikkeling van deze technologieën hangt mede af van de vraag naar wat nu eigenlijk het belang is van een 'genetisch eigen' kind.


Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website