Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit onderzoek is een diagnostische strategie voor vroeg-detectie van hartfalen,COPD en andere veel voorkomende oorzaken voor verminderde inspanningstolerantie en kortademigheid bij kwetsbare ouderen (65 jaar en ouder)vergeleken met "care-as-usual". Deelnemende huisartsen werden willekeurig ingedeeld in de "strategie groep" of "controle groep". Kwetsbare ouderen uit de deelnemende huisartsenpraktijken werden uitgenodigd om deel te nemen aan de studie. Zij kregen een vragenlijst naar klachten van kortademigheid en verminderde inspanningstolerantie. Indien zij geschikt waren en wilden deelnemen kregen ze twee vragenlijsten over de kwaliteit van leven en het zorggebruik voorgelegd. Patiënten uit de "strategie groep" kregen bij het begin van het onderzoek ook de vragenlijsten en daarnaast ondergingen zij een "diagnostische strategie". Deze "strategie" bestond uit een uitgebreide anamnese, lichamelijk onderzoek, bloed afname, elektrocardiogram, longfunctie onderzoek (blaastest) en echocardiografie (echo van het hart). De uitslagen van de onderzoeken met een behandeladvies werden aan de huisarts van de patiënt medegedeeld. De huisarts bepaalde in samenspraak met de patiënt of het behandeladvies werd opgevolgd of dat er een andere behandeling of geen behandeling volgde. Alle onderzoeken van de "strategie" werden dicht bij huis en achter elkaar uitgevoerd in de huisartsenpraktijk van de deelnemende patiënten.

Na 6 maanden werd de patiënten uit beide groepen nogmaals gevraagd om de twee vragenlijsten in te vullen. De antwoorden op de vragenlijsten na 6 maanden werden vergeleken met de vragenlijsten aan de start van de studie om zo de invloed van de "strategie" op de kwaliteit van leven en functionaliteit van patiënten te kunnen bepalen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De onderzochte strategie van vroeg-detectie naar hartfalen, COPD en andere mogelijke oorzaken van kortademigheid en verminderde inspanningstolerantie bij kwetsbare 65-plussers leverde veel nieuwe diagnoses op in vergelijk tot een controle groep die gebruikelijke zorg kreeg. Er werden 343 nieuwe diagnoses bij 226 patiënten (58.1% van 389 patiënten) in de "strategie' groep vastgesteld tegen 80 nieuwe diagnoses bij 74 patiënten (16.8% van de 440 patiënten) in de controle groep. Echter de verschillen in kwaliteit van leven en het zorggebruik waren verwaarloosbaar tussen de twee groepen.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Veel ouderen hebben klachten van kortademigheid of verminderde inspanningstolerantie. Dit vermindert hun mobiliteit en zorgt voor lichamelijke, maar ook psychische beperkingen. Dit maakt hen kwetsbaarder. De belangrijkste oorzaken voor kortademigheid en verminderde inspanningstolerantie bij ouderen zijn hartfalen en COPD. Over-, maar vooral onderdiagnostiek komt echter zeer frequent voor. Vroegtijdige herkenning is zinvol omdat voor beide aandoeningen adequaat behandeld bestaat die de functionaliteit, kwaliteit van leven en in geval van hartfalen ook levensverwachting vergroten.

 

Middels een geclusterde gerandomiseerde diagnostische studie willen we dit probleem onderzoeken. Hiervoor worden 'kwetsbare' ouderen van 65 jaar en ouder uit de huisarstenpraktijk gevraagd. Onder 'kwetsbaar' wordt verstaan: chronisch gebruik van 5 of meer geneesmiddelen en/of 3 of meer chronische of vitaal bedreigende medische aandoeningen. Deze 'kwetsbare' ouderen krijgen 2 korte vragenlijsten waarbij wij vragen of bij hen sprake is van verminderde inspanningstolerantie en/of kortademigheid. Degene die aangeven dit te hebben, worden uitgenodigd voor deelname aan dit onderzoek.

Deelnemende huisartsen worden per (groeps)praktijk willekeurig verdeeld in een indexgroep en een controlegroep (gebruikelijke zorg). In de indexgroep wordt er bij alle deelnemers een gestandaardiseerde anamnese en lichamelijk onderzoek uitgevoerd en vervolgens bloedonderzoek afgenomen en een hartfilmpje (ECG), spirometrie (longfunctieonderzoek) en hartecho (echocardiografie) gemaakt. Met deze onderzoeken kan de diagnose hartfalen en/of COPD worden gesteld. Al deze onderzoeken vinden plaats in de huisartspraktijk, dicht bij huis voor de patient. Vervolgens kan de huisarts uit de indexgroep de behandeling aanpassen aan de bevindingen uit het onderzoek die hem/haar worden toegestuurd. De huisartsen uit de controlegroep krijgen de lijst met patienten die volgens onze definitie kwetsbaar zijn en verminderde inspanningstolerantie en/of kortademigheidsklachten hebben. De huisarts beslist zelf in overleg met de patient of onderzoek naar de oorzaak van de klachten zinvol wordt geacht; 'gebruikelijke zorg'.

 

Als belangrijkste uitkomsten in ons onderzoek gelden:

- hoe vaak komen (niet-herkend) hartfalen en COPD voor in zowel de indexgroep als ook in de controlegroep.

- Is er verschil in functionaliteit en kwaliteit van leven tussen beide groepen?

- Nagaan of de 'diagnostische triage' kosteneffectief is

- Wordt de 'diagnostische triage' wel of niet als belastend ervaren door de oudere deelnemers?

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er zijn momenteel nog geen (tussentijdse) resultaten beschikbaar. Momenteel vindt er nog inclusie- en dataverzameling plaats. Er zijn nog geen resultaten bekend, te meer daar er een follow-up periode nodig is voordat er verschil in functionaliteit en kwaliteit van leven kan worden bepaald. Tussentijdse evaluatie zou ook het onderzoek beinvloeden, omdat hiervoor de praktijken moeten worden bezocht voor data-extractie. Dit kan met name bij de controlegroep zorgen voor andere zorg dan 'care as usual'.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Achtergrond: Veel ouderen ervaren inspanningsgebonden kortademigheid (dyspnoe) hetgeen leidt tot verminderde mobiliteit en beperkingen van lichamelijk, psychisch en sociaal functioneren. Dyspnoe komt vaak voor met een prevalentie van 20-60% bij 65-plussers. Bij ouderen wordt dyspnoe vooral veroorzaakt door hartfalen en COPD. Beide hebben een hoge negatieve impact op kwaliteit van leven en gaan gepaard met frequente ziekenhuisopnames. Over- en vooral onderdiagnostiek van hartfalen en COPD komt frequent voor in de huisartspraktijk. Vroegtijdige diagnostiek is zinvol omdat beide aandoeningen adequaat behandeld kunnen worden volgens standaard richtlijnen. Toepassing van een eenvoudige diagnostische strategie voor vaststelling van zowel latent hartfalen als COPD gevolgd door directe behandeling bij ouderen met (al dan niet-onderkende) kortademigheid is derhalve van grote waarde. Kwetsbare ouderen met inspanningsgebonden kortademigheid zijn het domein van dit onderzoek.

Doel:

- kwantificeren van prevalentie van nog niet eerder herkend (latent) COPD en/of hartfalen onder kwetsbare ouderen (>60 jaar) met inspanningsgebonden dyspnoe.

- kwantificeren van het verschil in prevalentie van latent COPD en/of hartfalen tussen het gebruik van het onderzochte triage instrument en ‘usual care’

- kwantificeren van het effect van de triage plus geïnitieerde behandelingen op functionaliteit en kwaliteit van leven na 6 maanden ten opzichte van 'usual care'.

Onderzoeksopzet: Implementatie in eerste lijn van geprotocolleerde diagnostische strategie voor case finding van COPD en/of hartfalen (in 25 praktijken, ad random) met daaraan gekoppelde behandeling gevolgd door een follow-up van 6 maanden voor bepaling van functionaliteit en kwaliteit van leven, welke wordt vergeleken met care as usual (25 andere praktijken).

Onderzoekspopulatie: Eerst vindt selectie van patiënten ouder dan 60 jaar uit 50 huisartsenpraktijken verbonden aan huisartsen netwerk Utrecht en Preventzorg plaats, op grond van kwetsbaarheid volgens criteria van het transitieproject 'Ouderenzorgproject Midden Utrecht (Om-U)'. Deze ouderen wordt een 2-tal korte gestandaardiseerde vragenlijsten toegestuurd met vragen naar inspanningsgebonden kortademigheid. Degenen met dyspnoe worden uitgenodigd voor dit onderzoek, uitgezonderd zij die al bekend zijn met definitief vastgesteld hartfalen en COPD.

Metingen/interventie: Alle deelnemers in beide groepen vullen bij inclusie de standaard vragenlijst van het transitieproject 'Om-U'; de Minimale Data Set (MDS) aangaande functionaliteit in. Daarnaast vullen ze een algemene kwaliteit van leven vragenlijst (SF36) en EQ-5D in. In de indexgroep wordt vervolgens systematisch anamnese en lichamelijk onderzoek verricht gevolgd door bloedafname (NTproBNP bepaling), electrocardiogram (ECG) en spirometrie. Bij een afwijkend ECG en/of verhoogde NTproBNP volgt echocardiografie in de huisartspraktijk, om onnodige belasting te voorkomen. Bij alle diagnostiek kan een longarts en cardioloog worden geraadpleegd voor interpretatie. De diagnose COPD en hartfalen en daaraan gekoppelde behandelingen worden gebaseerd op fingerende richtlijnen van beide ziekten. Na 6 maanden vullen alle deelnemers (beide groepen) opnieuw de MDS, SF36 en EQ-5D in, om verschillen in veranderingen in deze eindpunten te kwantificeren.

Primaire en secundaire eindpunten:

- Prevalentie latent hartfalen en/of COPD in index groep

- Verschil in prevalentie van latent hartfalen en/of COPD tussen beide groepen

- Verschil in verandering in functionaliteit en kwaliteit van leven na 6 maanden tussen beide groepen

- Kosten-effectiviteit en ervaren belasting van de geïmplementeerde triage-behandelstrategie.

Power-analyse: Op basis van vooronderzoek, schatten wij dat door toepassing van triage (case-finding) strategie ten minste 15% niet eerder herkend hartfalen en/of COPD wordt gevonden. Ons primaire doel is het kwantificeren van deze 15% met een vooraf gedefinieerd 95% BI van 10% tot 20%. Om dit te kunnen kwantificeren, bij een alfa van 0.05 en power van 0.80 (eenzijdige toetsing), dienen 360 deelnemers in de indexgroep te worden geincludeerd (totaal N=800). Een zelfde aantal in de controlegroep is ruim voldoende om een verschil in prevalentie van slechts 5% tussen beide groepen aan te tonen (zelfde power en alfa).

Haalbaarheid: Een gemiddelde huisartspraktijk telt 2400 patienten, waarvan 20% (N=480) ouder dan 60 jaar. Geschat is dat hiervan 7% kwetsbaar en kortademig is (N=33). Bij deelnemerspercentage van 70% betekent dit 23 deelnemers per huisarts, waardoor 35 huisartspraktijken nodig zijn voor N=800. Wij zullen 25 praktijken in de index en 25 andere praktijken in de controlegroep includeren.

Economische evaluatie: Er zal een kosten-effectiviteitsanalyse worden gedaan van het triage instrument conform internationale MTA richtlijnen.

Tijdpad: Maand 0-5 voorbereiding, maand 6-27 inclusie, maand 27-36 follow-up, data analyse en rapportage.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website