Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De stichting WonenPlus Noordholland heeft samen met het ROC Horizon College, met begeleiding van de Foreest Medical School en de gemeente Alkmaar, in het schooljaar 2011-2012 het programma Thuiskracht ontwikkeld en geimplementeerd. In dit programma worden zorg en welzijn met elkaar verbonden. Met name wordt aandacht besteed aan het gehele maatschappelijk steunsysteem rondom de client. De verzorgende krijgt daarmee oog voor zowel de client als zijn gehele omgeving met mantelzorgers, familie, buren en vrijwilligers. De blik wordt verruimd naar het gehele veld van zorg en welzijn, zelfredzaamheid en eigen kracht, conform het gedachtengoed van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Ook is er aandacht voor wederkerigheid: Wat kan de client aan zijn of haar omgeving bieden?

De methode van lesgeven is die van het ervaringsleren. Kijk, voel en ervaar bij jezelf hoe het is om zorgbehoevend te zijn. Daarvoor hebben de leerlingen hun oudere familie geinterviewd, maar ook kwamen gastdocenten van de stichting WonenPlus Alkmaar vertellen over hun werk op het verbindingsvlak van zorg en welzijn, waarbij regelmatig contact is tussen verzorgenden, familie en vrijwilligers.

De leerlingen hebben het programma afgesloten met het schrijven van een Thuisplan, een zorgleefplan dat gericht is op de client in zijn of haar thuissituatie.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De module Thuiskracht is van juli t/m september 2011 ontwikkeld en daarna driemaal gegeven: Eenmaal als pilot in het najaar van 2011 aan een eerste groep verzorgenden in opleiding, die bezig waren aan hun eindexamenjaar. De pilot is daarna geëvalueerd en bijgesteld en vervolgens gegeven aan de tweede en derde groep. Het aantal leerlingen per groep was 20.

In de onderwijsmodule Thuiskracht is nadrukkelijk steeds de aansluiting van theorie op praktijk benadrukt. Dit werd ondermeer gedaan door de methodiek van ervaringsleren, door de leerlingen daadwerkelijk te laten voelen wat het is om oud te zijn (door de film “See me”, zeer ontroerend!) en interviews met opa’s, oma’s of andere ouderen. Ook door hen zich te laten realiseren dat zij eens zelf oud worden. Voorts is aandacht besteed aan de recente ontwikkelingen op het gebied van de langdurende zorg en de Wmo, waarbij de aandacht verschuift van cure en care naar welzijn en de aandacht voor het maatschappelijke steunsysteem.

De modules zijn gedurende de ontwikkeling en erna steeds geëvalueerd op methodiek en leereffect. Toetsing gebeurde via huiswerkopdrachten en aan het einde van de module alle opgedane kennis te integreren in het opstellen van het Thuisplan (= zorgleefplan, maar dan veel meer gericht op de thuissituatie, op het eigen netwerk en de eigen mogelijkheden).

Het programma benadrukt de samenhang - integraliteit - van wonen, welzijn en zorg. De leerlingen wordt geleerd om breder te kijken naar de mens en zijn sociale omgeving als geheel met een nadruk op zelfredzaamheid, eigen kracht, sociaal netwerk en behoud van autonomie en regie.naast de gebruikelijke medische en verzorgingsaspecten van hun cliënten. Dit betekent dat het lesprogramma zich nadrukkelijk richt op het welbevinden van de oudere, gehandicapte of chronisch zieke cliënt met meerdere problemen met betrekking tot wonen, welzijn en zorg. Het

zorgaanbod wordt zodoende verbreed en de kwaliteit verbeterd. Goede overdracht, verbetering van (keten-)samenwerking en preventie worden zo systematisch ingebed in de opleidingcyclus.

Voor het lesprogramma is ook een Train-de-trainercursus gemaakt, en deze is 1x met succes uitgevoerd, en een handleiding met werkmateriaal voor de docenten.

Er is nadrukkelijk aandacht besteed aan het onderwerp ketensamenwerking in wonen, welzijn en zorg. Eveneens werd continu aandacht besteed aan zelfredzaamheid (liever: samenredzaamheid), eigen kracht, sociaal netwerk en behoud van autonomie (er werd nadruk gelegd op wat mensen met een belemmering nog zelf kunnen en ook zelf kunnen betekenen, wederkerigheid).

De module is zowel door leerlingen als docenten ervaren als een waardevolle aanvulling op het reguliere lesprogramma. In de opleiding Zorg was eerder nog geen aandacht besteed aan de Wet maatschappelijke ondersteuning en samenredzaamheid, evenals aan het bestaan van welzijnsinstellingen die aanvullende diensten verzorgen. De docenten die het materiaal ontwikkelden waren erg enthousiast en vonden het niet alleen leerzaam, maar ook heel erg leuk om ermee bezig te zijn. Door de methodiek van ervaringsleren waren er voor de leerlingen, die al deels werkzaam waren in de beroepspraktijk, regelmatig eye-openers, waardoor de aandacht werd vergroot en vastgehouden.

Eén van de leerlingen heeft naar aanleiding van de lessen gezorgd voor een mantelzorgwoning voor familie. De docenten weten zeker dat zeker de helft van hun leerlingen, die inmiddels zijn afgestudeerd, nu met een andere blik aan het werk zijn.

Aandachtspunten zijn er evenwel ook:

- De collega docenten binnen het Horizon College zijn nog niet zover voor een cultuuromslag. De docenten die het programma hebben ontwikkeld, hebben dit inmiddels bij hun management neergelegd. Er is weerstand tegen verandering, mensen moeten erover nadenken.

- Voor de andere docenten is het programma minder belangrijk, zij hebben ook veel andere dingen te doen. Het programma voor hen wordt steeds voller, het management moet bekijken wat eraf kan. Het probleem is wel dat je moet voldoen aan het kwalificatiedossier.

- Echter verwacht wordt dat het denken in termen van eigen regie op den duur geheel geïntegreerd zal zijn in de zorgopleidingen, daar is niet aan te ontkomen. Een tip voor het management is een bewust aannamebeleid van personeel dat hiervoor open staat.

- Bij werkgevers heb je te maken met een oude garde, de omslag moet stap voor stap plaatsvinden. Organisaties worden vaak nog geleid op basis van financiële prikkels in de zorg. In de praktijk is men nog steeds te vaak alleen gericht op indicaties, verrichten van handelingen en omzet. Zorg moet niet overnemen, maar aanvullen waar nodig. Dit uitgangspunt staat haaks op de gangbare bedrijfsvoering van omzetmaximalisatie.

 

Ter afsluiting van het programma vindt op 2 oktober 2012 bij het Horizon College Alkmaar een eindsymposium plaats met aandacht voor onderwijs en arbeidsmarkt.

 

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Doel: Verbeteren kwaliteit van zorg en begeleiding voor kwetsbare ouderen, mensen met beperkingen en chronisch zieken in de thuissituatie door het opleiden en nascholen van MBO verzorgenden (zorg en welzijn). Door dit aanbod wordt naar verwachting ook het aantal verzorgenden dat adequaat is geschoold en toegerust voor het werken bij de doelgroep in de thuissituatie vergroot.

Het gaat daarbij om het bruikbaar maken van praktijkkennis middels kennissynthese en de ontwikkeling van toepassingen voor kennisvergroting van aankomende verzorgenden.

Het programma benadrukt de samenhang - integraliteit - van wonen, welzijn en zorg. De leerlingen wordt geleerd om breder te kijken naar de mens en zijn sociale omgeving als geheel met een nadruk op zelfredzaamheid, eigen kracht, behoud en versterking sociaal netwerk en behoud van autonomie, naast de gebruikelijke medische en verzorgingsaspecten van hun cliënten. Dit betekent dat het lesprogramma zich nadrukkelijk richt op het welbevinden van de oudere, gehandicapte of chronisch zieke cliënt met meerdere problemen met betrekking tot wonen, welzijn en zorg. De inzet en insteek van het zorgaanbod wordt zodoende verbreed en de kwaliteit verbeterd. Goede overdracht, verbetering van (keten-)samenwerking en preventie worden systematisch ingebed in de opleidingcyclus. De opleidingsmodules sluiten goed aan bij de nieuwe ontwikkelingen in zorg en welzijn zoals de overheid die ook voorstaat in de WMO (Kanteling, Welzijn Nieuwe Stijl, buurtzorg en ketensamenwerking). Het kenmerk van de Wmo is immers dat participatie niet alleen wordt bevorderd door een betere samenwerking tussen professionals, maar vooral ook door een beroep te doen op de eigen mogelijkheden van de burger en op de inzet van sociale netwerken, vrijwilligersinitiatieven en andere voorzieningen. De rol van de professional is eropaf, maar wel gericht op het zelfoplossend vermogen van burgers samen, samenredzaamheid. Kennis van de sociale kaart, de mogelijkheden van mantelzorgers, sociaal netwerk, maatschappelijk steunsysteem en die van andere organisaties is essentieel.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website