Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ons intensieve programma voor thuiswonende ouderen met depressieve symptomen dat uitging van deelnemersvoorkeuren was beter dan gebruikelijke zorg, met name in de eerste 3 maanden. Implementatie was ook mogelijk (en effectief). Onze opsporingsaanpak bleek echter niet erg efficiënt. Massa screening past voor veel mensen niet goed bij hoe ze hun emotionele nood en waargenomen zorgbehoeften willen bespreken. Verder vereiste ons programma professionals met aanzienlijke GGZ-vaardigheden. Het verlaagde weliswaar barrières voor zorg voor sommigen, maar velen -met klachten- bleven onbehandeld. Zorggebruik neemt wellicht toe door specifiek in gaan op ziektepercepties en op eenzaamheid en subjectief ervaren zorgbehoefte. Deze behoeften bepaalden ook het effect van het programma. Gevoelens van eenzaamheid kwamen veel voor en hadden ernstige psychische gevolgen. Hoe ouderen het best met comorbide eenzaamheid en depressieve symptomen kunnen leren omgaan, door hen te empoweren, of door in de eerste lijn meer ketenzorg aan te bieden, vergt verder onderzoek.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het programma had een significant effect op depressieve symptomen in de eerste 3 maanden na invoering in vergelijking met gebruikelijke zorg. Er waren geen effecten op eenzaamheid. Het aantal reacties op de routinescreening was echter teleurstellend en de screening legde een aanzienlijke belasting op de ouderen en de professionals in de zorg en het welzijn en de uitval was daarom hoog. Ervaren psychische problemen van ouderen en hun behoeften aan zorg speelden de hoofdrol in hun beslissingen om te participeren of intensievere interventies wilden. Ouderen hadden een voorkeur voor interventies gericht op interpersoonlijk contact. Het programma was alleen effectief wanneer geleverd door GGZ verpleegkundigen, en niet door thuiszorgverpleegkundigen. Evidence-based behandeling verminderde depressieve symptomen bij subjectief ervaren behoeften aan zorg, maar de symptomen bleven stabiel onder degenen zonder behoefte. Personen met een subjectief ervaren zorgbehoefte ervoeren hun depressieve symptomen vaker als belastend, hadden meer eenzaamheid en waren meer intrinsiek gemotiveerd om deel te nemen aan behandeling in vergelijking met mensen zonder behoefte. Degenen met een gevoelde behoefte aan zorg waren minder dubbelzinnig over hun subjectief ervaren behoeften. Medische termen zoals het hebben van een depressieve stemming waren geldig voor mensen die deelnamen en zij werden ook vaker geadviseerd door hun huisarts om deel te nemen. Ernstige gevoelens van eenzaamheid kwamen veel voor (47%) en droegen bij aan acceptatie van interventies.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Levenslust beoogt schotloze begeleiding te bieden voor depressieve ouderen van 65 jaar en ouder, met zowel zorg en welzijn. Inmiddels hebben we bijna 10.000 mensen van 65 jaar en ouder gescreend uit huisartspraktijken en doen er meer dan 300 mensen mee met het programma. Uniek is dat zowel aandacht geschonken wordt aan preventie van depressieve klachten als aan behandeling van 'echte' depressie in een samenhangend en laagdrempelig aanbod. De ouderen maken zelf een keuze uit een pakket van mogelijkheden, variërend tot activerende begeleiding, beweegtherapie tot gesprekken over dierbare herinneringen. Implementatie van dit soort initiatieven is in de huidige tijd met zijn grote financiële onzekerheid niet gemakkelijk. Toch zijn verpleegkundigen en deelnemers met enthousiasme van start gegaan. De eerste ervaringen zijn positief.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

- De huidige resultaten van de werving zijn als volgt:

Er zijn 9660 screeninglijsten verstuurd, 4558 hiervan ingevuld retour, 485 door naar inclusie, hiervan zijn 330 nu actief deelnemer.

- Het bleek voor veel deelnemers lastig om een duidelijk beeld van de interventie te krijgen. De huidige resultaten van het kwalitatieve deelonderzoek zijn dat het interviewschema is gemaakt en besproken, met een pilot bij twee ouderen. Interviews zijn afgenomen bij nog eens vier deelnemers, met afspraken voor de volgende zes, en met 15 anderen voor de komende dagen. Er loopt een analyse naar redenen van weigeraars van de screening om niet deel te nemen (samen met dr. Margaret von Faber, LUMC en dr. Miranda Laurant). We vullen deze analyse aan met kwalitatieve interviews om de redenen te exploreren en daarbij inzicht te krijgen in de beste methode van werving. We vragen 20-30 ouderen naar hun weigering en redenen uit de literatuur leggen we hen voor.

Met verpleegkundigen heeft een focusgroepdiscussie en een meer informele bijeenkomst plaatsgevonden om de door hen ervaren belemmerende en bevorderende factoren in kaart te brengen. De verpleegkundigen in West Friesland gaven aan dat zij gezien hun opleidingsachtergrond (SPV) goed voorbereid zijn op de werkzaamheden en mogelijk hadden kunnen volstaan met minder training. De wijkverpleegkundigen in Amsterdam waren minder bekend met deze specifieke interventies en hadden hierdoor juist wat moeite met afbakening en kiezen van de juiste insteek in de PST en life-review. De focusgroepdiscussies in beide regio’s zullen met een frequentie van 4 maanden herhaald worden.

- De huidige resultaten van het interventieprogramma (cluster 1, stap 1) zijn dat ouderen het maken van een keuze over het algemeen niet lastig lijken te vinden. Ze kiezen gemotiveerd in stap 1 van het programma voor bibliotherapie of het beweegprogramma. Er zijn ook ouderen die bij nader inzien geen gelegenheid hebben om mee te doen, of het niet zinvol vinden. Voor sommige ouderen is het sneller doorstromen naar stap 2 relevant.

Om dat mogelijk te maken wordt het trainingsprogramma voor de verpleegkundigen momenteel geintensiveerd, zodat ze de gesprekstechnieken van stap 2 (PST en Life Review) goed beheersen en adequaat kunnen aanbieden aan de hun toegewezen deelnemers.

Het aanvankelijke idee om praktijkondersteuners van huisartspraktijken in te zetten was om meerdere redenen, zoals de overbelaste zorg en de onzekerheid over bezuinigingen, niet haalbaar. De verpleegkundigen die nu als Levenslust Coach een actieve rol hebben in het begeleiden van ouderen en het aanbieden van de interventies, zijn wijkverpleegkundigen van Cordaan thuiszorg (Zichtbare Schakels) en Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen van Prezens in Amsterdam West, en GGZ-SPVers van GGZ-NHN in West Friesland.

Een recent evaluatiegesprek met de verpleegkundigen leert dat men nog wat moet wennen aan het inpassen van Levenslust in het dagelijkse werk en grenzen moet leren bewaken mbt allerhande andere zorgvragen waar ze mee geconfronteerd worden. Tot nu toe is er alleen ervaring met de interventies in stap 1. Deze worden als zinvol en positief ervaren. Wel valt op dat in Amsterdam de populatie uit 80-plussers bestaat en dat het op die leeftijd toch moeilijk lijkt om het zelfhulpcursusboek goed door te nemen (vooral qua concentratie). Een aantal ouderen is enthousiast bezig met het beweegprogramma.

Verpleegkundigen merken op dat ouderen het over het algemeen als zeer plezierig ervaren dat er iemand rustig de tijd voor hen neemt en aandacht besteed aan hun situatie.

Er zijn nog geen ervaringen met stap 2 van het programma.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Achtergrond:

Voor kwetsbare ouderen (65+) is depressie één van de belangrijkste gezondheidsproblemen van de 21ste eeuw in termen van ziekte, sterfte en het gebruik van de gezondheidszorg. Bij een meerderheid van de kwetsbare depressieve ouderen komt depressiviteit echter niet ter sprake. Zij ontvangen daarom geen behandeling, ondanks het feit dat efficiënte behandelingen beschikbaar zijn met lage kosten.

 

Doelstelling:

We willen voor kwetsbare depressieve ouderen de (h)erkenning, zorg en behandeling en de uitkomsten daarvan in de eerste lijn verbeteren, door eenvoudige maar effectieve interventies te ondernemen die samenhangende toegang tot de beschikbare diensten verbeteren.

 

Setting:

Netwerk VUmc voor Ouderen in Amsterdam Zuid en Amsterdam Nieuw-West, met inbegrip van 80 huisartspraktijken, speciaal opgeleide verpleegkundigen, geestelijke gezondheidszorginstellingen (vooral InGeest VUmc/GGZ), fysiotherapeuten, en de gemeente Amsterdam.

 

Design:

Wij gebruiken een getrapt wig-cluster design met randomisatie. Dit betekent dat tegen het einde van de studie alle deelnemende praktijken uiteindelijk volgens hier voorgesteld implementatieprogramma zullen werken, maar de beginmomenten worden willekeurig bepaald. In totaal zullen 80 praktijken in 4 clusters van 20 praktijken met begindata willekeurig worden verdeeld die 4 maanden apart uit elkaar worden geplaatst. Tijdens de wachtperiode wordt de standaardzorg verstrekt. De vervolgmetingen zijn gepland tot 24 maanden na implementatie. Het wig-ontwerp is vooral nuttig als het waarschijnlijk is dat de interventie nuttiger dan schadelijk is. Ten tweede zullen wij vergemakkelijkende en belemmerende factoren analyseren voor het verstrekken van geïntegreerde depressiezorg met kwantitatieve en kwalitatieve methodes. Wij zullen regelmatige evaluaties met focusgroepen houden die kwetsbare oudere personen omvatten met een (sub)klinische depressie, mantelzorgers en professionals en wij zullen kwalitatieve gesprekken met kwetsbare ouderen met een (sub)klinische depressie houden om probleemgebieden te identificeren.

 

Deelnemers:

In aanmerking komen kwetsbare ouderen, met een subklinische of klinische depressie, die (a) ouder zijn dan 65 jaar met (b) 3 of meer chronische aandoeningen, en/of (c) op langere termijn 5 of meer typen geneesmiddelen gebruiken en/of (d) worden behandeld door twee of meer medisch specialisten, en (e) recent een partner verloren hebben. Alle kwetsbare ouderen van de deelnemende praktijken worden op depressieve klachten onderzocht. Wij verwachten dat ongeveer 900 oudere huisartsbezoekers met subklinische (n=600) of klinische depressie (n=300) gaan deelnemen.

 

Interventie:

Het zorgprogramma heeft bewezen doeltreffendheid en is nauw verbonden met de reële zorg. Om de ouderen de regie te geven over hun zorg en daarmee ook hun blijvende deelname te stimuleren, moedigen we de deelnemers aan om die behandeling te kiezen die hen het best aanstaat.

Zie tabel 1 (bijlage 1) voor een overzicht van de voorgestelde interventies

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website