Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Effecten van een op maat gesneden multidisciplinair (na)zorgprogramma voor ouderen met een CVA na revalidatie binnen het verpleeghuis (projectnummer: 313070301)

 

Tussen januari 2010 en maart 2014 is het onderzoeksproject ‘Samen Sterk na een Beroerte’ uitgevoerd. Het doel van het project was het verbeteren van de zelfredzaamheid, functiebehoud, sociale participatie en ervaren kwaliteit van leven van oudere CVA-patiënten die na revalidatie in een verpleeghuis naar de thuissituatie werden ontslagen. Tevens werd beoogd de zorgbelasting van de mantelzorger te verminderen en het zorggebruik van de patiënt en de daarmee samenhangende kosten te reduceren. De bijbehorende evaluatie betrof: 1) de effecten van dit nazorgprogramma op de genoemde primaire uitkomstmaten en verschillende secundaire, 2) de praktische uitvoerbaarheid en, 3) het zorggebruik en daaraan gerelateerde kosten.

 

Vanaf januari 2010 tot en met september 2010 is het interventieprotocol ontwikkeld, een pilot-onderzoek uitgevoerd en is de hoofdstudie voorbereid. In oktober 2010 is er gestart met de werving van cliënten en mantelzorgers voor het onderzoek (een gerandomiseerde multi-centre trial). Het onderzoek is uitgevoerd binnen 8 verpleeghuizen met een geriatrische revalidatieafdeling in Limburg en Noord-Brabant. Patiënten kwamen in aanmerking voor deelname als ze (a) een gediagnosticeerd CVA hadden, (b) 65 jaar of ouder waren, (c) de thuissituatie was vastgesteld als ontslagbestemming, en (d) toestemming gaven voor deelname aan het onderzoek.

 

Voor het onderzoek zijn 194 patiënten willekeurig verdeeld over een interventie en controlegroep. De controle groep bestond uit 95 patiënten die de gebruikelijke zorg kregen. De interventiegroep bestond uit 99 patiënten die het nieuwe (na)zorgprogramma ‘Samen Sterk na een Beroerte’ kregen aangeboden. Dit programma bestaat uit 3 zorgmodules; 1) revalidatie in het verpleeghuis waarbij er specifieke aandacht is voor het opnieuw aanleren en leren toepassen van handelingen en vaardigheden die relevant waren voor het dagelijks leven van de individuele patiënt, 2) het oefenen van zelfmanagementvaardigheden thuis met specifieke aandacht voor het weer proberen op te pakken van het leven en het leren omgaan met resterende functionele beperkingen als gevolg van het CVA, 3) themabijeenkomsten waarin er aandacht was voor de onzichtbare gevolgen van een beroerte, tips en adviezen voor mantelzorgers, het werken aan zelfmanagementdoelen, de sociale kaart en lotgenotencontact. Het programma werd zoveel mogelijk afgestemd op de individuele problematiek van de patiënt en mantelzorger en uitgevoerd door een multidisciplinair team. Het programma had een duur van 2 tot 6 maanden, afhankelijk van de problematiek van de ouderen.

 

De metingen voor de effectevaluatie werden uitgevoerd bij de start van het onderzoek, na 6 maanden en na 12 maanden. Uit de effectevaluatie komt naar voren dat er geen significant verschil is tussen interventie en controlegroep op activiteitenniveau, ADL-functioneren, kwaliteit van leven en sociale participatie, gemeten 12 maanden na de start van het onderzoek. Ook blijkt dat de interventie geen effect heeft op het reduceren van de ervaren en objectieve zorgbelasting bij mantelzorgers na 12 maanden. Daarnaast lijkt de interventie ook op het zorggebruik van de cliënt geen overtuigende effecten te hebben (op basis van voorlopige analyse).Uit de procesevaluatie blijkt dat veel onderdelen van het protocol niet optimaal zijn uitgevoerd door de zorgverleners, hoewel de onderdelen door hen wel als nuttig en belangrijk worden gezien. Cliënten en mantelzorgers zijn gematigd positief over het programma.

 

Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt geadviseerd het nazorgprogramma niet in de huidige vorm te implementeren in de reguliere zorg. Het is voor de toekomst belangrijk om op basis van de opgedane ervaringen en kennis, in samenwerking met experts uit het veld en bestaande netwerken, na te gaan op welke wijze de (na)zorg aan oudere CVA-patiënten verder verbeterd kan worden. Hierbij dient uitdrukkelijk rekening te worden gehouden met een goede uitvoerbaarheid van de te ontwikkelen interventies. Voor de toekomst is het van belang om van de nazorg aan CVA-patiënten een speerpunt te maken in de richtlijnontwikkeling. Door in de komende jaren systematisch informatie te (blijven) verzamelen over effectieve nazorg interventies voor CVA-patiënten, zal men stap voor stap dichter komen bij een effectieve en goed uitvoerbare nazorginterventie voor CVA-patiënten en hun mantelzorgers.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Effecten van een op maat gesneden multidisciplinair (na)zorgprogramma voor ouderen met een CVA na revalidatie binnen het verpleeghuis (projectnummer: 313070301)

 

Tussen januari 2010 en maart 2014 is het onderzoeksproject ‘Samen Sterk na een Beroerte’ uitgevoerd. Het doel van het project was het verbeteren van de zelfredzaamheid, functiebehoud, sociale participatie en ervaren kwaliteit van leven van oudere CVA-patiënten die na revalidatie in een verpleeghuis naar de thuissituatie werden ontslagen. Tevens werd beoogd de zorgbelasting van de mantelzorger te verminderen en het zorggebruik van de patiënt en de daarmee samenhangende kosten te reduceren. De bijbehorende evaluatie betrof: 1) de effecten van dit nazorgprogramma op de genoemde primaire uitkomstmaten en verschillende secundaire, 2) de praktische uitvoerbaarheid en, 3) het zorggebruik en daaraan gerelateerde kosten.

 

Vanaf januari 2010 tot en met september 2010 is het interventieprotocol ontwikkeld, een pilot-onderzoek uitgevoerd en is de hoofdstudie voorbereid. In oktober 2010 is er gestart met de werving van cliënten en mantelzorgers voor het onderzoek (een gerandomiseerde multi-centre trial). Het onderzoek is uitgevoerd binnen 8 verpleeghuizen met een geriatrische revalidatieafdeling in Limburg en Noord-Brabant. Patiënten kwamen in aanmerking voor deelname als ze (a) een gediagnosticeerd CVA hadden, (b) 65 jaar of ouder waren, (c) de thuissituatie was vastgesteld als ontslagbestemming, en (d) toestemming gaven voor deelname aan het onderzoek.

 

Voor het onderzoek zijn 194 patiënten willekeurig verdeeld over een interventie en controlegroep. De controle groep bestond uit 95 patiënten die de gebruikelijke zorg kregen. De interventiegroep bestond uit 99 patiënten die het nieuwe (na)zorgprogramma ‘Samen Sterk na een Beroerte’ kregen aangeboden. Dit programma bestaat uit 3 zorgmodules; 1) revalidatie in het verpleeghuis waarbij er specifieke aandacht is voor het opnieuw aanleren en leren toepassen van handelingen en vaardigheden die relevant waren voor het dagelijks leven van de individuele patiënt, 2) het oefenen van zelfmanagementvaardigheden thuis met specifieke aandacht voor het weer proberen op te pakken van het leven en het leren omgaan met resterende functionele beperkingen als gevolg van het CVA, 3) themabijeenkomsten waarin er aandacht was voor de onzichtbare gevolgen van een beroerte, tips en adviezen voor mantelzorgers, het werken aan zelfmanagementdoelen, de sociale kaart en lotgenotencontact. Het programma werd zoveel mogelijk afgestemd op de individuele problematiek van de patiënt en mantelzorger en uitgevoerd door een multidisciplinair team. Het programma had een duur van 2 tot 6 maanden, afhankelijk van de problematiek van de ouderen.

 

De metingen voor de effectevaluatie werden uitgevoerd bij de start van het onderzoek, na 6 maanden en na 12 maanden. Uit de effectevaluatie komt naar voren dat er geen significant verschil is tussen interventie en controlegroep op activiteitenniveau, ADL-functioneren, kwaliteit van leven en sociale participatie, gemeten 12 maanden na de start van het onderzoek. Ook blijkt dat de interventie geen effect heeft op het reduceren van de ervaren en objectieve zorgbelasting bij mantelzorgers na 12 maanden. Daarnaast lijkt de interventie ook op het zorggebruik van de cliënt geen overtuigende effecten te hebben (op basis van voorlopige analyse).Uit de procesevaluatie blijkt dat veel onderdelen van het protocol niet optimaal zijn uitgevoerd door de zorgverleners, hoewel de onderdelen door hen wel als nuttig en belangrijk worden gezien. Cliënten en mantelzorgers zijn gematigd positief over het programma.

 

Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt geadviseerd het nazorgprogramma niet in de huidige vorm te implementeren in de reguliere zorg. Het is voor de toekomst belangrijk om op basis van de opgedane ervaringen en kennis, in samenwerking met experts uit het veld en bestaande netwerken, na te gaan op welke wijze de (na)zorg aan oudere CVA-patiënten verder verbeterd kan worden. Hierbij dient uitdrukkelijk rekening te worden gehouden met een goede uitvoerbaarheid van de te ontwikkelen interventies. Voor de toekomst is het van belang om van de nazorg aan CVA-patiënten een speerpunt te maken in de richtlijnontwikkeling. Door in de komende jaren systematisch informatie te (blijven) verzamelen over effectieve nazorg interventies voor CVA-patiënten, zal men stap voor stap dichter komen bij een effectieve en goed uitvoerbare nazorginterventie voor CVA-patiënten en hun mantelzorgers.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

MAESTRO - MAESTRO staat voor Multidisciplinary Aftercare for Elderly persons with STROke. Het MAESTRO-project betreft een onderzoek naar de effecten van een multidisciplinair zorgprogramma voor ouderen die na een beroerte (CVA) worden opgenomen op een afdeling voor geriatrische revalidatiezorg en vervolgens terugkeren naar de thuissituatie.

 

DOEL - Het primaire doel van het MAESTRO-project is enerzijds het verbeteren van de zelfredzaamheid, sociale participatie en ervaren kwaliteit van leven van cliënt met een CVA, en anderzijds het verminderen van de ervaren zorglast van de mantelzorger.

 

DOELGROEP - De doelgroep van het zorgprogramma bestaat uit zelfstandig wonende 65-plussers die na een CVA worden opgenomen op een afdeling voor geriatrische revalidatiezorg van een verpleeghuis. Ook de mantelzorgers worden bij het zorgprogramma betrokken.

 

ZORGPROGRAMMA - Het programma “Samen sterk na een beroerte” is gericht op het optimaal benutten van de functionele mogelijkheden van de cliënt en het begeleiden van de cliënt en mantelzorger bij terugkeer in de maatschappij. Het programma bestaat uit drie zorgmodules:

• Zorgmodule 1 vindt plaats op de revalidatieafdeling en is gericht op het opnieuw aanleren en leren toepassen van handelingen en vaardigheden die relevant zijn voor het dagelijks leven van de cliënt. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is een goede voorbereiding van de cliënt en mantelzorger op het ontslag naar de thuissituatie.

• Zorgmodule 2 start direct na ontslag en is primair gericht op het aanleren van zelfmanagementvaardigheden en het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt en mantelzorger.

• Zorgmodule 3 bestaat uit 4 educatiebijeenkomsten voor cliënten en mantelzorgers en vindt plaats binnen 6 maanden na instroom in het zorgprogramma.

De cliënt en mantelzorger worden gedurende het hele zorgtraject begeleid door een zorgtrajectbegeleider. De behandeling wordt uitgevoerd door een multidisciplinair transmuraal team waarin de zorgtrajectbegeleider en de verschillende behandelaars van de cliënt nauw met elkaar samenwerken. Het programma duurt minimaal 2 en maximaal 6 maanden. De duur wordt afgestemd op de hulpvraag van cliënt en mantelzorger.

 

ONDERZOEK – De resultaten van het programma worden geëvalueerd in een gerandomiseerde studie (RCT) in 7 regio’s in Limburg en Brabant. Hierbij worden cliënten en mantelzorgers door het lot toegewezen aan de interventiegroep (het nieuwe zorgprogramma) of controle groep (reguliere zorg). De metingen vinden plaats bij instroom in de studie en 6 en 12 maanden daarna. Primaire uitkomstmaten zijn zelfredzaamheid, sociale participatie en kwaliteit van leven van de cliënt en ervaren zorglast van de mantelzorger. Naast de effectevaluatie vindt er een economische evaluatie plaats om de effecten van het programma op het zorggebruik te bepalen en een procesevaluatie om het oordeel van cliënten, mantelzorgers en behandelaars over het programma vast te stellen. Het onderzoek vindt plaats in de periode 2010 t/m 2013.

 

INFORMATIE - Voor meer informatie en/of vragen over het project kunt u contact opnemen met drs. Tom Vluggen, tel. 043-3881730 (di t/m do), email t.vluggen@maastrichtuniversity.nl

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Op dit moment zijn er nog geen resultaten van het project beschikbaar. De resultaten van het project zullen naar verwachting eind 2013 bekend zijn.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit project wordt uitgevoerd binnen het netwerk Academisch Centrum ZorgInnovatie Ouderen (ACZIO) in Limburg en opereert op het snijvlak tussen de twee transitieprojecten van ACZIO.

 

Een beroerte of Cerebro Vasculair Accident (CVA) is één van de belangrijkste oorzaken van verlies van zelfredzaamheid, verminderde kwaliteit van leven en sterfte bij ouderen. Jaarlijks krijgen ongeveer 41.000 mensen in Nederland te maken met een CVA en de daarmee gepaard gaande functionele beperkingen. Bij oudere patiënten met een CVA is vaak sprake van multimorbiditeit, die de behandeling, zorg en begeleiding van deze personen complex maakt. De Nederlandse CVA-vereniging Samen Verder en Cerebraal signaleren een belangrijk knelpunt in de zorg aan oudere CVA patiënten, namelijk het gebrek aan goede nazorg na revalidatiebehandeling in het verpleeghuis.

Het gebrek aan nazorg na revalidatie in het verpleeghuis leidt ertoe dat de oudere CVA-patiënt vaak onvoldoende toegerust is om in de thuissituatie met de resterende fysieke, cognitieve en/of psychosociale beperkingen om te gaan. Hierdoor is het moeilijker de dagelijkse activiteiten uit te voeren, voormalige sociale rollen te vervullen en het bereikte functionele niveau te handhaven. Naast gevolgen voor de patiënt heeft deze problematiek ook nadrukkelijk gevolgen voor de ervaren zorglast van de mantelzorgers.

 

Nazorg aan CVA-patiënten heeft echter nog onvoldoende aandacht gekregen in de CVA-ketenzorg. Het primaire doel van dit project is het verbeteren van zelfredzaamheid, functiebehoud, sociale participatie en ervaren kwaliteit van leven van oudere CVA-patiënten die na revalidatie in een verpleeghuis naar de thuissituatie worden ontslagen. Dit gebeurt door het aanbieden van een op maat gesneden nazorgprogramma gericht op het zo optimaal mogelijk benutten van de functionele mogelijkheden van de individuele patiënt na CVA en het begeleiden van de patiënt en diens mantelzorger bij terugkeer in de maatschappij.

 

De opzet van deze studie betreft een ‘multicentre randomized controlled trial’. Het onderzoeksproject zal uitgevoerd worden binnen de 7 regio’s in Limburg die een verpleeghuis met een CVA herstelunit hebben. Patiënten van deze herstelunits worden geïnlcudeerd in de studie als ze 1) een gediagnosticeerd CVA hebben, 2) 65 jaar of ouder zijn, 3) de thuissituatie is vastgesteld als ontslagbestemming, en 4) bereid zijn om ‘informed consent’ af te geven.

 

De interventiegroep krijgt een op maat gesneden transmuraal nazorgprogramma aangeboden. Het programma wordt verzorgd door een ‘lijnoverschrijdend’ multidisciplinair team, bestaande uit behandelaren uit de 1e en 3e lijn. In het nazorgprogramma zijn 2 fasen te onderscheiden: de transitiefase en de reïntegratiefase.

De transitiefase start vanaf het moment dat bekend is dat de patiënt naar de thuissituatie ontslagen zal worden. In deze fase maakt de patiënt ook de transitie van het verpleeghuis naar de thuissituatie. De nadruk ligt in deze fase op het opnieuw aanleren en leren toepassen van handelingen en vaardigheden die relevant zijn voor het dagelijks leven van de individuele patiënt. De patiënten ontvangen een training, die ook in de periode dat men nog in het verpleeghuis verblijft, al regelmatig in de thuissituatie plaatsvindt. Dit schept de unieke mogelijkheid tot het betrekken van de omgeving waarin de bewegingshandeling wordt uitgevoerd.

De reïntegratiefase vindt aansluitend aan de transitiefase plaats. Het accent verschuift in deze fase, waarin de mogelijkheid tot functioneel herstel na CVA nog beperkt is, naar het leren omgaan met resterende functionele beperkingen als gevolg van een CVA. Patiënt en diens mantelzorger leren (beter) omgaan met restproblemen op fysiek, psychosociaal en cognitief gebied na het CVA. Het verbeteren van copingstrategieën en het probleemoplossend vermogen van patiënt en mantelzorger staan centraal. Het aanleren van zelf-management principes is daarbij leidend. De totale interventie heeft een gemiddelde duur van 5 maanden. De patiënten in de controlegroep krijgen alle voorzieningen beschikbaar in de reguliere zorg.

Er vinden 3 metingen plaats bij de deelnemers aan het onderzoek: een baseline meting bij instroom in de studie en 2 follow-up metingen na 6 en 12 maanden. De metingen vinden deels schriftelijk en deels mondeling plaats. De primaire uitkomstmaten voor de patiënt zijn zelfredzaamheid, functiebehoud, sociale participatie, kwaliteit van leven en zorg- en behandelbelasting. De uitkomstmaten voor de mantelzorger zijn objectieve belasting mantelzorg, ervaren belasting mantelzorg, ervaren kwaliteit van leven en ervaren gezondheid. Effecten van het programma op de genoemde uitkomstmaten worden geanalyseerd met behulp van mixed-effect logistische en lineaire regressie analyse. Analyses worden uitgevoerd op basis van het ‘intention to treat’ principe. Naast de effectevaluatie vindt een economische evaluatie en een uitgebreide procesevaluatie plaats.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website