Verslagen

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Met het project “Geen brug te ver” willen wij in Fase II het in Fase I ontwikkelde netwerk daadwerkelijk in stelling brengen rondom de belangrijke thema’s ‘communicatie’ en ‘vitaliteit’.

Het betreft een multidisciplinair netwerk in de Arnhemse wijk Presikhaaf. De wijk kenmerkt zich door een diversiteit van inwoners. Door leefomstandigheden en leefomgeving en etnische achtergrond zijn de ouderen in deze wijk met 65 jaar weinig vitaal.

Wij richten ons op alle thuiswonende ouderen van 65+ in de wijk, ongeacht afkomst of geloofsovertuiging.

Wij kiezen hier, anders dan beschreven in de subsidie oproep, voor de leeftijd van 65+ omdat in deze wijk (het betreft een zo geheten achterstandswijk) de problemen van ouderen op deze leeftijd, na het beëindigen van hun betaalde werkzaamheden, beginnen. Dit heeft te maken met gezondheid, etnische afkomst, levensgeschiedenis, dagbesteding, mentale gezondheid en financiën.

Daarnaast hebben wij in fase I gemerkt dat er behoefte is aan een samenhangend aanbod welzijn,- ondersteuning en zorg in de preventieve sfeer, en daar moet men eerder mee beginnen dan bij 75+.

Er is een veelheid van organisaties en instanties in de wijk actief, hierdoor is kennen en gekend worden vaak lastig. Professionals in de wijk zijn erg betrokken bij de cliënten en hun beroep.

In Fase 1 heeft het netwerk aandacht besteed aan het beter leren kennen van alle organisaties en professionals actief rondom ouderen in de wijk. Zij zijn begeleid door een externe deskundige, een buitenstaander van buiten de wijk. Zij heeft in het netwerk het volgende gesignaleerd:

- Professionals hebben zeer grote betrokkenheid bij de doelgroep

- Er zijn veel aanbieders van zorg en welzijn met allen een eigen expertise actief in de wijk

- Betrokkenheid bij- en kennis van- elkaar is beperkt. Men weet elkaar niet altijd optimaal te vinden

- Eigenaarschap van het netwerk is nog niet optimaal ontwikkeld.

In Fase 2 is het dus belangrijk om tijdens de eerste cyclus van het actieonderzoek gericht stil te staan bij reflectie: wat hebben we nu? Wat doen we nu? Wat doe ik nu?

Vanuit deze reflectie is het mogelijk om vervolgens de vraag te stellen: wat zouden we willen? En deze wensen, in gezamenlijkheid om te zetten in concrete plannen.

De actieonderzoeker en de werkgroep gaan opnieuw observeren en dit gezamenlijk reflecteren. Dit zullen wij grotendeels in de werkgroepen doen rondom thema’s die direct aansluiten bij de professie van de betrokkenen. Dit thema kennen zij in hun dagelijkse beroepspraktijk en ligt hen na aan het hart.

In Fase II willen wij het netwerk opsplitsen in werkgroepen welke hands-on en dicht op de praktijk in gezamenlijkheid en in samenwerking duidelijke projecten (met zeer beperkte en dus haalbare omvang) gaan opzetten en uitvoeren.

Hiermee willen wij een duurzame samenwerking tot stand brengen tussen de veelheid van organisaties en professionals.

Het netwerk heeft gekozen voor tweetal onderwerpen,

1: Communicatie en netwerkontwikkeling

2: Vitaliteit wat valt onder te verdelen in:

- Informele zorg en maatjes projecten

- Voorzieningen/huisvesting

- Beweging

- Voeding

 

Het netwerk wordt in de uitvoer bijgestaan door een actie-onderzoeker. De werkwijze in het actieonderzoek is samengevat in een terugkerende cyclus van ‘Plan-Do-Observe-Reflect’ om een bepaalde onderzoeks- of leervraag te beantwoorden. Vaak vergeten we in de praktijk naast het maken van plannen en deze uitvoeren, gaandeweg goed te kijken (te observeren) wat er gebeurt en even stil te staan om te reflecteren op ons handelen en op dat wat we gezien hebben (waarom werkt iets wel/niet?).

Actieonderzoek helpt om aan al deze processtappen handen en voeten te geven.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website