Projectomschrijving

Voor wie werkt de behandeling?

Niet iedereen reageert even goed op medicijnen, maar dat blijkt vaak pas na een hele tijd. Het zou handig zijn om dat al vroeg in de behandeling te kunnen vaststellen.

Bij ongeveer een op de vijf mensen met diabetes type 2 blijven de bloedsuikers ondanks behandeling te hoog, waardoor schade kan ontstaan aan bijvoorbeeld hart en bloedvaten, ogen, nieren en zenuwen. Intensievere behandeling kan dit mogelijk voorkomen, maar het zou goed zijn om te kunnen voorspellen wie deze extra zorg nodig heeft.

Vroege herkenning

Dr. ’t Hart (LUMC) heeft bekeken of mensen met diabetes type 2 die onvoldoende reageren op medicatie, al vroeg in de behandeling herkend kunnen worden op basis van 'kleine RNAs'. Dat zijn stoffen die betrokken zijn bij communicatie tussen organen en de regulatie van belangrijke processen in het lichaam. Ze zullen worden gemeten in bloedmonsters die eerder zijn verzameld bij mensen met diabetes type 2.

Dr. ’t Hart wil met zijn onderzoek voorspellen hoe mensen met diabetes type 2 reageren op medicijnen. Zodat ze de beste behandeling krijgen om de schade die diabetes aanbrengt te voorkomen of te vertragen.

Meer kleine RNA’s bij bepaalde mensen

Het onderzoek bij 470 personen met type 2 diabetes liet zien dat verschillende kleine RNAs vaker voorkomen bij mensen bij wie bloedsuikerverlagende medicijnen niet goed genoeg werken. Ook zagen dr. ’t Hart afwijking in de kleine RNA’s bij mensen met te hoge bloedsuiker. Ook zag hij dat bepaalde kleine RNA’s vaker bij mensen met diabetescomplicaties, en bij mensen bij wie insuline niet goed werkt of die niet genoeg insuine maken.

Daarnaast is gebleken dat deze kleine RNAs waarschijnlijk afkomstig zijn uit organen die belangrijk zijn bij het regelen van de bloedsuikerspiegels. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen hoe we deze informatie kunnen toepassen bij de behandeling van personen met type 2 diabetes.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website