Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Wanneer gebruikers van een persoonlijke alarmknop beter weten hoe dit werkt en betrokken hulpdiensten beter samenwerken zou personenalarmering beter ingezet kunnen worden. Dit blijkt uit het Nivel-onderzoek waarin knelpunten in de spoedzorgketen rondom de inzet van personenalarmering zijn geïnventariseerd.

 

Voor tijdige en juiste opvolging bij alarmering zijn actuele contactgegevens van thuiszorgorganisaties en medische gegevens van cliënten nodig. Daarnaast is een goede spreekluisterverbinding nodig tussen cliënt en centralist. Op dit moment werken thuiszorgorganisaties en centrales voor personenalarmering slechts op incidentele basis samen bij het gebruik van personenalarmering en is er nauwelijks samenwerking met huisartsenposten. Hierdoor kan het gebeuren dat cliënten langer op hulp moeten wachten dan nodig is.

 

De verschillende partijen geven aan meer te willen gaan samenwerken om de efficiëntie te bevorderen. Hiervoor is structureel overleg en verbeterde informatie-uitwisseling tussen centrales voor personenalarmering, thuiszorgorganisaties en huisartsenposten nodig.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er worden een aantal knelpunten ervaren in de afhandeling van alarmmeldingen, waardoor veiligheidsrisico’s voor patiënten kunnen ontstaan. De belangrijkste zijn:

- Gebrek aan actuele informatie. Centralisten beschikken niet altijd over actuele contactgegevens van de thuiszorg. Daarnaast ontbreekt het zowel de centralisten als de verpleegkundigen en verzorgenden van de thuiszorg regelmatig aan actuele cliëntgegevens en medische dossiers.

- De verpleegkundige of verzorgende van de thuiszorg kan niet altijd snel ter plaatse zijn. Dit is vooral ’s avonds en ’s nachts een probleem.

- Problemen met de verbinding met de cliënt, waardoor de centralist geen contact kan leggen met de cliënt.

- Onjuist gebruik door de cliënten. Het komt regelmatig voor dat de gebruikers de alarmering niet bij zich dragen of onterecht alarmeren.

Een ander knelpunt dat als gevolg van de ervaren tijdsdruk voor de thuiszorg naar voren komt, is het opnieuw triëren door de triagist van de HAP, waarbij de triagist altijd de cliënt zelf wil spreken.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Thuiswonende ouderen en hulpbehoevenden kunnen gebruik van personenalarmering. In noodgevallen komt na het activeren van het alarm een melding binnen bij een centrale. Adequate afhandeling heeft directe gevolgen voor de patiëntveiligheid. Er is weinig bekend over de kwaliteit van de afhandeling en opvolging in de spoedzorgketen. Dit project draagt bij aan een verbetering van de kwaliteit van personenalarmering, en specifiek aan de samenwerking in de spoedzorgketen tussen centrale voor personenalarmering, huisartsenpost (HAP) en spoedpost. Doel is risico’s voor patiëntveiligheid verminderen. Door een verkennend onderzoek uit te voeren, waarmee een scherpe probleemanalyse wordt gemaakt, worden tekortkomingen in de spoedzorgketen zichtbaar.

Oudere en hulpbehoevende mensen blijven steeds langer thuis wonen. Een manier om dit verantwoord en veilig te doen is door de inzet van zogenaamde personenalarmering. Personenalarmering is een bestaande dienstverlening waarbij een alarmknop bij nood geactiveerd wordt en contact met iemand uit de omgeving of centralist in de centrale voor personenalarmering wordt gelegd. De centralist beoordeelt de opvolging van de melding. Dit kan het oproepen van de contactpersoon of medewerker van de thuiszorg zijn, maar ook de huisarts in spoedeisende situaties. Naar schatting maken 250.000-280.00 ouderen in Nederland gebruik van personenalarmering. Als gevolg van vergrijzing en extramuralisatie van zorg is een toename van het aantal gebruikers te verwachten. Ook ligt uitbreiding naar andere ‘wearables’ in het verschiet. Een goede organisatie in de keten is daarom van belang.

Op dit moment is er weinig bekend over personenalarmering en samenwerking in de spoedzorgketen. Centrales voor personenalarmering hebben geen samenwerkingsafspraken met huisartsen(posten) of spoedposten, noch wordt (gestandaardiseerd) getrieerd of wordt toezicht gehouden door de IGZ. Het aantal meldingen en de aard van meldingen is onbekend. Ook bestaat geen beeld van de wijze van beoordeling door de centralist. In spoedeisende situaties is snelle overdracht van centrale voor personenalarmering naar de spoedzorgketen nodig. De centralist moet voldoende toegerust zijn (beschikking over cliëntinformatie, opleiding) om de situatie juist in te kunnen schatten en de samenwerking vlot te laten verlopen. Hier ligt een veiligheidsrisico.

Met dit project willen wij bijdragen aan een verbetering van de kwaliteit van personenalarmering, en specifiek aan de samenwerking in de spoedzorgketen tussen centrales voor personenalarmering, huisartsenposten en spoedposten. Dit zal de risico’s voor thuiswonende ouderen en hulpbehoevenden die gebruik maken van personenalarmering verminderen. Daarom wordt een verkennend onderzoek voorgesteld waarmee een scherpe probleemanalyse wordt gemaakt, waardoor tekortkomingen in de spoedzorgketen zichtbaar worden. Daarbij wordt onderzocht wat er met het oogpunt op patiëntveiligheid minimaal geregeld moet zijn bij de centrale voor personenalarmering.

In het onderzoek wordt het theoretische model van Min et al. (2005) over Supply Chain Collaboration gehanteerd. Dit is een generiek toepasbaar model om ketensamenwerking systematisch te analyseren. In de keten zijn de betrokken partijen de centrales voor personenalarmering, huisartsen, thuiszorg organisaties, 112-meldkamers en ambulancediensten. Vier onderzoeksmethoden worden ingezet voor het in kaart brengen van de keten, waarbij patiëntveiligheid centraal staat. Dit zijn: 1. Focusgroepen met cliënten (de melders) en de betrokken veldpartijen. In de gesprekken met cliënten wordt ingezoomd op de verwachtingen over en ervaringen met het gebruik van personenalarm; 2. Diepte-interviews met managers van de veldpartijen, onder andere om hun visie over knelpunten duidelijk te krijgen; 3. (kwantitatieve) analyse van bestaande gegevens bij centrales voor personenalarmering, HAP/spoedpost en 112-meldkamer maken de omvang en aard van de meldingen duidelijk en 4. een vignettenstudie onder centralisten, waardoor de werkwijze van het afhandelen van meldingen in de huidige situatie inzichtelijk wordt gemaakt.

Het onderzoek wordt in de regio’s Rotterdam en Zuidoost-Brabant uitgevoerd, waarbij betrokken partijen (centrales voor personenalarmering, thuiszorg organisaties, en HAP/spoedposten) en de ouderenbond deelnemen aan het onderzoek en zich laten vertegenwoordigen in de begeleidende projectgroep. Door het betrekken van deze partijen vindt direct met het uitvoeren van het onderzoek kennisoverdracht plaats tussen ketenpartners die bij personenalarmering betrokken zijn. Daarnaast wordt een invitational conference georganiseerd en nieuwsbrieven opgesteld om ook kennis buiten de twee deelnemende regio’s te verspreiden. Andere eindproducten zijn flow charts van beide regio’s, infographics en een video waarin de huidige situatie en de wenselijke situatie worden weergegeven. Daarnaast wordt een onderzoeksrapport en een artikel voor een Nederlandstalig vakblad geschreven.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website