Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Verpleegkundigen en verzorgenden in de eerste lijn ervaren knelpunten in hun zorgpraktijk die te maken hebben met zorgmijding. Zo is vaak onduidelijk wat risicofactoren zijn, hoe zorgmijding kan worden voorkomen en welke interventies geschikt zijn bij zorgmijding. Ook is aandacht nodig voor de context, de ethische componenten en de wettelijke kaders.

Met ondersteuning van het Trimbos-instituut heeft een werkgroep met afgevaardigden van V&VN, andere beroepsverenigingen, ervaringsdeskundigen en andere experts de richtlijn Signaleren en omgaan met zorgmijding in de eerste lijn ontwikkeld. Bij zorgmijding gaat het om mensen met lichamelijke, psychische en/of (psycho)sociale problemen, die om diverse redenen noodzakelijke zorg mijden. De richtlijn biedt kennis over risicofactoren voor zorgmijding en biedt concrete handvatten aan verpleegkundigen en verzorgenden voor het signaleren van de eerste signalen, het inzetten van interventies en het toeleiden naar andere zorg.

Daarnaast is een handreiking voor wijkverpleegkundigen ontwikkeld waarin concrete handvatten worden gegeven voorveen goede samenwerking rond zorgmijding in de eerste lijn. Ook zijn handzame samenvattingskaarten beschikbaar voor professionals en cliënten.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De richtlijn biedt kennis over risicofactoren voor zorgmijding en concrete handvatten aan verpleegkundigen en verzorgenden voor het signaleren van signalen en symptomen, het inzetten van interventies en het toeleiden naar andere zorg. Daarnaast is een handreiking voor wijkverpleegkundigen ontwikkeld waarin concrete handvatten worden gegeven om een goede samenwerking rond zorgmijding in de eerste lijn te bewerkstelligen.

De richtlijn is bruikbaar voor verpleegkundigen en verzorgenden in de eerste lijn die in hun werk te maken krijgen met mensen die zorg mijden of missen. Zij kunnen werkzaam zijn in diverse settings, zoals sociaal wijkteam, wijkverpleegkundig team, thuiszorgteam, vangnet en advies team, en als POH GGz. Daarnaast is de richtlijn van belang voor cliënten, voor andere professionals in de eerste lijn (sociaal werkers en huisartsen) en voor managers en beleidmakers.

Uit de praktijktest is gebleken dat de kernaanbevelingen uit de richtlijn goed bruikbaar en toepasbaar zijn in de praktijk. Het stappenplan (kernaanbeveling) is helder, lijkt goed aan te sluiten op de praktijk, en biedt houvast en structuur aan verpleegkundigen en verzorgenden. Wel blijkt dat de financiering van activiteiten rond zorgmijding vaak problematisch is, omdat ze op het raakvlak liggen van zorg en welzijn. Een Maatschappelijke Businesscase of Budget Impact Analyse (BIA) kan meer duidelijkheid geven over de financiering en het opheffen van de schotten tussen zorg en sociaal domein.

Gezien de breedte van het onderwerp zorgmijding is het verstandig om in te zetten op activiteiten rond voorlichting en scholing van de inhoud van de richtlijn. We denken hierbij vooral aan regionale voorlichtingsbijeenkomsten voor verpleegkundigen en verzorgenden en andere beroepsgroepen (sociaal werkers, huisartsen e.d.) over samenwerking rond zorgmijding in de eerste lijn. Hierbij kan ook gebruik worden gemaakt van de publicatie Samenwerking rond zorgmijding in de eerste lijn. Handreiking voor wijkverpleegkundigen, die in het kader van dit project ontwikkeld is.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In onderhavig project ontwikkelen we een eenduidige werkwijze voor het signaleren en omgaan met zorgmijding bij jeugdigen, volwassenen en ouderen in de eerste lijn, samen met verpleegkundig(specialist)en, verzorgenden en cliënten, in de vorm van een kwaliteitsstandaard (KS).

De standaard biedt naast kennis over risicofactoren voor zorgmijding, handvatten (aanbevelingen) voor het signaleren van signalen en symptomen, het inzetten van interventies voor het omgaan met cliënten die zorgmijden en het toeleiden naar andere zorg. De KS bestaat in ieder geval uit de volgende modules: risicofactoren, signaleren, (preventieve) interventies, monitoren, evalueren en organisatie van zorg / samenwerking in de keten. Het verpleegkundig proces en het perspectief van de cliënt vormen de rode draad.

 

De kwaliteitsstandaard wordt ontwikkeld met behulp van de Evidence Based Richtlijn Ontwikkel (EBRO) methode. De EBRO methode maakt gebruik van wetenschappelijke kennis in combinatie met praktijk- en ervaringskennis van professionals, cliënten en hun naasten. Binnen de EBRO methode hanteren we de meest recente versie van de Richtlijn voor richtlijnen en de HARING-tools.

 

Met ondersteuning van het Trimbos-instituut ontwikkelt een werkgroep met afgevaardigden van V&VN en andere betrokken beroepsverenigingen en organisaties, ervaringsdeskundigen, en andere experts de kwaliteitsstandaard. Een groep van experts (adviesgroep) adviseert over specifieke onderwerpen en leest mee. De werkgroep is binnen dit proces beslissingsbevoegd. Zodra de concepttekst definitief is worden stakeholders om commentaar gevraagd (commentaarfase). In de ontwikkeling van de kwaliteitsstandaard houden we vanzelfsprekend rekening met, en sluiten waar mogelijk aan bij, de reeds bestaande richtlijnen en kwaliteitsstandaarden.

 

Aan het eind van het project wordt opgeleverd:

-Een makkelijk leesbare en toepasbare kwaliteitsstandaard (inclusief samenvatting) met zorginhoudelijke modules en een module over de organisatie van zorg, vanuit het perspectief van de cliënt.

-Een van de kwaliteitsstandaard afgeleide versie voor cliënten.

-Een beperkte set verpleeg sensitieve indicatoren, gebaseerd op de kernaanbevelingen in de kwaliteitsstandaard en afgestemd op de Nationale Kernset Patiëntproblemen van de V&VN.

-Indien mogelijk een informatiestandaard zoals beschreven in het Toetsingskader van het Zorginstituut Nederland: de standaard omvat “een verzameling afspraken die er voor moeten zorgen dat partijen in de zorg informatie over de verleende zorg met de juiste kwaliteit betrouwbaar en tijdig kunnen vastleggen, opvragen, uitwisselen en overdragen. Er staat in ieder geval in beschreven welke gegevens zorgaanbieders in het primaire proces vastleggen en welke zorgaanbieders welke informatie uitwisselen”. Hierover vindt afstemming plaats met de V&VN Nationale Kernset, de beroepsstandaard voor het vastleggen van zorggegevens.

-Een onderhoudsplan waarin opgenomen kennislacunes, die input vormen voor wetenschappelijk onderzoek, en wanneer herziening dient plaats te vinden.

-Afgeleide producten die bijdragen aan disseminatie en implementatie.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website