Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

PROBLEEMSTELLING

Zorginfecties vormen een belangrijk probleem in de Nederlandse gezondheidszorg, met gevolgen voor de gezondheid van patiënten en kosten van zorg.

 

DOEL

Verpleegkundigen en verzorgenden hebben een belangrijke rol bij het signaleren en voorkomen van zorginfecties. Dit blijkt in de praktijk niet altijd even makkelijk Om hen hierin te ondersteunen, is een generieke kwaliteitsstandaard ontwikkeld.

 

RESULTAAT

De kwaliteitsstandaard bestaat uit twee modules. De module signalering van (het risico op) zorginfecties bevat aanbevelingen om cliënten met (het risico op) een zorginfectie op te sporen. De module infectiepreventie bevat aanbevelingen voor het toepassen van basis infectiepreventiemaatregelen en het betrekken van cliënten en hun naasten te bij infectiepreventiemaatregelen.

 

De aanbevelingen zijn door verpleegkundigen en verzorgenden getoetst met een praktijktest. Ter ondersteuning van de kwaliteitsstandaard is een hygiënekaart voor cliënten en een implementatiegids ontwikkeld.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De kwaliteitsstandaard bevat aanbevelingen voor verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten om de signalering en preventie van zorginfecties te bevorderen en bestaat uit twee modules:

 

1. Signalering van (het risico op) zorginfecties

Deze module geeft aanbevelingen om cliënten met (het risico op) en zorginfectie op te sporen. Dit betreft een overzicht met risicofactoren van zorginfecties en een overzicht van algemene symptomen van zorginfecties.

 

2. Infectiepreventie

In deze module worden praktische handvatten aangereikt voor het toepassen van basis infectiepreventiemaatregelen. Daarnaast worden er aanbevelingen gedaan om cliënten en hun naasten te betrekken bij infectiepreventiemaatregelen.

 

De aanbevelingen zijn in een praktijktest getest door verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten. De resultaten hiervan zijn te vinden in bijbehorend rapport.

 

Naast de kwaliteitsstandaard zijn er nog twee andere producten ontwikkeld. Een hygiënekaart voor cliënten en een implementatiegids ter ondersteuning van de kwaliteitsstandaard. De implementatiegids bestaat uit drie hoofdstukken:

Hoofdstuk 1 geeft een overzicht van kennis, vaardigheden en de houding die verpleegkundigen en verzorgenden nodig hebben voor het uitvoeren van de aanbevelingen uit de kwaliteitsstandaard.

Hoofdstuk 2 geeft een overzicht van verbeterstrategieën en tools die ingezet kunnen worden om de naleving van de aanbevelingen uit de kwaliteitsstandaard te bevorderen.

Hoofdstuk 3 geeft weer op welke wijze gereflecteerd kan worden op de naleving van de aanbevelingen uit de kwaliteitsstandaard.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

ACHTERGROND - Een zorginfectie is een infectie die de patiënt oploopt tijdens de aan hem verleende zorg ongeacht waar de zorg plaatsvindt (ziekenhuis, verpleeginstellingen, kleinschalige woonvormen, thuis). Per jaar lopen meer dan 100.000 patiënten/ cliënten die in een zorginstelling verblijven een zorginfectie op en daarmee zijn zorginfecties één van de negen meest voorkomende zorgproblemen. Zorginfecties verhogen de ziektelast van patiënten en leiden tot extra behandelingen met bijvoorbeeld antibiotica, operatieve ingrepen, verlenging van opname of (her)opnamen. Verpleegkundigen en verzorgenden hebben een belangrijke rol bij zorginfecties; zij moeten (risico’s op) zorginfecties signaleren en specifieke hygiëne- en preventiemaatregelen toepassen. Dit blijkt in de praktijk niet altijd even makkelijk. Verpleegkundigen en verzorgenden geven bijvoorbeeld aan dat richtlijnenlandschap ten aanzien van infectiepreventie versnipperd, onoverzichtelijk en niet meer up-to-date is. Daarnaast zijn organisatorische randvoorwaarden zoals middelen en materialen en een helder infectiepreventiebeleid niet elke zorgsetting een vanzelfsprekendheid, ontbreekt soms aan kennis en vaardigheden en spreken verpleegkundigen en verzorgden elkaar niet makkelijk aan. Als gevolg hiervan passen verpleegkundigen en verzorgenden de vereiste infectiepreventiemaatregelen naar eigen inzicht toe en is de naleving van de maatregelen suboptimaal. Verpleegkundigen en verzorgenden geven dan ook aan behoefte te hebben aan een overzichtelijke kwaliteitsstandaard die handvatten biedt bij de signalering van (het risico op) zorginfecties en bij de preventie van zorginfecties.

 

DOELSTELLING - Het doel van dit projectvoorstel is de ontwikkeling van een generieke kwaliteitsstandaard voor de signalering en preventie van zorginfecties door verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen en verzorgenden. De kwaliteitsstandaard richt zich op 1) praktische handvatten om het (het risico op) zorginfecties te signaleren en 2) het vaststellen van basale infectiepreventiemaatregelen die van toepassing zijn voor alle zorgsectoren en voor alle personen die verpleegkundige zorg ontvangen. 3) het definiëren van ondersteunende interventies die de naleving met de infectiepreventiemaatregelen faciliteren en bevorderen.

De te ontwikkelen kwaliteitsstandaard moeten worden gezien als een basale standaard waar andere (ziekte-, patiëntengroep-, of handelingsspecifieke) modules aan kunnen worden toegevoegd.

 

SETTING EN DEELNEMERS - De kwaliteitsstandaard is generiek van aard en breed toepasbaar in verschillenden settings (thuissituatie, ziekenhuizen, intramurale ouderenzorg, GGZ- en gehandicaptenzorg). Wij zullen verpleegkundigen, verzorgenden, patiënten/ cliënten, en alle andere relevante veldpartijen bij alle fases van de ontwikkeling van de kwaliteitsstandaard betrekken via afvaardiging in de projectgroep en/ of adviesgroep. Op die manier vergroten we het draagvlak en creëren we een vruchtbare voedingsbodem voor de implementatie van de kwaliteitsstandaard.

 

METHODE - Voor het ontwerp van het plan van aanpak is de leidraad voor kwaliteitsstandaarden (AQUA) richtinggevend. Deze leidraad beschrijft het ontwikkelproces in drie fasen: (1) de voorbereidingsfase, (2) de ontwikkelfase en (3) de afrondingsfase. Voor de concretisering van deze fasen wordt gebruik gemaakt van de HARING-tools. Per fase is beschreven welke activiteiten wanneer en door wie worden uitgevoerd, wat deze fase aan kennis en inzichten oplevert en hoe we daarop voortbouwen in de volgende fase. Daarnaast wordt verkend wat mogelijke en zinvolle indicatoren zijn.

 

TIJDSPAD – Voorbereiding (3 maanden), ontwikkeling (11 maanden), afronding (4 maanden).

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website