Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit project is een richtlijn opgesteld door een werkgroep van wijkverpleegkundigen en andere zorgverleners in de eerstelijns zorg. De richtlijn moet wijkverpleegkundigen en andere zorgverleners ondersteunen in de manier waarop zij omgaan met eenzame ouderen. Drie vragen stonden centraal: hoe bepaal je eenzaamheid; is screening op eenzaamheid zinvol; helpen eenzaamheidsinterventies voor ouderen om eenzaamheid te verminderen?

Om deze vragen te beantwoorden hebben de onderzoekers systematisch de wetenschappelijke literatuur samengat. Hun bevindingen werden uitvoerig besproken in de werkgroep en ook aan allerlei instanties en betrokkenen voorgelegd voor commentaar. Op basis van dit advies werden adviezen opgesteld die samenvattend er op neerkwamen dat men op basis van de huidige kennis geen hoge verwachtingen moet hebben van screening en interventies. Wel wordt in de richtlijn geadviseerd dat verpleegkundigen altijd in gesprek gaan met de oudere als deze zich eenzaam voelt. De richtlijn bevat een korte handleiding voor het opzetten van een dergelijk gesprek. Er is ook een trainingsmodule ontwikkeld.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In opdracht van ZonMw en V&VN hebben onderzoekers van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU Amsterdam)samen met wijkverpleegkundigen en andere eerstelijns zorg- en hulpverleners een richtlijn ontwikkeld voor wijkverpleegkundigen/-ziekenverzorgenden over de zorg aan oudere mensen met eenzaamheidsproblematiek. De richtlijn richt zich op drie voor wijkverpleegkundigen belangrijke vragen: hoe kan eenzaamheid bij ouderen betrouwbaar en valide worden vastgesteld?; heeft screenen op eenzaamheid zin?; en welke interventies helpen ouderen daadwerkelijk zich minder eenzaam te voelen? Uitgaande van deze vragen hebben de onderzoekers systematisch in de wetenschappelijke literatuur gezocht naar wat er wetenschappelijk bekend is op het desbetreffende terrein. Ook hebben zij de resultaten nauwkeurig beoordeeld op de kwaliteit van het wetenschappelijke bewijs. Tenslotte hebben de onderzoekers een budget-impact-analyse uitgevoerd om te kijken naar de financiële gevolgen voor het verzekerde pakket. Hun bevindingen hebben zij uitvoerig besproken in de werkgroep en voor commentaar voorgelegd aan verschillende betrokkenen.

 

Om eenzaamheid vast te stellen zijn, aldus de richtlijn, dikwijls meer gesprekken nodig. Het gebruik van een vragenlijst heeft alleen dán zin als de cliënt aangeeft zich eenzaam te voelen en aangeeft samen met de wijkverpleegkundige de mogelijkheden van professionele ondersteuning te willen verkennen.Een geschikte lijst is de ‘de Jong Gierveld’ 6-item versie.

 

Screening van ouderen op eenzaamheid en ‘casefinding’ zijn volgens de richtlijn niet zinvol. Er is daarvoor geen enkel bewijs in de wetenschappelijke literatuur en ook voldoet screenen in dit geval niet aan de criteria die daarvoor zijn opgesteld.

 

In de praktijk bestaan er veel en uiteenlopende interventies of vormen van ondersteuning die zijn gericht op de aanpak van eenzaamheid onder ouderen. Doordat er niet of nauwelijks kwalitatief goede studies zijn gedaan concludeert de commissie dat er geen overtuigend bewijs is dat deze interventies eenzaamheidsgevoelens doen afnemen. Als studies al effecten hebben, zijn ze doorgaans gering. Hoewel er dus weinig of geen wetenschappelijk bewijs is dat psychische en/of sociale interventies bijdragen aan het verminderen van eenzaamheidsgevoelens, adviseert de richtlijn toch in gesprek te gaan met de oudere cliënt als deze de indruk geeft zich eenzaam te voelen. Voor het gesprek is in de richtlijn een Handreiking opgenomen. Daarnaast heeft de werkgroep een trainingscursus voor wijkverpleegkundigen/-ziekenverzorgenden ontwikkeld.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Eenzaamheid komt veel voor. Geschat wordt dat circa 40 procent van de Nederlandse bevolking zich eenzaam voelt. Onder sommige groepen zoals migranten en oudere mantelzorgers komt eenzaamheid vaker voor.

Behalve dat degene die zich eenzaam voelen persoonlijk lijden aan het gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties, vormt eenzaamheid ook een belangrijk maatschappelijk probleem. Eenzaamheid brengt aanzienlijke kosten voor de gezondheidszorg met zich mee, die mogelijk deels vermijdbaar zijn.

Wijkverpleegkundigen en verzorgenden worden veel geconfronteerd met patiënten die zich eenzaam voelen en die sociaal geïsoleerd zijn. De handelingsverlegenheid van wijkverpleegkundigen in deze is groot. Tot dusver ontbreken goed (wetenschappelijk) gefundeerde richtlijnen die hun kunnen helpen bij het al dan niet indiceren en uitvoeren van zorg op dit terrein.

Het huidige project beoogt in deze lacune te voorzien door een richtlijn te formuleren die wijkverpleegkundigen helpt bij het signaleren en inschatten van aard, risico’s en gevolgen van eenzaamheid en het kiezen van de juiste zorg.

De richtlijn is geschreven voor wijkverpleegkundigen die zorg verlenen aan thuiswonende cliënten, maar is zeker ook bruikbaar voor zorgprofessionals in de huisartsvoorziening en andere professionals in de eerstelijnszorg.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website