Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Probleem

Van verpleegkundigen en verzorgenden wordt verwacht dat zij beter-doen of beter-laten aanbevelingen uit kwaliteitsstandaarden opvolgen. Implementatie hiervan in de beroepspraktijk van verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten (V&V) is een uitdaging.

 

Doel

Inzichtelijk maken welke (de-)implementatiestrategieën en tools passen bij de beïnvloedende factoren en good practices die kunnen leiden tot succesvolle toepassing van beter-doen of beter-laten aanbevelingen door V&V.

 

Resultaat

Een volledig beeld is verkregen van beïnvloedende factoren voor het gebruik van kwaliteitsstandaarden. Uit de literatuur blijkt dat educatie de meest gebruikte implementatieactiviteit is. Good practices hebben laten zien dat o.a. social media, e-learnings, een richtlijnen databank en een interactieve website gericht op implementatie kunnen bijdragen aan succesvolle toepassing van beter-doen of beter-laten handelingen. In een road map zijn aanbevelingen voor de toekomst geformuleerd.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van WINK V&V was het inzichtelijk maken welke (de)implementatiestrategieën, hulpmiddelen en best practices, kunnen leiden tot succesvolle toepassing van ‘beter doen’ en ‘beter laten’ aanbevelingen uit kwaliteitsstandaarden door verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten.

 

Middels verschillende onderzoeksmethoden is in WP1 een volledig beeld verkregen van de bevorderende en belemmerende factoren voor het gebruik van richtlijnen in de praktijk van V&V. Deze factoren zijn ingedeeld naar de betreffende de richtlijn zelf, individuele factoren bij de professional, patiënt factoren, factoren gericht op de professionele interactie, capaciteit voor organisatorische veranderingen, middelen en incentives, en factoren op het sociale, politieke en economische domein.

 

We hebben gevonden dat er een grote variatie bestaat hoe verschillende stakeholder groepen om gaan met implementatie van richtlijnen (WP2). De meeste aandacht gaat uit naar implementatieactiviteiten gericht op oriëntatie en verspreiding. Daarnaast is er maar een klein deel van de stakeholders die activiteiten inzetten die gericht zijn op beter doen en laten van handelingen in de praktijk. Sommige relevante stakeholders, zoals werkgevers gaven aan dat ze voor zichzelf geen rol in het proces van implementatie van kwaliteitsstandaarden zien. Drie ‘good practices’ zijn gevonden, zowel binnen de V&VN (V&VN Jeugdzorg) als daarbuiten (Nederlands Jeugdinstituut het Koninklijk Nederlands Genootschap Fysiotherapie). Voorbeelden van implementatiestrategieën (activiteiten), die als voorbeeld kunnen staan voor effectieve implementatie van V&V kwaliteitsstandaarden zijn: App en actief gebruik van social media, e-learning vanuit de beroepsgroep, richtlijnen databank, interactieve website gericht op implementatie, praktische hulpmiddelen voor aanpak implementatie.

 

Beide systematische literatuurstudies (WP 3 & 4) hebben voor het eerst op een gestructureerde manier de wijze van (de)implementatie van ‘beter-doen’ of ‘beter-laten’ aanbevelingen uit kwaliteitstandaarden binnen V&V inzichtelijk gemaakt. Meest gebruikte implementatiestrategieën zijn allerlei vormen van educatie (passief en interactief). Echter educatie is leidt niet automatisch tot effectieve (de)implementatie van ‘beter-doen’- of ‘beter-laten’- handelingen door verpleegkundigen en verzorgenden. Daarnaast zijn in deze literatuurstudies veelal dezelfde generieke implementatie strategieën naar voren gekomen in vergelijking met bestaande systemische literatuurstudies binnen het medisch en paramedische (bijv. fysiotherapie) domein.

 

In WP 5 is een synthese gemaakt van de uitkomsten uit WP 1-4. Het doel was om te kijken welke (de-)implementatiestrategieën en implementatie hulpmiddelen (tools) passen bij de beïnvloedende factoren en good practices die kunnen leiden tot succesvolle toepassing van kennis en ‘beter doen of laten’ aanbevelingen uit de V&V kwaliteitsstandaarden. De onderzoeksresultaten van de vier afzonderlijke WP’s zijn geïntegreerd tot een pakket van aanbevelingen. Dit heeft geresulteerd in een ‘road map’ waarin de afzonderlijke partijen die betrokken zijn bij implementatie van kwaliteitsstandaarden gepositioneerd zijn. De partijen zijn: ontwikkelaars van richtlijnen, de beroepsorganisatie V&VN en de afzonderlijke afdelingen, gezondheidszorginstellingen en werkgeversorganisaties, (kennisinstituten), en individuele professionals (verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten). Voor elk van de betrokken partijen zijn aanbevelingen geformuleerd.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

PROBLEEM

Van verpleegkundigen en verzorgenden (V&V) wordt verwacht dat zij evidence based werken. Om hen hierbij te ondersteunen worden kwaliteitsstandaarden ontwikkeld. Deze kwaliteitsstandaarden bevatten aanbevelingen voor het uitvoeren evidence based interventies als ook het weglaten van onnodige handelingen. Er is in de Nederlands zorgsetting nog onvoldoende kennis over beïnvloedende factoren en strategieën om kwaliteitsstandaarden effectief te (de-) implementeren in de dagelijkse praktijk van V&V beperkt is.

 

VRAAGSTELLING

1. Wat zijn bevorderende en belemmerende factoren met betrekking tot implementatie van kwaliteitsstandaarden in de huidige Nederlandse zorgpraktijk en op de verschillende niveaus van het framework van Flottorp vanuit het perspectief van V&V?

2. Welke tools, middelen en websites gebruiken V&V om de aanbevelingen in de richtlijnen toe te kunnen passen in de praktijk?

3. Wat zijn (internationale) good practices van groepen stakeholders die een cruciale rol spelen bij het toepassen van kwaliteitsstandaarden door V&V te faciliteren en tools, websites en kanalen worden hierbij ingezet?

4. Welke implementatiestrategieën zijn effectief, gebleken van de literatuur, om onder V&V kwaliteitsstandaarden te implementeren?

5. Welke DE-implementatiestrategieën, vanuit de literatuur, zijn effectief om onder V&V ‘beter-laten’ aanbevelingen uit kwaliteitsstandaarden te implementeren?

6. Welke (de-)implementatiestrategieën passen bij de beïnvloedende factoren en good practices?

 

DOELSTELLING

Inzichtelijk maken welke (de-)implementatiestrategieën en tools, op basis van de beïnvloedende factoren en good practices, kunnen leiden tot succesvolle toepassing van kennis en ‘beter laten’ aanbevelingen uit kwaliteitsstandaarden door verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten.

 

METHODE

De vraagstellingen zullen in 5 work packages (WP’s) worden uitgewerkt.

*In WP 1 zal inzichtelijk worden gemaakt welke factoren door V&V als bevorderend en/of belemmerend worden ervaren bij implementatie van kwaliteitsstandaarden. Hiervoor zullen V&V worden bevraagd via een digitale vragenlijst en deel te nemen aan focusgroep-interviews. Naast het bevragen naar algemene beïnvloedende factoren en tools zullen V&V ook bevraagd worden aan de hand van een aantal specifieke richtlijnen, zoals decubitus, depressie en verslaglegging. Tevens wordt het perspectief van patiënten meegenomen middels interviews. De beïnvloedende factoren worden geanalyseerd volgens het TICD raamwerk van Flottorp.

* In WP 2 zullen good practices zichtbaar worden gemaakt en de rol die stakeholders (groepen) spelen bij (de-)implementatie van V&V kwaliteitsstandaarden. Stakeholders zijn o.a. V&VN-afdelingen, werkgeverorganisaties, kennisinstituten en medische/paramedische beroepsverenigingen. Good practices zullen systematisch worden beoordeeld aan de hand van een framework, waarbij ook inzichtelijk wordt gemaakt welke strategieën, middelen, tools etc. hierbij zijn gebruikt.

* De effecten van implementatiestrategieën (WP3) voor het implementeren van aanbevelingen uit kwaliteitsstandaarden of DE-implementatiestrategieën (WP4) voor het effectief implementeren van ‘beter laten’ interventies zullen in twee systematische literatuurstudies worden onderzocht. De literatuurstudies worden uitgevoerd volgens de PRISMA richtlijn. Studies worden geïncludeerd als deze het effecten van enkelvoudige of gecombineerde (de-)implementatiestrategieën beschrijven volgens de taxonomie van de Cochrane Effective Practice and Organisation of Care (EPOC). De gevonden (de-)implementatiestrategieën zullen volgens EPOC worden beschreven in een narrative synthese en waar mogelijk zal de effectiviteit van (de-)implementatiestrategieën worden geanalyseerd op uitkomsten op het niveau van patiënten en professionals.

* In WP5 zullen de bevindingen uit WP1 t/m WP4 worden geïntegreerd om vervolgens tot een advies te komen hoe kennis vanuit kwaliteitsstandaarden toegepast kan worden in de verpleegkundige beroepspraktijk rekening houdend met: belemmerende en bevorderende factoren, rol en invloed van stakeholders, good practices, en beschikbare tools. De uitkomsten zullen tijdens een invitational conference worden besproken en gespiegeld aan leden van beroepsveld (V&V) en betrokken stakeholders.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website