Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Verhalen van ouderen over de zorg die zij ontvangen, zijn belangrijk voor kwaliteitsverbetering van de ouderenzorg. Om de kwaliteit te verbeteren moeten we weten wat ouderen bezighoudt en waarom. Alleen dan weten we wat we moeten veranderen voor een betere kwaliteit. Daarom hebben we een methode ontwikkeld om verhalen van ouderen op te halen voor kwaliteitsverbetering. Deze methode kan toegepast worden door medewerkers in de ouderenzorg, als zij daarvoor een training gevolgd hebben. De interviewer start het gesprek met de vraag: “U ontvangt nu al een tijdje zorg vanuit X, vertelt u daar eens over?” Daarna volgt de interviewer het verhaal van de oudere en stelt alleen vragen om het verhaal gaande te houden.

 

Het gesprek wordt opgenomen en uitgetypt. Twee mensen maken samen een portret waarin de belangrijkste punten worden verwoord. We hopen dat deze portretten teams inspireren om de kwaliteit te verbeteren.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het belangrijkste resultaat van dit project is de ontwikkelde methode om verhalen bij ouderen op te halen voor kwaliteitsverbetering.

 

Na het volgen van een training en goede begeleiding kunnen medewerkers in de ouderenzorg deze methode gebruiken. Zij kunnen dan zelf verhalen ophalen. Deze verhalen vertalen zij naar portretten, die inspirerend zijn voor kwaliteitsverbetering.

 

Uit de verhalen die wij bij ouderen opgehaald hebben komen vier onderwerpen van indicatoren naar voren. Deze zijn vergelijkbaar met de bekende kwaliteitsindicatoren. De vier onderwerpen zijn:

In lijn met reeds bekende kwaliteitsindicatoren kwamen er vier grote thema’s naar voren uit de verhalen van ouderen:

1. Zorg: hiertoe behoort het wel/niet in kwaliteit voldoen aan de verwachtingen van de cliënt wat betreft de benodigde zorg of ondersteuning.

2. Welzijn: dit gaat over het bredere aspect ‘kwaliteit van leven’ en raakt aan een grote diversiteit aan kwaliteitsindicatoren die het gevoel van welzijn kunnen beïnvloeden.

3. Faciliteiten: dit gaat onder andere over de locatie, het appartement, de benodigde hulpmiddelen, het eten, etc.

4. Organisatie: dit betreft kwaliteitsindicatoren waarin de organisatie in de ogen van de cliënt leidend is, zoals de personele bezetting en het omgaan met klachten.

 

De meeste verhalen van ouderen gaan niet over één van deze thema’s, maar bestrijken verschillende thema’s.

 

De belangrijkste conclusie uit dit project is dat er een groot verschil is tussen wat iemand “antwoordt” en wat iemand “vertelt”. Antwoorden op vragen vanuit de onderzoeker of zorgmedewerker zijn vooral gericht op het betekeniskader van degene die de vraag stelt. Verhalen die voortkomen uit de uitnodiging om te reflecteren op een thema zoals de kwaliteit van zorg geven inzicht in het betekeniskader van de respondent. Dit verschil is het beste te duiden als het verschil tussen ‘weten wat de ander vindt of wil’ en ‘begrijpen waarom iets voor de ander van belang is en waar zijn of haar beoordeling vandaan komt’.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Probleemstelling: Ouderen die langdurig zorg ontvangen zijn sterk afhankelijk van de relatie met hun zorgverleners voor het op peil houden van hun kwaliteit van leven. Meer mensgerichte zorg en een goede zorgrelatie gaan hand in hand en zijn daarom van groot belang. Zorginstellingen zijn dan ook zeer geïnteresseerd in het monitoren van de kwaliteit van de zorgrelatie en ook toezichthouders, zorginkopers en potentiële nieuwe cliënten zijn geïnteresseerd in hoe cliënten deze kwaliteit ervaren. De huidige kwaliteitsonderzoeken benaderen deze relatie vanuit de 'systeemwereld' van scores op normatieve parameters. Ze fungeren daarmee vooral als ‘thermometer’ om kwaliteitsproblemen op te sporen en hebben met name een aanjagend effect op verbeteracties op beleidsniveau. Voor teams en individuele zorgprofessionals staat de (cijfermatige) informatie uit deze onderzoeken vaak ver af van de eigen leefwereld. Inzicht in hoe de zorgrelatie wordt ervaren vanuit de ‘leefwereld’ van de cliënt en zorgverlener is in aanvulling hierop wenselijk omdat het een directe bron van informatie is ten aanzien van verbeter- en koesterpunten. Er zijn vooralsnog geen betrouwbare en valide kwaliteitsindicatoren die de zorgrelatie vanuit de leefwereld in kaart brengen al wordt deze informatie in de vorm van verhalen wel in het reguliere contact tussen cliënten en zorgverleners gedeeld. De inzichten hieruit worden echter slechts ad hoc of niet met anderen (het team, de organisatie) gedeeld en worden ook (vanwege methodologische beperkingen) niet gebruikt voor externe gebruiksdoelen zoals toezicht, zorginkoop en keuze-hulp. Narratief onderzoek biedt mogelijkheden om ‘het verhaal’ van ouderen als structurele kwaliteitsindicator te plaatsen naast de bestaande methodieken en daarmee nieuwe kansen te creëren om cliënten en zorgverleners te ondersteunen bij het vormgeven van zorg waarin ouderen centraal staan.

 

Doelstelling: Ontwikkeling van een praktisch bruikbare methodiek met een goede wetenschappelijke basis binnen het narratief onderzoek die ertoe dient om de kwaliteit van de relatie tussen cliënt en zorgverlener te monitoren in termen van verbeter- én koesterpunten is het doel van dit project.

 

Aanpak: Een kennisinstelling, acht zorginstellingen (zowel medewerkers als cliënten) en een verzekeraar werken in dit project vanuit de Academische Werkplaats Ouderen (Tranzo, Tilburg University) in een sfeer van co-creatie samen aan het bereiken van bovenstaande doelstelling. We richten ons in dit project op oudere cliënten (65+) in de Verpleging, Verzorging en Thuiszorg en hun zorgverleners. Het project kent vijf fasen: in fase 1 wordt een exploratief onderzoek uitgevoerd vanuit het cliëntenperspectief en dat van de zorgverlener naar indicatoren van de kwaliteit van hun onderlinge zorgrelatie. Dit exploratief onderzoek omvat een literatuuronderzoek en een narratief onderzoek onder cliënten en zorgverleners in de vorm van respectievelijk individuele en groepsinterviews. In fase 2 inventariseren we in hoeverre de inzichten uit het narratief onderzoek een aanvulling vormen op de inzichten die worden opgehaald met de bestaande onderzoeksmethodieken en onderzoeken we hoe beiden zijn te combineren. Fase 3 betreft de ontwikkeling van een nieuwe methodiek, inclusief implementatieplan. Beiden worden in fase 4 bij wijze van pilot geïmplementeerd binnen de deelnemende zorginstellingen en geëvalueerd. In fase 5 worden de opbrengsten van dit project gedeeld. Daarnaast voeren we gedurende het gehele traject een lerende evaluatie uit. Dit staat ons toe om na iedere onderzoeksfase in co-creatie keuzes te maken met betrekking tot de volgende onderzoeksstap. De inbreng van kennisinstelling, zorginstellingen, verzekeraar en cliënten wordt hiermee zoveel mogelijk in het proces geborgd.

 

Beoogde opbrengst: De ontwikkelde methodiek beoogt het verhaal een volwaardige plaats te geven als kwaliteitsindicator naast bestaande methodieken en dient nieuwe informatiestromen op te leveren die het leerproces op microniveau (het handelingsniveau van individuele zorgprofessionals), het mesoniveau (de kwaliteitsverbeteringscyclus binnen teams en organisaties in de VVT) en het macroniveau (ten behoeve van externe gebruiksdoelen zoals toezicht, zorginkoop en publieke informatie) kan ondersteunen met kwalitatieve, ‘rijke’ inzichten vanuit het cliëntperspectief.

 

Kennisdeling: Dankzij de nauwe samenwerking met de praktijkinstellingen (zorgorganisaties en verzekeraar, zijn zij continu op de hoogte van inzichten uit het onderzoek en kan het project ook tussentijds een aanjagend effect hebben op kwaliteitsverbetering. Daarnaast worden de resultaten oa via wetenschappelijke publicatie, publicatie in een vakblad, via cliëntinformatiekanalen van de zorginstellingen en in een symposium op open inschrijving met geïnteresseerden gedeeld.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website