Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Om aios goed voor te bereiden op zelfstandig werken, is het noodzakelijk dat ze voldoende zelfstandigheid krijgen tijdens de opleiding. Teveel zelfstandigheid kan echter leiden tot risico’s voor de patiëntveiligheid door de onervarenheid van aios. Het waarborgen van zowel de patiëntveiligheid als de zelfstandigheid van aios kan dus een grote uitdaging zijn. Het meeste onderzoek naar dit onderwerp is gedaan in ziekenhuizen; in dit project willen wij meer inzicht krijgen in hoe aios en opleiders in de huisartsgeneeskunde en ouderengeneeskunde hier mee omgaan. Met deze inzichten kunnen de kwaliteit van de opleiding en de patiëntenzorg tijdens en na de opleiding verbeterd worden.

Het eerste onderdeel van ons onderzoek was een focusgroep onderzoek met aios en opleiders huisartsgeneeskunde en ouderengeneeskunde, waarin we met de deelnemers spraken over supervisie, patiëntveiligheid en autonomie van aios, en de balans tussen de verschillende belangen.

Het tweede onderdeel was een interviewstudie met behulp van een visuele onderzoeksmethode (Rich Pictures). We vroegen aios en opleiders wat ze als complex ervaren en hoe ze hiermee omgaan.

Het derde onderdeel is momenteel in voorbereiding. Hierin zullen we in verpleeghuizen de daadwerkelijke praktijk gaan observeren.

Het vierde onderdeel betreft het ontwikkelen van een model voor supervisie, waarin we consensus proberen te bereiken met belanghebbenden en experts.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Focusgroep studie

 

Een belangrijke uitkomst was dat de aios veel vrijheid kregen. Opleiders beschouwden aios als afgestudeerde artsen met een eigen verantwoordelijkheid, ook om de eigen grenzen te kennen en supervisie te vragen als dit nodig is. Deelnemers erkenden echter ook dat er een risico is dat aios te laat of geen supervisie vragen, bijvoorbeeld omdat ze onbewust onbekwaam kunnen zijn. Daarom benoemden de deelnemers voorzorgsmaatregelen die samen een vangnet vormen voor de aios. De basis voor dit vangnet was een goede relatie tussen de aios en opleider en een veilige cultuur in de huisartsenpraktijk/het verpleeghuis. Verder speelden opleiders een belangrijke rol in het ontdekken van onbewuste onbekwaamheid van de aios, bijvoorbeeld door het bekijken van dossiers en "at random" casuïstiek nabespreken. Ook andere medewerkers (bijv. doktersassistente of verzorgende) konden fouten of disfunctioneren van de aios opmerken. De deelnemers beschreven hoe dit vangnet niet alleen patiëntveiligheid kon bevorderen, maar ook de zelfstandigheid van aios kon vergroten, omdat het voor zowel aios als opleider veiliger voelde om taken aan de aios toe te vertrouwen. Dit is een belangrijke bevinding, ook voor andere opleidingen, omdat er de laatste jaren zorgen worden uitgesproken in de literatuur over de afnemende mogelijkheden voor aios om zelfstandig te werken, als gevolg van de patiëntveiligheidsbeweging.

 

Interviewstudie

 

Deelnemers tekenden en beschreven veel casuïstiek waarin meerdere instellingen/organisaties betrokken waren in de zorg voor een patiënt, of waarin de patiënt een transitie maakte tussen instellingen (bijv. opname in verpleeghuis). We noemden deze vorm van complexiteit “intersysteem complexiteit”.

Deelnemers beschreven verschillende manieren waarop opleiders aios hierbij begeleidden: bijvoorbeeld door uit te leggen welke organisaties betrokken moeten worden in de zorg voor een patiënt en hoe dit praktisch moet; door adviezen te geven over de communicatie met de verschillende systemen; door aios vertrouwen te geven om stevig te staan tegenover de soms conflicterende mening van andere zorgverleners.

De huidige literatuur beschrijft vooral medische en sociale complexiteit, en complexiteit binnen systemen (bijvoorbeeld complexe samenwerking binnen een instelling). Deze studie laat dus een nieuwe laag van complexiteit zien, namelijk “intersysteem complexiteit”. Dit is relevant, omdat aios onvoldoende voorbereid lijken te zijn op het omgaan met dit type complexiteit.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Quality and safety in patient care can only be provided if doctors are well prepared during medical training, for which active participation in meaningful activities is paramount. Supervision needs to vary according to the trainee’s experience, allowing for progressive independence. However, in most medical errors in hospitals, trainee doctors are involved. Research about patient safety and supervision in out-of-hospital settings is limited. Complexity and uncertainty in general practice and the nursing home will increase while residents entering postgraduate training are younger and less experienced than they were a decade ago. Currently, there is a lack of evidence clarifying how adequate supervision in relation to patient safety should be enacted.

 

The main purpose of this research project is to improve supervision in the specific learning environments of the nursing home and general practice. First, we aim to gain more insight into how patient safety can be balanced with the developmental needs of physicians in training. Secondly, we will describe how salient factors in the learning environment, such as attitudes towards uncertainty, complexity and patient safety, interprofessional collaboration, communication and the disclosure of errors, influence patient safety and learning opportunities in elderly care medicine and general practice. We will address supervisors’ uncertainties about when to entrust activities to learners and how to decide which level of supervision is needed and we aim to unravel the uncertainties and difficulties for trainees as they choose whether or not to ask for supervision. As a result, we aim to develop an educational model for supervision, which can help trainers and trainees to define current stages of autonomy and responsibility, recognise and respect boundaries of safe practice and adequately balance quality of care and developmental space. Ultimately, this may lead to practical recommendations for the development of a teaching module or topic guide informing both residents and supervisors in general practice and elderly care medicine.

 

We will address the following research questions: 1) What are the characteristics of current supervision practices in elderly care medicine and general practice particularly in the context of complexity and uncertainty?; 2) How can we balance patient safety with graded autonomy and responsibility of trainees in elderly care medicine and general practice?; 3) How can the answers to the former questions be translated in practical recommendations for graded supervision?

 

We propose to carry out a mixed-methods qualitative study, with constructivist grounded theory as a main methodology. We will include trainees and supervisors in both general practice and elderly care medicine in four consecutive studies. Study 1 is an individual interview study directed at how trainees and supervisors respond to uncertainty and complexity in patient care and supervision. Study 2 will consist of focus group interviews with trainees and supervisors in elderly care medicine and general practice directed at how supervision is currently enacted. Study 3 will be an observational study including observations and supplementary interviews at the workplace in both contexts encompassing formal supervision moments, patient encounters, and interprofessional team meetings, both during daily practice and on-call / out-of-hours. Study 4 is a Delphi study to develop practical recommendations for graded supervision based on the previous studies and input from experts.

 

As one of the main outcomes of this research project will be a set of practical recommendations for graded supervision, serving as a basis for the development of a teaching module or topic guide about supervision and patient safety during medical training for both residents and supervisors in general practice and elderly care medicine, implementation of our educational model and the practical recommendations into GP and elderly care medicine specialty training programs in the Netherlands will be the main goal for knowledge utilisation. Therefore, our most important stakeholders are postgraduate training boards, programme directors, educationalists, trainees and supervisors of the GP specialty training programmes and elderly care medicine specialty training programmes in the Netherlands. Throughout the project, we will discuss the findings with the programme directors of the specialty training programmes of both the Academic Medical Center and the VUmc to allow findings to inform current curriculum changes. We will present and discuss our finding at the interdepartmental meetings (‘interstaven dagen’) of both specialty training programmes, in the specialisation course for supervision (Kaderopleiding voor Opleiders) offered by the central board for elderly care medicine speciality training (SOON) and at (inter)national conferences on medical education.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website