Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In deze studie zal aandacht worden besteed aan drie belangrijke lacunes in onze kennis over primaire cardiovasculaire preventie bij ouderen: het schatten van de risico’s op hartvaatziekten, kennis over effectieve preventieve strategieën, en inzicht in hoe ouderen zelf denken over (aspecten van) primaire cardiovasculaire preventie en hoe deze in de toekomst kan worden verbeterd.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het eerste kwartaal van 2018 is de HATICE-studie (Healthy Aging through Internet Counseling of the Elderly) afgerond. In deze studie werd gerandomiseerd onderzocht of zelfmanagement van risicofactoren voor hartvaatziekten d.m.v. een internetapplicatie (op afstand ondersteund door een coach) bijdraagt aan het verlagen van het risico op hartvaatziekten. In totaal werden hiervoor 2724 mensen van 65 jaar en ouder geïncludeerd uit Finland, Frankrijk en Nederland. De resultaten van de studie, zijn op dit moment ingediend bij een peer-reviewed, internationaal tijdschrift.

 

Zoals in de vorige voortgangsrapportage beschreven, bleek de binnen HATICE voorgenomen ‘individual patient data meta-analysis’ (IPD-MA) met data uit de FINGER-studie (The Finnish Geriatric

Intervention Study to Prevent Cognitive Impairment and Disability), MAPT-studie (The Multidomain Alzheimer Preventive Trial) en preDIVA-studie (prevention of Dementia by Intensive Vascular care) niet haalbaar binnen de afgesproken termijn. Daarom besloten we eerder om de geplande analyses alvast uit te voeren op onze eigen gegevens uit de preDIVA-studie (n=3526).

 

De eerste hiervan had betrekking op de effecten van intensieve vasculaire zorg op het cardiovasculair risicoprofiel van ouderen. We vonden dat multicomponente cardiovasculaire preventie in vergelijking met gebruikelijke zorg geen effect had op het risicoprofiel van ouderen in de setting van primaire preventie. Op niveau van individuele risicofactoren vonden we wel een gunstig effect op bloeddruk en stoppen met roken. Mogelijk dat het contrast tussen beide groepen te klein was als gevolg van het niet kunnen blinderen van de controlegroep (m.a.g. behandeleffecten door de huisarts) en het gevolg van verbeterende gebruikelijke preventieve zorg voor ouderen over de tijd om nog een relevant verschil tussen de groepen te kunnen vinden (Am J Prev Med, 2018).

 

Een tweede analyse had betrekking op de vraag welke cardiovasculaire risicofactoren op hoge leeftijd nog voorspellend zijn voor hartvaatziekten. We vonden dat –in tegenstelling tot predictiemodellen voor middelbare leeftijd- systolische bloeddruk, high-density cholesterol en totaal cholesterol niet langer voorspelden voor hartvaatziekten bij ouderen, terwijl polyfarmacie en apathie juist twee mogelijke nieuwe voorspellers waren. Deze bevindingen zouden kunnen bijdragen aan een verbeterde voorspelling op hartvaatziekten en daarmee ook preventieve strategieën voor mensen met hoog risico kunnen verbeteren (geaccepteerd voor Am J Hypertension, 2019).

 

Tot slot werd een kwalitatief onderzoek uitgevoerd onder ouderen zelf. De belangrijkste bevinding was, dat ouderen zich maar weinig betrokken voelen bij hypertensiemanagement, terwijl zij hierover wel de nodige zorgen koesteren. Omdat huisartsen zelf ook niet erg geneigd lijken om het onderwerp actief aan de orde te stellen, dreigt dit onderwerp onvoldoende besproken te worden. Huisartsen zouden een actievere rol kunnen spelen in het maken van gezamenlijke keuzes en –daarmee- kunnen bijdragen aan een beter afgestemde zorg (ingediend, 2019).

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Research on cardiovascular disease prediction and primary prevention in subjects aged 70 and over is both scarce and complicated. Competing risks, fear of ‘medicalisation’ and the need to specifically tailor to the needs of older persons are important considerations.

The Cardiovascular Risk Management (CVRM) guideline of the Dutch College of General Practitioners (NHG, 2012) explicitly acknowledges the evidence gaps with regard to older people. Current Dutch risk prediction scores should be developed with data from a recent cohort of older people (>70 years). Since the absolute CV morbidity and mortality risks are already very high, a further challenge is to determine which elderly should be targeted for primary prevention and what effective intervention strategies should be used. Finally, in order to develop successful strategies, patients’ experiences with and preferences for different scenarios for vascular prevention should be studied. Therefore, the overall aim of this study is to build a comprehensive framework for primary cardiovascular prevention in people aged 70 and older. It comprises the full scope of primary prevention, including adequate risk assessment (1), effective interventions to reduce cardiovascular risk (2), and patients’ evaluations and views on cardiovascular prevention. (3)

 

Ad 1. A sex-specific CVD risk prediction model will be developed on a recent cohort of Dutch elderly aged 70 and older. New competing risks techniques will be incorporated in order not to overestimate cardiovascular mortality. For this analysis, data will be used of 3533 participants from the preDIVA study (Prevention of Dementia by Intensive Vascular Care), who were aged 70-78 at baseline.

 

Ad 2. The effectiveness of multi-component interventions targeting cardiovascular risk factors will be studied. Whereas most clinical trials in older people have assessed effectiveness of interventions on single risk factors, in daily practice most older persons face multiple risk factors. The effect of multi-component interventions on change in risk factor profile (i.e. hypertension, hypercholesterolemia, physical exercise, diet, smoking, BMI) and incident CVD and mortality will be assessed. To this end, individual patient data meta-analysis will take place with data from three ongoing RCTs on multi-component cardiovascular prevention in older people in Europe (n=6413).

 

Ad 3. Barriers and facilitators to lifestyle change and determinants of successful cardiovascular prevention in older persons will be analysed in a separate qualitative substudy with interviews among participants of the preDIVA study. In particular, we will focus on the components that participants perceived as most successful during the six years that they received the nurse-led preventive care. Given the increased attention for self-monitoring of cardiovascular risk factors and internet-based approaches to support patient empowerment, in this substudy we also aim to explore how these findings might strengthen the design of innovative developments in cardiovascular prevention.

 

Taken together, this study will explore the who, what and how of cardiovascular prevention in older persons by (1) improving cardiovascular disease and mortality risk prediction for Dutch elderly (‘who’), (2) increasing knowledge on the effectiveness of multi-component interventions on lifestyle change and cardiovascular risk/events (‘what’), and (3) older people’s views on nurse-led vascular prevention and potential new strategies to support lifestyle change (‘how’)(see Figure 1).

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website