Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In deze studie onderzoeken wij hoe het patientenaanbod van aios huisartsgeneeskunde, zodanig kan worden gestuurd dat het de aios goed ondersteunt bij het ontwikkelen van de benodigde competenties. In het jaar voorafgaand aan de Covid-19 pandemie hebben wij, de in deze studie ontwikkelde onderwijsinterventie om het patientenaanbod van de aios beter te laten aansluiten bij de leerwensen, ingezet in zowel het aiosonderwijs als het opleidersonderwijs. Dit proces is geëvalueerd met behulp van de methode voor ontwikkeling en evaluatie van complexe interventies zoals ontwikkeld door de Medical Research Council. Momenteel worden deze resultaten geanalyseerd. Daarnaast zijn de voorbereidingen getroffen om data te verzamelen voor een andere deelstudie waarin we de relatie tussen competentiegroei en het patientenaanbod van de aios onderzoeken op twee belangrijke huisartsgeneeskundige thema’s: chronische zorg en psychosociale zorg. Hiervoor maken we gebruik van het aios-dashboard, een nieuwe software applicatie waarmee de aios o.a. snel kan zien hoeveel patiënten er op consult zijn geweest met een bepaalde diagnose of klacht. Afgelopen september zijn we gestart met de dataverzameling bij twee huisartsinstituten. Deze dataverzameling loopt nog.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Uit onze voorbereidende studies blijkt dat de totstandkoming van de patiëntenmix een complex proces is. Het (nog) ontbreken van de vertrouwensrelatie tussen de aios en de patiënt heeft een centrale rol, en deze rol lijkt belangrijker naarmate de aandoening van de patiënt meer complex is. Zo hebben meeste patiënten met kleine kwalen geen bezwaar om naar de aios te gaan, terwijl patiënten met meer complexe aandoeningen dit liever niet doen. Op verschillende manieren kan toch gezorgd worden dat aios patiënten met complexe aandoeningen zien. Eén daarvan is middels ‘overdraagbaar vertrouwen’, waarbij een vertrouwde zorgverlener zijn vertrouwen in de aios aan de patiënt overbrengt, en daarmee de eigen vertrouwensrelatie overzet naar de aios. Verder blijkt dat aios veel invloed kunnen uitoefenen op de patiëntenmix door o.a. te investeren in de relatie met de praktijkassistenten en de praktijkondersteuner, en door actief op zoek te gaan naar mogelijkheden om het patiëntenmix in educatief opzicht te verrijken. Deze uitkomsten vormden de basis van een onderwijsinterventie voor aios en opleiders met als doel ze bewuster te maken van het belang van de patientenmix voor het ontwikkelen van de vereiste competenties, methodes te bedenken om de patientenmix te kunnen sturen in de huidige opleidingspraktijk en om deze methodes te evalueren. De resultaten m.b.t. de evaluatie zijn nog niet beschikbaar.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Postgraduate medical training programmes largely consist of workplace-based learning. The importance of an adequate patient mix for optimal learning in the workplace is recognized by several national and international accreditation standards[1-3]. Previous studies, including our own[4,5], have revealed areas of low exposure in the patient mix of GP trainees. These areas concern important patient groups for which GP care is becoming increasingly important, as stated in the recently published vision on GP Care in the Netherlands[6]. It is thus unclear whether current GP trainees are optimally prepared for future patient care. Research is needed on possibilities for providing feedback on and steering the patient mix in order to fill existing gaps and to enhance insight into the relationship between patient mix and competency development.

 

In our earlier work on patient mix and the learning of GP trainees, we developed an instrument for monitoring patient mix that used electronic patient record (EPR) systems[4]. This instrument provided continuous and reliable feedback on the patient mix of trainees. Patient contacts were aggregated according to the International Classification of Primary Care (ICPC)[7]. We also tested an intervention for actively steering the patient mix of the GP trainees and establishing its effects on the self-efficacy and knowledge of trainees[8].

 

The current proposal is a sequel to these studies. It involves a collaborative project between four of the eight GP training institutes in the Netherlands (Erasmus MC, LUMC, VUmc and AMC–UvA), which together represent over 50% of all GP trainees in the Netherlands. The project has three aims.

 

The first aim is to describe patient mix in an educationally meaningful way (Study 1). The ICPC classification, which classifies diagnoses according to organ systems, was not designed for educational purposes. An educationally relevant description of patient mix can be obtained by clustering ICPC diagnosis codes according to the nine patient-related educational themes developed by Huisartsopleiding Nederland (HN; network of eight departments for specialty training for general practice and 1,800 GP trainers) to structure the curriculum [9]. This description can be used for both formative feedback and research purposes. In developing these clusters we will make use of the prototype method of categorization, which assumes that elements of a category vary in the degree to which they are characteristic (prototypical) of that category [10,11].

 

The second aim is to enhance insight into the relationship between patient mix and competency development (Study 2). Patient mix will be operationalized by ICPC codes weighted for their prototypicality for an educational theme (results of Study 1). These will be related to the performance of trainees on entrustable professional activities (EPAs), which are defined as critical parts of professional work that can be identified as a unit to be entrusted to a trainee once sufficient competency has been achieved[12,13]. By using operationalizations of high educational relevance for both patient mix and competency development, we will enhance insight into the relationship between patient mix and learning.

 

The third aim is to develop an intervention that can be used to fill the gaps in the patient mix of trainees. In an earlier attempt to steer patient mix, we focused on instructing the medical receptionist, who has the task of assigning patients to the available doctors. Trainers and trainees were also instructed, but patients were not involved. This intervention had only limited success [8]. In Study 3, we will use focus groups to investigate more profoundly the motives the four involved parties (trainers, trainees, medical receptionists, patients) have regarding steering, as well as the barriers they face and what would help them to overcome those barriers. This will result in a theoretical model that will be used to design the steering intervention. The intervention will subsequently be piloted in GP practices. Again, the results will be used to refine the model and the intervention. Here, we will follow the guidelines on the development of complex interventions issued by the Medical Research Council [14].

 

In conclusion, by adopting the educational themes that form the framework for the GP specialty training programme, this study will result in a monitoring system that provides highly relevant feedback on the patient mix of trainees and determines a suitable patient mix tailored to individual educational needs. Moreover, by developing an educationally relevant operationalization of patient mix, the clusters will help to improve research into the relationship between patient mix and workplace-based learning, which continues to form the main part of postgraduate education. By developing a steering intervention, we will increase our knowledge of how to influence patient mix according to learning needs.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website