Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ongezonde leefstijlen, zoals roken, te weinig lichamelijke beweging, ongezonde eetgewoonten en alcoholconsumptie, dragen bij aan de toename van het aantal chronisch zieken. Artsen, verpleegkundigen en andere hulpverleners hebben vaak te maken met patiënten met een ongezonde leefstijl. Verschillende op leefstijl gerichte interventies hebben hun weg naar de praktijk gevonden. Soms zijn deze interventies door professionals in de dagelijkse praktijk zelf ontwikkeld, soms door de wetenschap. Toch blijkt het vaak niet eenvoudig te zijn om een leefstijlinterventie succesvol te implementeren in de dagelijkse praktijk. Het doel van het onderzoek was om inzicht te krijgen in factoren die de implementatie van leefstijlinterventies beïnvloeden.

 

In een beschrijvend onderzoek hebben wij geïnventariseerd welke leefstijlinterventies de huidige zorgpraktijk gebruikt en in welke mate zij een selectie van effectieve leefstijlinterventies kent. Daarnaast hebben wij kennis en ervaringen van zorgprofessionals uit veertien verschillende praktijksituaties binnen de patiëntenzorg met elkaar vergeleken, en interviewden we aanvullend zorgverzekeraars over het financieren van leefstijlinterventies.

Uit onze inventarisatie van leefstijlinterventies in vijf regio’s bij ziekenhuizen, thuiszorgorganisaties en huisartsen blijkt dat zorgverleners in de zorgpraktijk verschillende activiteiten uitvoeren om een gezonde leefstijl te bevorderen bij patiënten. Vrijwel iedereen zegt advies te geven aan patiënten over gezond(er) leven. Ook zegt men veelvuldig te verwijzen naar andere zorgverleners, met name naar de fysiotherapeut en de diëtiste. Daarnaast worden er programmatische en gestructureerde leefstijlinterventies uitgevoerd, vooral gericht op de aandoeningen Diabetes Mellitus Type 2, Cardiovasculaire gezondheidsproblemen, COPD en overgewicht. Er worden vooral initiatieven genoemd die zijn gericht op stoppen met roken. Van de meerderheid van de gebruikte leefstijlinterventies is niet bekend wat de oorsprong of effectiviteit is. Gemiddeld kennen zorgprofessionals vier van een selectie van veertien effectieve leefstijlinterventies, waarbij zij het meest bekend lijken te zijn met interventies gericht op stoppen met roken.

 

De vergelijkende analyse van veertien verschillende leefstijlinterventies laat zien dat leefstijlinterventies in de huidige zorgpraktijk complex en kwetsbaar in hun organisatie en continuïteit zijn, en dat verschillende thema’s daar een rol in spelen. Leefstijlinterventies in de huidige patiëntenzorg kenmerken zich door een minimale inbedding in bestaande structuren, afhankelijkheid van enthousiaste kartrekkers en tijdelijke financiering.

Op verschillende vlakken zou het goed zijn om ten aanzien van leefstijlinterventies een pas op de plaats te maken, zodat professionals onder betere voorwaarden en omstandigheden effectieve leefstijlinterventies in de patiëntenzorg kunnen inzetten en continueren. Zo zouden professionals in de toekomst vooral en vaker (werkzame principes uit) bestaande bewezen interventies gebruiken, in plaats van zelf nieuwe interventies te ontwikkelen. Om hen hierin te ondersteunen, is meer regie en coördinatie gewenst. Daarbij is bijvoorbeeld te denken aan een centrale onafhankelijke partij die een aantal goede leefstijlinterventies selecteert, verspreidt en daar de kwaliteit van waarborgt. Tegelijkertijd is er meer kennis nodig over andere financieringsvormen voor leefstijlinterventies, inclusief hun consequenties en neveneffecten. Verder zouden professionals en zorgorganisaties bij het implementeren van leefstijlinterventies meer aandacht moeten besteden aan het herontwerpen van het zorgproces om een leefstijlinterventie zo volledig mogelijk in te bedden in bestaande structuren. Subsidieverstrekkers van wetenschappelijk onderzoek zouden voorlopig in langer lopend onderzoek naar (kosten)effectiviteit, werkzame principes van bestaande bewezen leefstijlinterventies, en implementatie onderzoek moeten investeren, in plaats van in nieuwe ontwikkelprojecten voor patiëntengroepen waar inmiddels goede leefstijlinterventies voor bestaan of waarbij implementatie in de huidige omgeving en zorgpraktijk onzeker is.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Inleiding

Artsen, verpleegkundigen en andere hulpverleners hebben vaak te maken met patiënten met een ongezonde leefstijl. Maar vaak blijkt het vaak niet eenvoudig te zijn om een leefstijlinterventie succesvol te implementeren in de dagelijkse praktijk. Het doel van dit onderzoek was daarom om inzicht te krijgen in factoren die de implementatie van leefstijlinterventies beïnvloeden.

 

Methode

In een beschrijvend onderzoek is geïnventariseerd welke leefstijlinterventies de huidige zorgpraktijk gebruikt (67 interviews) en in welke mate de praktijk bekend is met effectieve leefstijlinterventies door middel van een online vragenlijst bij dezelfde zorgprofessionals die geïnterviewd zijn (64%). Daarnaast hebben wij ervaringen van zorgprofessionals met het implementeren van leefstijlinterventies uit veertien verschillende praktijksituaties (‘cases’) met elkaar vergeleken. Aanvullend zijn zorgverzekeraars over het financieren van leefstijlinterventies geïnterviewd. Voor dit deel van het onderzoek (de case beschrijvingen) namen wij in totaal 51 interviews af en analyseerden wij ruim 200 documenten.

 

Resultaten en conclusie

Uit onze inventarisatie van leefstijlinterventies bij ziekenhuizen, thuiszorgorganisaties en huisartsen in vijf regio’s blijkt dat zorgverleners in de zorgpraktijk verschillende activiteiten uitvoeren om een gezonde leefstijl te bevorderen bij patiënten. Vrijwel iedereen zegt patiëtnen advies te geven over gezond(er) leven. Ook zegt men veel te verwijzen naar andere zorgverleners, met name naar de fysiotherapeut en de diëtiste. Daarnaast worden er programmatische en gestructureerde leefstijlinterventies uitgevoerd, met name bij aandoeningen als Diabetes Mellitus Type 2, Cardiovasculaire problemen, COPD en overgewicht. Er worden vooral initiatieven genoemd die zijn gericht op stoppen met roken. Van de meerderheid van de gebruikte leefstijlinterventies is niet bekend wat de oorsprong of effectiviteit is. Uit het vragenlijstonderzoek blijkt dat zorgprofessionals gemiddeld vier effectieve leefstijlinterventies kennen van een selectie van veertien, dit zijn vooral interventies gericht op stoppen met roken.

 

De leefstijlinterventies (‘cases’) die zijn geanalyseerd, zijn uiteenlopend van aard. Voorbeelden van cases zijn: groepseducatie voor mensen met diabetes in de thuiszorg, een vaatrisicopolikliniek in een ziekenhuis, een fysiotherapeutische training bij Diabetes Mellitus type 2, of een zelfmanagementprogramma na hartrevalidatie.

Deze analyse van al deze cases laat zien dat de zorgpraktijk volop bezig is met het ontwikkelen en implementeren van leefstijlinterventies. Het is een relatief nieuw werkgebied, dat om nieuwe kennis en vaardigheden van zorgprofessionals vraagt. Ziekenhuizen, huisartsenpraktijken, zorggroepen en thuiszorgorganisaties ontwikkelen en starten interventies, maar stoppen er ook weer mee. Er is meestal alleen tijdelijke financiering beschikbaar. In veel gevallen vreest men dan ook voor de continuïteit. Dit maakt de implementatie van leefstijlinterventies kwetsbaar. Vaak zien we ook dat er te weinig patiënten naar de interventie worden verwezen en dat de doelgroep niet goed wordt bereikt. Dit gegeven laat zien dat leefstijlinterventies niet goed genoeg zijn ingebed in reguliere zorgprocessen en financiering. De veelheid aan initiatieven en interventies duidt op veel enthousiasme bij professionals en wetenschappers, maar ook op een gebrek aan regie en coördinatie.

 

Aanbevelingen

Het zou goed zijn om ten aanzien van leefstijlinterventies een pas op de plaats te maken, zodat professionals onder betere voorwaarden en omstandigheden effectieve leefstijlinterventies in de patiëntenzorg kunnen inzetten en continueren.

Zo zouden professionals in de toekomst vaker (werkzame principes uit) bestaande bewezen interventies kunnen gebruiken, in plaats van zelf nieuwe interventies te ontwikkelen. Om hen hierin te ondersteunen, is meer regie en coördinatie gewenst. Daarbij is te denken aan een centrale onafhankelijke partij die een aantal goede leefstijlinterventies selecteert, verspreidt en daar de kwaliteit van waarborgt. Tegelijkertijd is er meer kennis nodig over andere financieringsvormen voor leefstijlinterventies, inclusief hun consequenties en neveneffecten. Verder zouden professionals en zorgorganisaties bij het implementeren van leefstijlinterventies meer aandacht moeten besteden aan het herontwerpen van het zorgproces om een leefstijlinterventie zo volledig mogelijk in te bedden in bestaande structuren. Subsidieverstrekkers voor wetenschappelijk onderzoek zouden voorlopig in langer lopend onderzoek naar (kosten)effectiviteit, werkzame principes van bestaande bewezen leefstijlinterventies, en implementatie onderzoek moeten investeren, in plaats van te investeren in nieuwe ontwikkelprojecten voor patiëntengroepen waar inmiddels goede leefstijlinterventies voor bestaan of waarbij implementatie in de huidige omgeving en zorgpraktijk onzeker is.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Voor de ondersteuning van leefstijlveranderingen bij patiënten werden al veel interventies ontwikkeld. Voor sommige interventies is ook bekend dat ze effectief zijn. Onduidelijk is echter in hoeverre effectieve interventies door hulpverleners worden gebruikt.

In dit project wordt geprobeerd te achterhalen wat hulpverleners in de praktijk doen om patiënten bij een gezonde leefstijl te ondersteunen en wat het gebruik van leefstijlinterventies bemoeilijkt of vergemakkelijkt.

 

Het project loopt nog en op dit moment is vooral de verkenning van wat er in de praktijk gebeurt afgerond. Deze verkenning laat zien dat vele factoren van invloed zijn op leefstijlbegeleiding in de praktijk, maar dat kennis over effectiviteit hierbij niet persé belangrijk is.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Leefstijlinterventies die in de praktijk worden gebruikt zijn overgenomen van collega's en van landelijke of regionale projecten. Daarnaast hebben professionals ook zelf initiatieven ontwikkeld. Van de meeste van deze interventies is de effectiviteit niet bekend.

De meeste belemmerende factoren voor het gebruik van leefstijlinterventies zijn onvoldoende verwijzingen of moeite om patiënten te werven, onzekerheid over financiering, ingewikkelde randvoorwaarden bij zorgverzekeraars, een lastige aansluiting bij de huidige zorg of behandeling, ontbreken van randvoorwaarden en onvoldoende steun bij collega's.

De meeste bevorderende factoren zijn enthousiasme van professionals, multidisciplinaire samenwerking, voldoende financiering, positieve reacties van patiënten en voldoende deelnemende patiënten.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Titel: Beïnvloedende factoren voor implementatie van leefstijlinterventies in de patiëntenzorg: een verbinding van onderzoek en praktijk

 

 

Aanleiding - Het belang van leefstijlinterventies in het kader van preventie wordt erkend door beleidsmakers, wetenschappers en professionals. Echter, mede doordat er nog veel knelpunten bij de implementatie van leefstijlinterventies ervaren worden, maken bewezen effectieve interventies maar in beperkte mate deel uit van de huidige zorg. Een diepgaand empirisch onderzoek naar de organisatorische inbedding, besluitvormingscontext, financiering, overige randvoorwaarden en de dynamiek tussen deze factoren ten aanzien van leefstijlbevorderende initiatieven voor chronisch zieken in de eerste en tweede lijn is nog niet verricht. Bovendien is de koppeling tussen onderzoek naar leefstijlinterventies, de praktijk waar zorgverleners deze interventies zouden moeten gebruiken, en de beleidsmakers die beleid ontwikkelen rondom structuur en financiering van de zorg, een waardevolle toevoeging.

Doelstelling - Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in bevorderende en belemmerende factoren voor implementatie van thans gebruikte en van bewezen (kosten) effectieve leefstijlinterventies bij patiënten met een chronische aandoening. Door inzicht te verschaffen in de huidige praktijk, de mate waarin deze overlapt met wetenschappelijke inzichten en bevorderende en belemmerende factoren bij de implementatie van leefstijlinterventies in de patiëntenzorg, zullen we in staat zijn aanbevelingen voor verbetering van beleid en onderzoek te doen. Het onderzoek zal daarmee bijdragen aan gezondheidsbevordering en kostenreductie in de zorg.

Plan van aanpak - Het onderzoek heeft een beschrijvend explorerend design, waarbij gebruik wordt gemaakt van multiple casestudies. De onderzoeksmethoden die ingezet worden zijn semi-gestructureerde interviews en documentenanalyse. Het onderzoek kent twee vertrekpunten. Allereerst de zorgverleners in de eerste en tweede lijn, waarbij het huidige aanbod van leefstijlinterventies in kaart wordt gebracht. Voor dit deel van het onderzoek worden in vijf WZV-deelgebieden 1 ziekenhuis, 3 huisartspraktijken en 1 thuizorginstelling geselecteerd. Na een inventarisatie van het aanbod van leefstijlinterventies in deze organisaties, zullen vervolgens uit de inventarisatie 10 leefstijlinterventies geselecteerd worden als casestudy. Door middel van semi-gestructureerde interviews en documentanalyse worden de inhoud, factoren die bij implementatie relevant waren, organisatorische inbedding, financiering en besluitvormingscontext in kaart gebracht (30 tot maximaal 50 interviews). Het tweede vertrekpunt betreft een verkenning naar (de implementatie van) bewezen (kosten)effectieve interventies die zijn ontwikkeld door onderzoekers. Na een brede inventarisatie van wat er ontwikkeld, bewezen en te gebruiken is voor de Nederlandse context, worden 5 effectieve interventies nader geanalyseerd. Per interventie vinden in 3 zorgorganisaties die de interventie gebruik(t)en interviews en documentenanalyse plaats om factoren die bij implementatie relevant waren, organisatorische inbedding, financiering en besluitvormingscontext in kaart te brengen (minimaal 15 interviews). Tot slot worden beide vertrekpunten bij elkaar gebracht in een kennissynthese.

Resultaat – Het onderzoek zal uitmonden in een onderzoeksrapport, waarbij er nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan het formuleren van concrete input voor beleidsvorming, het formuleren van handreikingen voor onderzoekers, en aanbevelingen voor de praktijk (zorgverleners). Met het oog op kennisoverdracht wordt een Invitational Conference georganiseerd aan het einde van het project.

 

 

 

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website