Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De vroege preventie van antisociaal gedrag (ASG) staat in toenemende mate in de belangstelling van het publieke veiligheidsbeleid. In Nederland is het jeugdgezondheidsstelsel verantwoordelijk voor het signaleren van vroege gedragsproblemen en/of -stoornissen en voor het aanbieden van geschikte vroege preventieve interventies. Met dit doel voor ogen werd een veelheid aan vroegdetectie instrumenten en aan preventieve interventies ontwikkeld. De ethische implicaties van dergelijke praktijken zijn echter nog nauwelijks onderzocht. Het doel van dit project was om deze lacune op te vullen en vanuit ethisch perspectief op vroege ASG preventiepraktijken te reflecteren. Door middel van kwalitatief empirisch onderzoek zijn visies en ervaringen van belanghebbenden in kaart gebracht. Vervolgens zijn in een systematische ethische analyse de potentiële spanningen tussen individuele en publieke belangen onderzocht, zijn relevante normatieve kaders (medische screeningscriteria, best-interest standaard, schadebeginsel) kritisch besproken en is de betekenis van proportionaliteit in deze context verhelderd.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ouders, kinderen, maar ook professionals worden onvoldoende gehoord als het gaat om het belang en de vorm van de in- en uitvoering van ASG-preventieprogramma’s en van behandeling- en begeleidingsprogramma’s die behalve voor directe welzijnsdoelen ook ingezet (kunnen) worden met het oog op ASG-preventie.

De ethisch relevante aspecten, waaronder voor- en nadelen voor de betrokkenen, van (potentiële) biomedische benaderingen van ASG-preventie zijn niet wezenlijk anders dan die van de (bestaande) psycho-sociale benadering. Daarnaast moeten de analyses van het ethische debat tevens van toepassing zijn op effecten van de interactie tussen deze twee benaderingen en op praktijken die zich bewegen ‘beyond the nature and nurture divide’.

De ethiek van screening houdt onvoldoende rekening met mogelijke spanningen tussen doelen die schijnbaar in elkaars verlengde liggen, zoals bij screening op risicofactoren voor ASG. Als zulke screening niet kan worden gerechtvaardigd in het belang van het kind zelf, mag het belang van de samenleving niet worden gebruikt om de rechtvaardiging alsnog rond te krijgen.

Duidelijkheid over de vraag in wiens belang screening op risicofactoren voor ASG wordt voorgesteld is essentieel voor de ethische beoordeling van zulke (toekomstige) programma’s. Het gevaar bestaat anders dat de belangen van jonge kinderen en hun gezinnen sluipenderwijs ondergeschikt gemaakt worden aan de bevordering van de veiligheid van de samenleving.

Het onderzoek heeft niet alleen tot een aantal publicaties in academische tijdschriften en vakbladen geleid, ook werd een publieksbrochure opgesteld die in kort bestek een overzicht biedt van inhoud en bevindingen van het project. We hebben presentaties gehouden op wetenschappelijke congressen en een geaccrediteerde bij- en nascholingsbijenkomst voor professionals werkzaam in jeugdzorg, JGD en jeugd-ggz georganiseerd. Deze werd gehouden in September 2015 op twee locaties in Zuid-Nederland (Tilburg en Maastricht).

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De vroege preventie van antisociaal gedrag (ASG) staat in toenemende mate in de belangstelling van het publieke veiligheidsbeleid. In Nederland is het jeugdgezondheidsstelsel verantwoordelijk voor het signaleren van vroege gedragsproblemen en/of – stoornissen en voor het aanbieden van geschikte vroege preventieve interventies. Met dit doel voor ogen werd een veelheid aan vroegdetectie instrumenten en aan preventieve interventies ontwikkeld. De ethische implicaties van dergelijke praktijken zijn echter nog nauwelijks onderzocht.

Het doel van dit project is om deze lacune op te vullen en vanuit ethisch perspectief op vroege ASG preventie praktijken te reflecteren. Kwalitatief empirisch onderzoek zal de visies en ervaringen van belanghebbenden uitwijzen. Een systematische ethische analyse zal mogelijke spanningen tussen individuele en publieke belangen onderzoeken, kritisch relevante normatieve kaders (medische screeningscriteria, best-interest standaard, schadebeginsel) bespreken en de betekenis van proportionaliteit in deze context laten zien.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Binnen het onderzoek “Early prevention of antisocial behavior: Towards a normative framework” werd een uitgebreid literatuuronderzoek gedaan m.b.t. relevante interventies op dit gebied van ASB-preventie en over bestaande normatieve kaders zoals de ‘best-interest’ standaard, het schadeprincipe en het voorzorgprincipe. Ook werden achtergrond documenten van de interventieprogramma’s die onderdeel zijn van de empirische studie bestudeerd.

Het kwalitatief empirische onderzoek werd opgezet en een groot gedeelte van de interviews met belanghebbenden (medewerkers, ouders en jongeren) werd doorgevoerd.

Ten slotte heeft het onderzoek geleid tot de volgende wetenschappelijke publicaties:

 

Internationale peer-reviewed tijdschriften:

Horstkötter, D., Berghmans, R., and de Wert, G. (2014) “Early prevention of antisocial behaviour (ASB): A comparative ethical analysis of biomedical and psychosocial approaches”, BioSocieties ,9:1, 60-83 [advance online doi: 10.1057/biosoc.2013.36].

 

Horstkötter, D.; van El, C.; Kempes, M.; Egger, J.; Rinne, T.; Pieters, T.; de Wert, G. (2014) Neuroimaging in the Courtroom: Normative Frameworks and Consensual Practices, American Journal of Bioethics Neuroscience, 5 (2) 37-39.

 

 

Nationale peer-reviewed tijdschriften

Horstkötter, D and G. de Wert (2014) “Ethische verziendheid? De discussie over vroege preventie van antisociaal gedrag herzien” Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 53: 246-258.

 

Horstkötter, D.; van El, C.; Rinne, T.; de Wert, G.; Pieters, T. (voorwaardelijke geaccepteerd) Forensische psychologie, neurobiologie en preventie: Ethische reflectie op nieuwe ontwikkelingen.

 

Boekhoofdstuk

Horstkötter, D and de Wert, G (te verschijnen) „Neurobiologie, Psychologie und die Frühprävention antisozialen Verhaltens; Eine ethische Gegenüberstellung“, in G. Feuerstein & Th. Schramme (eds.) Ethik und Psyche, Frankfurt/M (D), Campus Verlag.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

“Shocked reactions on violent death linesman, Young offenders (15, 16 years) are locked up “ (de Volkskrant, 2012). “Great anger after pictures of maltreatment” (de Graaf, 2013). Juvenile delinquency easily triggers public concern and its reduction is considered an important social and political aim. The past decade shows a significant paradigm shift in this regard from mere reactive punishment to the emphasizing early identification of children at-risk of developing antisocial behavior (ASB) and on early prevention. This paradigm shift characterizes alike scientific research (Farrington & Welsh, 2007; Hermanns, Öry, & Schrijvers, 2005; van Goozen & Fairchild, 2008) and the policy and policy advisory level (De Kogel, 2008; Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, 2011). In both areas, the prevention of antisocial and criminal behavior is given increasing attention. In the Netherlands, the signaling of early signs of behavioral problems/disorders and providing early intervention is an integral part of the preventive child and youth health care system and the youth care system that today is already working with various screening methods (e.g., Achenbach, 1991; Goodman, 1997) and employs a variety of preventive interventions (Hermanns, et al., 2005; Ince, Beumer, Jonkman, & Vergeer, 2004; Nederlands Jeugd Instituut, 2012a). Existing practice in this regard, however, is going to be intensified significantly and prevention will become one of the key aspects of youth policy as soon as the so-called ‘transition in youth care’ bill, which recently passed Dutch Parliament, will be realized in 2015 (Rijksoverheid, Vereniging Nederlandse Gemeenten, & IPO, 2012; Transitiebureau Jeugd, 2012).

Despite this broad scientific, political and probably also public support for ASB prevention, current no ethical research exists that investigates the ethical implications of corresponding practices and also their legitimacy and desirability are hardly explored. As a consequence no normative framework is available that might guide this process in an ethically legitimate and desirable way. The goal of this project is to close this gap, to reflect on existing early ASB prevention practices from an ethical point of view and to contribute to the development of a normative framework for early ASB screening and prevention. This project will identify significant ethical implications and potential negative side-effects and address possible tensions and dilemmas between different goals and values. It further explores possibilities for legitimate and proportionate decision-making policies, by putting the identified ethical implications, tensions and dilemmas into the perspective of relevant normative frameworks currently available (medical screening criteria, best-interest standard, harm and offence principle).

Currently, the overwhelming supposition seems to be that early ASB prevention brings about a win-win situation and benefits both juveniles concerned and public safety. This project, however, will point out the possibility of also negative side-effects for the juveniles concerned: they might get labeled and stigmatized, be the focus of social control and exclusion or experience negative effects on their identity development. Given potential negative side-effects, the assumption of a win-win situation may become disputable and the question arises how conflicts between the interests of juveniles/parents and of society are to be ethically evaluated.

In order to inform the ethical debate, an extensive literature study will be conducted and a theoretical ethical analysis will be implemented. In addition, this project will to conduct qualitative empirical research that will reveal the views and perspectives of stakeholders (professionals, parents and juveniles) of three exemplary cases of ASB screening and intervention. To this end, this project will collaborate with the organizations in charge of employing the selected exemplary practices (GGD Amsterdam, Spirit Jeugdzorg Amsterdam and the Mondriaan Stichting in Maastricht).

Taking the results of the ethical analysis and the qualitative empirical research together, this project will significantly contribute to the development of a robust normative framework of early ASB screening and prevention. It will implement its result by means of an invitational conference for youth (mental) health care professionals from all over the Netherlands, by means of contributions to professional journals and by a brochure on the topic, the problem and the results of this project targeted at professionals in the field as well as parents and juveniles concerned.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website