Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De ziekte van Alzheimer wordt door veel mensen gevreesd. Onderzoek richt zich steeds meer op het ontwikkelen van geneesmiddelen die het ziekteproces in een vroeg stadium zouden kunnen vertragen of zelfs stoppen. Met behulp van ‘biomarkers’ (bijvoorbeeld afwijkende eiwitten in hersenvocht of afwijkingen op hersenscans) wordt door onderzoekers voorgesteld om de ziekte zo vroeg mogelijk op te sporen, zelfs al bij mensen die nog geen of slechts heel milde symptomen hebben. Gesproken wordt van ‘preklinische’ of ‘prodromale’ ziekte van Alzheimer. Het is echter nog onduidelijk hoe betrouwbaar deze biomarkers het ontstaan van dementie in de toekomst kunnen voorspellen, en wat een diagnose ‘preklinische Alzheimer’ precies betekent – is de persoon al echt ziek, of heeft hij een verhoogd risico om ziek te worden? Tenslotte is de waarde van een heel vroege diagnose omstreden, aangezien er nog geen behandeling beschikbaar is. De vraag is dus of de verschuiving naar steeds vroegere diagnostiek een goede ontwikkeling is. Welke ethische argumenten pleiten hiervoor, welke ertegen? Hoe denken betrokkenen hierover, en hoe wordt er in de praktijk mee omgegaan? Deze vragen hebben we onderzocht door bijvoorbeeld: literatuuronderzoek te doen, maar ook artsen te interviewen hierover. Op basis hiervan geven we ethische aanbevelingen voor verantwoord omgaan met Alzheimer-biomarkers en vroege diagnostiek in de klinische praktijk.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de dagelijkse praktijk wordt nu de diagnose ziekte van Alzheimer pas gesteld als iemand duidelijke stoornissen van het denken heeft, die zo ernstig zijn dat ze iemands dagelijks functioneren hinderen. Er is dan dus sprake van dementie. Met behulp van Alzheimer-biomarkers zou het in theorie ook mogelijk zijn om al voordat die hinder in het dagelijks leven ontstaat en voordat iemand problemen van het denken heeft een diagnose ziekte van Alzheimer te stellen. Iemand zonder klachten maar mét afwijkende Alzheimer-biomarkers kan dan dus een diagnose van de ziekte van Alzheimer krijgen. Deze kunnen getest worden door middel van een ruggenprik of een speciale hersenscan. Dit heeft tot gevolg dat er ook nieuwe ziekte-concepten en definities opkomen om deze nieuwe stadia van de ziekte van Alzheimer te benoemen, bijvoorbeeld preklinische Alzheimer. Uit onze ethische analyse concluderen wij dat deze ‘reconceptualisatie’ van Alzheimer mogelijk zinvol lijkt in de setting van wetenschappelijk onderzoek, maar dat mensen zonder, maar ook mensen met lichte geheugenklachten er op dit moment nog geen voordeel van hebben als deze ‘reconceptualisatie’ ook in de kliniek zijn plek krijgt. We hebben vervolgens twee systematische literatuuronderzoeken uitgevoerd om een overzicht te geven van wat er al bekend is in de literatuur over dit onderwerp. We hebben een overzicht gemaakt van de psychologische en sociale effecten van het te weten komen of je een verhoogd risico op Alzheimer hebt wanneer je deelneemt aan wetenschappelijk onderzoek. Ook hebben we een overzicht gemaakt van alle ethische argumenten die door onderzoekers zijn genoemd in de literatuur vóór of tegen het gebruik van Alzheimer-biomarkers. Om te pleiten vóór het gebruik van deze biomarkers wordt vaak genoemd dat mensen recht hebben op die informatie. De angst voor de ziekte en het ontbreken van een behandeling worden vaak genoemd in de literatuur als redenen om geen Alzheimer-biomarkers te gebruiken. Het literatuuronderzoek heeft ons ook geleerd dat het heel belangrijk is om de discussie over de wenselijkheid van deze biomarkers apart te voeren voor wetenschappelijk onderzoek en voor de klinische praktijk. Van artsen wilden we weten wat zij vinden van het gebruik van Alzheimer-biomarkers en het doen van deze tests bij mensen die nog heel weinig of geen geheugenklachten hebben. Vind je dat zinvol en wenselijk? Waarom doe je zo’n test wel, waarom niet? Maak je dan ook gebruik van die nieuwe ziekte-concepten uit de wetenschappelijk literatuur? Wat zijn je toekomstverwachtingen op dit gebied? Onze interviews met huisartsen, geriaters, neurologen en internisten-ouderengeneeskunde maakten duidelijk dat de meerderheid dit soort testen pas waardevol en wenselijk vindt als patiënten een hulpvraag en klachten hebben. Daarnaast maakten de meeste artsen duidelijk dat de klinische meerwaarde van deze tests nog minimaal is bij mensen zonder klachten en dat het geen verschil maakt voor de verdere behandeling. Ook werd ons duidelijk dat de termen die in de wetenschappelijke literatuur worden gebruikt nog weinig worden gebruikt in de klinische praktijk en dat een groot deel van de artsen vindt dat je die termen niet zou moeten gebruiken naar patiënten toe. Onze ethische analyse, literatuuronderzoek en interviewstudie hebben we samengevoegd. Dit heeft ertoe geleid dat de ethische vraag waar wij dit project mee begonnen: ‘Is het wenselijk om een vroege diagnose van Alzheimer te stellen?’ uiteenvalt in een aantal verschillende vragen. Ons onderzoek laat namelijk zien dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van 5 domeinen: - SITUATIE/CONTEXT: Wat is de situatie en context? - TEST: Welke biomarker-test gebruik je? - ZIEKTECONCEPT: Wat wil je aantonen? - POPULATIE: Bij wie voor je de test uit? - BEHANDELING: Is er een behandeling? Afhankelijk van deze domeinen worden andere ethische argumenten belangrijk in de discussie en verandert het antwoord op de ethische vraag naar de wenselijkheid van een vroege diagnose van Alzheimer. Deze vraag en de bijbehorende domeinen hebben wij in een ‘reflectief ev

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De ziekte van Alzheimer wordt door veel mensen gevreesd. Onderzoek richt zich steeds meer op het ontwikkelen van geneesmiddelen die het ziekteproces in een vroeg stadium zouden kunnen vertragen of zelfs stoppen. Met behulp van ‘biomarkers’ wordt geprobeerd de ziekte zo vroeg mogelijk op te sporen, bij mensen die nog geen of slechts heel milde symptomen hebben. Gesproken wordt van ‘pre-klinische’ en ‘prodromale’ ziekte van Alzheimer. Het is echter nog onduidelijk hoe betrouwbaar biomarkers dementie kunnen voorspellen, en wat een diagnose ‘preklinische Alzheimer’ precies betekent – is de persoon al echt ziek, of heeft hij een verhoogd risico om ziek te worden? Tenslotte is de waarde van een heel vroege diagnose omstreden, aangezien er nog geen medicatie beschikbaar is.

De vraag is dus of de verschuiving naar steeds vroegere diagnostiek een goede ontwikkeling is. Welke ethische argumenten pleiten hiervoor, welke ertegen? Hoe denken betrokkenen hierover, en hoe wordt er in de praktijk mee omgegaan?

Ons doel is om ethische aanbevelingen te doen voor verantwoord omgang met biomarkers en vroege diagnostiek in de klinische praktijk.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er is een literatuurstudie verricht naar de re-conceptualisering van de ziekte van Alzheimer, zowel in de medische als medisch-filosofische literatuur. Er is een begin gemaakt met het schrijven van een artikel hierover, waarin verschillende filosofische ziektebegrippen zullen worden besproken in relatie tot de nieuwe concepten 'preclinical' en 'prodromal' AD. Gekozen wordt voor een pragmatisch-constructivistisch ziektebegrip. Daaruit volgt dat de consequenties en effecten van de reconceptualisering mee in beschouwing moeten worden genomen (wat in het artikel ook zal worden gedaan). We verwachten dit artikel in het voorjaar te kunnen indienen bij een tijdschrift.

We zijn bezig met een review van de literatuur mbt de morele redenen/argumenten voor en tegen het geven van een vroege diagnose/disclosure van biomarker tests. De exacte onderzoeksvragen zijn verder gespecificeerd en er is een zoekstrategie opgesteld, met behulp waarvan 3567 artikelen zijn gevonden, waar van na eerste screening zijn geïncludeerd. De verdere screening en analyse zal in feb-april plaatsvinden, en we hopen na de zomer het artikel afgerond te hebben.

Tenslotte is een onderzoeksprotocol opgesteld voor het doen van een kwalitatieve interviewstudie met rond de 20 artsen. Ook is een interview (topic) lijst opgesteld voor de interviews en een lijst met te benaderen personen. De interviews zullen in februari/maart gehouden worden en vervolgens geanalyseerd. Tussentijdse resultaten zullen worden gepresenteerd op de GA meeting van het EPAD project. Een publicatie over de interviews verwachten we in het najaar af te kunnen ronden.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

The number of people with Alzheimer’s Disease (AD) is likely to rise over the next decades. This forms a major challenge to society as a whole and efforts are made to reduce this burden. In the hope for future treatments to prevent or slow down the disease, there is a strong movement towards an ever-earlier diagnosis of AD. It is now possible to detect biomarkers - in cerebrospinal fluid or on neuroimaging - that are presumed to reflect brain changes eventually leading to clinical dementia, in persons with no or only mild cognitive impairment. This has led to a reconceptualization of AD, and discussions on the newly proposed concepts of ‘preclinical’ and ‘prodromal’ AD. While currently mainly used in research, both biomarkers and the concepts of preclinical and prodromal AD are currently moving into clinical practice, without any ethical frameworks present. This is problematic, since current tests have insufficient diagnostic accuracy, and there is no treatment for AD available, making it highly questionable whether this move towards ever earlier AD diagnosis is desirable.

 

Research questions:

1. How should the reconceptualization of AD be evaluated from a philosophical and ethical point of view, and how should the concepts ‘preclinical’ and ‘prodromal’ AD be understood: as disease states or as at-risk-of-disease states?

2. What are the ethical arguments for and against aiming for early diagnosis of AD using biomarkers, in the absence of clinical symptoms of dementia?

3. What are current practices regarding the use of biomarkers and the concepts ‘preclinical’ and ‘prodromal’ AD in the Dutch clinical setting and what are the ethical arguments of clinicians regarding these practices?

4. How should the relevant ethical arguments be weighed, in light of the analysis of the reconceptualization of AD, and the perspectives of those directly involved?

 

Aim:

The aim of this project is to provide ethical guidance and recommendations for early AD diagnostics in clinical practice.

 

Methods:

We will use a combination of different research methods, including normative and philosophical analysis, systematic review of the literature and qualitative research in the form of semi-structured interviews. This mixed methods approach will allow for recommendations on ethical considerations in diagnostics of AD in asymptomatic or early symptomatic persons in clinical practice. We will build upon work performed in the European EPAD project.

 

Firstly, we will study the emerging reconceptualization of AD - as a biological process with a long pre-symptomatic phase - in light of medical-philosophical theories of health and disease, and of the ethical critique on overmedicalization. The research method for this sub-question will be philosophical analysis, guided by a theoretical framework.

Secondly, we will evaluate the ethical arguments for and against the aim for a ‘diagnosis’ in asymptomatic or early symptomatic persons using biomarker tests. In a systematic review of the literature, we will study if and under what conditions such diagnosis should be aimed at, and how biomarker test can be applied responsibly in this context. We will summarize and critically analyze arguments for and against an early diagnosis, and will explicitly aim to translate findings from a research setting towards clinical practice.

Thirdly, we will map the current clinical practice in the Netherlands concerning early diagnosis using biomarkers. To this end we will use semi-structured interviews with medical practitioners in the field of dementia. We will focus on the moral considerations and ethical arguments of medical practitioners underlying their view on early diagnostics and the use of biomarkers.

Finally, we will integrate the results of the aforementioned analyses using the method of wide reflective equilibrium, to formulate ethical guidance and recommendations for clinical practice. These will focus on how the changing conceptualization of AD and the use of biomarker testing in asymptomatic or early symptomatic persons can be translated into ethically justifie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website