Projectomschrijving

Samenwerken

Het loopexpertisecentrum van de Sint Maartenskliniek is gespecialiseerd in de behandeling van mensen met complexe neurologische loopproblemen, bijvoorbeeld veroorzaakt door een beroerte, dwarslaesie of een spierziekte. Zorgverleners en onderzoekers werken in het loopexpertisecentrum samen om erachter te komen wat precies de oorzaak van het loopprobleem is en hoe dit probleem het beste behandeld kan worden. De behandeling kan bestaan uit training, gebruik van hulpmiddelen, een operatie, of een combinatie van deze behandelopties.

Onderzoeken

De TZO-subsidie wordt ingezet voor 4 onderzoeken gericht op het verder verbeteren van de diagnose en behandeling van mensen met complexe neurologische loopproblemen. Daarnaast willen we evalueren of onze diagnostiek en behandeling ervoor zorgt dat een persoon met loopstoornissen beter mee kan doen in de samenleving, en minder zorgkosten heeft.

Inleiding onderzoeken

Onderzoek speelt in het loopexpertisecentrum een zeer belangrijke rol. Door onderzoek verbeteren we onze behandelingen continu en komen we tot innovaties in de zorg. Een voorbeeld is dat we steeds meer zorg thuis kunnen bieden. We verwachten de komende jaren veel nieuwe technologie die de revalidatie in de kliniek verbetert. Hiermee wordt ook revalidatie thuis of bij een zorgaanbieder in de buurt mogelijk gemaakt. Daarnaast is er ook veel nieuwe technologie die we kunnen gebruiken om de uitgebreide analyse van het loopprobleem te verbeteren en sneller uit te kunnen voeren.

De subsidie gebruiken we dus om onderzoek te doen, de resultaten toe te passen in de zorg en zorgprofessionals, patiënten, en mantelzorgers op te leiden. In ons onderzoek willen we ook aantonen dat de zorg voor onze patiënten met complexe loopproblemen het gewenste resultaat oplevert, terwijl de kosten niet stijgen. Onze aanvraag bestaat uit 4 samenhangende onderzoeken.

Onderzoek 1 Betere vaststelling van loopproblemen door betere diagnose

De behandeling van patiënten met complexe neurologische loopproblemen is erop gericht dat zij beter kunnen gaan lopen: het vergroten van de loopcapaciteit.
Loopcapaciteit bestaat uit 3 onderdelen:

  1. coördinatie van romp- en beenbewegingen (stappen), met
  2. behoud van evenwicht (dynamische balans) en
  3. aanpassing aan de omgeving (aanpassingsvermogen).

Nieuwe benadering bij meting loopcapaciteit

De loopcapaciteit wordt nu altijd in de kliniek gemeten, waarbij de drie onderdelen afzonderlijk worden bekeken. De beschikbare technologie hiervoor is echter niet ideaal. In dit onderzoek kijken we naar betaalbare technologie waarmee we alle onderdelen precies en snel kunnen meten, zowel in de kliniek als in de thuisomgeving. In de thuisomgeving meten we gedurende langere tijd hoe het in het echte leven gaat, naast de momentopnamen in de kliniek. Dit is een totaal nieuwe benadering waarbij we voortbouwen op onderzoeken met sensortechnologie, waarmee we de laatste jaren veel vooruitgang hebben geboekt.

Het onderzoek heeft de volgende hoofddoelstellingen:
- Ontwikkeling van een vereenvoudigd, klinisch toepasbaar voetmodel om het functioneren van de voet en enkel voldoende te beoordelen;
- Ontwikkeling van klinisch toepasbare methoden om dynamische balans en het aanpassingsvermogen te beoordelen;
- Beoordeling van loopprestaties thuis en in het dagelijks leven.

Onderzoek 2 Onderbouwing van het resultaat en de kosteneffectiviteit van chirurgische ingrepen om de loopcapaciteit te verbeteren

Bij patiënten met complexe neurologische loopproblemen door aangeboren voetafwijkingen of erfelijke spierziekten zijn in de kliniek uitstekende ervaringen met operaties. Deze operaties worden wereldwijd maar zelden uitgevoerd.
In dit onderzoek zullen we het resultaat en de kosteneffectiviteit van deze chirurgische ingrepen verder onderbouwen aan de hand van de volgende doelstellingen:
- Evalueren van het effect van chirurgische ingrepen op persoonlijke doelen van de patiënt, op de loopcapaciteit in de kliniek en in het dagelijkse leven;
- Het evalueren van de kosteneffectiviteit van chirurgische ingrepen in vergelijking met gebruikelijke zorg.

Onderzoek 3 Ontwikkeling en evaluatie van draagbare ondersteunende technologie

Veel mensen met neurologische aandoeningen (bijv. beroerte, dwarslaesie, hersenbeschadiging) hebben last van balans- en loopproblemen. Voor het uitvoeren van dagelijkse activiteiten hebben ze vaak een hulpmiddel nodig. In dit onderzoek gaan we 3 typen veelbelovende hulpmiddelen nader onderzoeken, in samenwerking met technische universiteiten en het bedrijfsleven.   

De volgende doelstellingen staan hierbij centraal:
- Onderzoeken of mensen met een complete dwarslaesie zonder krukken kunnen staan met een exoskelet;
- Onderzoeken of met een licht exopak meer activiteiten kunnen worden ondernomen in de thuisomgeving door mensen met een incomplete dwarslaesie. Daarnaast evalueren we de kosteneffectiviteit van het exopak;
- Onderzoeken of een enkel-voetorthesen met aandrijving, de loopcapaciteit van mensen met enkel-voetproblemen na een beroerte vergroot.

Onderzoek 4 Training van aanpassingsvermogen van belang voor veilig lopen

Mensen kunnen na een beroerte vaak minder goed hun looppatroon aanpassen aan (plotselinge) veranderingen in de omgeving, waardoor ze vaker kunnen vallen. Om weer veilig te kunnen lopen, is training van het aanpassingsvermogen belang. Hard bewijs voor de doeltreffendheid van deze trainingen ontbreekt echter. Dit onderzoek richt zich op het verzamelen van dat bewijs.

De doelstellingen zijn:
- Onderzoeken of loopbandtraining in een virtuele omgeving voor mensen na een beroerte het aanpassingsvermogen van het looppatroon verbetert.
- Onderzoeken welke patiënten meer of minder baat hebben van deze training.
- Onderzoeken of het lange termijn effect van de trainingen vergroot kan worden door boostersessies (3 keer 1 uur training op 3, 6 en 9 maanden na de loopbandtraining) en/of door thuistraining met behulp van eHealth.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website