ZonMw tijdlijn Medisch specialistische zorg https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Medisch specialistische zorg nl-nl Thu, 04 Jun 2020 09:20:13 +0200 Thu, 04 Jun 2020 09:20:13 +0200 TYPO3 news-5754 Tue, 02 Jun 2020 14:00:09 +0200 Regionaal dashboard met PROMs verbetert borstkankerzorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/regionaal-dashboard-met-proms-verbetert-borstkankerzorg/ De ervaringen en beleving van patiënten zijn onmisbaar om tot passende zorg te komen. 8 ziekenhuizen in de regio Zuidwest-Nederland werken daar samen aan en ze hebben inmiddels flinke stappen gezet. ‘Het is gelukt om de PROMs en de klinische variabelen van 8 ziekenhuizen te koppelen en daar een regionaal dashboard van te maken’, aldus een trotse projectleider Femmy Meenhorst. Ook de eerste nazorgpoli en een gemeenschappelijk nazorgprotocol zijn inmiddels een feit. Regionaal dashboard

Zorgverleners zien de patiënt steeds meer als partner in de zorg en hanteren patiëntbeleving als vertrekpunt bij hun advies en handelen. Het is een van de redenen dat in september 2017 het project PROMs in de spreekkamer bij borstkanker is gestart, onderdeel van het thema Passend behandelplan. PROMs (Patient Reported Outcome Measures) zijn gevalideerde meetinstrumenten waarmee wordt gemeten hoe de patiënt zich voelt. Het gaat meestal om aspecten van gezondheid die niet objectief waarneembaar zijn (pijn, vermoeidheid, angst) en het beste gemeten kunnen worden door het aan de patiënt zelf te vragen. Gedurende het behandeltraject ontvangt de patiënt meerdere malen deze vragenlijsten. De zorgaanbieder en de patiënt kunnen de uitkomsten vervolgens gebruiken om samen de uitkomsten te bespreken, samen te beslissen over de behandeling, het verloop te monitoren en om te kijken wat de gevolgen en impact zijn van de behandeling op het dagelijks leven. Indien nodig kan extra nazorg worden verleend met eventueel nog een verwijzing.

‘Het opleveren van het dashboard is binnen het project de grootste mijlpaal tot nu toe’, vertelt Femmy. ‘Sinds vorig jaar november kunnen de 8 samenwerkende borstkankercentra in onze regio met het dashboard hun uitkomsten vergelijken met die van collega’s. Op basis hiervan kunnen ze daadwerkelijk hun kwaliteit gaan verbeteren. Het streven voor nu is om met de PROMs de terugkoppeling voor de individuele patiënt na behandeling, dus de nazorg, te optimaliseren. De vervolgstap is de ontwikkeling van een digitale keuzehulp. Hiermee kunnen we de ontwikkelingen binnen bijvoorbeeld een bepaalde leeftijdscategorie en type behandeling naast elkaar leggen. Dat gaat ons helpen om te komen tot een passend behandelplan voor patiënten met borstkanker.’

Bruikbare informatie

Terwijl tijdens het project het uitvragen van de PROMs op rolletjes liep, bleek het verzamelen van de klinische data nog wel een kopzorg voor Femmy en haar team. ‘De data bleek lastig uit het elektronisch patiëntendossier te halen. Gelukkig konden we een beroep doen op het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en de stichting Dutch Hospital Data (DHD). De DHD richt zich primair op het verzamelen, beheren en analyseren van zorgdata. Met hun hulp hebben we bruikbare informatie aan de PROMs uitkomsten kunnen koppelen. Met het vergelijken van de uitkomsten van de individuele patiënt met de patiëntenpopulatie die aan soortgelijke waarden voldoet, kan nu in kaart worden gebracht hoe bijvoorbeeld het verloop van een behandeling ervaren wordt. Dit helpt bij de terugkoppeling en bij het beslissen over nazorg.’

Nazorgpoli

Een ander mooi projectresultaat is de nazorgpoli voor patiënten met borstkanker in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Hiermee worden nacontrole en nazorg definitief uit elkaar gehaald. Nacontrole (lichamelijk onderzoeken, uitslagen) vindt plaats met de chirurg op het reguliere spreekuur. Nazorg vindt plaats door het mammacare-team op de nazorgpoli. Daar wordt uitgebreid aandacht besteed aan bijvoorbeeld problemen op emotioneel vlak. Dit zijn tijdrovende maar belangrijke gesprekken. Bijkomend voordeel is dat patiënt tijdens dit gesprek op de nazorgpoli niet zenuwachtig hoeft te zijn voor een belangrijke uitslag of onderzoek en zich kan focussen op de psychosociale gevolgen van de behandeling. Ook is er op deze poli een inloopspreekuur, voor alle niet-medische vragen met betrekking tot de ziekte borstkanker. Tot slot richt het projectteam zich gedurende de laatste fase van het project op verdere training van de teams, het regionaal bespreken van de resultaten en het initiëren van kwalitatieve verbeteringen. Hiervoor zijn een nazorgprotocol en een e-learning beschikbaar.

Deelnemers

De 8 ziekenhuizen die meewerken aan het project PROMs in de spreekkamer bij borstkanker zijn het Albert Schweitzer ziekenhuis, het Amphia ziekenhuis, het Borstcentrum Zuidholland Zuid (Ikazia, Maasstad, Spijkenisse Medisch Centrum, Van Weel-Bethesda Ziekenhuis), het Erasmus MC Kanker instituut en Franciscus Gasthuis & Vlietland ziekenhuis.

Nazorgprotocol en e-learning

Het projectteam heeft een gemeenschappelijk protocol gemaakt om een individueel nazorgplan op te stellen voor de patiënt. Hierin staat benoemd hoe te handelen bij welke PROMs uitkomsten. De e-learning is bedoeld voor alle zorgverleners die met PROMs werken.

Heeft u vragen over het project, neem dan contact op met Femmy Meenhorst via F.meenhorst@asz.nl

Meer informatie

Het Citrienfonds werkt aan de juiste zorg met de juiste informatie op de juiste plek en is een initiatief van de NFU en wordt mede mogelijk gemaakt door ZonMw.

 

]]>
news-5676 Mon, 11 May 2020 06:09:00 +0200 Morele ondersteuning op de intensive care vraagt maatwerk https://publicaties.zonmw.nl/leren-en-verbeteren/morele-ondersteuning-op-de-intensive-care-vraagt-maatwerk/ Hoe help je zorgverleners om te gaan met morele stress en het maken van de juiste keuzes? Voor het bespreken van ethische dilemma’s kan het moreel beraad een richtinggevend instrument zijn. Wie meedoet, hangt af van wie betrokken is: denk aan artsen, verpleegkundigen, paramedici, geestelijke verzorging, maatschappelijk werk en psychologen. news-5678 Fri, 08 May 2020 16:13:17 +0200 Waarde meten in een oncologienetwerk https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/waarde-meten-in-een-oncologienetwerk/ 5 Nederlandse ziekenhuizen werken al langere tijd samen aan het stapsgewijs verhogen van de kwaliteit van zorg voor patiënten met multipel myeloom (vroeger vaak ziekte van Kahler genoemd). Dat doen ze door het meten én delen van klinische uitkomsten en patiëntervaringen. In het Citrienfondsprogramma Naar regionale oncologienetwerken gaan de 5 ziekenhuizen kijken of kwaliteit en doelmatigheid in één meetmodel kunnen worden samengebracht. Multipel myeloom kent hoge behandelkosten als gevolg van dure medicatie en soms ook stamceltransplantatie. De vraag is hoe ver willen we als samenleving gaan voor een betere overlevingskans.

Erasmus MC in Rotterdam, het Amphia Ziekenhuis in Breda, het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht, Máxima MC in Veldhoven en het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein delen dezelfde missie: verbeteren van de zorg voor patiënten met multipel myeloom.

Vanaf dit voorjaar is dit samenwerkingsverband ook een van de proeftuinen van het thema Waardegedreven financiering van het Citrienfondsprogramma Naar regionale oncologienetwerken. ‘Wij willen de uitkomsten primair gebruiken voor het direct verbeteren van de zorg’, zegt Christine Bennink, adviseur strategie bij Amphia en projectleider van de proeftuin Waardegedreven financiering. ‘De dataset is vastgesteld, er wordt nu geregistreerd en we hopen begin 2021 een eerste rapportage te hebben.’ Klinische uitkomsten en patiëntervaringen zijn 2 onderdelen als het gaat om de kwaliteit van de zorg. De ervaring van patiënten wordt gemeten in de vorm van PROMs (patient reported outcome measures). Die PROMs vormen meteen ook input voor het gesprek in de spreekkamer. ‘Dan gaat het bijvoorbeeld over vermoeidheidsklachten en pijn. Pijn speelt een grote rol bij multipel myeloom en is vaak heel beperkend voor de patiënt. Het gesprek daarover kan echt verschil maken voor de behandeling waar je samen met de patiënt op uitkomt.’

Maatschappelijke afweging

Professor Pieter Sonneveld stond mede aan de wieg van dit project. Hij beschrijft de vooruitgang die er geboekt is en wordt voor patiënten met multipel myeloon (een kwaadaardige woekering van plasmacellen die allerlei symptomen kan veroorzaken). ‘De overleving is van 2,5 jaar naar ruim 10 jaar gegaan. En dat is een enorme verbetering. De patiënt betaalt wel een prijs voor dit resultaat, niet zelden in de vorm van een langdurige en zware behandeling. De kwaliteit van leven en wat de patiënt daar zelf van vindt, krijgt nu veel meer aandacht.’ Zijn ervaring is dat patiënten dit belangrijk vinden. ‘Ze hebben het gevoel dat hun mening telt. De bereidheid om de vragenlijsten in te vullen is ook heel redelijk.’ Hij wijst ook op het maatschappelijk belang van de balans tussen uitkomsten en kosten. Multipel myeloom kent hoge behandelkosten als gevolg van dure medicatie en soms ook stamceltransplantatie. ‘De vraag is hoe ver artsen en verpleegkundigen en de patiënten zelf willen gaan voor een betere overleving. Maar ook als samenleving wil je af kunnen wegen: is het het waard?’

Hij benadrukt dat de vorming van regionale oncologienetwerken rond het Erasmus MC – mede dankzij het programma Naar regionale oncologienetwerken – een grote sprong voorwaarts heeft betekend. Veel patiënten krijgen een deel van de behandeling in het regionale ziekenhuis en komen soms naar het Erasmus MC, alles op basis van een gezamenlijk behandelplan. ‘Dat heeft ons als regio zeer geholpen om samen voor meer patiënten de zorg op een hoger niveau te brengen.’

Waarde en kosten

Kosten en financiering vormen voor de samenwerkende ziekenhuizen in toenemende mate een aandachtspunt. Dat wordt nu nader bekeken vanuit dit Citrienfondsprogramma. Themamanager Ineke Middelveldt van Naar regionale oncologienetwerken is benieuwd wat deze verkenning gaat opleveren. Kosten en financiering van zorg in netwerken zijn onderwerpen waar nog veel vragen over zijn. ‘Er zijn verschillende manieren om naar de kosten van zorg in netwerken te kijken. Wat de beste benadering is verschilt per tumorsoort en netwerk. Doelmatigheid als nieuwe toevoeging aan het meetmodel kan net als het monitoren van kwaliteitsaspecten leiden tot verbeteringen in de processen. Ook is inzicht in de doelmatigheid belangrijk bij het gesprek met de zorgverzekeraar en eventueel andere partijen over de financiering. We hebben meerdere proeftuinen rond deze vraag en elke proeftuin zal met een eigen resultaat komen.’

Meer weten over dit project?

Neem contact op met projectleider Christine Bennink via c.bennink@amphia.nl. De uitkomstenset is te vinden op de site van Nederlandse Vereniging voor Hematologie.
Het Citrienfonds werkt aan de juiste zorg met de juiste informatie op de juiste plek en is een initiatief van de NFU en mede mogelijk gemaakt door ZonMw.

Meer informatie

 

]]>
news-5665 Thu, 07 May 2020 08:26:54 +0200 Programmeringsstudie Geriatrische Revalidatie en Eerstelijnsverblijf van start https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/programmeringsstudie-geriatrische-revalidatie-en-eerstelijnsverblijf-van-start/ Deze maand start binnen het programma Beter Thuis een project uitgevoerd door het Consortium Geriatrische Revalidatie, gericht op het opstellen van een agenda voor de ontwikkeling van kwaliteitsstandaarden voor de geriatrische revalidatiezorg en het eerstelijnsverblijf. Deze standaarden kunnen zorgverleners en zorgorganisaties ondersteunen bij het leveren van goede kortdurende intensieve zorg en behandeling aan hun cliënten en maken deze zorgverlening bovendien inzichtelijker. Naar verwachting is de ontwikkelagenda eind 2020 gereed. Sectoren in ontwikkeling

In Nederland wordt kortdurende intensieve zorg en behandeling onder andere via de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) en het eerstelijnsverblijf (ELV) aangeboden. De ontwikkelingen binnen deze zorgvormen en de lokale diversiteit maakt dat er behoefte is aan kwaliteitsstandaarden.

Ontwikkelagenda

Welke standaarden zijn er nodig? Welke moeten er het eerst worden ontwikkeld? En welke noodzakelijke kennis ontbreekt er nog? Bij de beantwoording van deze vragen worden veel partijen betrokken die een rol spelen bij GRZ en ELV, zoals ouderen- en patiëntenorganisaties, zorgprofessionals, bestuurders, onderzoekers, zorgverzekeraars en beroepsverenigingen.

De vragen worden niet alleen beantwoord door literatuur-/documentenonderzoek, maar ook door consensusbijeenkomsten met experts en belanghebbenden. Hierdoor zal de ontwikkelagenda goed aansluiten bij het veld en ligt er na dit project een duidelijk plan voor de ontwikkeling van praktisch bruikbare en goed onderbouwde kwaliteitsstandaarden.

De bestaande beschrijvingen van GRZ en ELV zullen in samenhang worden onderzocht aangezien GRZ en ELV deel uitmaken van een zorgcontinuüm. Het gezamenlijk bespreken van GRZ en ELV leidt ertoe dat er aandacht zal zijn voor de overlappende én voor de unieke kenmerken van beide zorgvormen.

Programma Beter Thuis

Vanuit het programma Beter Thuis werken we aan kwaliteitsontwikkeling binnen de GRZ, het ELV en de GZSP. Kwaliteit van leven behouden en herwinnen. Dat is essentieel voor mensen die zorg nodig hebben. Zo ook voor de vaak kwetsbare mensen die tijdelijk een intensieve zorg- en behandelbehoefte hebben. De zorgprofessionals en organisaties beschikken met elkaar over veel kennis en kunde om binnen de tijdelijke zorgvormen kwalitatief goede zorg te bieden. Door samen te werken aan een kwaliteitscyclus en 'beschrijvingen van goede zorg' op te stellen maken we die zorg nog beter. Zo leveren we met elkaar een bijdrage aan de kwaliteit van leven van kwetsbare mensen. Dit doen wij door:

  • het ontwikkelen van kwaliteitsstandaarden te stimuleren;
  • het proces van kennisontwikkeling te bevorderen;
  • praktijkvoorbeelden te (laten) verzamelen, verspreiden en onderbouwen.
  • het realiseren van samenhang tussen de drie zorgvormen en het bereiken van afstemming met de verschillende (uitvoerende) organisaties en betrokken zorgprofessionals in het werkveld.

De programmeringsstudie zal een belangrijke bijdrage leveren aan de verdere programmering Beter Thuis.

Het project wordt uitgevoerd door het Consortium Geriatrische Revalidatie, een samenwerking tussen branchevereniging ActiZ, beroepsvereniging Verenso en GR-onderzoekers van Amsterdam UMC, LUMC, Universiteit Maastricht en Universiteit Tilburg.

Meer informatie

Programma Beter Thuis

Project Beschrijvingen van goede zorg in Geriatrische Revalidatie en Eerstelijns verblijf: een programmeringsstudie

]]>
news-5606 Thu, 23 Apr 2020 10:05:06 +0200 Citrienfondsprogramma e-health in Coronatijd https://www.citrienfonds-ehealth.nl/nieuws/citrienprogramma-e-health-in-corona-tijd/ Binnen een aantal umc’s wordt het project Telemonitoring vitale functies uitgebreid naar de doelgroep van Coronapatiënten. Slimme pleisters worden daarbij ingezet binnen de cohort afdelingen voor Corona, hetgeen een belangrijke bijdrage levert aan de detectie en reductie van ernstige symptomen. news-5577 Wed, 15 Apr 2020 17:35:11 +0200 6 topspecialistische functies ontvangen een subsidie van 3 miljoen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/6-topspecialistische-functies-ontvangen-een-subsidie-van-3-miljoen/ 6 projecten zijn gehonoreerd en ontvangen subsidie om hun topspecialistische functie te versterken en continueren op het gebied van Topspecialistische Zorg en Onderzoek. Voor ieder project is een subsidie van 3 miljoen beschikbaar gesteld. 18 miljoen voor Topspecialistische Zorg en Onderzoek

Het programma Topspecialistische Zorg en Onderzoek heeft als doel om – binnen de bestaande kaders van het zorgstelsel – topspecialistische zorg, gecombineerd met toegepast klinisch wetenschappelijk onderzoek en onderwijs, te continueren en te verbeteren én qua bekostiging tot een duurzame oplossing te komen. In de eerste subsidieronde is 18 miljoen euro aan subsidie beschikbaar gesteld.

6 gehonoreerde projecten

Dit zijn de gehonoreerde topspecialistische functies:

Meer informatie

 

]]>
news-5560 Tue, 14 Apr 2020 07:25:25 +0200 Effectief leren verbetert de zorg nu én in de toekomst https://publicaties.zonmw.nl/leren-en-verbeteren/effectief-leren-verbetert-de-zorg-nu-en-in-de-toekomst/ Wat zijn de ingrediënten voor een effectieve leerstrategie in de zorg? En met welke vormen van werkplek leren verbeter je de zorg? Bekijk de eerste ervaringen en tips van projecten in het verpleeghuis, het ziekenhuis en de thuiszorg. news-5557 Fri, 10 Apr 2020 08:19:40 +0200 Subsidieoproep Safety II en veiligheidsergonomie uitgesteld naar najaar https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproep-safety-ii-en-veiligheidsergonomie-uitgesteld-naar-najaar/ De zeer uitzonderlijke situatie rondom de uitbraak van het coronavirus (COVID-19) heeft gevolgen voor het proces rondom de subsidieaanvragen van ZonMw. Wij hechten er aan om iedereen dezelfde kans te geven voor het indienen van aanvragen, het doen van onderzoek of mee te werken in commissies of als referent aan onze subsidierondes. Daarom is besloten om de subsidieronde van het programma Safety II en veiligheidsergonomie uit te stellen tot later dit jaar.
In de zomerperiode bekijken we de situatie opnieuw. Naar verwachting komt de subsidieoproep voor de projectidee fase begin september online. De hoop en verwachting is dat alle potentiele subsidieaanvragers dan weer de capaciteit hebben om een projectidee in te dienen.

Doel programma

Het doel van het programma Safety II en veiligheidsergonomie is om te onderzoeken of de principes van Safety II ook werken in de praktijk van de ziekenhuiszorg in Nederland en of ze ook een bijdrage leveren aan veiligere zorg voor patiënten. In de eerste subsidieronde kunnen Nederlandse ziekenhuizen en zelfstandige behandelklinieken subsidie aanvragen voor het in kaart brengen van oplossingen en lessen van werkzame elementen van Safety II.

Positieve benadering veiligheid

Uitgangspunt bij Safety II is dat patiëntveiligheid wordt vergroot door te focussen op aanpassingsvermogen en veerkracht (resilience) van professionals in de context waarin zij werken. Bij Safety II wordt veiligheid vanuit een positieve benadering onderzocht in haar AANwezigheid in plaats van onderzoek uitsluitend naar fouten en dus AFwezigheid van veiligheid. Dat wat dagelijks goed gaat wordt zichtbaar gemaakt en verbeterd; daarvan wordt geleerd en dit wordt verder ondersteund en verspreid.

Meer informatie

  • We begrijpen dat deze situatie lastig kan zijn voor iedereen en hopen met deze aanpassing de druk enigszins te verlichten. Meer informatie en nieuws over aanpassingen aan de werkwijze van ZonMw vanwege het coronavirus (COVID-19) kunt u vinden op www.zonmw.nl/corona. Mocht u nog vragen hebben, aarzel dan niet om contact op te nemen Simone Schellekens of Paula du Pont (safety@zonmw.nl, 070 349 51 02).
  • Meer informatie over het programma Safety II en veiligheidsergonomie vindt u op www.zonmw.nl/safety.
]]>
news-5523 Thu, 02 Apr 2020 17:59:00 +0200 Wijkverpleegkundige ondersteunt ouderen na ziekenhuisopname https://mediator.zonmw.nl/mediator-40/wijkverpleegkundige-ondersteunt-ouderen-na-ziekenhuisopname/ De zorg voor ouderen met meerdere chronische ziekten verplaatst zich steeds meer naar de thuissituatie. Om die zorg optimaal te kunnen bieden, ontwikkelden het Amsterdam UMC en de Hogeschool van Amsterdam nieuwe werkwijzen. Wijkverpleegkundigen zijn hierin de spil. news-5556 Fri, 27 Mar 2020 18:59:00 +0100 Handvatten voor samen beslissen bij COVID-19 https://www.demedischspecialist.nl/nieuws/handvatten-voor-samen-beslissen-bij-covid-19 Artsen en andere zorgverleners hebben nu meer dan ooit handvatten nodig om bij het bestrijden van deze COVID-19 epidemie samen met de patiënt te beslissen over de meest passende zorg. Op de website van de Federatie Medisch Specialisten zijn 3 leidraden gepubliceerd voor zinvolle en juiste zorg op de juiste plek bij COVID-19: in de thuissituatie, op de Spoedeisende Hulp en op de Intensive Care. news-5494 Fri, 27 Mar 2020 13:28:37 +0100 Campagne helpt bij verminderen gebruik infusen en katheters https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/campagne-helpt-bij-verminderen-gebruik-infusen-en-katheters/ Patiënten liggen minder lang met een infuus of katheter in het ziekenhuis als er een campagne wordt gehouden die zorgverleners wijst op het zorgvuldig gebruik van deze hulpmiddelen, blijkt uit een onderzoek van het programma Doen of laten? van het Citrienfonds.
Arts-onderzoeker Bart Laan van het Amsterdam UMC onderzocht 2 jaar lang het gebruik van infusen en katheters en bekeek in 7 verschillende ziekenhuizen waarom patiënten die hulpmiddelen hadden. Uit de inventarisatie van Laan bleek dat ongeveer een derde van de katheters en een kwart van de infusen niet of niet meer nodig was. 'Meestal hebben de patiënten ze niet ten onrechte gekregen, maar ze worden niet verwijderd als ze overbodig zijn', zegt Laan. 'Overigens was dit al bekend. Mijn studie gaat erom hoe we dit kunnen verbeteren.'

Gevaar op infectie

Na de inventarisatie organiseerde Laan bijeenkomsten en voorlichtingscampagnes in de 7 ziekenhuizen over verantwoord gebruik van infusen en katheters. Na 7 maanden ging hij opnieuw bij de ziekenhuizen langs en herhaalde hij de inventarisatie. Volgens hem zijn er na de campagne goede resultaten geboekt. 'Het aantal onterechte katheters daalde met 35 procent, bij de infusen vonden we een reductie van een kwart. Geen nul, maar dat is misschien niet haalbaar.'

Infusen en katheters worden veel in ziekenhuizen gebruikt, maar ze zijn niet geheel zonder risico. Zo vergroten ze het risico op een infectie en voor patiënten is zo'n hulpmiddel vaak ongemakkelijk.

Meer weten?

Het Citrienfonds werkt aan de juiste zorg met de juiste informatie op de juiste plek en is een initiatief van de NFU en ZonMw.

]]>
news-5493 Fri, 27 Mar 2020 12:49:45 +0100 Leidraad voor doodzieke ouderen met corona: wel of niet naar het ziekenhuis? https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2328280-leidraad-voor-doodzieke-ouderen-met-corona-wel-of-niet-naar-het-ziekenhuis.html Huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en medisch specialisten komen met een leidraad waarmee artsen kunnen bepalen of het wel zinvol is om ernstig zieke oudere coronapatiënten in het ziekenhuis op te nemen. De leidraad helpt artsen om de wensen van de patiënt te bespreken en zet de voor- en nadelen van een ziekenhuisopname onder elkaar. news-5490 Thu, 26 Mar 2020 18:18:16 +0100 Extra geld voor creatieve oplossingen coronavirus (COVID-19) https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/extra-geld-voor-creatieve-oplossingen-coronavirus-covid-19/ Het ministerie van VWS stelt extra geld beschikbaar om creatieve oplossingen te faciliteren met betrekking tot het coronavirus (COVID-19). De pandemie heeft een grote impact op de zorg en samenleving. Op korte termijn zijn daarom oplossingen nodig voor praktische problemen in en buiten ziekenhuizen.

UPDATE 14-04-2020: deze regeling is inmiddels gesloten. Indienen is niet meer mogelijk.

Praktische uitdagingen

De komende weken en maanden leidt de coronacrisis tot allerlei praktische uitdagingen in de zorg en de samenleving. De vraag is hoe we in deze tijd goede zorg en ondersteuning kunnen blijven bieden. Praktische uitdagingen zijn bijvoorbeeld tekorten aan bepaalde materialen in ziekenhuizen, maar ook de zorg en ondersteuning aan kwetsbare mensen. Ook staan onze zorg- en hulpverleners voor de uitdaging om hun werk zo goed mogelijk te kunnen blijven doen.

Creatieve oplossingen

Creatieve oplossingen zijn nodig voor praktische technologische zaken in de (ziekenhuis)zorg, zoals medische hulpmiddelen. Anderzijds zijn er oplossingen nodig om kwetsbare groepen en hun zorg- en hulpverleners te helpen bij het bieden van de juiste zorg en ondersteuning.

Bedrijven of organisaties die een creatieve oplossing willen uitwerken of uitvoeren komen in aanmerking voor ofwel een startimpuls of een projectimpuls. Daarbij gaat het om oplossingen die buiten reguliere zorg- en welzijnsactiviteiten vallen. Een belangrijke voorwaarde voor deze projectimpuls is dat de creatieve oplossing voorziet in de behoefte van de doelgroep, zoals ziekenhuispersoneel. Dit moet blijken uit de samenstelling van het projectteam.

Financiële impuls aanvragen

Er zijn twee financiële impulsen beschikbaar.

  1. Een startimpuls van maximaal € 7.500,- (inclusief BTW). Deze impuls is bedoeld voor het uitwerken en eventueel toepassen of piloten van een idee.
  2. Een projectimpuls van € 7.500,- tot € 15.000,- (inclusief BTW). Belangrijke voorwaarde voor deze projectimpuls is dat de creatieve oplossing voorziet in de behoefte van de doelgroep.

Alle in Nederland gevestigde rechtspersonen kunnen een offerte indienen die past binnen de kaders van deze regeling.

Meer informatie

Kijk voor meer informatie, de aanvraagprocedure en de voorwaarden op de pagina Creatieve oplossingen aanpak coronavirus (COVID-19).

]]>
news-5464 Thu, 19 Mar 2020 09:44:22 +0100 Leren van wat (meestal) goed gaat https://live-nvz-api.pantheonsite.io/sites/default/files/2020-03/NVZ%20Effect%20voorjaar%202020.pdf Niet alleen focussen op de oorzaken van fouten, maar ook onderzoeken waarom het in de dagelijkse praktijk meestal goed gaat. Dat is het uitgangspunt van Safety II. Lees meer over het nieuwe veiligheidsdenken in het voorjaarsmagazine van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (pagina 12-13). news-5457 Tue, 17 Mar 2020 15:50:55 +0100 Gevolgen COVID-19 uitbraak voor subsidierondes ZonMw https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/gevolgen-covid-19-uitbraak-voor-subsidierondes-zonmw/ De zeer uitzonderlijke situatie rondom de uitbraak van het coronavirus heeft gevolgen voor het proces rondom de subsidieaanvragen van ZonMw. Wij zien ons genoodzaakt tot het nemen van passende maatregelen om zo aan te sluiten bij de maatregelen van het kabinet. Wij hechten er aan om iedereen dezelfde kans te geven voor het indienen van aanvragen, het doen van onderzoek of mee te werken in commissies of als referent aan onze rondes. In de huidige situatie wordt er veel van onze aanvragers, projectleiders, commissieleden, referenten en project- en onderzoekdeelnemers gevraagd. Om hen te ontzien hebben wij onderstaande maatregelen genomen.

Bijeenkomsten

We hebben alle bijeenkomsten tot 1 juni afgelast. Het kan zijn dat een bijeenkomst is uitgesteld. Kijk voor de actuele datum op onze agenda.

Subsidieaanvragen

Nieuwe subsidierondes gaan niet open tot 13 april. Begin april wordt de situatie opnieuw beoordeeld en volgt een eventueel aanvullend besluit.
De indieningstermijn van alle openstaande subsidieoproepen met een deadline die valt tussen 17 maart tot en met 30 april is met 2 maanden verlengd. Hierop zijn echter ook enkele uitzonderingen. Kijk voor de juiste datum in de subsidieoproep in de subsidiekalender.

Lopend onderzoek

De indieningstermijn voor voortgangs- en eindverslagen wordt met 3 maanden verlengd. Waar nodig kan een budget neutrale verlenging worden aangevraagd. Heeft u hier vragen over? Neem dan contact op met de betrokken programmamanager.

Subsidierondes in samenwerking met NWO

Deze maatregelen zijn niet van toepassing op de Vernieuwingsimpuls, Rubicon en NWA subsidierondes. Voor deze programma’s gelden de NWO-maatregelen.

Interviewrondes en beoordelingsvergaderingen

Alle interviewvergaderingen vanaf 17 maart tot en met 30 april komen te vervallen en worden op een nader te bepalen moment opnieuw ingepland. Beoordelingsvergaderingen van al ingediende subsidieaanvragen zullen via skype of telefonisch doorgang vinden. Deze vergaderingen kunnen alleen doorgaan mits het benodigde quorum gehaald wordt.

Uitzonderingen

De genoemde maatregelen gelden niet voor de volgende programma’s:

  • De deadline van 17 maart 2020 voor indiening subsidieoproep voor het Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (ZE&GG) onderzoek blijft gehandhaafd.
  • De deadline van 7 april 2020 voor indiening subsidieoproep Veelbelovende zorg, die wordt uitgevoerd door het Zorginstituut, blijft gehandhaafd.
  • De oproep Inclusieversneller ZE&GG gaat zo spoedig als mogelijk open.

Actualiteit

Afhankelijk van de actuele ontwikkelingen kan het zijn dat er nog aanvullende maatregelen volgen. Begin april wordt besloten of de hierboven genoemde maatregelen ook voor mei en juni gelden.

Blijf op de hoogte van alle ontwikkelingen rondom het coronavirus.

]]>
news-5427 Tue, 10 Mar 2020 13:02:13 +0100 Antibiotica bij een positieve urinekweek https://doenoflaten.nl/2020/02/21/antibiotica-bij-een-positieve-urinekweek-doen-of-laten/ Arts-onderzoeker Bart Laan onderzocht 2 jaar lang in het Citrienfondsprogramma Doen of Laten? het gebruik van infusen en katheters en bekeek in 7 verschillende ziekenhuizen waarom patiënten die hulpmiddelen hadden. Uit de inventarisatie van Laan bleek dat ongeveer een derde van de katheters en een kwart van de infusen niet of niet meer nodig was. news-5423 Tue, 10 Mar 2020 10:07:35 +0100 Rapport 10 implementatielessen https://www.oncologienetwerken.nl/sites/default/files/2020-02/10%20implementatielessen%20-%20Oncologienetwerken_1.pdf Dit rapport geeft op basis van uitgebreide procesevaluaties uit het Citrienfondsprogramma 'Naar regionale oncologienetwerken' 10 belangrijkste implementatielessen. Deze lessen variëren van succesfactoren die vooral spelen bij implementatie van veranderingen op de ‘werkvloer’, tot lessen over de inrichting en aanpak van het programma als geheel en randvoorwaarden op het niveau van landelijk beleid.  news-5416 Mon, 09 Mar 2020 06:00:00 +0100 Samen beslissen met mensen met verminderde gezondheidsvaardigheden https://publicaties.zonmw.nl/interviewreeks-samen-beslissen/samen-beslissen-met-mensen-met-beperkte-gezondheidsvaardigheden/ Hoe kun je als zorgverlener of zorginstelling beter omgaan en communiceren met mensen met verminderde gezondheidsvaardigheden? Janneke Noordman en Jany Rademakers (Nivel) delen hun bevindingen en geven tips en tools voor samen beslissen waar je direct mee aan de slag kunt. ‘Het begint met de afspraakbrief. Als deze niet begrijpelijk is, gaat het al mis.’ news-5314 Wed, 12 Feb 2020 10:36:32 +0100 GEANNUULEERD! Congres Goed Gebruik Geneesmiddelen 2020 'Geneesmiddelen van nu en voor later' https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/geannuuleerd-congres-goed-gebruik-geneesmiddelen-2020-geneesmiddelen-van-nu-en-voor-later/ Op donderdag 9 april organiseert ZonMw het achtste jaarlijkse congres Goed Gebruik Geneesmiddelen met als thema: 'Geneesmiddelen van nu en voor later' in de Beurs van Berlage, Amsterdam. Dit achtste GGG-congres richt zich op de actualiteit rondom gepast gebruik van geneesmiddelen. Deze dag heeft tot doel het halen, brengen en delen van kennis en het opdoen van inspiratie vanuit een veelheid aan geneesmiddelonderzoek.
Geneesmiddelengebruik en ontwikkeling staat centraal. Op welke wijze kunnen geneesmiddelen optimaal worden ingezet? Waar liggen kansen op samenwerking? Waar zijn mogelijkheden voor een geïntegreerde aanpak? En op welke wijze kunnen we ontwikkelingen stimuleren? Naast een boeiend programma biedt het GGG-congres volop gelegenheid tot netwerken, mede door de diversiteit van aanwezigen vanuit het gehele geneesmiddelenveld.

Samenwerking op gebied eerste lijn

Ook dit jaar staat de samenwerking met het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM), Bijwerkingencentrum Lareb, College ter Beoordeling Geneesmiddelen (CBG), Zorginstituut Nederland (ZiNL) en Geneesmiddelenbulletin (GeBu), met ondersteuning door het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) garant voor specifieke aandacht voor de klinische praktijk in de eerste lijn. Verschillende subsessies zijn hier specifiek op gericht en staan dan ook uitgelicht vermeld.
De inhoud van verschillende onderdelen van het congres, zowel plenair als in de subsessies, is specifiek gericht op de eerstelijns zorgprofessionals. De sessies specifiek gericht op de klinische praktijk in de eerste lijn behandelen behoefte van patiënten aan medicijninformatie, biologicals, geneesmiddelen en milieu en farmogenetica in de eerste lijn.

Plenaire thema’s: Impact van geneesmiddelen vanuit patiëntenperspectief en FAST

De aftrap van het GGG-congres wordt gedaan door de nieuwe algemeen directeur van ZonMw Véronique Timmerhuis. Vervolgens krijgen twee actuele thema’s in de plenaire sessies de aandacht. ’s Morgens staat de impact van geneesmiddelen vanuit patiëntenperspectief centraal: drie jonge, sterke vrouwen komen aan het woord die vanwege hun aandoening genoodzaakt zijn medicijnen te gebruiken. Zij zullen vanuit verschillende perspectieven de impact van medicijngebruik belichten. Zowel vanuit hun persoonlijke ervaring als vanuit een professionele context als apotheker-onderzoeker, gynaecoloog en vanuit het perspectief van jongeren met een chronische ziekte.

’s Middags staat de plenaire sessie in het teken van ‘FAST’. Een mooi en toepasselijk acroniem voor ‘Future Affordable and Sustainable Therapies’; een nieuw initiatief op het gebied van therapieontwikkeling, dat bestaande activiteiten met elkaar verbindt en nieuwe activiteiten initieert om het gehele proces van therapieontwikkeling te ondersteunen. Kwartiermaker van FAST Michel Dutrée zal samen met Hanneke de Kort, Annemiek Verkamman en Carla Hollak toelichten wat FAST inhoudt, wat de mogelijkheden zijn, welke kansen er liggen en waarom Nederland hierin een vooraanstaande positie kan verwerven. Een blik dus naar de nabije toekomst.

Het programma is gevarieerd en belicht zoals altijd de resultaten van GGG-projecten en andere innovatieve onderzoeksprojecten. De onderwerpen variëren van geneesmiddelenonderzoek bij kinderen, registraties voor onderzoek, delen van extra bijvangst, therapietrouw, psychedelica als medicijn en resultaten van onderzoek naar hart- en vaatziekten.

Nieuw dit jaar is de extra I-sessieronde met interactieve sessies die betrekking kunnen hebben op interactiviteit, inspiratie, innovatie, implementatie en informatie. Onderwerpen die hier onder andere op het programma staan zijn: AVG en andere ethische en juridische problemen, Versnellen en opstarten van multicenter onderzoek en Innovaties op gebeid van digitale farmaceutische zorgverlening.

> Bekijk het volledige programma

OPROEP

Heeft u momenteel een probleem met de beschikbaarheid van geneesmiddelen voor zeldzame aandoeningen? Is er een dreigend probleem met een geneesmiddel voor een zeldzame aandoening? Of heeft u vragen over hoe u zelf een (nieuwe) behandeling optimaal beschikbaar kunt maken voor een zeldzame aandoening?
Meld uw casus hier aan of stel een vraag. Tijdens de interactieve sessie ‘Medicijn voor de Maatschappij’ kijken we of en hoe we kunnen helpen.

Deadline: 5 maart 2020

]]>
news-5213 Tue, 04 Feb 2020 09:45:00 +0100 ‘Praat met ouderen al in het ziekenhuis over palliatieve zorg’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/praat-met-ouderen-al-in-het-ziekenhuis-over-palliatieve-zorg/ Wanneer een oudere patiënt in de palliatieve fase uit het ziekenhuis komt, zijn diens wensen en behoeften vaak onbekend of niet goed overgedragen naar andere zorgverleners. In het PalliSupport-project worden in het ziekenhuis gesprekken gevoerd met patiënt en naasten. Wensen, behoeften en afspraken komen terecht in een transmuraal zorgplan. De zorg die op maat nodig is voor de patiënt en diens naasten, op de plek van hun voorkeur, dat is volgens Marjon van Rijn (Amsterdam UMC, locatie AMC) goede netwerkzorg voor ouderen in de palliatieve fase. Van Rijn is projectleider van het ZonMw-project PalliSupport. ‘Oudere patiënten hebben vaak meerdere aandoeningen en dus ook verschillende zorgprofessionals. Komt daar palliatieve zorg bij, dan wordt goede onderlinge afstemming nog relevanter.’ Vooral samenwerking tussen tweede en eerste lijn is belangrijk, vervolgt Marijke van Daelen, huisarts in Blaricum en kaderarts palliatieve zorg. ‘Huisartsen zijn de centrale zorgverlener. Zij wisselen informatie uit met onder meer specialisten, thuiszorg en apotheek, waardoor zij de palliatieve zorg kunnen organiseren. Lastig is dat wensen en behoeften van patiënten meestal niet in de informatiesystemen staan.’

Praktisch zorgpad

PalliSupport werkt aan een ‘naadloos palliatief zorgtraject’. Met een transmuraal zorgplan, een bijbehorend digitaal systeem en met steun van een transmuraal palliatief team, voeren zorgverleners dit traject uit. Van Rijn: ‘We zijn inmiddels gestart in 5 regio’s. Vooraf hebben we gezocht naar best practices, ook elders in Europa. We hebben focusgroepen met ouderen en naasten gehouden en professionals in interviews gevraagd naar belemmeringen en kansen voor samenwerking. Vervolgens is een praktisch zorgpad ontwikkeld, dat we in een pilot hebben uitgetest. Nu gaan we dit zorgpad in de regio’s nader uitwerken en onderzoeken.’

Erover durven beginnen

Van Daelen signaleert bij ouderen een grote behoefte aan tijdige informatie over de mogelijkheden in de palliatieve fase. ‘Bij een informatiemiddag voor 75plussers in onze praktijk was er een enorme opkomst. Mensen willen er graag over nadenken, juist ook als het nog niet concreet aan de orde is.’ Van Rijn herkent deze behoefte. ‘We zien nu al dat patiënten het heel fijn vinden als er in het ziekenhuis over gesproken wordt. Ze durven er vaak zelf niet goed over te beginnen met de arts.’ En daarmee stuiten we meteen op een belangrijke belemmerende factor waar PalliSupport wat aan wil doen. Want ook zorgverleners – en zeker artsen – weten vaak niet goed hoe zij het gesprek over palliatieve zorg kunnen starten. Van Daelen: ‘Als dokter ben je toch vooral opgeleid om te behandelen, om te blijven zoeken naar mogelijkheden om te genezen, zeker in het ziekenhuis. Je leert niet om met de patiënt te bespreken wat voor hem of haar nu het belangrijkste is in het leven. Wat zijn de mogelijke consequenties van nóg een behandeling? Om dat rustig met de patiënt en diens naasten op een rij te kunnen zetten, is nog een cultuuromslag nodig.’

Vroeg leren samenwerken

Toch zien Van Rijn en Van Daelen goede kansen voor juist die cultuuromslag. Een belangrijke bevorderende factor voor goede netwerkzorg is volgens hen namelijk de ‘enorme motivatie en gedrevenheid’ bij professionals om de palliatieve zorg te verbeteren. Van Rijn: ‘Dat is erg mooi om te zien en het geeft ook vertrouwen dat de verbeteringen ook na de projectfase een plek zullen krijgen in de zorg.’ Maar enthousiasme is niet genoeg, zeggen ze er meteen bij. Zo zijn veel zorgverleners nog altijd te weinig bekend met de mogelijkheden van samenwerking tussen eerste en tweede lijn. En ook niet met de bijdrage die een transmuraal palliatief team daaraan kan leveren. Volgens Van Rijn kan het helpen als zorgprofessionals al in een veel vroeger stadium scholing over palliatieve zorg krijgen. ‘Als het gaat om leren samenwerken, is het zinvol om al in de initiële opleiding transmurale interprofessionele scholing aan te bieden. Zodat samenwerken een vanzelfsprekend onderdeel wordt van ieders competenties.’

Regie bij de patiënt

En er zijn nog wel meer uitdagingen te noemen. Van Daelen wijst op een betere ICT, met elektronische systemen die wél goed met elkaar communiceren. ‘We doen binnen PalliSupport een pilot met een persoonsgebonden systeem, waarbij de patiënt zelf de regie heeft over de relevante informatie die hij of zij met zorgverleners wil delen.’ Van Rijn benoemt het belang om als netwerk de randvoorwaarden voor samenwerking goed te organiseren. Daarvoor is geen blauwdruk te geven, want iedere regio zit weer anders in elkaar. ‘Met die randvoorwaarden bedoel ik trouwens niet alleen die op bestuurlijk niveau, dus dat de organisaties het eens zijn over de afspraken. Maar juist ook praktisch, ofwel dat zorgverleners ook echt samen de werkwijzen in de palliatieve zorg bepalen. Pas dan komt een naadloos palliatief zorgtraject in zicht.’

Drie gouden lessen voor transmurale samenwerking in de palliatieve fase

  1. Stel regelmatig de surprise question: 'Zou het mij verbazen als deze patiënt binnen een jaar zou overlijden?' Dat houdt je alert op de noodzaak om tijdig met patiënten in gesprek te gaan en met collega’s in het netwerk af te stemmen.
  2. Je bent er niet met goede afspraken op papier. Het wondermiddel voor naadloze transmurale zorg is juist ook dat simpele telefoontje met een collega in het netwerk.
  3. Schakel het transmuraal palliatief team in als er iets niet goed loopt. Zo deel je ook kennis en ervaring, inclusief die van jezelf. Van elkaar leer je uiteindelijk het meest.

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg februari 2020. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

]]>
news-5215 Fri, 24 Jan 2020 14:22:55 +0100 Meer onderzoek naar medische hulpmiddelen door nieuwe wetgeving https://publicaties.zonmw.nl/meer-onderzoek-naar-medische-hulpmiddelen-door-nieuwe-wetgeving/ Eind mei 2020 wordt de nieuwe Medical Device Regulation (MDR) van kracht. De MDR vloeit voort uit een binnen Europa breed gedeelde wens om de veiligheid en prestaties van medische hulpmiddelen beter wettelijk te borgen. De nieuwe MDR vervangt drie eerdere richtlijnen. Deze zijn aangescherpt en hebben als Europese wet een meer bindend karakter. news-5195 Tue, 21 Jan 2020 09:57:00 +0100 Tweet Nivel over promotie Aukelien Scheffelaar https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tweet-nivel-over-promotie-aukelien-scheffelaar/ news-5129 Fri, 10 Jan 2020 10:55:44 +0100 Rol voor e-health in transitie van zorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/rol-voor-e-health-in-transitie-van-zorg/ De zorg verbeteren met behulp van informatietechnologie is een aansprekende en schijnbaar voor de hand liggende oplossing voor de huidige en voorziene problematiek binnen de zorg, zoals de toenemende vergrijzing en oplopende personeelstekorten. Het sluit ook aan bij de maatschappelijke tendens waar informatietechnologie een prominente rol heeft binnen de persoonlijke levenssfeer. Het zou niet alleen vreemd, maar ook onwenselijk zijn als de gezondheidszorg achterblijft bij de ontwikkelingen op dit terrein. 

Citrienprogramma e-health

In potentie speelt e-health een betekenisvolle rol in de transitie van zorg. E-health biedt de mogelijkheid om patiënten gelijkwaardiger en vollediger te informeren over aandoeningen en behandelopties. Daarbij kunnen fysieke waarden op afstand worden gemonitord, buiten de muren van het ziekenhuis. De mogelijkheden zijn talrijk en inspirerend. Het vakgebied trekt dan ook veel ondernemende en creatieve denkers aan die met behulp van technologie een oplossing zoeken voor problemen of suboptimale situaties in de klinische praktijk. Toch heeft e-health tot op heden niet de verwachte vlucht genomen. De meeste e-health projecten ontstijgen de pilotfase niet of nauwelijks. Maar waarom? Het heeft te maken met de ongekende complexiteit van e-health implementatie. Want het is een ingrijpende exercitie, waarbij veranderende werkprocessen, it-infrastructuur, wet- en regelgeving en financiering bepalende factoren zijn. Om verder te komen zijn onderlinge samenwerking en het delen van bestaande expertise cruciaal.

Het programma wil daarin een stuwende en verbindende factor te zijn. In de periode van 2019-2022 ligt de focus op het implementeren en uitbreiden van bewezen e-health toepassingen. Een belangrijke voorwaarde is dat universitair medische centra succesvolle e-health toepassingen overnemen van andere umc’s of van externe partners.

4 succesvolle e-health concepten

Er zijn 4 succesvolle concepten uit de eerdere fase van het Citrienprogramma e-health (Citrien-1: 2016-2019) aangewezen. Het gaat om de volgende projecten: Telemonitoring hartklachten, Telemonitoring zwangeren, Telemonitoring vitale functies en Medicatieverificatie via het patiëntenportaal. In het onderstaande wordt kort ingegaan op deze projecten en de bij behorende ambities.

1. Telemonitoring hartklachten
De ambitie van de umc’s is dat hartpatiënten vanaf 18 jaar met hartritmestoornissen thuis hun hartritme kunnen monitoren. Het thuis meten van hartritmestoornissen in niet-acute situaties willen we vóór 2023 behalen. Met als doel een accuratere inschatting van klachten in de thuissituatie, waardoor de aangeboden zorg beter kan worden afgestemd op de persoonlijke situatie van de patiënt. Verondersteld wordt dat dit zal leiden tot hogere betrokkenheid en tevredenheid bij patiënten.

2. Telemonitoring zwangeren
Bij zwangeren met een hoog risico op hypertensie moet met grote regelmaat de bloeddruk worden gemeten. Als dit op de polikliniek wordt gedaan, betekent dat een grote belasting voor patiënten, maar ook voor instellingen. Met telemonitoring wordt dit probleem opgelost doordat de metingen thuis worden verricht. Het doel van de umc’s is om dit concept breed te implementeren, binnen andere umc’s en overige (regionale) zorginstellingen. Dit zal leiden tot een significante verandering van de geboortezorg in Nederland met een grote maatschappelijke impact. De uiteindelijke doelen zijn het vergroten van de patiënttevredenheid én de werkbeleving van de zorgverleners, maar ook het reduceren van de kosten.

3. Telemonitoring vitale functies
Op verpleegafdelingen worden de vitale functies van patiënten na een operatie met tussenpozen en handmatig gemeten. Hierdoor wordt achteruitgang van patiënten niet altijd tijdig herkend. In de eerste Citrienfondsfase zijn veel inzichten verworven over het gebruik van zogenaamde slimme pleisters om de vitale functies van patiënten in de gaten te houden. De ambitie voor de komende jaren is om het gebruik van slimme pleisters na een operatie te implementeren en te implementeren binnen de verpleegafdelingen van andere umc’s en regionale partners. Het doel is om hiermee op grote schaal een verbetering van zorgkwaliteit te bewerkstelligen en een aandeel te leveren in toekomstbestendige zorg.

4. Medicatieverificatie via het patiëntenportaal
Juiste informatie over het gebruik van medicatie is van groot belang. Bij medicatieverificatie vraagt een zorgverlener bij de patiënt na of de informatie die bekend is bij de ziekenhuisapotheek klopt met wat de patiënt daadwerkelijk gebruikt. Met name in de umc’s, waar patiënten met complexe problematiek komen, kost dit vaak veel tijd. Een veelbelovende strategie om deze medicatieverificatie te verbeteren, is het inzetten van e-health toepassingen, zoals een online patiëntenportaal. Daarmee kan een patiënt thuis en vooraf al invullen welke medicatie hij of zij gebruikt. De ambitie van Citrienprogramma e-health is om deze digitale manier van medicatieverificatie met de patiënt vorm te geven.

Opschalingskaart Nederland

Naast bovenstaande projecten, worden er vanuit verschillende umc’s implementatie trajecten gestart met externe partners. De hoeveelheid aan projecten en de status van opschaling binnen Nederland wordt via de website van het programma gedeeld.

Kennisdeling

De ervaringen die tijdens de implementatie en opschalingstrajecten worden opgedaan, worden vastgelegd en gedeeld via verschillende kanalen, waaronder de programmawebsite.

Meer informatie

Het Citrienprogramma e-health maakt onderdeel uit van het Citrienfonds. Het Citrienfonds is een initiatief van de NFU en ZonMw. En werkt aan de juiste zorg met de juiste informatie op de juiste plek.

 

]]>
news-5115 Fri, 10 Jan 2020 07:38:00 +0100 Nieuw programma van start: Safety II en veiligheidsergonomie https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuw-programma-van-start-safety-ii-en-veiligheidsergonomie/ Werken de principes van Safety II ook in de praktijk van de ziekenhuiszorg in Nederland? En leveren ze een bijdrage aan veiligere zorg voor patiënten? Deze vragen staan centraal in het nieuwe programma Safety II en veiligheidsergonomie. Begin april komt de eerste subsidieoproep online. Aanleiding

In het plan van aanpak ‘Tijd voor verbinding: de volgende stap voor patiëntveiligheid in ziekenhuizen’ is pijler 3 gericht op het onderwerp Safety II en veiligheidsergonomie. Hoewel Safety II vrij uitvoerig theoretisch is beschreven, staat de vertaling naar de klinische praktijk nog in de kinderschoenen.

Doel onderzoeksprogramma

Het doel van het programma Safety II en veiligheidsergonomie is om te onderzoeken of de principes van Safety II ook werken in de praktijk van de ziekenhuiszorg in Nederland en of ze ook een bijdrage leveren aan veiligere zorg voor patiënten. Het gaat om een lerend programma als onderdeel van het totale programma ‘Tijd voor verbinding’, waardoor een beweging op gang wordt gebracht die de borging van de aanpak verder in de praktijk zal verankeren.

Positieve benadering veiligheid

Uitgangspunt bij Safety II is dat patiëntveiligheid wordt vergroot door te focussen op aanpassingsvermogen en veerkracht (resilience) van professionals in de context waarin zij werken. Bij Safety II wordt veiligheid vanuit een positieve benadering onderzocht in haar AANwezigheid in plaats van onderzoek uitsluitend naar fouten en dus AFwezigheid van veiligheid. Dat wat dagelijks goed gaat wordt zichtbaar gemaakt en verbeterd; daarvan wordt geleerd en dit wordt verder ondersteund en verspreid.

5 elementen

Het programma loopt t/m 2023 en omvat 5 elementen:

  1. We starten met het (laten) opstellen van een kennissynthese die focus en prioritering aanbrengt.
  2. Vervolgens vindt een subsidieronde met lerende trajecten plaats in de vorm van actieonderzoeken. We verwachten dat we deze subsidieoproep begin april 2020 online kunnen zetten.
  3. Deze trajecten worden geëvalueerd.  
  4. De werkzame elementen worden vervolgens in een tweede subsidieronde uitgezet in het veld.
  5. Na evaluatie van de opbrengsten van de tweede subsidieronde ontstaat inzicht in de werkzame elementen van Safety II. Dit brengt een beweging opgang die kennis verspreidt.

Meer informatie

]]>
news-5118 Thu, 09 Jan 2020 10:59:29 +0100 Actieonderzoek innovatieve zorg https://publicaties.zonmw.nl/actieonderzoek-innovatieve-zorg/ Actieonderzoek is cyclisch en stapsgewijs onderzoeken, veranderen en innoveren in de praktijk. Hoe lopen de projecten van het programma Actieonderzoek Innovatieve Zorg? Wat komen de innovatoren tegen en wat leren ze daarvan? news-5093 Fri, 03 Jan 2020 11:23:02 +0100 Luisterconsulten voor zingevingszorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/luisterconsulten-voor-zingevingszorg/ Luisterspreekuren blijken een goede manier te zijn om zingevingszorg meer te integreren in eerstelijns palliatieve zorg. Dit blijkt uit het pilotproject 'Luisterconsulten' vanuit Stichting PaTz en Amsterdam UMC. Pilot

In deze pilot zijn van december 2018 tot september 2019 luisterspreekuren gehouden in huisartsenpraktijken horende bij 3 PaTz-groepen. In de deelnemende PaTz-groepen heeft een geestelijk verzorger een luisterspreekuur gehouden waar artsen en wijkverpleegkundigen een patiënt, en/of naaste daarvan, in de palliatieve fase naar toe kon verwijzen wanneer er zingevingsvragen zijn. Ook namen de geestelijk verzorgers deel aan de PaTz-bijeenkomsten om daar hun expertise te delen met huisartsen en wijkverpleegkundigen. De pilot is zowel procesmatig als inhoudelijk geëvalueerd. De consulten waren voor zowel patiënten, naasten, zorgverleners en PaTz-groepen van meerwaarde.

Aandacht voor zingevingszorg

Hanna Klop, onderzoeker palliatieve zorg bij het UMC in Amsterdam: 'Deze pilot laat zien dat luisterspreekuren en de aanwezigheid van een geestelijk verzorger bij PaTz-groepen zorgt voor meer aandacht voor en meer inzet van geestelijke zorg in palliatieve zorg in de eerste lijn. Gesprekken met geestelijk verzorgers middels thuisbezoeken werden vooral gebruikt door naasten en waren vooral rouwgerelateerd, en door zowel naasten als patiënten erg gewaardeerd. Aanwezigheid van de geestelijk verzorger bij PaTz-groepen zorgde voor een bredere blik op geestelijke zorg en scholing hielp bij het herkennen en uitvragen van zingevingsvragen. Scholing bleek concreet te resulteren in doorverwijzingen.'

Intergratie in palliatieve zorg

'De pilot maakt ook zichtbaar dat het integreren van zingevingszorg in eerstelijns palliatieve zorg een (tijds)intensief proces van elkaar leren kennen is, niet elke zorgverlener de relevantie van zingevingsvragen en/of luisterspreekuren inziet, en dat bewustwording voor zingevingsvragen onder PaTz-groepsleden tijd nodig heeft. Een thuisbezoek-op-afspraak blijkt beter bij de huidige zorgpraktijk aan te sluiten. De term ‘luisterspreekuur’ dekt echter mogelijk niet de vorm en inhoud van de integratie van zingevingszorg in de eerste lijn op deze wijze, aanbevolen wordt een andere term, zoals 'luisterconsult' te gebruiken,' alsdus Klop.

Meer informatie

 

]]>
news-5090 Wed, 01 Jan 2020 07:25:00 +0100 Benoeming nieuw bestuurslid ZonMw https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/benoeming-nieuw-bestuurslid-zonmw/ Carlijn Bouten is per 1 januari 2020 benoemd als bestuurslid van ZonMw. Zij is officieel voor 3 jaar benoemd door minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Raad van Bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. ZonMw verwelkomt haar van harte in het bestuur; Carlijn Bouten brengt expertise en een invalshoek mee die verrijkend is voor ZonMw.
Prof. dr. Carlijn Bouten is hoogleraar Cell-Matrix Interactions in Cardiovascular Regeneration bij de afdeling Biomedical Engineering (onderzoeksgroep Soft Tissue Engineering & Mechanobiology) van de Technische Universiteit Eindhoven. Haar onderzoeksgroep onderzoekt het samenspel tussen levende cellen en de mechanobiologische signalen afkomstig van de extracellulaire matrix onder omstandigheden van weefselgroei, aanpassing en regeneratie en degeneratie. Ze ontving in 2002 de Aspasia Career Development Award van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), die haar een Vici-beurs heeft toegekend voor haar onderzoek naar hartklepweefseltechniek in 2003. Van 2005-2010 was Carlijn Bouten lid van de Jonge Academie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Sinds 2017 leidt ze het nationale gravitatieprogramma Materials-Driven Regeneration. In datzelfde jaar werd ze gekozen tot lid van de KNAW.

Opvolger Cisca Wijmenga

Carlijn Bouten vervult de vacature die is ontstaan door het vertrek van Cisca Wijmenga. Prof. dr. Cisca Wijmenga heeft haar bestuursfunctie bij ZonMw neergelegd na haar benoeming tot Rector Magnificus van de Universiteit Groningen.

Meer informatie

]]>
news-5077 Thu, 19 Dec 2019 09:23:00 +0100 Tweet Harm van Noort over Basic Care Revisited https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tweet-harm-van-noort-over-basic-care-revisited/ news-5091 Thu, 12 Dec 2019 09:21:00 +0100 Met Oncokompas betere kwaliteit van leven na kanker https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/met-oncokompas-betere-kwaliteit-van-leven-na-kanker/ Het Oncokompas is een online hulpmiddel dat mensen helpt om de kwaliteit van hun leven te verbeteren na kanker. 'Niet alleen na de behandeling, maar vaak nog jaren daarna beïnvloedt de ziekte het leven van de ex-patiënt', aldus Irma Verdonck, hoogleraar psychosociale oncologie bij Amsterdam UMC en de Vrije Universiteit Amsterdam. 'Onderzoek wijst uit dat het Oncokompas deze mensen kan ondersteunen.' Het onderzoek is gepubliceerd in Lancet Oncology. Het Oncokompas verbetert de kwaliteit van leven, vermindert symptomen en is kosteneffectief. Ook brengt het de oncologische nazorg dichter bij huis en verbetert het de informatievoorziening over de mogelijkheden van nazorg bij kanker. 'We zijn verheugd dat nu wetenschappelijk is vastgesteld dat het Oncokompas ex-patiënten kan ondersteunen om meer grip te krijgen op hun leven na kanker', zegt Verdonck die het onderzoek in 2016 opzette samen met Anja van der Hout van de Vrije Universiteit Amsterdam en Lonneke van der Poll van het IKNL en NKI, en met andere partijen. Van 2016 tot 2018 deden 14 ziekenhuizen mee in een landelijk gerandomiseerd onderzoek naar de effectiviteit van het Oncokompas onder kankeroverlevenden van borst-, darm-, hoofd-hals of lymfeklierkanker. In totaal deden 625 mensen mee aan deze studie.

Je leven weer op de rit krijgen

Ex-kankerpatiënten kunnen na de behandeling nog allerlei lichamelijke en psychische klachten hebben. Terugkeren naar werk of het aanvragen van een hypotheek of een verzekering blijkt voor mensen die kanker hebben gehad ingewikkelder te zijn dan voor andere mensen. Het Oncokompas biedt praktische informatie, inzichten en adviezen aan ex-patiënten met alle vormen van kanker. Daarnaast zijn er speciale modules voor mensen met borstkanker, darmkanker, hoofd-halskanker, lymfeklierkanker of melanoom. Mensen die zijn genezen van kanker en interesse hebben in het Oncokompas vinden hier informatie voor patiënten.

Oncokompas in academische ziekenhuizen

In 2020 voeren alle Nederlandse academische ziekenhuizen het Oncokompas op aanraden van het NFU Citrienfonds. Ook andere ziekenhuizen zijn geïnteresseerd. Zorgprofessionals die vanaf 2020 het Oncokompas willen aanbieden aan patiënten, vinden hier informatie voor zorgverleners.

Onderzoek naar Oncokompas bij partners van kankerpatiënten

Bent u partner van iemand met een ongeneeslijke vorm van kanker? Wilt u meedoen aan wetenschappelijk onderzoek? Dan kunt u zich hier aanmelden.

Meer informatie

 

]]>
news-5010 Wed, 11 Dec 2019 09:25:10 +0100 Een schatkamer voor de zorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/een-schatkamer-voor-de-zorg/ Data bieden een schat aan informatie voor de zorg. Je kunt er bijvoorbeeld mee bepalen welke therapie bij welke patiënt werkt, hoe het zorgbudget is te beheersen of het proefdiergebruik kunt verminderen. Toch zit die schatkamer vaak op slot. Peter van der Spek, geneticus en hoogleraar Klinische Bioinformatica/Pathologie bij het Erasmus MC, heeft een idee waar en hoe we de sleutel kunnen vinden. ‘Jonge dokters moeten weten wat we met data kunnen doen.’
In het zorglandschap van vandaag de dag nemen data een grote rol in. Onderzoekers verzamelen steeds meer genetische informatie, die steeds belangrijker wordt bij het bepalen van gepersonaliseerde therapieën, zoals bij de behandeling bij kanker en auto- immuunziekten. Peter van der Spek: ‘Meer data betekent meer inzicht in de moleculaire processen van het menselijk lichaam, in de genetische oorzaak van een aandoening, of waar en hoe een medicijn ingrijpt op deze processen. Zo verzamelen we steeds meer generieke inzichten over grote datasets.’ Die inzichten kunnen artsen gebruiken voor een uitspraak over een individuele patiënt, zoals het optimaliseren van een therapie of het inschatten van een risico bij een patiënt of eventuele nakomelingen.

Vertaalslag

Maar voordat een arts op basis van data een patiënt een gepersonaliseerde therapie kan geven, is een vertaalslag nodig naar de klinische praktijk. Dat zorgt soms voor ingewikkelde vraagstukken. Van der Spek: ‘Twee patiënten met dezelfde genetische mutatie presenteren zich niet altijd identiek. Er zijn vijf grote dataproducenten in de kliniek: oncologie, neurologie, cardiologie, immunologie en kindergeneeskunde. Voor een arts kan het heel verwarrend zijn dat een ziektebeeld, gebaseerd op dezelfde genetische mutatie, zich afhankelijk van het specialisme heel anders kan manifesteren.’ Daarom komen patiënten niet altijd meteen op de juiste afdeling terecht.

Alle stekkers uit de muur

In een ideale wereld communiceren artsen uit die verschillende beroepsgroepen daarom meer met elkaar, over de grenzen van hun specialismen heen. Maar de realiteit is anders, zegt Van der Spek. ‘In wetenschappelijk onderzoek bestaan veel verschillende platformen om data beschikbaar te maken, maar die zijn vaak niet op elkaar afgestemd. De data zijn daardoor niet samen te voegen. En na de afronding van een project worden vaak alle stekkers uit de muur getrokken omdat het geld op is.’ In de echte wereld bestaan nauwelijks herbruikbare, deelbare data. Die zijn volgens Van der Spek alleen terug te vinden bij fundamenteel opererende onderzoeksgroepen met voldoende kritische massa.

Dwarsverbanden

Bovendien is het kostbaar om al die data te bewaren onder handbereik. ‘Op basis van de drie miljard letters die ons genoom heeft, zijn bij ieder persoon ongeveer 300.000 verschillen te vinden’, zegt Van der Spek. ‘Je wil al die verschillen opslaan om te bepalen waar de patiënt afwijkt van de referentie.’ En dat illustreert de noodzaak voor grote, makkelijk te navigeren databases om al die informatie in kaart te brengen, voordat bio-informatici zoals Van der Spek daarmee aan de slag kunnen. ‘Als je het in één grote doorzoekbare bak stopt, kan je pas dwarsverbanden gaan zien.’ Maar zonder geld om de data ook na afronding van een project in de lucht te houden, blijven dit soort grote databases toekomstmuziek.

Tijdbom

Mochten individuele specialisten toch hun data willen delen, dan wordt het ze niet makkelijk gemaakt. Want van de opslagruimte tot de fysieke kabels die de data moeten vervoeren: de infrastructuur in Nederland is daar onvoldoende op toegerust. Van der Spek: ‘Onderzoekers krijgen van hun werkgever of de overheid onvoldoende middelen en ondersteuning om hun eigen data in de lucht te houden. Je kunt van een onderzoeker niet verwachten dat hij dat allemaal zelf regelt. Data herbruikbaar maken en houden kost geld, maar dat structurele geld is er niet.’ Bovendien is er onvoldoende bescherming van de veiligheid van gecentraliseerde data. Een grote database vol patiëntinformatie is waardevol. ‘Het kan een interessant doelwit zijn voor hackers. Je moet die data goed kunnen afschermen, anders ben je een tikkende tijdbom.’

Efficiënt beslissen

Ondertussen loopt Van der Spek zelf op de muziek vooruit door ‘gewoon Rotterdams’ te laten zien wat technologisch mogelijk is op het gebied van toegankelijkheid van data. Achttien gezamenlijke PhD-studenten helpen hem wegwijs te raken in de schat aan data en de broodnodige interdisciplinaire samenwerkingen. Deze jonge onderzoekers zijn voor vijftig procent ondergebracht bij de afdeling Pathologie/Bioinformatica van het Erasmus MC, en voor de andere vijftig procent bij een klinische afdeling. Van der Spek: ‘Een oncoloog krijgt in zijn opleiding maar een paar uur onderwijs over (big) data. Maar de geneeskunde is aan het veranderen. Jonge dokters moeten weten wat we met alle beschikbare data kunnen doen.’

Faciliteren

Van der Spek vindt dat belanghebbenden een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben bij het delen van data. ‘Voor veel onderzoekers is dat nog te bedreigend, dus blijven ze het liefst op hun eigen eilandje zitten. Maar delen is essentieel om de meest efficiënte klinische beslissing te kunnen nemen.’ De overheid moet daarom strategische partners aanwijzen voor het opzetten van de nodige centrale infrastructuur, vindt Van der Spek. Daarbij is een rol weggelegd voor alle belanghebbenden: financiers zoals ZonMw en het ministerie van VWS, maar ook universiteiten of UMC’s. Ook de onderzoeksgroepen zelf moeten hun steentje bijdragen. ‘In Nederland baseren we bijna driekwart van al het werk in de kliniek op diagnostiek. Voor een duurzaam Nederlands onderzoeksklimaat moeten data daar deel van gaan uitmaken. Herbruikbaarheid van data kost nu eenmaal geld.’

Hoe stimuleert ZonMw de toegankelijkheid en herbruikbaarheid van data?

ZonMw financiert ruim honderd onderzoeksprogramma’s op het gebied van gezondheid en zorginnovatie, variërend van sterk praktijkgericht tot fundamenteel onderzoek. Al die projecten leveren data op, die ook ergens moeten worden bewaard en toegankelijk moeten zijn voor hergebruik.
Sinds 2013 heeft ZonMw daarom een datamanagementbeleid, zegt Margreet Bloemers, projectleider Toegang tot data bij ZonMw. ‘Dat houdt in dat we ons inspannen om de onderzoeker te stimuleren en ondersteunen om de data zo deelbaar mogelijk te maken. We proberen in onze programma’s de onderzoekers richting standaarden te sturen. Dat zorgt voor meer uitwisselbare en herbruikbare data.’
ZonMw hanteert hierbij de FAIR-principes, die inmiddels internationaal erkend zijn. Deze houden in dat data vindbaar moeten zijn (Findable), en te identificeren door middel van gegevens die de dataset beschrijven, de metadata. De data moet daarnaast toegankelijk (Accessible) zijn, begrijpelijk voor mens en machine, en veilig en langdurig worden opgeslagen. Bovendien moeten andere onderzoekers en hun computers de data makkelijk kunnen gebruiken en vergelijken door het gebruik van een gezamenlijke taal (Interoperable). Tot slot moet inzichtelijk zijn voor collega-onderzoekers wat de herkomst is van de data, bijvoorbeeld in wat voor condities deze tot stand zijn gekomen, zodat ze weten wat ze moeten doen om de data te hergebruiken (Reusable).

Tekst: Koen Scheerders

 

 

 

 

 

 

 

 

]]>