ZonMw tijdlijn Medisch specialistische zorg https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Medisch specialistische zorg nl-nl Sat, 18 Jan 2020 04:05:49 +0100 Sat, 18 Jan 2020 04:05:49 +0100 TYPO3 news-5129 Fri, 10 Jan 2020 10:55:44 +0100 Rol voor e-health in transitie van zorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/rol-voor-e-health-in-transitie-van-zorg/ De zorg verbeteren met behulp van informatietechnologie is een aansprekende en schijnbaar voor de hand liggende oplossing voor de huidige en voorziene problematiek binnen de zorg, zoals de toenemende vergrijzing en oplopende personeelstekorten. Het sluit ook aan bij de maatschappelijke tendens waar informatietechnologie een prominente rol heeft binnen de persoonlijke levenssfeer. Het zou niet alleen vreemd, maar ook onwenselijk zijn als de gezondheidszorg achterblijft bij de ontwikkelingen op dit terrein. 

Citrienprogramma e-health

In potentie speelt e-health een betekenisvolle rol in de transitie van zorg. E-health biedt de mogelijkheid om patiënten gelijkwaardiger en vollediger te informeren over aandoeningen en behandelopties. Daarbij kunnen fysieke waarden op afstand worden gemonitord, buiten de muren van het ziekenhuis. De mogelijkheden zijn talrijk en inspirerend. Het vakgebied trekt dan ook veel ondernemende en creatieve denkers aan die met behulp van technologie een oplossing zoeken voor problemen of suboptimale situaties in de klinische praktijk. Toch heeft e-health tot op heden niet de verwachte vlucht genomen. De meeste e-health projecten ontstijgen de pilotfase niet of nauwelijks. Maar waarom? Het heeft te maken met de ongekende complexiteit van e-health implementatie. Want het is een ingrijpende exercitie, waarbij veranderende werkprocessen, it-infrastructuur, wet- en regelgeving en financiering bepalende factoren zijn. Om verder te komen zijn onderlinge samenwerking en het delen van bestaande expertise cruciaal.

Het programma wil daarin een stuwende en verbindende factor te zijn. In de periode van 2019-2022 ligt de focus op het implementeren en uitbreiden van bewezen e-health toepassingen. Een belangrijke voorwaarde is dat universitair medische centra succesvolle e-health toepassingen overnemen van andere umc’s of van externe partners.

4 succesvolle e-health concepten

Er zijn 4 succesvolle concepten uit de eerdere fase van het Citrienprogramma e-health (Citrien-1: 2016-2019) aangewezen. Het gaat om de volgende projecten: Telemonitoring hartklachten, Telemonitoring zwangeren, Telemonitoring vitale functies en Medicatieverificatie via het patiëntenportaal. In het onderstaande wordt kort ingegaan op deze projecten en de bij behorende ambities.

1. Telemonitoring hartklachten
De ambitie van de umc’s is dat hartpatiënten vanaf 18 jaar met hartritmestoornissen thuis hun hartritme kunnen monitoren. Het thuis meten van hartritmestoornissen in niet-acute situaties willen we vóór 2023 behalen. Met als doel een accuratere inschatting van klachten in de thuissituatie, waardoor de aangeboden zorg beter kan worden afgestemd op de persoonlijke situatie van de patiënt. Verondersteld wordt dat dit zal leiden tot hogere betrokkenheid en tevredenheid bij patiënten.

2. Telemonitoring zwangeren
Bij zwangeren met een hoog risico op hypertensie moet met grote regelmaat de bloeddruk worden gemeten. Als dit op de polikliniek wordt gedaan, betekent dat een grote belasting voor patiënten, maar ook voor instellingen. Met telemonitoring wordt dit probleem opgelost doordat de metingen thuis worden verricht. Het doel van de umc’s is om dit concept breed te implementeren, binnen andere umc’s en overige (regionale) zorginstellingen. Dit zal leiden tot een significante verandering van de geboortezorg in Nederland met een grote maatschappelijke impact. De uiteindelijke doelen zijn het vergroten van de patiënttevredenheid én de werkbeleving van de zorgverleners, maar ook het reduceren van de kosten.

3. Telemonitoring vitale functies
Op verpleegafdelingen worden de vitale functies van patiënten na een operatie met tussenpozen en handmatig gemeten. Hierdoor wordt achteruitgang van patiënten niet altijd tijdig herkend. In de eerste Citrienfondsfase zijn veel inzichten verworven over het gebruik van zogenaamde slimme pleisters om de vitale functies van patiënten in de gaten te houden. De ambitie voor de komende jaren is om het gebruik van slimme pleisters na een operatie te implementeren en te implementeren binnen de verpleegafdelingen van andere umc’s en regionale partners. Het doel is om hiermee op grote schaal een verbetering van zorgkwaliteit te bewerkstelligen en een aandeel te leveren in toekomstbestendige zorg.

4. Medicatieverificatie via het patiëntenportaal
Juiste informatie over het gebruik van medicatie is van groot belang. Bij medicatieverificatie vraagt een zorgverlener bij de patiënt na of de informatie die bekend is bij de ziekenhuisapotheek klopt met wat de patiënt daadwerkelijk gebruikt. Met name in de umc’s, waar patiënten met complexe problematiek komen, kost dit vaak veel tijd. Een veelbelovende strategie om deze medicatieverificatie te verbeteren, is het inzetten van e-health toepassingen, zoals een online patiëntenportaal. Daarmee kan een patiënt thuis en vooraf al invullen welke medicatie hij of zij gebruikt. De ambitie van Citrienprogramma e-health is om deze digitale manier van medicatieverificatie met de patiënt vorm te geven.

Opschalingskaart Nederland

Naast bovenstaande projecten, worden er vanuit verschillende umc’s implementatie trajecten gestart met externe partners. De hoeveelheid aan projecten en de status van opschaling binnen Nederland wordt via de website van het programma gedeeld.

Kennisdeling

De ervaringen die tijdens de implementatie en opschalingstrajecten worden opgedaan, worden vastgelegd en gedeeld via verschillende kanalen, waaronder de programmawebsite.

Meer informatie

Het Citrienprogramma e-health maakt onderdeel uit van het Citrienfonds. Het Citrienfonds is een initiatief van de NFU en ZonMw. En werkt aan de juiste zorg met de juiste informatie op de juiste plek.

 

]]>
news-5115 Fri, 10 Jan 2020 07:38:00 +0100 Nieuw programma van start: Safety II en veiligheidsergonomie https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuw-programma-van-start-safety-ii-en-veiligheidsergonomie/ Werken de principes van Safety II ook in de praktijk van de ziekenhuiszorg in Nederland? En leveren ze een bijdrage aan veiligere zorg voor patiënten? Deze vragen staan centraal in het nieuwe programma Safety II en veiligheidsergonomie. Begin april komt de eerste subsidieoproep online. Aanleiding

In het plan van aanpak ‘Tijd voor verbinding: de volgende stap voor patiëntveiligheid in ziekenhuizen’ is pijler 3 gericht op het onderwerp Safety II en veiligheidsergonomie. Hoewel Safety II vrij uitvoerig theoretisch is beschreven, staat de vertaling naar de klinische praktijk nog in de kinderschoenen.

Doel onderzoeksprogramma

Het doel van het programma Safety II en veiligheidsergonomie is om te onderzoeken of de principes van Safety II ook werken in de praktijk van de ziekenhuiszorg in Nederland en of ze ook een bijdrage leveren aan veiligere zorg voor patiënten. Het gaat om een lerend programma als onderdeel van het totale programma ‘Tijd voor verbinding’, waardoor een beweging op gang wordt gebracht die de borging van de aanpak verder in de praktijk zal verankeren.

Positieve benadering veiligheid

Uitgangspunt bij Safety II is dat patiëntveiligheid wordt vergroot door te focussen op aanpassingsvermogen en veerkracht (resilience) van professionals in de context waarin zij werken. Bij Safety II wordt veiligheid vanuit een positieve benadering onderzocht in haar AANwezigheid in plaats van onderzoek uitsluitend naar fouten en dus AFwezigheid van veiligheid. Dat wat dagelijks goed gaat wordt zichtbaar gemaakt en verbeterd; daarvan wordt geleerd en dit wordt verder ondersteund en verspreid.

5 elementen

Het programma loopt t/m 2023 en omvat 5 elementen:

  1. We starten met het (laten) opstellen van een kennissynthese die focus en prioritering aanbrengt.
  2. Vervolgens vindt een subsidieronde met lerende trajecten plaats in de vorm van actieonderzoeken. We verwachten dat we deze subsidieoproep begin april 2020 online kunnen zetten.
  3. Deze trajecten worden geëvalueerd.  
  4. De werkzame elementen worden vervolgens in een tweede subsidieronde uitgezet in het veld.
  5. Na evaluatie van de opbrengsten van de tweede subsidieronde ontstaat inzicht in de werkzame elementen van Safety II. Dit brengt een beweging opgang die kennis verspreidt.

Meer informatie

]]>
news-5118 Thu, 09 Jan 2020 10:59:29 +0100 Actieonderzoek innovatieve zorg https://publicaties.zonmw.nl/actieonderzoek-innovatieve-zorg/ Actieonderzoek is cyclisch en stapsgewijs onderzoeken, veranderen en innoveren in de praktijk. Hoe lopen de projecten van het programma Actieonderzoek Innovatieve Zorg? Wat komen de innovatoren tegen en wat leren ze daarvan? news-5093 Fri, 03 Jan 2020 11:23:02 +0100 Luisterconsulten voor zingevingszorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/luisterconsulten-voor-zingevingszorg/ Luisterspreekuren blijken een goede manier te zijn om zingevingszorg meer te integreren in eerstelijns palliatieve zorg. Dit blijkt uit het pilotproject 'Luisterconsulten' vanuit Stichting PaTz en Amsterdam UMC. Pilot

In deze pilot zijn van december 2018 tot september 2019 luisterspreekuren gehouden in huisartsenpraktijken horende bij 3 PaTz-groepen. In de deelnemende PaTz-groepen heeft een geestelijk verzorger een luisterspreekuur gehouden waar artsen en wijkverpleegkundigen een patiënt, en/of naaste daarvan, in de palliatieve fase naar toe kon verwijzen wanneer er zingevingsvragen zijn. Ook namen de geestelijk verzorgers deel aan de PaTz-bijeenkomsten om daar hun expertise te delen met huisartsen en wijkverpleegkundigen. De pilot is zowel procesmatig als inhoudelijk geëvalueerd. De consulten waren voor zowel patiënten, naasten, zorgverleners en PaTz-groepen van meerwaarde.

Aandacht voor zingevingszorg

Hanna Klop, onderzoeker palliatieve zorg bij het UMC in Amsterdam: 'Deze pilot laat zien dat luisterspreekuren en de aanwezigheid van een geestelijk verzorger bij PaTz-groepen zorgt voor meer aandacht voor en meer inzet van geestelijke zorg in palliatieve zorg in de eerste lijn. Gesprekken met geestelijk verzorgers middels thuisbezoeken werden vooral gebruikt door naasten en waren vooral rouwgerelateerd, en door zowel naasten als patiënten erg gewaardeerd. Aanwezigheid van de geestelijk verzorger bij PaTz-groepen zorgde voor een bredere blik op geestelijke zorg en scholing hielp bij het herkennen en uitvragen van zingevingsvragen. Scholing bleek concreet te resulteren in doorverwijzingen.'

Intergratie in palliatieve zorg

'De pilot maakt ook zichtbaar dat het integreren van zingevingszorg in eerstelijns palliatieve zorg een (tijds)intensief proces van elkaar leren kennen is, niet elke zorgverlener de relevantie van zingevingsvragen en/of luisterspreekuren inziet, en dat bewustwording voor zingevingsvragen onder PaTz-groepsleden tijd nodig heeft. Een thuisbezoek-op-afspraak blijkt beter bij de huidige zorgpraktijk aan te sluiten. De term ‘luisterspreekuur’ dekt echter mogelijk niet de vorm en inhoud van de integratie van zingevingszorg in de eerste lijn op deze wijze, aanbevolen wordt een andere term, zoals 'luisterconsult' te gebruiken,' alsdus Klop.

Meer informatie

 

]]>
news-5090 Wed, 01 Jan 2020 07:25:00 +0100 Benoeming nieuw bestuurslid ZonMw https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/benoeming-nieuw-bestuurslid-zonmw/ Carlijn Bouten is per 1 januari 2020 benoemd als bestuurslid van ZonMw. Zij is officieel voor 3 jaar benoemd door minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Raad van Bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. ZonMw verwelkomt haar van harte in het bestuur; Carlijn Bouten brengt expertise en een invalshoek mee die verrijkend is voor ZonMw.
Prof. dr. Carlijn Bouten is hoogleraar Cell-Matrix Interactions in Cardiovascular Regeneration bij de afdeling Biomedical Engineering (onderzoeksgroep Soft Tissue Engineering & Mechanobiology) van de Technische Universiteit Eindhoven. Haar onderzoeksgroep onderzoekt het samenspel tussen levende cellen en de mechanobiologische signalen afkomstig van de extracellulaire matrix onder omstandigheden van weefselgroei, aanpassing en regeneratie en degeneratie. Ze ontving in 2002 de Aspasia Career Development Award van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), die haar een Vici-beurs heeft toegekend voor haar onderzoek naar hartklepweefseltechniek in 2003. Van 2005-2010 was Carlijn Bouten lid van de Jonge Academie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Sinds 2017 leidt ze het nationale gravitatieprogramma Materials-Driven Regeneration. In datzelfde jaar werd ze gekozen tot lid van de KNAW.

Opvolger Cisca Wijmenga

Carlijn Bouten vervult de vacature die is ontstaan door het vertrek van Cisca Wijmenga. Prof. dr. Cisca Wijmenga heeft haar bestuursfunctie bij ZonMw neergelegd na haar benoeming tot Rector Magnificus van de Universiteit Groningen.

Meer informatie

]]>
news-5077 Thu, 19 Dec 2019 09:23:00 +0100 Tweet Harm van Noort over Basic Care Revisited https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tweet-harm-van-noort-over-basic-care-revisited/ news-5091 Thu, 12 Dec 2019 09:21:00 +0100 Met Oncokompas betere kwaliteit van leven na kanker https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/met-oncokompas-betere-kwaliteit-van-leven-na-kanker/ Het Oncokompas is een online hulpmiddel dat mensen helpt om de kwaliteit van hun leven te verbeteren na kanker. 'Niet alleen na de behandeling, maar vaak nog jaren daarna beïnvloedt de ziekte het leven van de ex-patiënt', aldus Irma Verdonck, hoogleraar psychosociale oncologie bij Amsterdam UMC en de Vrije Universiteit Amsterdam. 'Onderzoek wijst uit dat het Oncokompas deze mensen kan ondersteunen.' Het onderzoek is gepubliceerd in Lancet Oncology. Het Oncokompas verbetert de kwaliteit van leven, vermindert symptomen en is kosteneffectief. Ook brengt het de oncologische nazorg dichter bij huis en verbetert het de informatievoorziening over de mogelijkheden van nazorg bij kanker. 'We zijn verheugd dat nu wetenschappelijk is vastgesteld dat het Oncokompas ex-patiënten kan ondersteunen om meer grip te krijgen op hun leven na kanker', zegt Verdonck die het onderzoek in 2016 opzette samen met Anja van der Hout van de Vrije Universiteit Amsterdam en Lonneke van der Poll van het IKNL en NKI, en met andere partijen. Van 2016 tot 2018 deden 14 ziekenhuizen mee in een landelijk gerandomiseerd onderzoek naar de effectiviteit van het Oncokompas onder kankeroverlevenden van borst-, darm-, hoofd-hals of lymfeklierkanker. In totaal deden 625 mensen mee aan deze studie.

Je leven weer op de rit krijgen

Ex-kankerpatiënten kunnen na de behandeling nog allerlei lichamelijke en psychische klachten hebben. Terugkeren naar werk of het aanvragen van een hypotheek of een verzekering blijkt voor mensen die kanker hebben gehad ingewikkelder te zijn dan voor andere mensen. Het Oncokompas biedt praktische informatie, inzichten en adviezen aan ex-patiënten met alle vormen van kanker. Daarnaast zijn er speciale modules voor mensen met borstkanker, darmkanker, hoofd-halskanker, lymfeklierkanker of melanoom. Mensen die zijn genezen van kanker en met interesse in het Oncokompas kunnen zich hier aanmelden.

Oncokompas in academische ziekenhuizen

In 2020 voeren alle Nederlandse academische ziekenhuizen het Oncokompas op aanraden van het NFU Citrienfonds. Ook andere ziekenhuizen zijn geïnteresseerd. Zorgprofessionals die vanaf 2020 het Oncokompas willen aanbieden aan patiënten, kunnen zich hier aanmelden.

Onderzoek naar Oncokompas bij partners van kankerpatiënten

Bent u partner van iemand met een ongeneeslijke vorm van kanker? Wilt u meedoen aan wetenschappelijk onderzoek? Dan kunt u zich hier aanmelden.

Meer informatie

 

]]>
news-5010 Wed, 11 Dec 2019 09:25:10 +0100 Een schatkamer voor de zorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/een-schatkamer-voor-de-zorg/ Data bieden een schat aan informatie voor de zorg. Je kunt er bijvoorbeeld mee bepalen welke therapie bij welke patiënt werkt, hoe het zorgbudget is te beheersen of het proefdiergebruik kunt verminderen. Toch zit die schatkamer vaak op slot. Peter van der Spek, geneticus en hoogleraar Klinische Bioinformatica/Pathologie bij het Erasmus MC, heeft een idee waar en hoe we de sleutel kunnen vinden. ‘Jonge dokters moeten weten wat we met data kunnen doen.’
In het zorglandschap van vandaag de dag nemen data een grote rol in. Onderzoekers verzamelen steeds meer genetische informatie, die steeds belangrijker wordt bij het bepalen van gepersonaliseerde therapieën, zoals bij de behandeling bij kanker en auto- immuunziekten. Peter van der Spek: ‘Meer data betekent meer inzicht in de moleculaire processen van het menselijk lichaam, in de genetische oorzaak van een aandoening, of waar en hoe een medicijn ingrijpt op deze processen. Zo verzamelen we steeds meer generieke inzichten over grote datasets.’ Die inzichten kunnen artsen gebruiken voor een uitspraak over een individuele patiënt, zoals het optimaliseren van een therapie of het inschatten van een risico bij een patiënt of eventuele nakomelingen.

Vertaalslag

Maar voordat een arts op basis van data een patiënt een gepersonaliseerde therapie kan geven, is een vertaalslag nodig naar de klinische praktijk. Dat zorgt soms voor ingewikkelde vraagstukken. Van der Spek: ‘Twee patiënten met dezelfde genetische mutatie presenteren zich niet altijd identiek. Er zijn vijf grote dataproducenten in de kliniek: oncologie, neurologie, cardiologie, immunologie en kindergeneeskunde. Voor een arts kan het heel verwarrend zijn dat een ziektebeeld, gebaseerd op dezelfde genetische mutatie, zich afhankelijk van het specialisme heel anders kan manifesteren.’ Daarom komen patiënten niet altijd meteen op de juiste afdeling terecht.

Alle stekkers uit de muur

In een ideale wereld communiceren artsen uit die verschillende beroepsgroepen daarom meer met elkaar, over de grenzen van hun specialismen heen. Maar de realiteit is anders, zegt Van der Spek. ‘In wetenschappelijk onderzoek bestaan veel verschillende platformen om data beschikbaar te maken, maar die zijn vaak niet op elkaar afgestemd. De data zijn daardoor niet samen te voegen. En na de afronding van een project worden vaak alle stekkers uit de muur getrokken omdat het geld op is.’ In de echte wereld bestaan nauwelijks herbruikbare, deelbare data. Die zijn volgens Van der Spek alleen terug te vinden bij fundamenteel opererende onderzoeksgroepen met voldoende kritische massa.

Dwarsverbanden

Bovendien is het kostbaar om al die data te bewaren onder handbereik. ‘Op basis van de drie miljard letters die ons genoom heeft, zijn bij ieder persoon ongeveer 300.000 verschillen te vinden’, zegt Van der Spek. ‘Je wil al die verschillen opslaan om te bepalen waar de patiënt afwijkt van de referentie.’ En dat illustreert de noodzaak voor grote, makkelijk te navigeren databases om al die informatie in kaart te brengen, voordat bio-informatici zoals Van der Spek daarmee aan de slag kunnen. ‘Als je het in één grote doorzoekbare bak stopt, kan je pas dwarsverbanden gaan zien.’ Maar zonder geld om de data ook na afronding van een project in de lucht te houden, blijven dit soort grote databases toekomstmuziek.

Tijdbom

Mochten individuele specialisten toch hun data willen delen, dan wordt het ze niet makkelijk gemaakt. Want van de opslagruimte tot de fysieke kabels die de data moeten vervoeren: de infrastructuur in Nederland is daar onvoldoende op toegerust. Van der Spek: ‘Onderzoekers krijgen van hun werkgever of de overheid onvoldoende middelen en ondersteuning om hun eigen data in de lucht te houden. Je kunt van een onderzoeker niet verwachten dat hij dat allemaal zelf regelt. Data herbruikbaar maken en houden kost geld, maar dat structurele geld is er niet.’ Bovendien is er onvoldoende bescherming van de veiligheid van gecentraliseerde data. Een grote database vol patiëntinformatie is waardevol. ‘Het kan een interessant doelwit zijn voor hackers. Je moet die data goed kunnen afschermen, anders ben je een tikkende tijdbom.’

Efficiënt beslissen

Ondertussen loopt Van der Spek zelf op de muziek vooruit door ‘gewoon Rotterdams’ te laten zien wat technologisch mogelijk is op het gebied van toegankelijkheid van data. Achttien gezamenlijke PhD-studenten helpen hem wegwijs te raken in de schat aan data en de broodnodige interdisciplinaire samenwerkingen. Deze jonge onderzoekers zijn voor vijftig procent ondergebracht bij de afdeling Pathologie/Bioinformatica van het Erasmus MC, en voor de andere vijftig procent bij een klinische afdeling. Van der Spek: ‘Een oncoloog krijgt in zijn opleiding maar een paar uur onderwijs over (big) data. Maar de geneeskunde is aan het veranderen. Jonge dokters moeten weten wat we met alle beschikbare data kunnen doen.’

Faciliteren

Van der Spek vindt dat belanghebbenden een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben bij het delen van data. ‘Voor veel onderzoekers is dat nog te bedreigend, dus blijven ze het liefst op hun eigen eilandje zitten. Maar delen is essentieel om de meest efficiënte klinische beslissing te kunnen nemen.’ De overheid moet daarom strategische partners aanwijzen voor het opzetten van de nodige centrale infrastructuur, vindt Van der Spek. Daarbij is een rol weggelegd voor alle belanghebbenden: financiers zoals ZonMw en het ministerie van VWS, maar ook universiteiten of UMC’s. Ook de onderzoeksgroepen zelf moeten hun steentje bijdragen. ‘In Nederland baseren we bijna driekwart van al het werk in de kliniek op diagnostiek. Voor een duurzaam Nederlands onderzoeksklimaat moeten data daar deel van gaan uitmaken. Herbruikbaarheid van data kost nu eenmaal geld.’

Hoe stimuleert ZonMw de toegankelijkheid en herbruikbaarheid van data?

ZonMw financiert ruim honderd onderzoeksprogramma’s op het gebied van gezondheid en zorginnovatie, variërend van sterk praktijkgericht tot fundamenteel onderzoek. Al die projecten leveren data op, die ook ergens moeten worden bewaard en toegankelijk moeten zijn voor hergebruik.
Sinds 2013 heeft ZonMw daarom een datamanagementbeleid, zegt Margreet Bloemers, projectleider Toegang tot data bij ZonMw. ‘Dat houdt in dat we ons inspannen om de onderzoeker te stimuleren en ondersteunen om de data zo deelbaar mogelijk te maken. We proberen in onze programma’s de onderzoekers richting standaarden te sturen. Dat zorgt voor meer uitwisselbare en herbruikbare data.’
ZonMw hanteert hierbij de FAIR-principes, die inmiddels internationaal erkend zijn. Deze houden in dat data vindbaar moeten zijn (Findable), en te identificeren door middel van gegevens die de dataset beschrijven, de metadata. De data moet daarnaast toegankelijk (Accessible) zijn, begrijpelijk voor mens en machine, en veilig en langdurig worden opgeslagen. Bovendien moeten andere onderzoekers en hun computers de data makkelijk kunnen gebruiken en vergelijken door het gebruik van een gezamenlijke taal (Interoperable). Tot slot moet inzichtelijk zijn voor collega-onderzoekers wat de herkomst is van de data, bijvoorbeeld in wat voor condities deze tot stand zijn gekomen, zodat ze weten wat ze moeten doen om de data te hergebruiken (Reusable).

Tekst: Koen Scheerders

 

 

 

 

 

 

 

 

]]>
news-5009 Wed, 11 Dec 2019 06:54:15 +0100 Soepele transitie van kind- naar volwassenzorg https://publicaties.zonmw.nl/een-soepele-transitie-van-kinderarts-naar-volwassen-zorg/ Als een jongere met een chronische aandoening 18 wordt, verandert er veel. Deze transitie van zorg verloopt niet altijd vlekkeloos. Daarom werken projectleider Dunja Dreesens en ervaringsdeskundige Lisa Verberg samen aan de ontwikkeling van de kwaliteitsstandaard Transitiezorg Hun advies: ‘Praat niet over, maar met jongeren.’ news-4938 Thu, 21 Nov 2019 08:17:00 +0100 Begrijpelijke uitleg over erfelijkheidsonderzoek https://mediator.zonmw.nl/mediator-38/begrijpelijke-uitleg-over-erfelijkheidsonderzoek/ De nieuwe generatie DNA-onderzoek brengt erfelijke aandoeningen nog verfijnder en sneller in kaart. Wat kan er allemaal met deze ‘next generation sequencing’ en wat niet? Voorlichtingsmateriaal voor artsen en patiënten maakt dat inzichtelijk. Klinisch geneticus Marjolein Kriek werkte eraan mee. news-4875 Fri, 15 Nov 2019 13:00:00 +0100 Parel voor zingeving in de palliatieve zorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/parelprojecten/parel-voor-zingeving-in-de-palliatieve-zorg/ Op 15 november 2019 heeft prof. dr. An Reyners namens haar projectteam een ZonMw Parel uit handen van ZonMw directeur Henk Smid voor het project ‘Als niet alles is wat het lijkt’ in ontvangst genomen. Het project leert zorgverleners in de palliatieve zorg praten over zingeving met patiënten en hun naasten. De aanpak verbetert niet alleen de spirituele zorg in de palliatieve fase. Het verdiept ook de samenwerking binnen zorgteams. news-4590 Fri, 20 Sep 2019 13:21:26 +0200 Oproep projectideeën lokale deïmplementatieprojecten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/oproep-projectideeen-lokale-deimplementatieprojecten/ Heeft u ook het idee dat minder zorg soms beter is? En wilt u zich hiervoor inzetten? Het Citrienfondsprogramma Doen of Laten? is op zoek naar verpleegkundigen of huisartsen die niet-gepaste zorg willen terugdringen in hun eigen werkomgeving. Niet-gepaste zorg

Niet-gepaste zorg is zorg waarvan bewezen is dat deze weinig of geen toegevoegde waarde heeft voor de patiënt. Deze zorg belast de patiënt onnodig, levert risico’s op en kost geld. Allerlei zorg kan niet-gepast zijn: behandelingen, diagnostiek, verzorging, controleafspraken en verwijzingen etc. Voor deze oproep gaat het niet om de vraag of deze zorg niet-gepast is, maar om de vraag hoe zorgverleners bestaande kennis dat niet-gepast is, kunnen opvolgen in de praktijk.

Projectidee indienen

Als uw projectidee wordt geselecteerd ondersteunt het programma Doen of laten uw project financieel en inhoudelijk. Meer informatie over deze oproep is te vinden op de website, inclusief het aanmeldformulier. U kunt vóór 18 november 2019 uw projectidee indienen.

Meer informatie

]]>
news-4589 Fri, 20 Sep 2019 11:46:45 +0200 Regionale samenwerking brengt de juiste zorg op de juiste plek https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/regionale-samenwerking-brengt-de-juiste-zorg-op-de-juiste-plek/ Sinds 2015 stimuleert het programma Naar regionale oncologienetwerken de oncologische netwerkzorg. Het Citrienfonds financiert het programma. Tientallen projecten bevorderen de samenwerking over de muren van ziekenhuizen heen. Belangrijk, want daardoor kunnen zorgverleners, patiënten en naasten samen betere keuzes maken over de zorg. En nu is er een ambitieuze agenda voor de komende vier jaar, opgesteld samen met de Taskforce Oncologie. Bescheiden blijven

Iedere patiënt met kanker moet altijd de juiste zorg krijgen, vindt programmaleider Hans Nijman, tevens gynaecoloog-oncoloog aan het UMCG. ‘Daarvoor zijn nieuwe netwerken nodig, net als het stimuleren en faciliteren van bestaande samenwerkingsverbanden.’ Hij geeft een voorbeeld uit de palliatieve zorg om de urgentie voor samenwerking te onderstrepen. ‘We hopen altijd dat een ongeneeslijk zieke patiënt zo lang mogelijk kwaliteit van leven mag ervaren. Een medisch specialist kan nooit in zijn eentje inschatten wat daarvoor nodig is. Er zijn zoveel behandelingen mogelijk, en een deel van de patiënten wil misschien juist liever helemaal geen behandeling. Ons  medisch specialisten past bescheidenheid.  Laten we behandelresultaten delen én openstaan voor de kennis van andere zorgverleners.’

Afgewogen keuze maken

Steeds meer zorgaanbieders kiezen voor gezamenlijke kankerzorg. Inmiddels participeren alle 8 UMC’s en ruim 80 ziekenhuizen in regionale oncologienetwerken. Zorgverleners van verschillende ziekenhuizen overleggen over behandelopties voor individuele patiënten. Daardoor kunnen patiënt, naasten en artsen gezamenlijk een meer afgewogen keuze maken. Wat ook helpt zijn de technologische oplossingen voor het uitwisselen van informatie. Steeds meer ziekenhuizen wisselen digitaal patiëntgegevens uit, uiteraard veilig en volgens de privacyregels. Patiënten weten eerder waar ze aan toe zijn en krijgen sneller zorg.   

Agenda

Voor nog betere oncologische zorg is een agenda ontwikkeld, samen met de Taskforce Oncologie. Dat is een landelijk overleg waarin belangrijke stakeholders (NFK, NFU, NVZ, IKNL, FMS/SONCOS, NHG) samenwerken aan verdere verbetering van de oncologische zorg. Agendapunten zijn onder meer een passend behandelplan voor iedere patiënt, de digitale uitwisseling van gegevens verder verbeteren en een werkwijze ontwikkelen voor het bepalen van de juiste plek voor individuele zorg. Een grote uitdaging is het vraagstuk financiering, zegt Nijman. ‘Voor innovatie in netwerken is regiogebonden financiering een pre. We overleggen met zorgverzekeraars over de mogelijkheden.’

Digitaal Proactief Palliatief Zorgplan

Het verbeteren van de palliatieve zorg is ook een belangrijk onderdeel van de agenda. De indicatoren uit het Kwaliteitskader Palliatieve Zorg sluiten naadloos aan bij de ambities, zegt Nijman. Het deelproject Digitaal Proactief Palliatief Zorgplan is een van de speerpunten. Projectleider Ina Wolthers van het UMCG werkte als verpleegkundige en zag dat mensen die ongeneeslijk ziek zijn vaak te laat een palliatief zorgplan krijgen. Dat moest anders, vond ze.
‘Het verhaal van de patiënt vroeg in kaart te brengen is essentieel voor goede palliatieve zorg’, benadrukt Wolthers. Die patiënt is ook gewoon mens. Met een gezin, familie, vrienden, hobby’s en nog allerlei wensen en doelen. De één wil zo lang mogelijk leven, bijvoorbeeld om nog een kleinkind geboren te zien worden. Een ander kiest voor maximale kwaliteit van leven, ook al komt het einde dan mogelijk iets eerder.’
In een pilot werd bij meerdere patiënten thuis aan de keukentafel besproken wat zij in hun palliatief zorgplan willen opnemen. Wolthers somt op: ‘Wat te doen als u veel pijn krijgt? Wilt u een seintje als er nieuwe informatie is over behandelingen? Waar wilt u het in een volgend gesprek met de medisch specialist over hebben?’ De pilot maakte duidelijk hoe waardevol een persoonlijk palliatief zorgplan is voor patiënten en naasten, zegt Wolthers. ‘Een patiënt merkte op dat wensen besproken zijn die vroeger nooit benoemd werden.’

Drie gouden lessen voor de praktijk:

1) Stel een palliatief zorgplan kort na de diagnose op. Houd het zorgplan actueel en geef de patiënt de optie zijn of haar wensen te allen tijde aan te passen. Een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) is een handig digitaal hulpmiddel voor toegang tot het zorgplan.
2) Maak het zorgplan beschikbaar voor alle zorgverleners, dus ook voor de huisarts, de thuiszorg en de fysiotherapeut. Zo werkt iedereen vanuit hetzelfde uitgangspunt en weten ze steeds real time wat er van ze verwacht wordt.
3) Houd het uitwisselen van informatie veilig en gebruiksvriendelijk en waarborg de privacy.

Meer informatie

Het Citrienfonds is een initiatief van de NFU en ZonMw.

]]>
news-4585 Fri, 20 Sep 2019 08:25:50 +0200 'Bij hartfalen begint de palliatieve fase op dag 1' https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/bij-hartfalen-begint-de-palliatieve-fase-op-dag-1/ Hartfalen is een ernstige ziekte, waaraan meer mensen binnen een jaar na een eerste opname overlijden dan bij kanker. Toch is er nog weinig besef hoe belangrijk palliatieve zorg is bij hartfalen. Cardioloog Petra van Pol pleit voor een tijdig gesprek met patiënt en naasten. ‘Ik maak het nog regelmatig mee dat een patiënt opgelucht is als ik vertel dat hij kortademig is vanwege hartfalen. Gelukkig, het is geen kanker! Maar veel mensen weten niet dat bijna de helft van de patiënten die met hartfalen worden opgenomen, binnen een jaar overlijdt. Bij kanker zijn die cijfers gemiddeld toch een stuk gunstiger.’ Petra van Pol is cardioloog in het Leidse Alrijne Ziekenhuis en commissielid van het ZonMw programma Palliantie. Haar boodschap is helder: er is bewustwording nodig dat palliatieve zorg en hartfalen bij elkaar horen. Het programma Connect  van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC), dat Van Pol leidt, heeft er veel aandacht voor. De Toolkit Hartfalen  besteedt er bijvoorbeeld een heel hoofdstuk aan. En het is onderdeel van de ‘landelijke transmurale afspraak hartfalen’, waarin patiënten, eerste- en tweedelijnszorgverleners en zorgverzekeraars hebben vastgelegd hoe patiënten over en weer worden doorverwezen.

Proactief zorg inzetten

Mensen die horen dat ze kanker hebben, vragen hun arts vaak meteen: ‘Ga ik nu dood?’ Bij hart- en vaatziekten gebeurt dat veel minder. Van Pol: ‘Je begint dus eigenlijk al met een achterstand. In de praktijk komt het gesprek over palliatieve zorg soms pas op gang als iemand in het ziekenhuis terechtkomt. En zeker bij hartfalen is dat te laat. Je hebt het dan eigenlijk al meteen over palliatieve terminale zorg.’ Het probleem is dat hartfalen een erg onvoorspelbaar beloop kan hebben. Veel mensen overlijden dus binnen een jaar, maar Van Pol heeft ook patiënten die al 20 jaar op de poli komen. ‘Ik begin niet meteen over de dood, maar vertel wel dat hartfalen net zo ernstig is als kanker. En het is bij vrijwel niemand te genezen. Ik wil dus tijdig met patiënt en naasten in gesprek over wat zij willen als de ziekte onverhoopt snel verslechtert. Zodat je proactief passende zorg kunt inzetten.’

Halsoverkop opgenomen

Van Pol benadrukt dat cardiologen, zeker als ze gespecialiseerd zijn in hartfalen, vaak een langdurige vertrouwensband opbouwen met hun patiënten. Dat maakt het makkelijker het gesprek over de palliatieve fase te openen. Verpleegkundig specialisten, die nauw bij de behandeling betrokken zijn, hebben veel tijd voor persoonlijke gesprekken. Van Pol: ‘In ons ziekenhuis werken we bovendien intensief samen met het palliatief team. Zoiets gun ik al mijn collega’s in het land.’ In contacten met collega-cardiologen merkt Van Pol dat zij de noodzaak om over palliatieve zorg te spreken steeds scherper zien. ‘We zijn opgeleid om te behandelen en als het even kan iemand te genezen. Pas als dat echt niet lukt, begint voor veel collega’s de palliatieve fase. Ik zie het als een uitdaging het besef te laten doordringen dat er een verschil is tussen de palliatieve fase en de palliatieve terminale fase. De palliatieve fase begint zeker bij hartfalen al op de dag van de diagnose.’ Terminale zorg is belangrijk, aldus Van Pol, maar je bent te laat als je pas in het laatste stadium over passende zorg begint. Daardoor overlijden volgens haar nog altijd teveel mensen ongewild in het ziekenhuis, waar ze op ’t laatst nog halsoverkop worden opgenomen.

Samen verbeteringen realiseren

Van Pol is nu een jaar lid van de ZonMw-programmacommissie Palliantie. Ze noemt het ‘indrukwekkend’ wat er in de palliatieve zorg wordt ontwikkeld en wat er aan wetenschappelijk onderzoek gebeurt. ‘De grote uitdaging is nu om de opbrengsten van dat alles ook breed in de praktijk te implementeren, zodat de patiënt er optimaal van profiteert.’ De aanpak van Connect is wat Van Pol betreft een voorbeeld. ‘Als je goed samenwerkt, met alle partijen én met alle regio’s, ontstaat bij de duidelijk overal aanwezige passie en ambitie ook het vertrouwen om samen de noodzakelijke verbeteringen in de praktijk te realiseren.’

Drie gouden tips voor 'het goede gesprek’ over de palliatieve fase in de cardiologie

1) Niet alles wat kan, hoeft!
2) Geleerd van een oncoloog wiens vader is overleden aan hartfalen: ’Prepare for the worst, hope for the best.’
3) Palliatieve terminale zorg is voor de patiënt iets ánders doen, niet ‘niets’ meer doen.

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg, editie september 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

Meer lezen

 

]]>
news-4482 Wed, 28 Aug 2019 20:52:11 +0200 Effectiviteit inzet tools samen beslissen in de geriatrie https://publicaties.zonmw.nl/effectiviteit-tools-voor-samen-beslissen-met-ouderen/ Is de inzet van tools voor samen beslissen met ouderen effectief? Ruth Pel-Littel onderzocht het effect van een training voor dokters en een invulfolder voor ouderen en hun naasten. In een interview vertelt zij meer over de resultaten. news-4471 Tue, 27 Aug 2019 06:54:24 +0200 Gezamenlijke besluitvorming in de klinische praktijk https://publicaties.zonmw.nl/samen-beslissen-gebruik-van-rolmodellen-blijkt-een-krachtig-instrument/ Het gebruik van rolmodellen blijkt een krachtig leerinstrument bij gezamenlijke besluitvorming. Dat blijkt uit onderzoek van universitair docenten medische ethiek Anke Oerlemans en Gert Olthuis van het Radboudumc. ‘We hopen dat meer artsen zich ervan bewust worden dat zij een rolmodel zijn.’ news-4445 Tue, 20 Aug 2019 14:25:10 +0200 Onderzoek zorgt voor flinke daling laboratoriumtests in ziekenhuizen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/onderzoek-zorgt-voor-flinke-daling-laboratoriumtests-in-ziekenhuizen/ Laboratoriumtesten zijn niet altijd nodig. Onderzoek toont aan dat het aantal aanvragen voor tests met ruim 11 procent omlaag kan. De resultaten van dit zogeheten RODEO-project zijn onlangs gepubliceerd op het JAMA Network, het open access medische tijdschrift van de American Medical Association. 

Onnodige tests

Volgens schattingen is 20 procent van de laboratoriumtesten in ziekenhuizen niet noodzakelijk. Deze onnodige testen zijn niet doelmatig en patiëntonvriendelijk. Ook kunnen ze de patiëntveiligheid aantasten. Denk bijvoorbeeld aan onnodig bloedverlies en aan fout-positieve uitslagen die kunnen leiden tot belastende vervolgonderzoeken of tot onnodige ongerustheid. De behoefte in de medische wereld aan het verminderen van de hoeveelheid laboratoriumtesten én om optimaal gebruik ervan te stimuleren, was de aanleiding voor een uitgebreid onderzoek. 

RODEO-project

Het RODEO-project is een voor-na studie, verricht op de afdelingen Interne Geneeskunde van vier grote opleidingsziekenhuizen in Nederland: het Meander Medisch Centrum, Noordwest Ziekenhuisgroep, Zaans Medisch Centrum en Spaarne Gasthuis. Het onderzoek werd geïnitieerd en gecoördineerd door Amsterdam UMC en UMC Utrecht en uitgevoerd als onderdeel van het Citrienfondsprogramma Doen of Laten? In de programmaperiode 2019-2022 van Doen of laten? wordt gewerkt aan landelijke uitrol van deze interventie. 

Meer informatie

Het Citrienfonds werkt aan de juiste zorg met de juiste informatie op de juiste plek. Het Citrienfonds is een initiatief van de NFU en mogelijk gemaakt door ZonMw.
 

]]>
news-4290 Fri, 05 Jul 2019 12:33:11 +0200 Ondersteuning bij zelfmanagement noodzakelijk voor mensen met dementie én hun mantelzorgers https://nivel.nl/nl/nieuws/ondersteuning-bij-zelfmanagement-noodzakelijk-voor-mensen-met-dementie-en-hun-mantelzorgers Zelfmanagement voor mensen met dementie en hun mantelzorgers is niet vanzelfsprekend. Zij hebben hier hulp bij nodig. Verpleegkundigen kunnen ondersteuning bieden bij het zelfmanagement van zowel de persoon met dementie als de mantelzorgers. Verpleegkundige Judith Huis in het Veld onderzocht dit en promoveerde recent aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Dit onderzoek is gefinancierd door ZonMw, vanuit het programma ‘Tussen weten en doen II’ en is uitgevoerd bij onder andere het Nivel. news-4259 Fri, 28 Jun 2019 08:23:41 +0200 MijnIBDcoach wint Wetenschaps- en Innovatieprijs 2019 https://www.demedischspecialist.nl/nieuws/mijnibdcoach-wint-wetenschaps-en-innovatieprijs-2019 MijnIBDcoach van de maag- darm- leverartsen is uitgeroepen tot winnaar van de Wetenschaps- en Innovatieprijs 2019. De onderzoekers toonden aan dat het gebruik van telemonitoring bij patiënten met de chronische darmaandoening IBD leidt tot betere zorguitkomsten en aanzienlijk lagere zorgkosten. 24 wetenschappelijke verenigingen hebben een onderzoek vanuit hun specialisme voorgedragen voor de Wetenschaps- en Innovatieprijs. news-4220 Fri, 21 Jun 2019 12:07:26 +0200 Online vragenlijst helpt artsen over voeding te praten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/online-vragenlijst-helpt-artsen-over-voeding-te-praten/ Invullen van de Eetscore, een online vragenlijst van Wageningen Universiteit, biedt mensen snel een goed beeld van hoe gezond ze eten. Een implementatieproject van de Alliantie Voeding laat zien hoe deze tool huisartsen en specialisten steun biedt in gesprekken met chronisch zieken over hun voeding. Het kan de eerste stap zijn op weg naar een gezonder eetpatroon. ’Goede voeding helpt mensen met chronische ziektes minder last te hebben van hun aandoening,’ verklaart Menrike Menkveld, directeur van de Alliantie Voeding.  ‘Maar volgens een recente kennissynthese maakt voedingsadvies nog maar zelden deel uit van de behandeling. Toch benoemt de Zorgmodule Voeding de noodzaak om naast de medische diagnose aandacht te geven aan de persoonlijke voedingszorgbehoefte van de patiënt. Wij hebben artsen van patiënten met chronische ziekten de Eetscore laten uitproberen of deze vragenlijst hen daarbij kan helpen. Dat hebben zowel artsen bij Ziekenhuis Gelderse Vallei als in de eerstelijnszorg gedaan, omdat transmurale samenwerking bij mensen met chronische ziekten essentieel is.’

Praktijktoets

In drie pilots gingen specialisten en huisartsen met patiënten met hoge bloeddruk, diabetes en hart- en vaatziekten in gesprek over wat ze aten. ‘Meestal zeggen mensen dan dat ze wel gezond eten, maar de praktijk is vaak anders,’ zegt Menkveld. Patiënten konden hun voedingspatroon toetsen door de Eetscore in te vullen. Een link naar de vragenlijst vonden ze bij thuiskomst in hun mailbox. Invullen kostte hooguit 15 minuten. Vrijwel alle patiënten beantwoordden de vragen nog dezelfde dag.  ‘Ze waren dus snel te activeren. 90% van hen bekeek ook de resultaten.’

Verrassende uitkomsten

Bij het volgende consult bespraken arts en patiënt de uitkomsten. Patiënten waren daar soms door verrast. Ze bleken bijvoorbeeld toch te weinig fruit of te veel zout te eten. Met die informatie kon de arts in gesprek over leefstijl en voeding, om de patiënt te motiveren gezonder te eten. ‘Arts en patiënt bepalen samen wat ze eerst aanpakken. Bijvoorbeeld meer groenten eten of minder alcohol drinken. Mensen krijgen dus begeleiding bij de verandering. Door de vragenlijst later opnieuw in te vullen kunnen ze kijken of gezonder eten lukt. Ze kunnen met de Eetscore dus aan zelfmanagement doen. Zorgverleners kunnen ermee zien welke punten ze moeten bespreken. 50% van de patiënten heeft behoefte aan zo’n gesprek en aan steun.’

Gebruik bij coaching

Projectuitvoerder Anne Slotegraaf onderzocht hoe de specialisten en huisartsen met de Eetscore werkten. De medisch specialisten gebruikten de vragenlijst vooral voor het signaleren van voedingsproblemen en het motiveren en activeren van patiënten. Zij verwezen mensen vaker door naar de diëtist. In de huisartsenpraktijken pakte de praktijkondersteuner het werken met de Eetscore snel op, als instrument om mensen op voedingsgebied te coachen. Gesprekken met diëtisten maakten duidelijk dat de Eetscore goed bruikbaar is voor mensen met veelvoorkomende chronische ziekten. 

Vereenvoudiging

De Eetscore biedt artsen een goed handvat om het in de spreekkamer over voeding te hebben, concludeert Menkveld. Zij ziet nog mogelijkheden tot verbeteringen, zoals vereenvoudiging van de vragenlijst voor laaggeletterde mensen en een koppeling naar makkelijk te bereiden recepten. ‘Er zijn nog wel slagen te maken. Wat mij betreft blijven we met ZonMw en andere partijen nadenken over verdere optimalisering en verspreiding van de Eetscore.’ 

De Eetscore is een gevalideerde vragenlijst die is ontwikkeld door Wageningen Universiteit om de kwaliteit iemands voeding te meten. Het implementatieonderzoek is uitgevoerd door de Alliantie Voeding in de Zorg, in opdracht van Zorginstituut Nederland, met subsidie en begeleiding vanuit het programma Ondersteuning Zorginstituut van ZonMw.  
 

]]>
news-4199 Tue, 18 Jun 2019 14:56:58 +0200 Op weg naar een test om bijwerkingen te voorspellen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/op-weg-naar-een-test-om-bijwerkingen-te-voorspellen/ Steeds meer mensen laten de rimpels in hun gezicht opvullen. Soms ontstaan daardoor klachten als roodheid, zwelling en verharding van de huid. Het Vumc en het RIVM hebben de producten en het ontstaan van deze klachten onderzocht. Ligt er straks een test om bijwerkingen van rimpelvullers te voorspellen?  

Frank Niessen is plastisch chirurg, onder meer bij Vumc. Hij ziet mensen met zorgen over de permanente en semipermanente rimpelvullers waarmee ze behandeld zijn, naast mensen met concrete klachten. Die ontstaan door materiaal dat verschoven is, verharding, zwelling of rood worden van de huid. Permanente fillers zijn inmiddels verboden, zegt Niessen. ‘Niet-permanente fillers lossen na verloop van tijd vanzelf op. Klachten kunnen we meestal verhelpen door behandeling met een enzym waardoor de stof oplost.’ Toch verwacht hij dat ook bij de oplosbare fillers de problemen toenemen. ‘Steeds meer mensen gebruiken deze fillers, en ze laten ook steeds vaker bijspuiten voordat de vorige behandeling is uitgewerkt.’ 

Nare klachten

Niessen heeft berekend dat nu 0,4% van de gebruikers van oplosbare fillers nu klachten krijgt. Dat lijkt niet veel, maar op 100.000 mensen gaat het toch al snel om 400 mensen. Die kunnen ernstig gebukt gaan onder hun klachten, omdat die hun gezicht betreffen. Niessen en zijn collega’s wilden daarom weten waarom sommige mensen klachten krijgen en andere niet. Ze onderzochten daarvoor cliënten met tijdelijke en permanente rimpelvullers van poliklinieken in Amstelveen en het Erasmus MC.  Ongeveer een derde van hen had tijdelijke rimpelvullers. 

Immuunaanleg

Net als eerder onderzoekers in Barcelona vonden de onderzoekers bij Vumc dat mensen met een bepaalde combinatie van HLA-eiwitten, die een rol spelen in het immuunsysteem, flink meer kans hebben op problemen door gebruik van fillers. ‘Je ziet deze klachten bij hen 10-15% vaker dan te verwachten is op basis van de verdeling van deze immuunaanleg in de bevolking,’ aldus Niessen. ‘Dat geldt zowel voor permanente als niet-permanente fillers.’ Hij zou graag op deze aanleg kunnen testen, zodat hij mensen straks gericht kan adviseren over het gebruik van rimpelvullers. 

Implantaat

Het RIVM heeft in het laboratorium fillers met hyaluronzuur onderzocht. Die zijn als veilig op de markt gebracht en worden het meeste gebruikt, verklaart toxicologisch patholoog Wim de Jong, tot zijn recente pensioen actief bij het RIVM-onderzoek. ‘Hyaluron is een lichaamseigen stof en op zichzelf niet schadelijk. Maar na bewerking als rimpelvuller en toegediend in grotere hoeveelheden beschouwt het lichaam de ingebrachte stof als een implantaat en elk implantaat roept een immuunrespons op. De heftigheid van de reactie bepaalt of er sprake is van een bijwerking of niet.’

Test?

Bij analyse van de producten volgens standaardprocedures vonden de onderzoekers geen bijzondere toxicologische reacties. Maar uit aanvullend onderzoek bleken wel alle onderzochte fillers in zekere mate het immuunsysteem te activeren. Klachten of bijwerkingen zijn nu nog niet te voorspellen. ‘Maar het lijkt mogelijk een voorspellende test te ontwikkelen om te bepalen of iemand een gewone ontstekingsreactie krijgt of een ernstige fibrose.’

Meldingen

De onderzoekers kunnen de fillers nu uitgebreid analyseren op verschillen in samenstelling. Toch kunnen ze nog niet zeggen welke beter zijn. Dat vraagt vervolgonderzoek. ‘Je wilt weten hoe het verval van het product bij een patiënt in de loop van de tijd is. Daarvoor moet je én materiaal van een patiënt kunnen onderzoeken én weten welke gebruiker welk product heeft gekregen. Dat wordt nu lang niet altijd geregistreerd.’
Ook Niessen praat met samenwerkingspartners over vervolgonderzoek, met name naar de rol van de bacteriën en het immuunsysteem. ‘We willen voorkomen dat de problemen de komende jaren toenemen. Daarom willen we tijdig een goede aanpak hebben en oplopende zorgkosten voorkomen.’

Training nodig 

Beide onderzoekers benadrukken beiden de noodzaak van duidelijke beroepseisen aan professionals die fillers inspuiten. ‘Je moet hygiënisch werken en rekening houden met de anatomie, en bijvoorbeeld niet te veel filler op een plek spuiten,‘ zegt Niessen. ‘Daar is opleiding en training voor nodig.’ Gelukkig wordt daaraan gewerkt. ‘Cosmetisch arts is nu een erkend specialisme en er zijn opleidingseisen geformuleerd,’ aldus De Jong.

Meldpunt Bijwerkingen Implantaten

Gebruikers kunnen bijwerkingen door rimpelvullers melden bij het Meldpunt Bijwerkingen Implantaten

Meer informatie

Beide onderzoeken zijn gedaan met subsidie van het programma Kwaliteit van Zorg.

]]>
news-4192 Tue, 18 Jun 2019 08:30:00 +0200 Investeren in kennis draagt bij aan verdere verbetering ziekenhuiszorg ouderen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/investeren-in-kennis-draagt-bij-aan-verdere-verbetering-ziekenhuiszorg-ouderen/ Vandaag presenteren ZonMw en KBO-PCOB het signalement 'Meer aandacht voor ouderen in het ziekenhuis'. Meer kennis over de effecten van ziekten en behandelingen van ouderen in het ziekenhuis is nodig om beter rekening te kunnen houden met hun individuele situatie.  

Bij ouderen zien we een grote diversiteit in vitaliteit en vaker meerdere gezondheidsproblemen. Hierdoor is de uitkomst van een ziekenhuisbehandeling bij hen lastiger te voorspellen dan bij een 30-jarige man die slechts voor één aandoening wordt behandeld. Meer kennis draagt eraan bij dat de gezondheidssituatie van ouderen kan verbeteren en ze langer thuis kunnen zijn.

Investeren in kennis

Nieuwe behandelingen zijn doorgaans ontwikkeld door heel specifiek naar één orgaan of ziekte te kijken bij veelal jongere patiënten. Maar het is niet altijd goed bekend wat het voor de uitkomsten betekent als een oudere patiënt meerdere aandoeningen of bijvoorbeeld geheugenklachten heeft. En ook niet welke invloed deze zaken hebben op uitkomsten die voor ouderen belangrijk zijn, zoals langer thuis kunnen blijven wonen. Investeren in een programmatische, ziekte-overstijgende aanpak van kennisontwikkeling over de zorg voor ouderen, is nodig om de uitkomsten voor ouderen die het ziekenhuis bezoeken verder te verbeteren. In de huidige subsidieprogramma’s is daarvoor onvoldoende ruimte.

Verschillen tussen ouderen

Goede gezondheidszorg houdt rekening met verschillen tussen mensen. Bij ouderen zien we heel vitale mensen maar er kan ook sprake zijn van toegenomen kwetsbaarheid. Deze verschillen kunnen van grote invloed zijn op de uitkomsten van ziekte en behandeling en zijn zeer bepalend voor het kiezen van de juiste behandeling en voor het inzetten van extra zorg om de uitkomsten verder te verbeteren. Een passende behandeling moet zoveel mogelijk aansluiten op de persoonlijke omstandigheden en voorkeuren van een patiënt. Simon Mooijaart, internist-ouderengeneeskunde in het LUMC en voorzitter van de schrijfgroep van het signalement: ‘Het ziekenhuis is een knooppunt waar veel ouderen komen in een belangrijke periode van hun leven. Juist daar moeten we de zorg goed op iemands specifieke situatie afstemmen, zodat alle ouderen in het ziekenhuis en daarbuiten optimaal profiteren van onze goede gezondheidszorg.’

Samen beslissen

De vraag is hoe we de zorg zo kunnen inrichten dat we de specifieke situatie en voorkeuren van de oudere patiënt systematisch meenemen in de gezamenlijke keuze voor de best passende behandeling. ‘Samen beslissen’ wat de beste ingreep is, op basis van onderzoek, zodat de totale zorg voor ouderen bijdraagt aan het herstel of behoud van zelfredzaamheid en kwaliteit van leven. Manon VanderKaa, directeur seniorenorganisaties KBO-PCOB: ‘Nog meer investeren in kennis is de garantie dat langer thuis meer is dan een ambitie van beleidsmakers. Dit signalement geeft aan wat nodig is voor ouderen en is opgesteld met senioren. Dat garandeert een onderzoeksagenda met impact.’

Meer informatie

]]>
news-4178 Fri, 14 Jun 2019 11:14:03 +0200 Drie nominaties Wetenschaps- en Innovatieprijs 2019 https://www.demedischspecialist.nl/nieuws/drie-nominaties-wetenschaps-en-innovatieprijs-2019 Na intensief en zorgvuldig beraad heeft de vakjury van de Wetenschaps- en Innovatieprijs van de Federatie Medisch Specialisten drie genomineerden geselecteerd uit de 21 inzendingen van de wetenschappelijke verenigingen. De kanshebbers zijn onderzoeken van de cardiologen, internisten en radiologen, de mdl-artsen en de pathologen. Het blijft nog even spannend. Op 27 juni wordt bekend gemaakt wie de gelukkige winnaar is van de Wetenschaps- en Innovatieprijs 2019. news-3941 Thu, 18 Apr 2019 11:52:48 +0200 Hoe de zorg betaalbaar blijft én beter kan https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/hoe-de-zorg-betaalbaar-blijft-en-beter-kan/ De 4 programma's van het Citrienfonds hebben officieel het startschot gekregen van het ministerie van VWS om door te gaan met het implementeren van de behaalde resultaten uit de afgelopen jaren. En zo te werken aan duurzame oplossingen om de zorg voor de patiënt zo goed mogelijk te organiseren. Het ministerie heeft hiervoor 20 miljoen euro beschikbaar gesteld. ‘Betere zorg tegen lagere kosten, dat krijgen we alleen samen voor elkaar.’  

Helen Mertens, gynaecoloog, stopte begin 2017 met patiëntenzorg. ‘Sindsdien ligt het accent voor mij op zorgen voor het collectief.’ Dat geldt ook voor haar rol bij het Citrienfonds: ‘We weten allemaal: als we de Nederlandse gezondheidszorg betaalbaar en toegankelijk willen houden, dan vraagt dat om nieuwe, slimme manieren om de zorg te organiseren. Het mooist is het als kostenbeheersing en kwaliteitsverbetering hand in hand gaan. Met het Citrienfonds nam de Nederlandse Federatie van Universitaire Medische Centra (NFU) hierbij het voortouw. We werken samen met ZonMw en worden gefinancierd door het ministerie van VWS.’

De juiste zorg, met de juiste informatie op de juiste plek

Het Citrienfonds helpt bij het ontwikkelen van duurzame en breed inzetbare verbeteringen in de gezondheidszorg, ten behoeve van de patiënt. Met als doel: de juiste zorg, met de juiste informatie op de juiste plek. Mertens: ‘We richten onze pijlen op: Het voorkomen van (duurdere) zorg; Zorg dichterbij mensen thuis; En het vervangen van zorg door andere zorg, bijvoorbeeld met behulp van bewezen effectieve e-Health-toepassingen.’

Mertens benadrukt dat het fonds niet ‘alleen van de umc’s’ is. ‘Betere zorg tegen lagere kosten, dat krijgen we alleen samen voor elkaar. Mooi is dus dat, waar het initiatief eerst bij de umc’s lag, gaandeweg steeds meer partijen betrokken raakten. Vele andere ziekenhuizen, zorgorganisaties en koepelorganisaties, zoals de FMS, V&VN en NHG, denken en doen actief mee in alle gelederen. Ook patiëntenorganisaties zijn nauw betrokken.’

Helen Mertens: ‘De resultaten kunnen zo worden overgenomen in het land’

Citrienfonds 2014-2018: 5 programma’s, ruim 100 projecten   

Mertens somt het soort verbeteringen op waarop het Citrienfonds zich richt. ‘Het eenmalig en eenduidig vastleggen van zorginformatie, zodat je er later in het zorgproces méér profijt van hebt. Onnodige zorghandelingen terugdringen. Innovatieve e-health-toepassingen. Persoonsgerichte zorg voor patiënten met kanker in regionale oncologienetwerken. En: Heldere kwaliteitsinformatie om de zorg te verbeteren.’ Onder vijf programma’s vielen ruim honderd projecten die de zorg verbeterden, voor zowel de patiënt als voor zorgverleners. ‘Het leverde concrete resultaten op, die zo overgenomen kunnen worden in het land.’ Vele toolkits, kernsets, onderwijsmodules, apps en roadmaps zijn te vinden op de programma-sites (zie kopje 'Over het Citrienfonds').

Terugdringen van onnodige zorg

‘Het programma Doen of Laten? liet zien dat we sommige zorg verantwoord kunnen verminderen. Denk aan onnodige laboratoriumtesten, medicijnen, urinekatheters, controles na sommige vormen van kanker en kijkoperaties in knie en maag. Meer dan 200 huisartsen en 38 ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra uit het land werkten hieraan mee. De patiënt is beter af en het kan de kosten met vele miljoenen euro’s verlagen.’  

Van verantwoorden naar verbeteren

‘De balans tussen verantwoorden en verbeteren is zoek’, kaart Mertens aan. ‘We willen een toekomst met minder verplichte indicatoren en alleen nog registraties waarmee je de kwaliteit echt verbetert. Het programma Sturen op Kwaliteit maakt dit mogelijk. De verpleegkundige zorgindicatoren pijn en ondervoeding werden bijvoorbeeld zo vertaald, dat zorgprofessionals en verpleegafdelingen er ook baat bij hebben. Iedereen is toe aan deze omslag, zo bleek uit de dialoogsessies met bestuurders.’  

Weer vier jaar vooruit  

‘Met het programma E-Health ontstond een krachtig e-health-netwerk. Het leidde tot tientallen effectieve toepassingen, waarmee patiënten en hun zorgnetwerk hun gezondheid en ziekte kunnen managen. Zo ben ik als gynaecoloog enthousiast over Safe@Home: een project dat het mogelijk maakt dat zwangere vrouwen met een verhoogd risico, hun bloedruk en klachten zelf thuis kunnen monitoren.

‘Er is veel moois bereikt’, concludeert Mertens. ‘De vijf programma’s zijn een vliegwiel en versterken elkaar. De onderliggende thema’s staan nu op de kaart, maar de vraagstukken van betere en duurzame zorg blijven actueel. We gaan de komende vier jaar met vier programma’s door. Sturen op Kwaliteit gaat verder bij het NFU-consortium Kwaliteit van Zorg.’

Over het Citrienfonds

Het Citrienfonds werkt aan duurzame oplossingen om de zorg voor de patiënt zo goed mogelijk te organiseren. Dáár waar en door wie dit het best kan. En met de juiste informatie. Met als doel de zorg te verbeteren en betaalbaar te houden. Hiervoor werkt de Nederlandse Federatie van Universitaire Medische Centra (NFU) met meer dan 70 partijen samen. Het Citrienfonds is een initiatief van de NFU en is mede mogelijk gemaakt door ZonMw.

Onderstaand vind je de 5 Citrienfonds-programma’s tussen 2014 en 2018. De 4 eerstgenoemde krijgen een vervolg in de 2e fase tussen 2019 en 2022.

Meer informatie en concrete resultaten vind je op de website van het Citrienfonds en op onze themapagina medisch specialistische zorg.

Dit artikel stond in de nieuwsbrief Kwaliteit van Zorg, editie april 2019 en is geschreven door Karlijn van Driel en Laura Jansma. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan.

 

]]>
news-3917 Tue, 16 Apr 2019 15:00:20 +0200 Sjoerd Repping, de man die alle bewezen onzinzorg uit de ziekenhuizen moet schrappen https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/sjoerd-repping-de-man-die-alle-bewezen-onzinzorg-uit-de-ziekenhuizen-moet-schrappen~be2b7845/?utm_campaign=shared_earned&utm_medium=social&utm_source=email Sjoerd Repping, jarenlang hoogleraar voortplantingsgeneeskunde aan het AMC, is sinds februari namens alle partijen uit de medisch specialistische zorg ‘kwartiermaker Zorgevaluatie en Gepast Gebruik’ bij het Zorginstituut. Hij ziet het als zijn missie om een einde te maken aan de ‘onzinzorg’ in de ziekenhuizen. Lees verder in de Volkskrant news-3885 Mon, 08 Apr 2019 11:24:22 +0200 Gezocht: ziekenhuizen die niet-gepaste zorg willen terugdringen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/gezocht-ziekenhuizen-die-niet-gepaste-zorg-willen-terugdringen/ Heb je ook het idee dat minder zorg soms beter is en wil je je hiervoor inzetten? Het NFU-programma ‘Doen of laten?’ financiert en ondersteunt zorgverleners die een vorm van niet-gepaste zorg in hun ziekenhuis terugdringen. Kijk op doenoflaten.nl of neem contact op met eva.verkerk@radboudumc.nl. news-3876 Wed, 03 Apr 2019 15:17:18 +0200 Publiek vertrouwen in huisartsen en specialisten al jaren hoog https://www.nivel.nl/nl/nieuws/publiek-vertrouwen-huisartsen-en-specialisten-al-jaren-hoog Het publiek vertrouwen in de gezondheidszorg is aanzienlijk. Het vertrouwen in huisartsen, specialisten en verpleegkundigen is het hoogst. Het vertrouwen in ziekenhuizen is weliswaar iets lager, maar nog altijd hoog. Dit blijkt uit de nieuwe cijfers van 2018 uit de ‘Barometer Vertrouwen in de gezondheidszorg’ van het Nivel. Lees het volledige nieuwsbericht op de website van Nivel. news-3843 Thu, 28 Mar 2019 16:38:15 +0100 Sturen op kwaliteit https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/sturen-op-kwaliteit/ news-3747 Mon, 11 Mar 2019 15:26:14 +0100 Resultaten Sturen op kwaliteit https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/resultaten-sturen-op-kwaliteit/ news-3709 Mon, 04 Mar 2019 16:00:45 +0100 Resultaten Doen of laten https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/resultaten-doen-of-laten/