ZonMw tijdlijn Kwaliteit van zorg https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Kwaliteit van zorg nl-nl Thu, 23 Jan 2020 04:08:10 +0100 Thu, 23 Jan 2020 04:08:10 +0100 TYPO3 news-5061 Tue, 21 Jan 2020 11:25:00 +0100 Nieuwe subsidieoproepen Juiste Zorg Op de Juiste Plek geopend https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-subsidieoproepen-juiste-zorg-op-de-juiste-plek-geopend/ Het programma Juiste Zorg Op de Juiste Plek (JZOJP) opent vandaag 3 nieuwe subsidieoproepen. Doel van de subsidies is het ondersteunen van de (door) ontwikkeling van regionale samenwerkingsinitiatieven gericht op het voorkomen, verplaatsen en/of vervangen van zorg. Ook is het mogelijk financiering aan te vragen voor het opstellen van een gedeeld regiobeeld, ter ondersteuning van het ontwikkelen van een regiovisie. Samen willen we de zorg echt veranderen. Onnodig dure of overbodige zorg voorkomen en de zorg verplaatsen, naar dichter bij mensen thuis, in hun eigen vertrouwde leefomgeving. Zorg vervangen door nieuwe vormen van zorg, zoals e-health, domotica of sociaal en maatschappelijk werk. Het programma JZOJP richt zich op startende en bestaande samenwerkingsverbanden.

Nieuwe subsidieoproepen

Vandaag zijn de volgende subsidies opengesteld:

  • De Startimpuls is een subsidie voor het opzetten van regionale samenwerking.
  • De Regio-impuls richt zich specifiek op regionale samenwerkingsverbanden die een goede samenwerking in de regio tot stand hebben gebracht en die ondersteuning zoeken bij het verder ontwikkelen van hun netwerk.
  • Een Voucher ter ondersteuning bij het maken van een gedeeld regionaal beeld van de sociale situatie, de gezondheidssituatie en de behoeften in een regio.

Mensen die in de eerste ronde van Juiste Zorg Op de Juiste Plek een aanvraag hebben ingediend of dat hebben overwogen wijzen wij erop dat op basis van de ervaring die is opgedaan in deze tweede ronde een aantal aanpassingen zijn doorgevoerd. Zoals: bij het aanvragen van een regio-impuls moet een regiobeeld beschikbaar zijn, voor alle drie de oproepen geldt dat de participatie van burgers een vereiste is, voor burgers kunt u lezen cliënten, patiënten, naasten en/of mantelzorgers.

Let op

Naar aanleiding van een evaluatie van de eerste subsidieronde van JZOJP zijn de voorwaarden aangescherpt. Ook zijn de aanvraagformulieren in deze tweede ronde aangepast zodat ze gebruiksvriendelijker zijn.
Het is belangrijk dat u de programmatekst en de teksten van de oproepen goed doorneemt.

Webinar over subsidieoproepen van 13 januari

Op maandag 13 januari hield JZOJP een webinar over de subsidieoproen. Tijdens dit webinar konden deelnemers vragen stellen over het indienen van een aanvraag.
Het terugkijken van het webinar kan hier!

Meer informatie

Subsidiemogelijkheden Juiste Zorg Op de Juiste Plek
Het overkoepelende VWS-programma en goede voorbeelden van De Juiste Zorg op de Juiste Plek
Het ZonMw-programma Juiste Zorg Op de Juiste Plek

]]>
news-5195 Tue, 21 Jan 2020 09:57:00 +0100 Tweet Nivel over promotie Aukelien Scheffelaar https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tweet-nivel-over-promotie-aukelien-scheffelaar/ news-5129 Fri, 10 Jan 2020 10:55:44 +0100 Rol voor e-health in transitie van zorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/rol-voor-e-health-in-transitie-van-zorg/ De zorg verbeteren met behulp van informatietechnologie is een aansprekende en schijnbaar voor de hand liggende oplossing voor de huidige en voorziene problematiek binnen de zorg, zoals de toenemende vergrijzing en oplopende personeelstekorten. Het sluit ook aan bij de maatschappelijke tendens waar informatietechnologie een prominente rol heeft binnen de persoonlijke levenssfeer. Het zou niet alleen vreemd, maar ook onwenselijk zijn als de gezondheidszorg achterblijft bij de ontwikkelingen op dit terrein. 

Citrienprogramma e-health

In potentie speelt e-health een betekenisvolle rol in de transitie van zorg. E-health biedt de mogelijkheid om patiënten gelijkwaardiger en vollediger te informeren over aandoeningen en behandelopties. Daarbij kunnen fysieke waarden op afstand worden gemonitord, buiten de muren van het ziekenhuis. De mogelijkheden zijn talrijk en inspirerend. Het vakgebied trekt dan ook veel ondernemende en creatieve denkers aan die met behulp van technologie een oplossing zoeken voor problemen of suboptimale situaties in de klinische praktijk. Toch heeft e-health tot op heden niet de verwachte vlucht genomen. De meeste e-health projecten ontstijgen de pilotfase niet of nauwelijks. Maar waarom? Het heeft te maken met de ongekende complexiteit van e-health implementatie. Want het is een ingrijpende exercitie, waarbij veranderende werkprocessen, it-infrastructuur, wet- en regelgeving en financiering bepalende factoren zijn. Om verder te komen zijn onderlinge samenwerking en het delen van bestaande expertise cruciaal.

Het programma wil daarin een stuwende en verbindende factor te zijn. In de periode van 2019-2022 ligt de focus op het implementeren en uitbreiden van bewezen e-health toepassingen. Een belangrijke voorwaarde is dat universitair medische centra succesvolle e-health toepassingen overnemen van andere umc’s of van externe partners.

4 succesvolle e-health concepten

Er zijn 4 succesvolle concepten uit de eerdere fase van het Citrienprogramma e-health (Citrien-1: 2016-2019) aangewezen. Het gaat om de volgende projecten: Telemonitoring hartklachten, Telemonitoring zwangeren, Telemonitoring vitale functies en Medicatieverificatie via het patiëntenportaal. In het onderstaande wordt kort ingegaan op deze projecten en de bij behorende ambities.

1. Telemonitoring hartklachten
De ambitie van de umc’s is dat hartpatiënten vanaf 18 jaar met hartritmestoornissen thuis hun hartritme kunnen monitoren. Het thuis meten van hartritmestoornissen in niet-acute situaties willen we vóór 2023 behalen. Met als doel een accuratere inschatting van klachten in de thuissituatie, waardoor de aangeboden zorg beter kan worden afgestemd op de persoonlijke situatie van de patiënt. Verondersteld wordt dat dit zal leiden tot hogere betrokkenheid en tevredenheid bij patiënten.

2. Telemonitoring zwangeren
Bij zwangeren met een hoog risico op hypertensie moet met grote regelmaat de bloeddruk worden gemeten. Als dit op de polikliniek wordt gedaan, betekent dat een grote belasting voor patiënten, maar ook voor instellingen. Met telemonitoring wordt dit probleem opgelost doordat de metingen thuis worden verricht. Het doel van de umc’s is om dit concept breed te implementeren, binnen andere umc’s en overige (regionale) zorginstellingen. Dit zal leiden tot een significante verandering van de geboortezorg in Nederland met een grote maatschappelijke impact. De uiteindelijke doelen zijn het vergroten van de patiënttevredenheid én de werkbeleving van de zorgverleners, maar ook het reduceren van de kosten.

3. Telemonitoring vitale functies
Op verpleegafdelingen worden de vitale functies van patiënten na een operatie met tussenpozen en handmatig gemeten. Hierdoor wordt achteruitgang van patiënten niet altijd tijdig herkend. In de eerste Citrienfondsfase zijn veel inzichten verworven over het gebruik van zogenaamde slimme pleisters om de vitale functies van patiënten in de gaten te houden. De ambitie voor de komende jaren is om het gebruik van slimme pleisters na een operatie te implementeren en te implementeren binnen de verpleegafdelingen van andere umc’s en regionale partners. Het doel is om hiermee op grote schaal een verbetering van zorgkwaliteit te bewerkstelligen en een aandeel te leveren in toekomstbestendige zorg.

4. Medicatieverificatie via het patiëntenportaal
Juiste informatie over het gebruik van medicatie is van groot belang. Bij medicatieverificatie vraagt een zorgverlener bij de patiënt na of de informatie die bekend is bij de ziekenhuisapotheek klopt met wat de patiënt daadwerkelijk gebruikt. Met name in de umc’s, waar patiënten met complexe problematiek komen, kost dit vaak veel tijd. Een veelbelovende strategie om deze medicatieverificatie te verbeteren, is het inzetten van e-health toepassingen, zoals een online patiëntenportaal. Daarmee kan een patiënt thuis en vooraf al invullen welke medicatie hij of zij gebruikt. De ambitie van Citrienprogramma e-health is om deze digitale manier van medicatieverificatie met de patiënt vorm te geven.

Opschalingskaart Nederland

Naast bovenstaande projecten, worden er vanuit verschillende umc’s implementatie trajecten gestart met externe partners. De hoeveelheid aan projecten en de status van opschaling binnen Nederland wordt via de website van het programma gedeeld.

Kennisdeling

De ervaringen die tijdens de implementatie en opschalingstrajecten worden opgedaan, worden vastgelegd en gedeeld via verschillende kanalen, waaronder de programmawebsite.

Meer informatie

Het Citrienprogramma e-health maakt onderdeel uit van het Citrienfonds. Het Citrienfonds is een initiatief van de NFU en ZonMw. En werkt aan de juiste zorg met de juiste informatie op de juiste plek.

 

]]>
news-5115 Fri, 10 Jan 2020 07:38:00 +0100 Nieuw programma van start: Safety II en veiligheidsergonomie https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuw-programma-van-start-safety-ii-en-veiligheidsergonomie/ Werken de principes van Safety II ook in de praktijk van de ziekenhuiszorg in Nederland? En leveren ze een bijdrage aan veiligere zorg voor patiënten? Deze vragen staan centraal in het nieuwe programma Safety II en veiligheidsergonomie. Begin april komt de eerste subsidieoproep online. Aanleiding

In het plan van aanpak ‘Tijd voor verbinding: de volgende stap voor patiëntveiligheid in ziekenhuizen’ is pijler 3 gericht op het onderwerp Safety II en veiligheidsergonomie. Hoewel Safety II vrij uitvoerig theoretisch is beschreven, staat de vertaling naar de klinische praktijk nog in de kinderschoenen.

Doel onderzoeksprogramma

Het doel van het programma Safety II en veiligheidsergonomie is om te onderzoeken of de principes van Safety II ook werken in de praktijk van de ziekenhuiszorg in Nederland en of ze ook een bijdrage leveren aan veiligere zorg voor patiënten. Het gaat om een lerend programma als onderdeel van het totale programma ‘Tijd voor verbinding’, waardoor een beweging op gang wordt gebracht die de borging van de aanpak verder in de praktijk zal verankeren.

Positieve benadering veiligheid

Uitgangspunt bij Safety II is dat patiëntveiligheid wordt vergroot door te focussen op aanpassingsvermogen en veerkracht (resilience) van professionals in de context waarin zij werken. Bij Safety II wordt veiligheid vanuit een positieve benadering onderzocht in haar AANwezigheid in plaats van onderzoek uitsluitend naar fouten en dus AFwezigheid van veiligheid. Dat wat dagelijks goed gaat wordt zichtbaar gemaakt en verbeterd; daarvan wordt geleerd en dit wordt verder ondersteund en verspreid.

5 elementen

Het programma loopt t/m 2023 en omvat 5 elementen:

  1. We starten met het (laten) opstellen van een kennissynthese die focus en prioritering aanbrengt.
  2. Vervolgens vindt een subsidieronde met lerende trajecten plaats in de vorm van actieonderzoeken. We verwachten dat we deze subsidieoproep begin april 2020 online kunnen zetten.
  3. Deze trajecten worden geëvalueerd.  
  4. De werkzame elementen worden vervolgens in een tweede subsidieronde uitgezet in het veld.
  5. Na evaluatie van de opbrengsten van de tweede subsidieronde ontstaat inzicht in de werkzame elementen van Safety II. Dit brengt een beweging opgang die kennis verspreidt.

Meer informatie

]]>
news-5118 Thu, 09 Jan 2020 10:59:29 +0100 Actieonderzoek innovatieve zorg https://publicaties.zonmw.nl/actieonderzoek-innovatieve-zorg/ Actieonderzoek is cyclisch en stapsgewijs onderzoeken, veranderen en innoveren in de praktijk. Hoe lopen de projecten van het programma Actieonderzoek Innovatieve Zorg? Wat komen de innovatoren tegen en wat leren ze daarvan? news-5113 Wed, 08 Jan 2020 16:48:06 +0100 Schrijf je nu in voor het congres 'Doen wat werkt in het sociaal domein' https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/schrijf-je-nu-in-voor-het-congres-doen-wat-werkt-in-het-sociaal-domein/ Voorkomen is beter dan genezen, dat geldt ook in het sociaal domein. Toch heeft preventie het imago tijdrovend, duur en bovenal niet meetbaar te zijn. Het congres ‘Doen wat werkt in het sociaal domein: leren van praktijkvoorbeelden’ laat zien dat het wél kan. Organisaties uit het hele land delen in totaal bijna 50 aanpakken waaruit blijkt preventie loont. Wil jij weten hoe andere gemeenten, zorg- en welzijnsorganisaties en professionals effectief aan maatschappelijke vraagstukken werken? En hoe uitvoering en sturing daarin samen optrekken? Meld je dan aan voor het congres op 10 of 24 maart 2020. Het congres ‘Doen wat werkt in het sociaal domein: leren van praktijkvoorbeelden’ vindt op twee data en op twee verschillende locaties plaats:

  • 10 maart in Theater Buitensoos, Stationsplein 1, 8011 CW Zwolle
  • 24 maart in Igluu, Lichttoren 32, 5611 BJ Eindhoven

Aanmelden kan via VNG congressen.

Meld je direct aan

Op beide congressen is het plenaire deel grotendeels gelijk, de praktijkvoorbeelden die per congres gepresenteerd worden, zijn verschillend. In Zwolle kies je uit 24 praktijkvoorbeelden, in Eindhoven zijn er 25.  

Wat werkt in de praktijk?

Alle praktijkvoorbeelden delen tijdens het congres hun aanpak met resultaten. Ze zijn gebaseerd op onderzoek en onderbouwde kennis, waarbij de ervaringskennis van professionals én cliënten en inwoners net zo belangrijk is als wetenschappelijke kennis. Maak bijvoorbeeld kennis met:

  • Het programma Young leaders dat ervoor zorgt dat jongeren positieve rolmodellen worden voor andere jongeren in hun buurt.
  • De aanpak van de gemeente Nijmegen om vroegtijdig in contact te komen met mensen met financiële problemen om zo problematische schulden te voorkomen.
  • De Wijk-GGD’ers in Amsterdam die ervoor zorgen dat kwetsbare mensen die overlast veroorzaken in wijken professionele ondersteuning krijgen.
  • De methode Community Support waarmee professionals het eigen netwerk van de cliënt kunnen inzetten en versterken.
  • Het project Homerun dat begeleiding biedt aan mensen met een LVB tijdens en na hun detentie, zodat recidive wordt voorkomen.

Meer over deze en de andere praktijkvoorbeelden lees je in de beschrijvingen van de deelsessies.

Plenair programma

In het plenaire deel van de congressen zijn lezingen van inspirerende sprekers:

  • Hans Boutellier, voormalig directeur van het Verwey-Jonker Instituut en hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
  • Corrie Tijsseling, onderzoeker bij Geestelijke Gezondheidzorg en Maatschappelijke Dienstverlening voor Doven en Slechthorenden (GGMD) en Kentalis.

Ook de gastgemeenten vervullen een rol in het plenaire deel. In Eindhoven (24 maart) opent wethouder Renate Richters met een prikkelend statement over sociale innovatie. In Zwolle (10 maart) sluit wethouder Michiel van Willigen het congres af met zijn observaties over werken aan preventie in zijn stad.

De gespreksleiding is in handen van Marianne van den Anker en Imrat Verhoeven. Marianne van den Anker is oud-wethouder van de gemeente Rotterdam en nauw betrokken bij bewijsvoering rond jeugd- en eenzaamheidsinterventies. Imrat Verhoeven is universitair docent Bestuur en beleid aan de Universiteit van Amsterdam.

Voor wie?

Dit congres is zowel voor leidinggevenden als uitvoerende professionals werkzaam binnen gemeenten, zorg- en welzijnsinstellingen en andere maatschappelijke organisaties, zoals kennisinstituten, belangenorganisaties, wetenschaps- en onderwijsinstellingen en de landelijke overheid.

Aanmelden en toegangsprijs

De deelnemersbijdrage is € 195,00, exclusief btw. Meld je aan met het aanmeldformulier. Heb je bezwaar tegen de toegangsprijs, maar wil je wel graag komen? Neem dan even contact op met Djuna Buizer van Movisie via d.buizer@movisie.nl.

‘Doen wat werkt in het sociaal domein: leren van Praktijkvoorbeelden’ is een unieke samenwerking tussen Divosa, ZonMw, Sociaal Werk Nederland, VNG en Movisie.

]]>
news-5093 Fri, 03 Jan 2020 11:23:02 +0100 Luisterconsulten voor zingevingszorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/luisterconsulten-voor-zingevingszorg/ Luisterspreekuren blijken een goede manier te zijn om zingevingszorg meer te integreren in eerstelijns palliatieve zorg. Dit blijkt uit het pilotproject 'Luisterconsulten' vanuit Stichting PaTz en Amsterdam UMC. Pilot

In deze pilot zijn van december 2018 tot september 2019 luisterspreekuren gehouden in huisartsenpraktijken horende bij 3 PaTz-groepen. In de deelnemende PaTz-groepen heeft een geestelijk verzorger een luisterspreekuur gehouden waar artsen en wijkverpleegkundigen een patiënt, en/of naaste daarvan, in de palliatieve fase naar toe kon verwijzen wanneer er zingevingsvragen zijn. Ook namen de geestelijk verzorgers deel aan de PaTz-bijeenkomsten om daar hun expertise te delen met huisartsen en wijkverpleegkundigen. De pilot is zowel procesmatig als inhoudelijk geëvalueerd. De consulten waren voor zowel patiënten, naasten, zorgverleners en PaTz-groepen van meerwaarde.

Aandacht voor zingevingszorg

Hanna Klop, onderzoeker palliatieve zorg bij het UMC in Amsterdam: 'Deze pilot laat zien dat luisterspreekuren en de aanwezigheid van een geestelijk verzorger bij PaTz-groepen zorgt voor meer aandacht voor en meer inzet van geestelijke zorg in palliatieve zorg in de eerste lijn. Gesprekken met geestelijk verzorgers middels thuisbezoeken werden vooral gebruikt door naasten en waren vooral rouwgerelateerd, en door zowel naasten als patiënten erg gewaardeerd. Aanwezigheid van de geestelijk verzorger bij PaTz-groepen zorgde voor een bredere blik op geestelijke zorg en scholing hielp bij het herkennen en uitvragen van zingevingsvragen. Scholing bleek concreet te resulteren in doorverwijzingen.'

Intergratie in palliatieve zorg

'De pilot maakt ook zichtbaar dat het integreren van zingevingszorg in eerstelijns palliatieve zorg een (tijds)intensief proces van elkaar leren kennen is, niet elke zorgverlener de relevantie van zingevingsvragen en/of luisterspreekuren inziet, en dat bewustwording voor zingevingsvragen onder PaTz-groepsleden tijd nodig heeft. Een thuisbezoek-op-afspraak blijkt beter bij de huidige zorgpraktijk aan te sluiten. De term ‘luisterspreekuur’ dekt echter mogelijk niet de vorm en inhoud van de integratie van zingevingszorg in de eerste lijn op deze wijze, aanbevolen wordt een andere term, zoals 'luisterconsult' te gebruiken,' alsdus Klop.

Meer informatie

 

]]>
news-5090 Wed, 01 Jan 2020 07:25:00 +0100 Benoeming nieuw bestuurslid ZonMw https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/benoeming-nieuw-bestuurslid-zonmw/ Carlijn Bouten is per 1 januari 2020 benoemd als bestuurslid van ZonMw. Zij is officieel voor 3 jaar benoemd door minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Raad van Bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. ZonMw verwelkomt haar van harte in het bestuur; Carlijn Bouten brengt expertise en een invalshoek mee die verrijkend is voor ZonMw.
Prof. dr. Carlijn Bouten is hoogleraar Cell-Matrix Interactions in Cardiovascular Regeneration bij de afdeling Biomedical Engineering (onderzoeksgroep Soft Tissue Engineering & Mechanobiology) van de Technische Universiteit Eindhoven. Haar onderzoeksgroep onderzoekt het samenspel tussen levende cellen en de mechanobiologische signalen afkomstig van de extracellulaire matrix onder omstandigheden van weefselgroei, aanpassing en regeneratie en degeneratie. Ze ontving in 2002 de Aspasia Career Development Award van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), die haar een Vici-beurs heeft toegekend voor haar onderzoek naar hartklepweefseltechniek in 2003. Van 2005-2010 was Carlijn Bouten lid van de Jonge Academie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Sinds 2017 leidt ze het nationale gravitatieprogramma Materials-Driven Regeneration. In datzelfde jaar werd ze gekozen tot lid van de KNAW.

Opvolger Cisca Wijmenga

Carlijn Bouten vervult de vacature die is ontstaan door het vertrek van Cisca Wijmenga. Prof. dr. Cisca Wijmenga heeft haar bestuursfunctie bij ZonMw neergelegd na haar benoeming tot Rector Magnificus van de Universiteit Groningen.

Meer informatie

]]>
news-5084 Mon, 23 Dec 2019 06:00:00 +0100 Wijkverpleegkundigen nemen de leiding https://publicaties.zonmw.nl/verpleging-en-verzorging-praktijkgericht-onderzoek-door-hogescholen/wijkverpleegkundigen-nemen-de-leiding/ Wijkverpleegkundigen stellen indicaties voor zorg en sturen een team aan. Dat vereist leiderschap. De aanpak in het programma Nurses in the Lead helpt hen de leiding te nemen bij vernieuwingen om de zelfredzaamheid van thuiswonende ouderen te stimuleren. news-5086 Fri, 20 Dec 2019 15:46:13 +0100 Subsidie voor onderzoeksvragen huisartsgeneeskunde https://www.zonmw.nl/nl/subsidies/openstaande-subsidieoproepen/detail/item/projectideeen-enkelvoudige-onderzoeksvragen-huisartsgeneeskunde/ Huisartsen en/of huisarts-onderzoekers, verbonden aan een afdeling Huisartsengeneeskunde van universiteiten of aan een onderzoeksorganisatie, kunnen subsidie aanvragen voor onderzoeksprojecten van 12-48 maanden. De projecten moeten antwoord geven op kennisvragen uit de prioriteiten van de Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde. news-5087 Fri, 20 Dec 2019 10:34:00 +0100 Tweet Johan Lambregts over promotie Minke Nieuwboer https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tweet-johan-lambregts-over-promotie-minke-nieuwboer/ news-5077 Thu, 19 Dec 2019 09:23:00 +0100 Tweet Harm van Noort over Basic Care Revisited https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/tweet-harm-van-noort-over-basic-care-revisited/ news-5047 Tue, 17 Dec 2019 13:07:52 +0100 Take-off: innovatieve oplossingen voor ziekte en gezondheid https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/take-off-innovatieve-oplossingen-voor-ziekte-en-gezondheid/ In de najaarsronde 2019 van Take-off krijgen 24 haalbaarheidsstudies groen licht. Ook krijgen negen jonge starters een geldlening via Take-off: de vroegefasefinanciering biedt hen een bedrag van maximaal 250.000 euro. Deze kapitaalinjecties komen ten goede aan o.a. innovatieve batterijoplossingen voor elektrische voertuigen, slimme bokszakken die real-time feedback geven tijdens work-outs en gepatenteerde peptiden die resistente bacteriën op een nieuwe manier kunnen aanpakken. De nieuwe ronde van Take-off gaat open voor aanvragen op maandag 6 januari 2020. Dit zijn de projecten die een bijdrage gaan leveren aan innovaties op het gebied van ziekte en gezondheid.

Vroegefasefinanciering

Zie voor alle gehonoreerde projecten de website van NWO.

Meer informatie

Take-off is een financieringsinstrument van NWO (en ZonMw) dat bedrijvigheid en ondernemerschap vanuit de wetenschap wil stimuleren en ondersteunen.

#startups #valorisatie #kennisbenutting #innovatie

]]>
news-5041 Mon, 16 Dec 2019 13:46:44 +0100 Subsidie toegekend voor onderzoek naar bestaande kunstinitiatieven in de langdurige zorg en ondersteuning https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidie-toegekend-voor-onderzoek-naar-bestaande-kunstinitiatieven-in-de-langdurige-zorg-en-onderste-2/ Vanuit het programma ‘Kunst en Cultuur in de Langdurige Zorg en Ondersteuning’ is een subsidie toegekend voor het onderzoeken van bestaande kunstinitiatieven. De onderzoekers gaan met innovatieve methoden op zoek naar de werkzame elementen en effecten van deze initiatieven. Deze worden daardoor voor een breder publiek inzichtelijk en bruikbaar. Selectieprocedure

Wij ontvingen in totaal zes subsidieaanvragen. De kwaliteit van de aanvragen was hoog. Onderdeel van de procedure was het geven van een pitch door de aanvragers. De programmacommissie heeft het onderzoek ‘Art for Senior Positive Health and Well-Being. Capturing the Impact of Art(s) - based Initiatives and Arts based Program’ onder leiding van Tineke Abma, Professor Participatie aan het Amsterdam UMC geselecteerd.

Inhoud onderzoek

De onderzoekers gaan actieve en betekenisvolle participatie onder ouderen stimuleren door de werkzame elementen en effecten van bestaande kunstinitiatieven te identificeren. Daarnaast gaan de onderzoekers de bestaande initiatieven evalueren en de projectleiders ondersteunen de kunstinitiatieven beter laten aansluiten bij de behoeften van ouderen.

Zij hanteren hierbij een aanpak met een welzijnsbenadering die gebaseerd is op de principes van positieve gezondheid. Belangrijk in het onderzoek is de dialoog tussen alle relevante betrokkenen zodat iedereen gezamenlijk kan leren en reflecteren over de mechanismen en impact van de kunstinitiatieven. Meer informatie over het onderzoeksproject is binnenkort te vinden op de programmapagina.  

Doel onderzoek

Resultaten uit dit onderzoek moeten leiden tot meer kennis over en handvatten voor de werkzame elementen en effecten van bestaande kunstinitiatieven. Deze worden daardoor voor een breder publiek inzichtelijk en bruikbaar. Het uiteindelijk doel is de inzet van kunstinitiatieven in de langdurige zorg- en ondersteuningssector te verduurzamen.

Meer informatie

Programma Kunst en Cultuur in de Langdurige Zorg en Ondersteuning

]]>
news-5031 Mon, 16 Dec 2019 08:28:22 +0100 Voornemen tot samenwerking nachtzorg Gelderse Vallei https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/voornemen-tot-samenwerking-nachtzorg-gelderse-vallei/ Een aantal zorgpartijen in de Gelderse Vallei heeft de intentie om vanaf het voorjaar van 2020 samen de acute verpleegkundige nachtzorg bij mensen thuis uit te voeren. Er komt namens de organisaties één regionaal nachtzorgteam voor thuiswonende cliënten van de betrokken partijen die acute nachtzorg nodig hebben. Initiatiefnemers zijn Icare, Opella, Santé Partners en Vilente in samenwerking met Huisartsen Gelderse Vallei en Zorgbelang Inclusief. Het regionale nachtzorgteam kan tussen 23.00 uur en 07.00 uur worden ingezet bij tijdelijke, incidentele zorg die niet kan wachten tot de volgende dag. Door samen te werken is verpleegkundige nachtzorg voor mensen in de Gelderse Vallei beschikbaar en kunnen de verpleegkundigen sneller bij de mensen thuis zijn. De organisaties maken hiermee gebruik van elkaars capaciteit. Diensten voor medewerkers worden efficiënter ingevuld wat betreft de verhouding reistijd en zorgtijd.

Door de samenwerking met de Huisartsenpost kan in de nacht snel en gericht de juiste benodigde zorg worden ingezet. Zorgbelang Inclusief is betrokken om de ideeën en ervaringen van huidige nachtzorgcliënten te betrekken bij de ontwikkeling van deze samenwerking. De betrokken partijen willen de mogelijkheden tot samenwerking uitwerken en oplossingen zoeken voor praktische problemen. De verwachting is dat het regionale nachtzorgteam in het voorjaar van 2020 kan starten. Cliënten worden door de eigen zorgorganisatie op de hoogte gehouden van de samenwerking. Na de start kunnen andere zorgaanbieders aansluiten bij deze deskundige nachtzorg, die goed toegankelijk is voor alle inwoners van de Gelderse Vallei. De samenwerking wordt mede mogelijk gemaakt door een regio-impuls vanuit het ZonMw-programma Juiste zorg op de juiste plek.

]]>
news-5027 Fri, 13 Dec 2019 15:25:45 +0100 Kwaliteit verpleeghuizen merkbaar en meetbaar beter https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kwaliteit-verpleeghuizen-merkbaar-en-meetbaar-beter/ news-5010 Wed, 11 Dec 2019 09:25:10 +0100 Een schatkamer voor de zorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/een-schatkamer-voor-de-zorg/ Data bieden een schat aan informatie voor de zorg. Je kunt er bijvoorbeeld mee bepalen welke therapie bij welke patiënt werkt, hoe het zorgbudget is te beheersen of het proefdiergebruik kunt verminderen. Toch zit die schatkamer vaak op slot. Peter van der Spek, geneticus en hoogleraar Klinische Bioinformatica/Pathologie bij het Erasmus MC, heeft een idee waar en hoe we de sleutel kunnen vinden. ‘Jonge dokters moeten weten wat we met data kunnen doen.’
In het zorglandschap van vandaag de dag nemen data een grote rol in. Onderzoekers verzamelen steeds meer genetische informatie, die steeds belangrijker wordt bij het bepalen van gepersonaliseerde therapieën, zoals bij de behandeling bij kanker en auto- immuunziekten. Peter van der Spek: ‘Meer data betekent meer inzicht in de moleculaire processen van het menselijk lichaam, in de genetische oorzaak van een aandoening, of waar en hoe een medicijn ingrijpt op deze processen. Zo verzamelen we steeds meer generieke inzichten over grote datasets.’ Die inzichten kunnen artsen gebruiken voor een uitspraak over een individuele patiënt, zoals het optimaliseren van een therapie of het inschatten van een risico bij een patiënt of eventuele nakomelingen.

Vertaalslag

Maar voordat een arts op basis van data een patiënt een gepersonaliseerde therapie kan geven, is een vertaalslag nodig naar de klinische praktijk. Dat zorgt soms voor ingewikkelde vraagstukken. Van der Spek: ‘Twee patiënten met dezelfde genetische mutatie presenteren zich niet altijd identiek. Er zijn vijf grote dataproducenten in de kliniek: oncologie, neurologie, cardiologie, immunologie en kindergeneeskunde. Voor een arts kan het heel verwarrend zijn dat een ziektebeeld, gebaseerd op dezelfde genetische mutatie, zich afhankelijk van het specialisme heel anders kan manifesteren.’ Daarom komen patiënten niet altijd meteen op de juiste afdeling terecht.

Alle stekkers uit de muur

In een ideale wereld communiceren artsen uit die verschillende beroepsgroepen daarom meer met elkaar, over de grenzen van hun specialismen heen. Maar de realiteit is anders, zegt Van der Spek. ‘In wetenschappelijk onderzoek bestaan veel verschillende platformen om data beschikbaar te maken, maar die zijn vaak niet op elkaar afgestemd. De data zijn daardoor niet samen te voegen. En na de afronding van een project worden vaak alle stekkers uit de muur getrokken omdat het geld op is.’ In de echte wereld bestaan nauwelijks herbruikbare, deelbare data. Die zijn volgens Van der Spek alleen terug te vinden bij fundamenteel opererende onderzoeksgroepen met voldoende kritische massa.

Dwarsverbanden

Bovendien is het kostbaar om al die data te bewaren onder handbereik. ‘Op basis van de drie miljard letters die ons genoom heeft, zijn bij ieder persoon ongeveer 300.000 verschillen te vinden’, zegt Van der Spek. ‘Je wil al die verschillen opslaan om te bepalen waar de patiënt afwijkt van de referentie.’ En dat illustreert de noodzaak voor grote, makkelijk te navigeren databases om al die informatie in kaart te brengen, voordat bio-informatici zoals Van der Spek daarmee aan de slag kunnen. ‘Als je het in één grote doorzoekbare bak stopt, kan je pas dwarsverbanden gaan zien.’ Maar zonder geld om de data ook na afronding van een project in de lucht te houden, blijven dit soort grote databases toekomstmuziek.

Tijdbom

Mochten individuele specialisten toch hun data willen delen, dan wordt het ze niet makkelijk gemaakt. Want van de opslagruimte tot de fysieke kabels die de data moeten vervoeren: de infrastructuur in Nederland is daar onvoldoende op toegerust. Van der Spek: ‘Onderzoekers krijgen van hun werkgever of de overheid onvoldoende middelen en ondersteuning om hun eigen data in de lucht te houden. Je kunt van een onderzoeker niet verwachten dat hij dat allemaal zelf regelt. Data herbruikbaar maken en houden kost geld, maar dat structurele geld is er niet.’ Bovendien is er onvoldoende bescherming van de veiligheid van gecentraliseerde data. Een grote database vol patiëntinformatie is waardevol. ‘Het kan een interessant doelwit zijn voor hackers. Je moet die data goed kunnen afschermen, anders ben je een tikkende tijdbom.’

Efficiënt beslissen

Ondertussen loopt Van der Spek zelf op de muziek vooruit door ‘gewoon Rotterdams’ te laten zien wat technologisch mogelijk is op het gebied van toegankelijkheid van data. Achttien gezamenlijke PhD-studenten helpen hem wegwijs te raken in de schat aan data en de broodnodige interdisciplinaire samenwerkingen. Deze jonge onderzoekers zijn voor vijftig procent ondergebracht bij de afdeling Pathologie/Bioinformatica van het Erasmus MC, en voor de andere vijftig procent bij een klinische afdeling. Van der Spek: ‘Een oncoloog krijgt in zijn opleiding maar een paar uur onderwijs over (big) data. Maar de geneeskunde is aan het veranderen. Jonge dokters moeten weten wat we met alle beschikbare data kunnen doen.’

Faciliteren

Van der Spek vindt dat belanghebbenden een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben bij het delen van data. ‘Voor veel onderzoekers is dat nog te bedreigend, dus blijven ze het liefst op hun eigen eilandje zitten. Maar delen is essentieel om de meest efficiënte klinische beslissing te kunnen nemen.’ De overheid moet daarom strategische partners aanwijzen voor het opzetten van de nodige centrale infrastructuur, vindt Van der Spek. Daarbij is een rol weggelegd voor alle belanghebbenden: financiers zoals ZonMw en het ministerie van VWS, maar ook universiteiten of UMC’s. Ook de onderzoeksgroepen zelf moeten hun steentje bijdragen. ‘In Nederland baseren we bijna driekwart van al het werk in de kliniek op diagnostiek. Voor een duurzaam Nederlands onderzoeksklimaat moeten data daar deel van gaan uitmaken. Herbruikbaarheid van data kost nu eenmaal geld.’

Hoe stimuleert ZonMw de toegankelijkheid en herbruikbaarheid van data?

ZonMw financiert ruim honderd onderzoeksprogramma’s op het gebied van gezondheid en zorginnovatie, variërend van sterk praktijkgericht tot fundamenteel onderzoek. Al die projecten leveren data op, die ook ergens moeten worden bewaard en toegankelijk moeten zijn voor hergebruik.
Sinds 2013 heeft ZonMw daarom een datamanagementbeleid, zegt Margreet Bloemers, projectleider Toegang tot data bij ZonMw. ‘Dat houdt in dat we ons inspannen om de onderzoeker te stimuleren en ondersteunen om de data zo deelbaar mogelijk te maken. We proberen in onze programma’s de onderzoekers richting standaarden te sturen. Dat zorgt voor meer uitwisselbare en herbruikbare data.’
ZonMw hanteert hierbij de FAIR-principes, die inmiddels internationaal erkend zijn. Deze houden in dat data vindbaar moeten zijn (Findable), en te identificeren door middel van gegevens die de dataset beschrijven, de metadata. De data moet daarnaast toegankelijk (Accessible) zijn, begrijpelijk voor mens en machine, en veilig en langdurig worden opgeslagen. Bovendien moeten andere onderzoekers en hun computers de data makkelijk kunnen gebruiken en vergelijken door het gebruik van een gezamenlijke taal (Interoperable). Tot slot moet inzichtelijk zijn voor collega-onderzoekers wat de herkomst is van de data, bijvoorbeeld in wat voor condities deze tot stand zijn gekomen, zodat ze weten wat ze moeten doen om de data te hergebruiken (Reusable).

Tekst: Koen Scheerders

 

 

 

 

 

 

 

 

]]>
news-5009 Wed, 11 Dec 2019 06:54:15 +0100 Soepele transitie van kind- naar volwassenzorg https://publicaties.zonmw.nl/een-soepele-transitie-van-kinderarts-naar-volwassen-zorg/ Als een jongere met een chronische aandoening 18 wordt, verandert er veel. Deze transitie van zorg verloopt niet altijd vlekkeloos. Daarom werken projectleider Dunja Dreesens en ervaringsdeskundige Lisa Verberg samen aan de ontwikkeling van de kwaliteitsstandaard Transitiezorg Hun advies: ‘Praat niet over, maar met jongeren.’ news-4974 Thu, 05 Dec 2019 16:10:00 +0100 Hartritmestoornis eerder diagnosticeren https://publicaties.zonmw.nl/huisartsgeneeskunde/onderzoek-naar-boezemfibrilleren/ Door boezem- of atriumfibrilleren tijdig te onderkennen en te behandelen, zijn ernstige aandoeningen als beroertes en hartfalen te voorkomen. Nu komt de diagnose vaak te laat. Artsen in opleiding tot onderzoekers Nicole Verbiest-van Gurp en Steven Uittenbogaart onderzoeken of en hoe de huisarts deze hartritmestoornis eerder kan diagnosticeren. news-4933 Tue, 26 Nov 2019 13:40:10 +0100 Prijs voor onderzoekers binnen TopZorg-studie https://www.etz.nl/Over-ETZ/Nieuws/2019/11/Prijs-voor-onderzoekers De aan het Gamma Knife Centrum verbonden onderzoekers Eline Verhaak en Wietske Schimmel wonnen een prijs met hun posterpresentatie tijdens de Annual Brain Metastases Research and Emerging Therapy Conference in Marseille. De promovendi presenteerden de resultaten en conclusies van hun onderzoek naar het cognitief functioneren van met het Gamma Knife bestraalde patiënten met meerdere hersenmetastasen. De medisch psychologen Eline en Wietske zijn verantwoordelijk voor de door ZonMw gesubsidieerde CAR-Studies (Cognition and Radiation), binnen het Experiment TopZorg. news-4880 Thu, 21 Nov 2019 09:07:00 +0100 ‘Palliatieve zorg leer je niet uit een boekje’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/palliatieve-zorg-leer-je-niet-uit-een-boekje/ Iedere verpleegkundige en verzorgende komt in aanraking met mensen in de palliatieve fase en hun naasten. Maar wie na de opleiding aan het werk gaat, heeft over het algemeen nog onvoldoende competenties op dit gebied. Samen met professionals, studenten, patiënten én naasten hebben verschillende mbo- en hbo-opleidingen palliatieve zorg ingebed in hun basiscurriculum. Hoe voer je een gesprek met een patiënt over de naderende dood? En wat kun je doen als mensen met zingevingsvragen zitten of angstig zijn? Met dit soort vragen worstelen verzorgenden en verpleegkundigen in opleiding. Dat bleek uit een enquête in een ZonMw-project  dat onderwijs over palliatieve zorg wil inbedden in de initiële opleiding. Projectleider is Annemie Courtens, coördinator palliatieve zorg van het Maastricht UMC+ en van het Consortium Palliatieve Zorg Limburg en Zuidoost-Brabant. ‘We hebben niet alleen studenten bevraagd, maar ook professionals en zorgmanagers. Daaruit kwam een lijstje zaken die pas opgeleide verzorgenden en verpleegkundigen nog onvoldoende in huis hebben, van het hanteren van meetinstrumenten tot het beheersen van gespreksvoeringstechnieken.’

Eyeopener voor studenten

Nicole Bemelmans is docent verpleegkunde aan de Gilde Opleidingen in Roermond, een van de deelnemende mbo-scholen. ‘Veel studenten associeerden palliatieve zorg met de stervensfase. Het was een eyeopener voor ze dat het om veel meer gaat. En ze missen inderdaad handvatten voor een gesprek. Terwijl je in je eerste stage al geconfronteerd kunt worden met mensen in de palliatieve fase.’ Volgens Courtens is er een grote scholingsbehoefte, juist in de initiële opleiding. ’Als palliatieve zorg al aan de orde komt, is het vaak pas in het derde of vierde leerjaar. Daarbij komt dat docenten vaak al langere tijd geen praktijkervaring hebben opgedaan. Het ontbreekt op scholen dus vaak aan actuele kennis over deze zorg.’

Community of practice

In het project hebben zeven opleidingen in Limburg en Zuid-Oost Brabant palliatieve zorg in hun basiscurriculum geïmplementeerd. Courtens: ‘Eerst hebben we vastgesteld welke competenties verpleegkundigen en verzorgenden moeten hebben en wat dat betekent voor hun opleiding. Daarvoor hebben we literatuuronderzoek gedaan, plus interviews met 50 docenten en zorgmanagers en 122 studenten. Patiënten en naasten hebben we gevraagd wat zij vinden dat een verzorgende of verpleegkundige moet kunnen.’ Docenten hadden zelf veel behoefte aan bij- en nascholing, zo bleek al snel. Daarom kwam er een scholing in 5 dagdelen voor docenten van mbo én hbo samen. Inmiddels is er in de regio een heuse ‘community of practice’ ontstaan, zegt Courtens. Daarin wisselen docenten, studenten, praktijkmensen en patiënten ervaringen en leermaterialen uit. 

Studenten worden experts

Bemelmans: ‘Ik voelde me door het project gestimuleerd om vakdocenten op al onze locaties te betrekken. De inbreng van studenten was ook zeer waardevol. Door samen te bedenken wat belangrijk is, ontstaat meteen veel meer draagvlak voor de lessen. En ze ontwikkelen zich ook zelf tot experts. Een van de studenten in het project is op haar stageplek zelfs gevraagd om binnen de organisatie ambassadeur voor palliatieve zorg te worden.’ Courtens noemt de inbreng van studenten heel relevant voor de invulling van het curriculum. ‘Studenten vinden het fijn om interactief te werken en concreet te oefenen met gesprekken. En ze horen graag verhalen uit de praktijk. Vandaar dat we gastlessen laten verzorgen, bijvoorbeeld door consulenten palliatieve zorg of door patiënten zelf.’

Jezelf veilig voelen

Volgens Bemelmans is het in alle gevallen belangrijk dat studenten aandacht en tijd ervaren voor hun eigen verhaal. ‘Over palliatieve zorg praten raakt aan je persoonlijke leven. Dus het begint met jezelf veilig voelen.’ Courtens is er trots op dat het project heeft laten zien hoe je met een multidisciplinaire groep van studenten, docenten, patiënten en professionals onderwijs kunt vernieuwen. En dan zodanig dat het goed aansluit bij de concrete behoeften in de praktijk. Bemelmans kan het alleen maar beamen: ‘Dit is niet iets wat uit een boekje haalt, je moet het leren in de praktijk.’

Drie gouden lessen voor docenten verpleegkunde aan mbo-/hbo-opleidingen

  1. Begin vroeg in het curriculum met palliatieve zorg – liefst nog vóór de eerste stage – en bouw van hieruit een doorlopende leerlijn op. Bespreek na een stage de ervaringen met palliatieve zorg.
  2. Besteed aandacht aan het werken met meetinstrumenten, gespreksvoering, zingevingsvragen, omgang met angst en boosheid, proactieve zorgplanning, gezamenlijke besluitvorming en de sociale kaart van de palliatieve zorg.
  3. Maak gebruik van consulenten palliatieve zorg en patiënten, naasten en nabestaanden die gastlessen kunnen verzorgen.

Leermaterialen

Voor de docenten verzorging en verpleegkunde heeft het project een website met leermaterialen ontwikkeld: www.edupal.nl. Daarop staan o.a. tekstbronnen, video’s , animaties, casuïstiek en powerpoint-presentaties. Het meerjarige programma O2PZ (www.o2pz.nl) neemt de opgedane resultaten mee in een landelijk onderwijsaanbod voor alle zorgverleners in de palliatieve zorg.

Meer informatie

Dit artikel staat in de nieuwsbrief Palliatieve Zorg november 2019. Wilt u de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan aan

]]>
news-4938 Thu, 21 Nov 2019 08:17:00 +0100 Begrijpelijke uitleg over erfelijkheidsonderzoek https://mediator.zonmw.nl/mediator-38/begrijpelijke-uitleg-over-erfelijkheidsonderzoek/ De nieuwe generatie DNA-onderzoek brengt erfelijke aandoeningen nog verfijnder en sneller in kaart. Wat kan er allemaal met deze ‘next generation sequencing’ en wat niet? Voorlichtingsmateriaal voor artsen en patiënten maakt dat inzichtelijk. Klinisch geneticus Marjolein Kriek werkte eraan mee. news-4882 Wed, 20 Nov 2019 13:40:00 +0100 Toolbox voor geneeskunde onderwijs https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/toolbox-voor-geneeskunde-onderwijs/ Elke arts krijgt met palliatieve zorg te maken én heeft er een verantwoordelijkheid in. Toch is het nog geen integraal onderdeel van de basisopleidingen geneeskunde. Pasemeco helpt Nederlandse faculteiten om hier verandering in te brengen. Een belangrijk instrument hierbij is de online toolbox met onderwijsmaterialen. Diverse materialen

Deze toolbox, sinds zomer 2019 online, bevat inmiddels een flinke hoeveelheid onderwijsmaterialen over onderwerpen als ziekte- en symptoomgericht handelen, zorgplanning, stervenszorg, communicatie, interdisciplinair werken en meer. ‘Die materialen zijn verzameld en ontwikkeld om onderwijsprofessionals in de basisopleidingen geneeskunde te ondersteunen. Ze kunnen hier vrijelijk gebruik van maken: sommige zijn ‘kant-en-klaar’, andere kunnen naar eigen inzicht worden aangepast’, vertellen Franca Warmenhoven en Judith Westen, projectleiders van Pasemeco.

Eerste ervaringen

Hoewel de toolbox nog in ontwikkeling is, wordt ze al op verschillende plaatsen gebruikt. Warmenhoven: ‘In elk geval zijn er al gebruikers in Amsterdam, Nijmegen, Groningen, Rotterdam, Utrecht en Maastricht. Wat we horen is dat mensen vooral blij zijn dát er een toolbox is. Men vindt hem makkelijk in het gebruik. Ook zijn mensen nieuwsgierig naar wat we nog aan het ontwikkelen zijn.’ In de komende maanden worden onder meer materialen verwacht in de leerlijn zingeving/communicatie, evenals kennisclips en ‘virtual patients’. In video-interviews en ervaringsverhalen komt de patiënt zelf aan het woord: ‘Studenten leren over de behoeften die de mens achter de patiënt heeft. Dit is essentieel in onderwijs over palliatieve zorg.’

Workshops

Iedereen die betrokken is bij onderwijs aan geneeskundestudenten kan de toolbox direct gebruiken. ‘Er is een instructievideo en docenten geven aan dat meer niet nodig is om aan de slag te kunnen. Wel is er soms behoefte om te sparren over het inbedden van palliatieve zorg in een bestaand programma. Daarvoor bieden we onder meer workshops op maat aan’, aldus Westen. In november zijn er onder andere workshops in Maastricht en tijdens het Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs (NVMO) congres.

Kennis delen

Samenwerken is een kenmerk van palliatieve zorg én van het Pasemeco-project: ‘De toolbox staat of valt met het delen van kennis, met en voor faculteiten. We delen kennis en bouwen voort op kennis en goede ideeën die er al zijn.’ Westen benadrukt dat nieuwe materialen van andere Palliantie-projecten ook welkom zijn: ‘We nemen alle leermiddelen rond palliatieve zorg op die geschikt zijn voor de bachelor of master geneeskunde. Dat kan variëren van richtlijnen tot voorlichtingsmateriaal of wetenschappelijke artikelen.’

In de toekomst

Samenwerking is ook kern van het vervolg ná afloop van het project. Warmenhoven: ‘Uiteraard willen we dat onderwijsprofessionals de toolbox kunnen blijven gebruiken. We kijken hiervoor naar nieuwe kanalen, zoals Palliaweb van het Integraal Kankercentrum Nederland en we werken al samen met het ZonMw project over Optimaliseren Onderwijs Palliatieve Zorg (O²PZ). Wat betreft updates denken we aan een inhoudelijke commissie die in de toekomst materialen beoordeelt en via de toolbox deelt. Het belangrijkste is dat palliatieve zorg wordt ingebed in het onderwijs en zo een vanzelfsprekend onderdeel kan worden van de zorgpraktijk. Daar doen we het voor.’

Meer informatie

 

]]>
news-4877 Wed, 20 Nov 2019 10:31:00 +0100 ‘Palliatieve zorg moet structureel in de onderwijscurricula’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/palliatieve-zorg-moet-structureel-in-de-onderwijscurricula/ Het door ZonMw gesubsidieerde programma Optimaliseren Onderwijs Palliatieve Zorg (O²PZ) is met twee jaar verlengd. Het eerste jaar is succesvol afgesloten, maar er is nog veel werk aan de winkel volgens programmamanager Marijke Dericks-Issing. ‘Onze doelen zijn ambitieus, maar haalbaar’. Goede basis

Dericks-Issing: ‘Het afgelopen jaar is een goede basis gelegd om het onderwijs over palliatieve zorg verder te optimaliseren. We zijn dan ook blij met de verlenging van de subsidie, waardoor we de gemaakte plannen kunnen realiseren. Het uiteindelijke doel van ons programma is het vergroten van de kwaliteit van leven en behandeling voor zorgvragers, maar vooral om zorgprofessionals beter voor te bereiden.’

Versnipperd onderwijs

 ‘Goede palliatieve zorg kun je leren. Maar het onderwijs op dat gebied is nogal versnipperd. Daardoor hebben zorgverleners onvoldoende kennis en is voor hen niet altijd duidelijk wat palliatieve zorg is. Bij palliatieve zorg wordt vaak gedacht aan de terminale fase, terwijl het veel meer omvat. Het gaat verder dan het medische aspect. Aspecten op psychisch, sociaal en spiritueel gebied zijn voor zorgvragers meestal veel belangrijker. Daarom is het van belang om op tijd het gesprek aan te gaan over kwaliteit van leven en niet te wachten tot het laatste moment.’

]]>
news-4895 Tue, 19 Nov 2019 13:05:07 +0100 Subsidieoproepen: knelpuntenanalyses voor ontwikkeling kwaliteitsstandaarden wijkverpleging https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproepen-knelpuntenanalyses-voor-ontwikkeling-kwaliteitsstandaarden-wijkverpleging/ Kwaliteitsstandaarden zijn ondersteunend aan de manier van werken waarbij de nadruk ligt op kwaliteit van leven en welzijn. Knelpunten zoals ervaren in de dagelijkse praktijk van de wijkverpleging vormen de basis voor kwaliteitsstandaarden. Daarom kun je nu subsidie aanvragen voor uitvoering van diverse knelpuntenanalyses. De knelpuntenanalyse bestaat uit een uitgebreide praktijkraadpleging, literatuuronderzoek, beoordeling van de gevonden knelpunten en vertaling van de gevonden knelpunten naar concrete adviezen aan V&VN. De deadline voor het aanvragen van subsidie is 16 januari 2020 om 14.00 uur. Op dit moment kan subsidie aangevraagd worden voor:

Wie kan subsidie aanvragen?

De subsidieoproepen binnen het programma 'Ontwikkeling Kwaliteitsstandaarden 2019-2022: wijkverpleging' staan open voor organisaties/instituten of samenwerkingsverbanden die aantoonbaar ervaring hebben met het ontwikkelen van kwaliteitsstandaarden en die expertise hebben op het gebied van verpleging en verzorging.

Programma Ontwikkeling Kwaliteitsstandaarden

Het programma 'Ontwikkeling Kwaliteitsstandaarden 2019-2022: wijkverpleging' draagt bij aan de kwaliteit en de transparantie in de wijkverpleging door het verder ontwikkelen, implementeren en evalueren van kwaliteitsstandaarden voor verpleegkundigen en verzorgenden. Daarnaast wordt het leren en verbeteren in de praktijk aan de hand van kwaliteitsstandaarden gestimuleerd. Dit met het doel bij te dragen aan de verbetering van de patiëntenzorg, ongewenste praktijkvariatie terug te dringen en het patiënten welzijn te bevorderen.

Meer informatie

]]>
news-4876 Tue, 19 Nov 2019 11:03:00 +0100 Update programma Zingeving en Geestelijke verzorging https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/update-programma-zingeving-en-geestelijke-verzorging/ Het doel van het programma Zingeving en Geestelijke verzorging is inzicht te verschaffen in hoe aandacht voor zingeving in de thuissituatie ingebed kan worden, waarbij rekening wordt gehouden met mogelijkheden van professionals en behoeften van de zorgvrager. Welke acties zijn al in gang gezet en wat kunt u de komende tijd van ons verwachten? Actieonderzoek voor Netwerken Palliatieve Zorg

Eind september zijn 8 samenwerkingsverbanden tot stand gekomen van actieonderzoekers samen met projectleiders Geestelijke verzorging in de thuissituatie. Per samenwerkingsverband is 1 subsidieaanvraag ingediend. De besluitvorming over de 8 subsidieaanvragen vindt plaats medio december. De gehonoreerde projecten starten vanaf januari 2020. Samenvattingen van de gehonoreerde projecten staan eind januari 2020 op onze website. Er wordt nog een coördinerend onderzoeker aangesteld.

Inventariseren initiatieven en organisatievormen

In het voorjaar van 2020 starten we met een inventarisatie van samenwerkingsinitiatieven en organisatievormen.

Financiering geestelijke verzorging in de thuissituatie/eerstelijn

Op woensdag 2 oktober heeft een expertmeeting plaatsgevonden bij VWS waar de verschillende bekostigingsmogelijkheden van de Geestelijke verzorging in de thuissituatie zijn bediscussieerd. Hier zijn ook voorlopige voorkeuren uitgesproken en gemeten. In november zal de minister een voorlopig standpunt hierover innemen. Het streven is dat begin 2020 de aanpak voor langere termijn bekend wordt. In december zal duidelijk worden welke kennisvragen op dit punt openstaan en wat ZonMw kan betekenen binnen dit korte tijdsbestek.

Expertmeeting over mogelijkheden voor onderzoek naar effecten

Op 26 november vindt een consensusbijeenkomst plaats over effectmeting van aandacht voor zingeving/inzet geestelijke verzorging. Hier zal de basis worden gelegd (advies) voor een subsidieoproep over effecten die in de loop van 2020 online gaat.

Programmatekst

Op dit moment vindt een serie interviews plaats op basis waarvan de programmatekst wordt opgesteld. Het gaat om een praktijkgericht programma. Deze programmatekst omvat prioriteiten voor de korte termijn en zal begin december 2019 worden aangeboden aan VWS.

Meer informatie

]]>
news-4875 Fri, 15 Nov 2019 13:00:00 +0100 Parel voor zingeving in de palliatieve zorg https://www.zonmw.nl/nl/actueel/parelprojecten/parel-voor-zingeving-in-de-palliatieve-zorg/ Op 15 november 2019 heeft prof. dr. An Reyners namens haar projectteam een ZonMw Parel uit handen van ZonMw directeur Henk Smid voor het project ‘Als niet alles is wat het lijkt’ in ontvangst genomen. Het project leert zorgverleners in de palliatieve zorg praten over zingeving met patiënten en hun naasten. De aanpak verbetert niet alleen de spirituele zorg in de palliatieve fase. Het verdiept ook de samenwerking binnen zorgteams. news-4772 Mon, 28 Oct 2019 08:00:00 +0100 Vrouwspecifieke hart- en vaataandoeningen: 4 projecten brengen kennis naar de praktijk https://www.hartstichting.nl/nieuwsbrieven/nieuwsbrief-onderzoek/gender-en-gezondheid-vier-nieuwe-projecten Vrouwen en mannen kunnen andere klachten ervaren bij hart- en vaataandoeningen. Deze klachten kunnen gerelateerd zijn aan bepaalde momenten in het vrouwenleven, maar dat is in de zorgpraktijk nog niet altijd even goed bekend. Eind 2019 starten 4 projecten die de kennis over vrouwspecifieke hart- en vaataandoeningen naar de spreekkamer willen brengen, door het vertalen van nieuwe en bestaande kennis in nieuwe richtlijnen, zorgpraktijken en opleiding van zorgprofessionals. news-4741 Thu, 24 Oct 2019 09:00:00 +0200 Parel voor dementieonderzoek: wetenschappelijke kennis over diagnostiek naar de spreekkamer https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/parel-voor-dementieonderzoek-wetenschappelijke-kennis-over-diagnostiek-naar-de-spreekkamer/ Regelmatig verlaten mensen een geheugenpoli met de diagnose ‘MCI’: milde cognitieve klachten. Een onzekere omschrijving, omdat de kans op het ontwikkelen van dementie dan ongeveer fifty-fifty is. Een groep internationale onderzoekers ontwikkelde een manier om het individuele risico op de ziekte van Alzheimer te berekenen. Projectleider prof. dr. Wiesje van der Flier van het Alzheimercentrum Amsterdam ontving op 24 oktober een ZonMw Parel tijdens het Alzheimer Europe congres in Den Haag.

Diagnostisch proces

De resultaten van het ABIDE-project (ABIDE: Alzheimer’s Biomarkers in Daily Practice) zijn een belangrijke stap voorwaarts in de verbetering van zorg omdat het de beschikbare kennis over diagnostiek dichter naar de dagelijkse praktijk brengt. Dit gebeurt onder andere door inzichtelijk te maken welke diagnostische test je wanneer inzet om een diagnose te stellen. Ook verbetert het de informatieverschaffing, besluitvorming en communicatie over diagnostiek in de praktijk. Uit gesprekken tussen artsen en patiënten en hun familie blijkt namelijk dat er vooraf heel weinig wordt gesproken over de verwachtingen en wensen die patiënten en hun familie over diagnostiek hebben. Achteraf wordt er weinig gesproken over de betekenis van de uitslag en eventuele vervolgstappen. Daardoor blijven patiënten en hun familie vaak met onbeantwoorde vragen achter. Dit laatste was aanleiding voor het maken van een lijst met onderwerpen rondom diagnostiek die professionals, patiënten en hun naasten belangrijk vinden om met elkaar te bespreken. Patiënten en hun familie kunnen de lijst gebruiken ter voorbereiding op het bezoek aan de geheugenpoli, voor artsen dient de lijst als geheugensteun. De oprichting van het Nederlands Geheugenpoli Netwerk - ook een resultaat van dit project - versoepelt de verspreiding van kennis.

Kans op dementie voorspellen

Het meest in het oog springende resultaat is de ontwikkeling van statistische modellen die voorspellen wat de kans is dat een individuele patiënt met milde cognitieve stoornissen binnen 1, 3 of 5 jaar dementie ontwikkelt. Dit gebeurt op basis van geslacht, leeftijd, cognitieve prestaties en de uitslagen van diagnostische tests. Omdat het vaak lastig is om statistische modellen in de dagelijkse praktijk te gebruiken, ontwikkelden de onderzoekers een app. De werking van ADappt is simpel: de arts vult de gegevens van een patiënt in en vervolgens rolt er een individuele kans op dementie uit, uitgedrukt in een percentage. De patiënt met milde cognitieve klachten (MCI) loopt dus niet meer de geheugenpoli uit met een fifty-fifty kans op het ontwikkelen van dementie, maar krijgt een uitslagpagina met een gepersonaliseerde prognose mee. Wat hebben patiënten en hun families hieraan? Het geeft ze meer duidelijkheid over de oorzaak van hun klachten, meer informatie over wat ze kunnen verwachten en meer inzicht in wat ze eventueel nog moeten regelen als het in de toekomst verder achteruit gaat. De app helpt artsen, patiënten en hun familie ook bij het nemen van een gezamenlijk besluit over het wel of niet inzetten van extra diagnostische testen.

Veelkoppig monster

Van der Flier is trots op de Parel. ‘Ik vind het ontzettend gaaf dat ZonMw en Alzheimer Nederland het aandurfden om dit veelkoppige monster te financieren. Het project heeft zó veel verschillende aspecten, dat wij van tevoren ook niet wisten of ze allemaal bij elkaar zouden komen. ZonMw stak de nek uit door ons onderzoeksteam een kans te geven. Het is fantastisch dat het ons uiteindelijk ook nog is gelukt!’

Meer informatie

]]>
news-4735 Fri, 18 Oct 2019 13:58:28 +0200 Subsidieoproepen Beter Thuis: werken aan de kwaliteit van tijdelijke intensieve zorg en behandeling https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieoproepen-beter-thuis-werken-aan-de-kwaliteit-van-tijdelijke-intensieve-zorg-en-behandeling/ Deze week zijn vanuit het programma Beter Thuis twee subsidieoproepen geopend. De subsidies zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van zorg voor mensen met een tijdelijke intensieve zorg- en behandelbehoefte. Het gaat om subsidie voor een programmeringsstudie kwaliteitsstandaarden Geriatrische Revalidatiezorg en Eerstelijnsverblijf en een subsidie voor een knelpuntenanalyse dagbehandeling Geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen. De deadline voor het indienen van uitgewerkte aanvragen is 10 december 2019, 14:00 uur. Beter Thuis

Het programma Beter Thuis stimuleert kwaliteitsontwikkeling in de tijdelijke intensieve zorg en behandeling. Het gaat hierbij om de zorgvormen Geriatrische revalidatiezorg (GRZ), Eerstelijnsverblijf (ELV) en Geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen (GZSP). De zorgvormen hebben als voornaamste doel herstel en/of revalidatie zodat mensen terug kunnen keren naar huis.

Subsidieoproepen

Er is al veel kennis en kunde om binnen tijdelijke zorgvormen kwalitatief goede zorg te bieden. Maar door samen te werken aan de kwaliteitscyclus maken we die zorg nog beter. Zo leveren we met elkaar een positieve bijdrage aan de kwaliteit van leven van kwetsbare mensen. Om dit te stimuleren zijn er deze week twee subsidieoproepen opengesteld.

Programmameringsstudie

Het doel van de subsidieoproep voor een programmeringsstudie is het opstellen van een agenda die een handvat moet bieden bij de selectie van nieuwe of te herziene kwaliteitsstandaarden binnen de Geriatrische Revalidatiezorg en het Eerstelijnsverblijf.

Knelpuntenanalyse

Het doel van de subsidieoproep voor een knelpuntenanalyse is het verkrijgen van inzicht in de knelpunten binnen de dagbehandeling Geneeskundige Zorg voor Specifieke Patiëntgroepen. Deze uitgevoerde knelpuntenanalyse resulteert in een concreet advies over hoe het veld met deze knelpunten aan de slag kan. Onderdeel van het advies is in ieder geval een lijst met geprioriteerde onderwerpen die in aanmerking komen voor de ontwikkeling van kwaliteitsstandaarden.

Meer informatie

 

]]>