Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoek 'De beste zorg voor de kwetsbare kraamvrouw en haar kind' is op 1 februari 2017 van start gegaan. Er is een onderzoeksteam samengesteld, bestaande uit twee arts-onderzoekers, projectleider en wetenschappelijk begeleiders vanuit het Erasmus MC en HogeSchool Rotterdam.

 

Het onderzoek bestaat uit verschillende onderdelen:

1. Onderzoek naar de relatie tussen het gebruik van kraamzorg en ongepland zorggebruik postpartum;

2. Onderzoek naar bevorderende en belemmerende factoren om wel/niet kraamzorg af te nemen;

3. Onderzoek naar effectieve vroegtijdige signalering en zorg-op-maat aan kwetsbare zwangeren;

4. Onderzoek naar kennis en vaardigheden van kraamverzorgenden t.a.v. kwetsbare kraamvrouwen.

 

In 2017 is het onderzoek naar de relatie tussen het gebruik van kraamzorg en ongepland zorggebruik postpartum uitgevoerd. Dit heeft geresulteerd in een artikel dat momenteel voor publicatie wordt aangeboden aan een (buitenlands) wetenschappelijk tijdschrift. Na publicatie zal ook gekeken worden hoe deze resultaten in het Nederlands gepubliceerd en/of gedeeld kunnen worden.

In 2017 vonden tevens de voorbereidingen plaats voor het kwalitatief onderzoek (2) en het vragenlijstonderzoek (4). Voor beiden is een toetsing voor WMO-plichtigheid ingediend bij de METC-Commissie van het Erasmus MC. De onderzoeken zijn niet WMO-plichtig.

Na goedkeuring zijn het kwalitatief onderzoek en het vragenlijstonderzoek gestart. De tussentijdse resultaten tot nu toe zijn onder ‘resultaten’ beschreven.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

1. Onderzoek naar de relatie tussen het gebruik van kraamzorg en ongepland zorggebruik postpartum

Voor het observationele deel van dit onderzoek voerden wij een retrospectief cohort onderzoek uit met gegevens van het CBS en Vektis. Twee associaties zijn bestudeerd:

a. De associatie tussen socio-economische status (SES) en de afname van kraamzorg

b. De associatie tussen afname van kraamzorg en gemaakte zorgkosten in het jaar na de bevalling.

 

Voor de eerste associatie hebben wij drie verschillende indicatoren voor SES gebruikt: individuele indicatoren, huishoud indicatoren en omgeving indicatoren.

De eerste associatie is op twee verschillende manieren bestudeerd: in eerste instantie hebben wij vrouwen die helemaal geen kraamzorg vergeleken met vrouwen die wel kraamzorg afnamen en in tweede instantie hebben wij de groep vrouwen die kraamzorg afnamen verdeeld in vrouwen met zorguren beneden het minimum (24 uur afname) en boven het minimum.

Bij beiden was er een onafhankelijke negatieve associatie tussen alle SES indicatoren en afname van kraamzorg. Al deze analyses waren gecorrigeerd voor de invloed van: leeftijd van de moeder, immigratie status, samenlevingsvorm, en of de vrouw woonachtig was in een geürbaniseerd gebied.

De tweede associatie is separaat bestudeerd voor zorgkosten gemaakt door de moeder in het eerste jaar na de bevalling en voor het kind in het eerste jaar na de geboorte. Voor beiden berekeningen zijn zorgkosten gerelateerd aan de zwangerschap, de bevalling en het kraambed niet meegenomen.

Geen afname van kraamzorg was geassocieerd met hogere zorgkosten voor de moeder in het eerste jaar na de bevalling. Daarnaast was het afnemen van kraamzorg beneden de minimaal aanbevolen hoeveelheid geassocieerd met hogere zorgkosten in het jaar na de geboorte voor zowel de moeder als het kind. Al deze analyses waren gecorrigeerd voor de invloed van bovengenoemde factoren en additioneel voor alle SES indicatoren.

Het manuscript "Inequity in maternity care provision and its association with health care expenditure; a national cohort study in 569 921 deliveries", waarin bovenstaande is beschreven, is nog niet gepubliceerd. Na publicatie in een Engelstalig tijdschrift overwegen wij het manuscript ook in het Nederlands uit te zetten.

 

2. Onderzoek naar bevorderende en belemmerende factoren om wel/niet kraamzorg af te nemen

Begin 2018 is gestart met de afname van interviews bij kwetsbare kraamvrouwen en zwangeren. Hiervoor is een topiclist en interviewguide ontwikkeld. De kwetsbare vrouwen die tot nu toe geïnterviewd zijn, zijn heterogeen in afkomst, opleidingsniveau, problematiek en pariteit. Aan de hand van de eerste interviews is de interviewguide kritisch bekeken en herzien. Ook is gestart het coderings-proces. Aan de hand van de open codes zal het codeboek worden opgesteld. De verwachting is dat we 20-30 interviews zullen afnemen om datasaturatie te bereiken en dat dit eind van de zomer gerealiseerd is. Najaar 2018 zal de analyse plaatsvinden en vervolgens rapportage.

 

3. Onderzoek naar effectieve vroegtijdige signalering en zorg-op-maat aan kwetsbare zwangeren;

Dit onderzoek wordt momenteel uitgewerkt waarbij de onderzoeksresultaten uit de andere onderzoeken worden gebruikt .

 

4. Onderzoek naar kennis en vaardigheden van kraamverzorgenden t.a.v. kwetsbare kraamvrouwen

Het doel van de kraamzorgvragenlijst is om te evalueren welke kennis, vaardigheden en attitude kraamverzorgenden, intakers en zorgconsulenten hebben over kwetsbare zwangeren en kraamvrouwen. De vragenlijst is door de METC van het Erasmus MC als niet-WMO plichtig beoordeeld.

Bij de ontwikkeling van de vragenlijst is gestart met het bestuderen van literatuur over kwetsbaarheid in de kraamperiode. Daarnaast is geïnventariseerd welk kennisniveau kraamverzorgenden hebben door de (na)scholingsagenda van het KCKZ te bekijken en specifieke scholingen over het thema kwetsbaarheid te bestuderen. Vervolgens zijn bij kraamzorgorganisaties intake documenten en protocollen opgevraagd om na te gaan of deze vragen bevatten over kwetsbaarheid in de zwangerschap. Na raadpleging en in overleg met ervaringsdeskundigen in de kraamzorg is een eerste versie van de vragenlijst voorgelegd aan het projectteam. Een aangepaste versie van de vragenlijst is vervolgens voorgelegd aan vier onafhankelijke senior onderzoekers. Parallel hieraan is de vragenlijst geëvalueerd door zes praktijkdeskundigen uit de kraamzorg. De conceptvragenlijst is getest onder 5 kraamverzorgenden. Het doel van deze pilot was om na te gaan of de vragenlijst goed aansluit bij de doelgroep.

De vragenlijst is half maart 2018 via KCKZ digitaal uitgezet onder n~9000 kraamverzorgenden, intakers en zorgconsulenten in heel Nederland. Er zijn nu 2193 responsen geregistreerd, waarvan 82.31% toestemming hebben gegeven om deel te nemen aan het onderzoek. De eerste voorlopige resultaten verwachten wij in het najaar van 2018 te kunnen presenteren.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er is een groot verschil in kraamzorgafname tussen vrouwen. Kwetsbare kraamvrouwen nemen minder kraamzorg af, waardoor het gezond gedrag en de gezondheid van moeder en kind minder bevorderd kunnen worden. De kraamzorg is onvoldoende afgestemd op wat nodig en gewenst is en is onvoldoende gedefinieerd in specifieke zorgpaden; kraamverzorgenden hebben niet altijd voldoende kennis en tijd om de juiste zorg te bieden.

De effectiviteit van kraamzorg, wat levert kraamzorg op, als ook de motivaties van zwangere vrouwen om geen of minder kraamzorg af te nemen zijn nog niet onderzocht. Inzicht hierin zou kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van een beter op de doelgroep afgestemde zorg en een toename van het gebruik van kraamzorg door kraamvrouwen die dit nodig hebben.

 

De Minister van VWS heeft in 2015 aangegeven dat zij vindt dat het huidige indicatieprotocol dat de aard en omvang van de kraamzorg bepaalt, te weinig flexibel is en te weinig bijdraagt aan zorg op maat. Kraamzorg moet dus op effectieve wijze gegeven worden op de juiste plaats, door de juiste zorgverlener, met de juiste inhoud en de juiste omvang.

 

Om dit te kunnen bereiken worden drie parallelle deelonderzoeken uitgevoerd met als beoogd resultaat:

1. beter inzicht in de relatie tussen het gebruik van de kraamzorg en ongepland zorggebruik postpartum;

2. inzicht in de bevorderende en belemmerende factoren om wel (en in welke mate) of niet kraamzorg af te nemen en

3. onderzoek naar effectiviteit van vroegtijdige signalering en kraamzorg-op-maat aan kwetsbare zwangeren, evaluatieonderzoek naar kennis, vaardigheden en attitude van kraamverzorgenden en het scholen van gespecialiseerde kraamverzorgenden.

 

Interventie

De eerste twee onderzoeken zijn kwantitatief resp. kwalitatief van aard. Het derde onderzoek is een interventiestudie. Tijdens dit implementatie-onderzoek wordt een vroegtijdig geïntegreerd huisbezoek en kraamzorg-op-maat ontwikkeld met behulp van mHealth ondersteuning voor kwetsbare kraamvrouwen en kraamverzorgenden. Er is aandacht voor het bereik van kraamzorg, nl. door het actief toeleiden van kwetsbare zwangeren naar kraamzorg, zodat het zorggebruik onder deze groep wordt verbeterd en de continuering van zorg door een optimale afstemming en overdracht.

 

Zowel de kraamverzorgende als de kraamvrouw worden adequaat toegerust met kennis, vaardigheden en (digitale) tools. Het digitale platform coacht de zwangere vrouw en de kraamvrouw bij voedings- en leefstijlgewoonten, adviezen t.a.v. roken, alcohol, gezonde voedingsgewoonten van hun kind, borst- en flesvoeding en medicatie.

 

De onderzoekspopulatie bestaat uit zwangere vrouwen, die gescreend en begeleid worden door de deelnemende verloskundig zorgverleners in de gemeenten Rotterdam, Capelle a/d IJssel, Roosendaal, Bergen op Zoom, Dordrecht, Schiedam & Vlaardingen. Kraamzorgorganisaties, VSV’s en/of Verloskundige Kringen in deze regio’s werken hiervoor samen in de dit onderzoek.

 

De primaire uitkomstmaat van de interventiestudie is de zelfredzaamheid van de moeder, gemeten aan het einde van het kraambed via de Maternal Empowerment Questionnaire.

De secundaire uitkomstmaten zijn het aantal kwetsbare zwangeren dat kraamzorg afneemt, de (totale zorgkosten van) het (on)gepland zorggebruik door moeder en/of kind in eerste halfjaar na bevalling, rookgedrag van de ouders, gezonde eetgewoontes en leefstijl, maternale stress, slagingspercentage borstvoeding, hechting moeder & kind en Health Literacy.

 

Scholing

Onderdeel van de interventie en voorwaarde voor implementatie is dat zorgconsulenten/intakemedewerkers en kraamverzorgenden die werken in het onderzoeksgebied worden geschoold. Allereerst zal middels een survey worden onderzocht welke kennis, vaardigheden en attitude kraamverzorgenden hebben ten aanzien van kwetsbare zwangeren problematiek aan het begin van het project en welke kennis en vaardigheden zij nog nodig hebben om deze groep zwangeren beter te bereiken en om hen optimale zorg te kunnen bieden. Deze meting wordt aan het eind van de interventieperiode herhaald om na te gaan welk effect het project heeft gehad op kennis, vaardigheden en attitude van kraamverzorgenden.

 

Samenwerking

Het Erasmus MC en Hogeschool Rotterdam zijn verantwoordelijk voor de aanvraag en uitvoering van dit onderzoeksvoorstel. Om de onderzoeken uit te voeren wordt samengewerkt met verschillende zorgverleners uit het Regionaal Consortium Zwangerschap & Geboorte Zuidwest Nederland. Zorgverzekeraar Zilveren Kruis ondersteunt het plan.

Cliëntenparticipatie wordt gerealiseerd door: a. actieve betrokkenheid van het Cliëntpanel van het Regionaal Consortium, b. zwangere vrouwen die géén kraamzorg willen alsook zwangere vrouwen die wél kiezen voor kraamzorg te interviewen als onderdeel van een van de deelonderzoeken en c. het organiseren van een focusgroep met het Cliëntpanel waarbij specifiek wordt gevraagd naar verwachtingen van het kraambed en specifiek van de ondersteuning door de kraamverzorgende.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website