Projectomschrijving

Wetenschappelijk onderzoek (research) met menselijke embryo’s in vitro is omstreden. In Nederland wordt dit onderzoek aan strenge voorwaarden gebonden in de Embryowet.

Een van de wettelijke voorwaarden voor dit onderzoek is de zogenoemde subsidiariteit, dat wil zeggen: wetenschappelijk onderzoek met embryo’s is alleen toelaatbaar als er geen alternatieven zijn om het doel van het betreffende onderzoek te bereiken.

Sinds enige tijd is het mogelijk om in het laboratorium ‘embryo-achtige structuren’ te maken, ook wel ‘synthetische embryo’s’ genoemd. Deze kunnen naast of (deels) in de plaats van ‘gewone’ embryo’s worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. De centrale vraag van dit ethiekproject, uitgevoerd aan de Universiteit van Maastricht, is: moeten deze embryo-achtige structuren als (niet-)embryo worden beschouwd en waarom (niet)? En wat betekent dit voor de regulering van wetenschappelijk onderzoek?

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website