Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Voor jezelf hoeft het geen probleem te zijn als je een antibioticaresistente bacterie bij je ‘draagt’. In de gezondheidszorg zal echter vaak kost wat kost voorkomen worden dat die bacterie andere patiënten bereikt. Er worden daarom preventiemaatregelen genomen die erg belastend zijn voor dragers: medische behandelingen worden uitgesteld, quarantaine en isolatie staan contact met familie en anderen in de weg, en dragers ervaren stigmatisering. In ons project laten we aan de hand van cartoons zien wat voor ethische dilemma’s hierdoor ontstaan. We bieden daarnaast een ethisch kader voor verantwoorde zorg, waaraan zorgverleners infectiepreventie kunnen toetsen. Dit kader geeft ook richting aan adviezen en richtlijnen van het RIVM. Het benadrukt onder meer het belang van solidariteit: risico’s en lasten van (preventie van) antibioticaresistentie moeten niet alleen door dragers en patiënten worden gedragen, maar ook zoveel mogelijk worden gedeeld binnen de samenleving als geheel.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

1. Voorzorgsmaatregelen die gericht zijn op het voorkomen van antibioticaresistentie in zorginstellingen zijn belastend voor mensen die zo’n resistente bacterie bij zich dragen. Dragers hebben soms weinig grip op hun situatie, ze ervaren stigmatisering, medische behandelingen worden uitgesteld, en quarantaine en isolatie maken sociaal contact moeilijker.

2. Voorzorgsmaatregelen gericht op dragers moeten daarom goed onderbouwd worden. Ze moeten effectief, proportioneel en zo weinig mogelijk ingrijpend zijn.

3. “Zo weinig mogelijk ingrijpend” is een kwalitatief oordeel dat voor verschillende dragers verschillend kan uitvallen. Goede maatregelen worden daarom, zo mogelijk, afgestemd met dragers zelf.

4. De vraag wat voor risico’s van (besmetting met) antibiotica resistentie (on)aanvaardbaar zijn, is niet slechts een morele afweging tussen de belangen van kwetsbare patiënten en die van gediagnostiseerde dragers. Veel dragers zijn onbekend en heel strenge maatregelen richting alleen de bekende dragers zijn daarom maar beperkt effectief. Het beperken van antibioticaresistentie is sowieso een collectieve verantwoordelijkheid.

5. Voorzorgsmaatregelen rond dragers moeten daarom worden ingebed in een veel breder institutioneel en maatschappelijk beleid, waarin versterking van preventie (vaccinatie, gewone hygiëne, etc.) en zorgvuldig antibioticagebruik centraal staan. Dit is een zaak van solidariteit, waarbij de lasten van (het beperken van) infectierisico’s zoveel mogelijk worden gedeeld. Hoe hoger de lat van algemene preventie in de zorg en in het dagelijks leven ligt, hoe minder belastende maatregelen nodig zijn rond dragers. Ook is de voorzorg die toch noodzakelijk is, dan beter te rechtvaardigen.

6. Gezondheidswerkers dienen bewust te zijn van antibioticaresistentie, van de impact van voorzorgsmaatregelen op de kwaliteit leven van dragers. We hebben een reeks cartoons en een normatief ethisch kader ontwikkeld, ter vergroting van dat bewustzijn en ter ondersteuning van ethische besluitvorming in de zorgpraktijk.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

We ontwikkelen een ethisch kader waarmee professionals beslissingen kunnen nemen rond de rzorg voor mensen die een bijzonder resistent micro-organisme 'dragen'. Vaak is het lastig om die bacterie kwijt te raken, en dan kunnen er redenen zijn beperkende maatregelen op te leggen. In het afgelopen jaar is een systematische literatuurreview gedaan naar ethische aspecten van zorg bij BRMO. Daarnaast is de (LCI) database van het RIVM doorzocht op BRMO casuistiek, en de ethische aspecten die daarin een rol spelen. Als theoretische basis voor verdere analyse is gekozen voor de capabilities benadering. Op basis hiervan is een eerste versie van een taxonomie (systematische indeling) van ethische aspecten van BRMO zorg opgesteld.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

- Organisatie van een internationale workshop voor public health professionals (European Public Health Association) in Wenen.

- Een tweetal publicaties in het kader van het (RIVM/UMC Radboud) dissertatieonderzoek van Babette Rump dat met dit ZonMW project verbonden is: (a) een casusbespreking in een casusboek, uitgegeven door de Centers for Disease Control, (b) een empirisch onderzoek naar het voorkomen van stigmatisering onder BRMO dragers.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Antimicrobial resistance (AMR) threatens effective treatment of infections and infectious disease, now and in the future. This may imply that infections that used to be relatively innocent now pose a severe threat to patients and to public health. Dutch health care facilities therefore follow strict policies to prevent the introduction and spread of AMR. The Netherlands have put much effort in developing a global approach and an international joint agenda to fight antibiotic resistance. As important as such prevention is, it may have burdensome implications for infected patients and healthy persons in whom a resistant pathogen has been colonised: they may feel stigmatised, face restrictions in their work or private life, or might be refused access to, for example day care, etc. Current guidelines can be understood as seeking a balance between the public interest of prevention versus the best interests of carriers, but the ethical dimensions of this conflict remain largely implicit. As a result the guidelines give public health professionals little practical guidance on how to make difficult choices in the face of AMR risks, and they may lead professionals to see the dilemmas as technical rather than ethical. Moreover, if the ethical dimensions remain implicit, this also constrains the possibilities for those affected by AMR infection control measures to gain insight into how these decisions are arrived at. AMR cases are further complicated by financial and institutional interests of a health care facility. The question how to deal with practical dilemmas in this context is becoming more and more urgent. Antimicrobial resistance will be a central topic during the Dutch EU presidency in the first half of 2016 and part of the strategy will be to intensify the approach to prevent AMR in the coming years. This project aims to develop a framework that guides ethical deliberation about responsible preventive and health care policies for persons carrying a resistant pathogen. The framework will encompass specific indicators for good AMR care, a deliberation structure for professional decision-making, and procedural guidance aiming at transparent and fair deliberation. Moreover, the framework will refer to a series of documented case discussions in which ethical arguments and evaluations are made explicit. This set of case discussions is meant to serve as illustrative background against which new cases can be compared and evaluated. Importantly, the “example” case discussions will not necessarily yield the “right” answer. Often, ethical deliberation leaves room for several options that could be morally justified in a specific case. The added value of the example case discussions is to show how professionals can arrive at a morally reasonable AMR prevention measure in a structured and transparent way. These outcomes could of course still be contested, but then it is at least clear which arguments should be taken into account in such a debate.

The project aims at broadening the scope of the debate on AMR prevention from a mostly scientific debate to include ethical and societal dimensions of antimicrobial resistance. Two subjects in this debate require more in-depth analysis. One of the key principles in legal and ethical approaches to infectious disease control is the idea that restrictive or intrusive interventions should be as ‘small’ as possible: other things being equal, professionals should always opt for the least intrusive alternative. We discuss the justification and scope of this principle in light of recent critiques that have been put forward in the bioethical literature, and we explore the practical implications of these critiques for the usefulness of the principle and the implications for both AMR care and control. A second central topic is concerned with the question how far societies should go in ruling out AMR infection risks. Indeed, any judgement about what kind of interventions are proportional and ‘least intrusive’ presupposes an idea about what level of AMR risk is deemed acceptable. We explore factors that s

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website