Projectomschrijving

Samenvatting na afronding

De vraag die centraal stond was: welke vragen en behoeften aan ondersteuning hebben (wens)ouders, kinderen en donoren als het gaat om domeinen die te maken hebben met kunstmatige inseminatie met donorzaad (KID)?
 
Uit het onderzoek blijkt dat wensouders willen weten hoe spermadonoren door de kliniek worden gescreend. Voor en na de geboorte van een kind hebben ouders het voornemen om hun kind te vertellen dat hij/zij is geboren na een behandeling met donorsperma. Na de geboorte van het kind hebben zij vragen over wanneer en hoe zij hun kind het beste kunnen vertellen dat hij/zij een donorkind is. (Wens)ouders hopen hierbij op advies van professionals en vinden het prettig om ervaringen van andere ouders te horen.
Donorkinderen wensen dat ouders vanaf jongs af aan open zijn over dat zij een donorkind zijn en vinden het prettig hier open over te kunnen spreken met hun omgeving.
Zowel (wens)ouders als donorkinderen zijn nieuwsgierig naar de donor en willen weten wat de eigenschappen van de donor zijn.
Donoren willen weten hoeveel donorkinderen zij hebben, of zij benieuwd zijn naar de donor en of de kinderen gezond zijn. Zij denken mogelijk behoefte te hebben aan contact met professionals als donorkinderen zich melden voor een ontmoeting.

Rapportage: Toelichting op eindverslag Badok studie

Samenvatting bij start

De onderzoekers namen diepte-interviews af met 25 spermadonoren (18 inactieve en 7 actieve), die vanaf 1989 sperma hadden gedoneerd aan de spermabank. Alle 25 donoren waren mannen die zich als donor hebben laten registreren, en met wie donor-kinderen als zij 16 jaar zijn, contact kunnen opnemen als zij dit willen. Acht van de 18 inactieve donoren en alle 7 actieve donoren hadden een psychosociaal counselingsgesprek over implicaties van spermadonorschap als onderdeel van de intakeprocedure. Zij vonden het belangrijk dat zij tijdens dit gesprek konden praten over het vertellen over hun donorschap aan eigen kinderen, familie of vrienden en over eventueel toekomstig contact met hun donor-kinderen. Van de 10 voormalige donoren die geen counselings gesprek hadden gehad, betreurden 8 van hen het ontbreken daarvan. De meeste donoren zouden het waarderen als psychosociale begeleiding beschikbaar zou zijn in het geval donor-kinderen contact met hen willen opnemen.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website