Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De coördinatie voor de zorg voor jeugd is van essentieel belang voor een goede jeugdgezondheidszorg. Het doel van deze coördinatie is het veilig stellen van effectieve zorg aan kind en gezin door afstemming en afspraken tussen hulpverleners. Het doel van dit onderzoek was een eerste stap te zetten in de ontwikkeling van werkbare prestatie indicatoren voor ketencoördinatie jeugdzorg.

Binnen dit onderzoek is gewerkt met de Delphi methode bij 12 experts om tot een lijst van potentiele indicatoren te komen. Deze items zijn vervolgens in de concrete situatie in de gemeente Oosterhout getoetst en geëvalueerd. Door de deelnemers van de Delphistudie is een lijst van 86 items vastgesteld en geprioriteerd. Vervolgens zijn deze items getoetst op praktische haalbaarheid aan de hand van 4 verschillende onderzoeksmethoden: een klantervaringslijst voor gezinnen, registratie van de ketencoördinator Oosterhout, een tevredenheid- enquête onder professionals uitgezet door de ketencoördinator en een digitale vragenlijst (op basis van ontwikkelingsmodel ketenzorg van Vilans) onder ketenpartners . Niet alle items uit de Delphistudie waren meetbaar met de gebruikte onderzoeksmethoden. De resultaten van de deelonderzoeken zijn gerapporteerd aan de gemeente Oosterhout en worden gebruikt in de beleidsdiscussie over de doorontwikkeling van het CJG en implementatie van de landelijke transitie jeugd en de positie van de ketencoördinator jeugdzorg daarbinnen.

Vervolgonderzoek op basis van het huidige onderzoek en in samenhang met landelijke ontwikkelingen zoals de prestatie-indicatoren voor het CJG en het ITJ Toetsingskader voor gezinnen met geringe sociale redzaamheid is wenselijk en noodzakelijk.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit onderzoek heeft een lijst van potentiele prestatie indicatoren voor ketencoördinatie opgeleverd. Deze items zijn geordend in het logisch evaluatie model OUTCOME (resultaten voor het gezin), OUTPUT (activiteiten en diensten geleverd door hulpverleners binnen het gezin), THROUGHPUT (werkprocessen) en INPUT (organisatie en randvoorwaarden). De outcome-indicatoren zijn in kaart gebracht door gebruik te maken van een klantervaringslijst. Voor de output en throughput is gebruik gemaakt van de bestaande registratie van de ketencoördinator en een schriftelijke enquête onder betrokken professionals. Voor de input zijn gegevens verzameld via een digitale vragenlijst op basis van het Ontwikkelingsmodel ketenzorg van Vilans.

 

Outcome (wat is de facto het resultaat van de geleverde dienstverlening voor het gezin?)

• Het gezin heeft met behulp van de professionals vaardigheden ontwikkeld om met hun problematiek om te gaan

• Het gezin heeft regie in eigen leven

• De effectiviteit van de hulpverlening, in termen van inspanningen en uitgaven dragen daadwerkelijk bij aan de realisatie van de beoogde doelen, is beschreven (mediaanscore 9)

Output (Wat zijn de door de professionals geleverde diensten/ activiteiten voor het gezin?)

• Er is per case altijd een plan van aanpak aanwezig

• Er is per case altijd een aanspreekpunt gerealiseerd voor het gezin

• De ketencoördinator heeft per case overzicht van doelen en afspraken

• Er is inzicht in de gemiddelde duur van de hulpverleningstrajecten van alle casussen •

Throughput (werkprocessen van de professionals)

• Het plan van aanpak is gemaakt in samenwerking met gezinnen en/of jongeren

• De mening van ouders/jongeren is herkenbaar terug te vinden in het plan van aanpak

• De ketencoördinator heeft indien nodig een direct contact met managers

Input (samenwerkende organisaties en randvoorwaarden)

• Ketencoördinatoren en professionals hebben de ruimte om te gaan met variërende inzet voor de diverse behoeftes van de cliënten

• Er is de wil, ervaren door hulpverleners, bij de deelnemende organisaties om daadwerkelijk samen te werken

 

 

 

 

Hierbij moet wel opgemerkt worden dat het stellen van prioriteren in de Delphi studie door de experts lastig werd gevonden. Veel items werden zeer hoog gescoord ( tussen de 8 -10 in een schaal van 1 tot 10) waardoor onderscheid in belangrijke en minder belangrijke items moeilijk aan te brengen is. Daarbij is ook gebleken dat niet alle van de in totaal 84 items die uit de Delphistudie naar voren kwamen, met de gebruikte onderzoeksmethoden meetbaar zijn gebleken. Hierbij kun je denken aan items zoals het hebben van ruimte voor ketencoördinator en professionals om variërende inzet te plegen voor de diverse behoeftes van cliënten.

Uit deze studie komt naar voren dat voor een ketencoordinator een functie heeft op de drie laatste domeinen van het evaluatiemodel (te weten; input, throughput en output) en daarmee overlap heeft met de taken van een zorgcoördinator die als eerste aanspreekpunt fungeert voor het gezin en die inhoudelijk de zorg coördineert en met hulpverleners afstemt. Pas op het moment dat de hulpverlening afwezig is, vastloopt of dit dreigt te doen, komt een ketencoördinator in beeld. Wanneer de hulpverlening rondom een gezin (opnieuw) opgezet is, volgt de ketencoördinator de voortgang op afstand. Het is lastig om de werkzaamheden van een ketencoördinator direct verantwoordelijk te stellen voor het behalen van outcome-indicatoren.

Deze studie heeft een eerste aanzet geleverd voor prestatie-indicatoren voor lokale ketencoördinatie Jeugd. En de effectiviteit ervan. We weten iets over het bereik(aantal cliënten), de problematiek van de doelgroep, de ervaringen van de klant, het inzetten van de eigen kracht van de gezinnen, inzet van het sociale netwerk en de ontwikkelingsfase van het zorgnetwerk (samenwerking). Op basis van deze gegevens is het mogelijk een indicatief oordeel te geven over de kwaliteit van de ketencoördinatie. Dit oordeel is op basis van de huidig beschikbare gegevens echter nog niet voldoende objectief en generaliseerbaar.

Wanneer we de effectiviteit willen meten, zou idealiter sprake moeten zijn van een controle of vergelijkingssituatie en deze was in dit onderzoek niet aanwezig (dit onderzoek had een exploratief karakter). Een mogelijkheid voor een vervolgstudie is wellicht om aan de hand van de evaluatie items gericht prestatie-indicatoren te maken en die in diverse gemeenten met diverse werkwijzen te vergelijken.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De zorgcoördinatie voor jeugd is van essentieel belang voor een goede jeugdgezondheidszorg. Het doel van zorgcoördinatie is het verlenen van effectieve zorg aan kind en gezin en afstemming en afspraken tussen hulpverleners. Zorgcoördinatie wordt onder verantwoordelijkheid van gemeenten uitgevoerd. Er bestaat momenteel echter geen systematische methodiek (zoals een set van betrouwbare en valide prestatie-indicatoren) waarmee gemeenten kunnen vaststellen of deze coördinatie de beoogde resultaten behaalt.

Het project 'Ketencoördinatie Jeugd: noodzakelijk en logisch, maar welk effect kunnen we aan de gemeente melden?' streeft ernaar een set prestatie-indicatoren te ontwikkelen die richtinggevend kan zijn voor het bepalen van de effectiviteit van ketencoördinatie en ketenzorg door de jeugdgezondheidszorg en toetst deze prestatie-indicatoren in de praktijk. In dit onderzoek worden op basis van literatuuronderzoek en via een Delphi-methode prestatie-indicatoren uitgewerkt. Deze indicatoren worden vervolgens in de concrete situatie in de gemeente Oosterhout getoetst en geëvalueerd.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Momenteel bevindt het onderzoek in het veldwerkstadium.

Er is een korte internationale literatuursearch gedaan en er zijn verscheidene nationale (onderzoeks)rapporten bestudeerd. In internationale literatuur rondom kwaliteitsonderzoek wordt veel gebruik gemaakt van het model van Donabedian. In dit model wordt kwaliteit bepaald door drie domeinen: STRUCTUUR van de organisatie, PROCESsen of wel de manier waarop de structuur werkt in de praktijk (zoals overdracht van informatie en zorg- en behandelactiviteiten) en OUTCOME (de resultaten van de processen). Higginson werkt dit model verder uit door een extra het kwaliteitsdomein OUTPUT toe te voegen. Deze kwaliteitsdomeinen worden binnen ons onderzoek gebruikt om de te ontwikkelen prestatie-indicatoren te ordenen. In feite gaat het in het domein STRUCTUUR om het zorgnetwerk en in het domein PROCES om de coördinatie van de keten. Het domein OUTPUT relateert aan de zorgketen zelf en de ondernomen acties en afspraken. In het domein OUTCOME tenslotte, gaat het om het effect van de ketenzorg in het totaal (dus inclusief de activiteiten van de coördinator): wat levert de ketenzorg nu op (voor kind en gezin, professionals en beleidsmakers)?

 

 

Belangrijkste uitkomst van de literatuursearch was dat we voor de kwaliteitsdomeinen Structuur en Proces goed gebruik kunnen maken van een recent ontwikkelingsmodel voor de ketenzorg. Dit onderzoek uitgevoerd door Mirella Minkman is gefinancierd door het ministerie van VWS via Vilans,het kenniscentrum voor langdurige zorg (zie artikelen in bijlage). Aan de hand van dit model is er een digitaal instrument ontwikkeld. Op basis hiervan kan men kwaliteitsindicatoren verzamelen over de organisatie van samenwerkende hulpverleners, de samenwerkingsprocessen en de rol van de ketencoördinator. Dit model en instrument zullen worden aangepast op de setting van de jeugdgezondheidszorg en vervolgens worden uitgezet binnen de case van de gemeente Oosterhout. Als het gaat over de OUTPUT en OUTCOME indicatoren dan is hier minder over bekend. Voor deze indicatoren wordt een Delphi studie uitgevoerd.

 

 

Het volgende stuk omschrijft het voorgenomen werkplan om te komen tot de prestatie indicatoren. We hebben er voor gekozen om verder te gaan met het Ontwikkelingsmodel voor Ketenzorg (OMK). Het OMK model is een generiek model voor beschrijving de structuur, organisatie en processen binnen ketenzorg. Door een vragenlijst in te vullen op alle 9 elementen kan onder andere worden vastgesteld in welke fase van ketenvorming de keten zich bevindt. Vilans is op dit moment bezig om een de vragenlijst te digitaliseren wat naar verwachting september 2011 gereed zal zijn. Deze digitale tool zal voor ons onderzoek voor gelegd worden een aantal landelijke experts op het gebied van jeugd(gezondheids)zorg. De experts worden gevraagd om de vragenlijst in te vullen, aan te geven welke onderwerpen men belangrijk en minder belangrijk vindt en welke onderwerpen men voor deze specifieke JGZ setting mist. Naar aanleiding van deze expertronde wordt de tool aangepast waarna het uitgezet kan worden in de testcase van de gemeente Oosterhout.

De ontwikkeling van het OMK model is ontwikkeld op basis van subsidiegelden van VWS. Dit betekent dat het model openbaar en vrij beschikbaar is. Het aangepaste model naar aanleiding van dit onderzoek zal ook vrij toegankelijk zijn. Vilans heeft het OMK model geoperationaliseerd in een digitaal instrument dat via internet af te nemen is bij ketenpartners, met daarbij een analyse en advies. Voor ons onderzoek maken we hier gebruik van.

 

Het doel van de Delphi studie is om tot een set prestatie-indicatoren te komen voor kwaliteitsdomeinen OUTPUT en OUTCOME. Het gaat hier over de vraag wat ketencoördinatie nu eigenlijk moet opleveren? De eerste Delphi ronde bestaat uit een eerste verkenning van de ideeën en meningen van Nederlandse experts die op een kwantitatieve manier worden vastgelegd. In volgende Delphi rondes worden de experts gevraagd om hun eerdere mening bij te stellen naar aanleiding van een terugkoppeling van het gemiddelde uit de hele groep via de mail of een internetquestionaire. De eerste bijeenkomst is gepland op 6 oktober 2011.

 

De Delphi studie en het gebruik van het digitale instrument van het OMK model zullen uiteindelijk een set prestatie-indicatoren opleveren die gebruikt gaan worden in de case van de gemeente Oosterhout. Het veldwerk in de gemeente Oosterhout zal medio maart 2012 plaatsvinden en om de waarde en relevantie van de ontwikkelde prestatie-indicatoren te toetsen willen we in juni 2012 een werkbijeenkomst organiseren met de ketenpartners bij de gemeente Oosterhout. Met hen willen we de resultaten bespreken en interpreteren. Deze bevindingen zullen ook in de eindrapportage (dec 2012) worden opgenomen.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project 'Ketencoordinatie Jeugd: noodzakelijk en logisch, maar welk effect kunnen we aan de gemeente melden?' streeft ernaar een set prestatie-indicatoren te ontwikkelen die richtinggevend kan zijn voor het bepalen van de effectiviteit van ketencoordinatie en ketenzorg en toetst deze prestatie-indicatoren in de praktijk.

Er bestaat momenteel geen systematische methodiek (zoals een set van betrouwbare en valide prestatie-indicatoren) waarmee gemeenten kunnen vaststellen of de zorgcoördinatie, zoals onder haar verantwoordelijkheid uitgevoerd, de beoogde resultaten behaalt.

In dit onderzoek worden in de kwaliteitsdomeinen Structuur, Proces, Output en Outcome op basis van literatuuronderzoek en praktijkgesprekken en met behulp van de Delphi-methode prestatie-indicatoren uitgewerkt. Deze indicatoren worden vervolgens in de concrete situatie in Oosterhout getoetst en geevalueerd.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website