Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Om kinderen beter voor te bereiden op hun seksuele ontwikkeling investeert Rutgers WPF sinds vijf jaar in tijdige relationele en seksuele vorming in het basisonderwijs. In nauwe samenwerking met een groot aantal GGD-en coordineert Rutgers WPF hiertoe het landelijk stimuleringsproject de Week van de lentekriebels en stelt hiertoe lesmateriaal beschikbaar zoals het leskatern Relaties & Seksualiteit. Er zijn aanwijzingen dat het leskzatern positief wordt gewaardeerd en schoolbreed wordt gebruikt maar het ontbreekt aan wetenschappelijke kennis over succesvolle en duurzame implementatie. Onbekend is welke factoren bijdragen aan de aanschaf en (duurzaam) gebruik van het pakket. Daarnaast bestaat het vermoeden dat alleen de zgn. early market wordt bereikt en niet de algemene mainstream. Om meer zicht te krijgen op de factoren die adoptie en implementatie van het leskatern bevorderen en belemmeren is een kwalitief en kwantitatief onderzoek uitgezet onder een groot aantal GGD-en en basisscholen. Op basis van theoretische kennis over implementatie en een eerste verkenning via focusgroepen met GGD-en en gesprekken met scholen, is een topiclijst samengesteld. Deze is omgezet tot een vragenlijst en onder 321 basisscholen en 29 GGD-en getoest. Het onderzoek heeft meer inzicht gegeven in succesvolle factoren voor (duurzame) implementatie op niveau van de omgeving, interventie, professional en de organisatie. Daarnaast zijn scholen geidentificeerd die ingezet kunnen worden bij de kloofoversteek van de early adopters naar de mainstream. De uitkomsten zijn besproken met GGD-en en omgezet in een implemenatiestrategie met een aktieplan voor de langere termijn.

 

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Gebruikte methode: Op basis van theoretische modellen zijn twee focusgroepen georganiseerd met GGD-en 14 interviews gehouden met scholen. Op basis hiervan is een topiclijst opgesteld die door 321 scholen en 36 respondenten van 26 GGD-en is ingevuld waarna verschillende analyses zijn uitgevoerd om succesvolle determinanten voor implementatie van het leskatern in beeld te krijgen. Resultaten: Stimulerende factoren om aandacht te besteden aan seksuele vorming liggen vooral binnen de school. Vragen van leerlingen over het onderwerp en positieve houding van het team dragen bij aan aandacht voor seksuele vorming. De GGD blijkt de meest invloedrijke externe organisatie bij keuze van het lesmateriaal. De gebruikers beoordelen het leskatern positief vanwege flexibel gebruik in het onderwijs en aansluiting bij kennisniveau en leefwereld van kinderen. Deze factoren dragen op hun beurt bij aan gebruik. Naarmate er meer expertise is in de school is het draagvlak groter en neemt de kans dat de school hier aandacht aan besteedt toe. Nieuwe inzichten: Het onderzoek heeft laten zien dat draagvlak binnen de school voor srv cruciaal is. Als men eenmaal bekend is met het pakket en het pakket heeft gebruikt is de kans groot, gezien de waardering voor het pakket, dat men het pakket blijft gebruiken. Scholen met een hoge score op visionariteit kunnen een belangrijke rol spelen bij de kloofoversteek naar de mainstream scholen. Conclusies en aanbevelingen: In de implementatie strategie zal meer aandacht besteed worden aan de actoren in de school via vakbladen en andere geeigende kanalen. Daarnaast zal in de pr meer aandacht komen voor de gewaardeerde kenmerken van het lekskaten. Per GGD regio zullen niche scholen geidentificeerd worden die als voorbeeld kunnen dienen voor andere scholen om de kloofoversteek naar de mainstream mogelijk te maken.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vroegtijdige relationele en seksuele vorming aan jonge kinderen draagt bij aan een positief zelfbeeld, minder verwarring en onzekerheid over de eigen seksuele ontwikkeling, verminderd risico op seksueel ongezond gedrag en beter verantwoorde seksuele keuzen op latere leeftijd. Het feit dat de huidige generatie jongeren op jongere leeftijd seksueel actief is en meer experimenteert dan enkele jaren geleden (De Graaf et al., 2005), pleit er extra voor vroegtijdig te starten met relationele en seksuele vorming. Lang niet alle kinderen worden adequaat begeleid bij hun seksuele ontwikkeling. Bij ouders ontbreekt het vaak aan kennis en vaardigheden, de voorlichting komt soms te laat of ouders zijn bang kinderen al op jonge leeftijd aan te zetten tot seksuele contacten. Kinderen worden soms al op jonge leeftijd geconfronteerd met seksualiteit via de media of leeftijdgenoten waardoor ze soms eenzijdige seksestereotype beelden en onjuiste informatie krijgen over seksualiteit. Uit onderzoek komt naar voren dat kinderen die tijdig en adquaat worden begeleid in hun relationele en seksuele ontwikkeling op latere leeftijd seksueel actief worden en beter in staat zijn verantwoorde keuzen te maken.

Om alle kinderen te bereiken en hen vroegtijdig en adequaat te informeren, is het basisonderwijs hiertoe de meest geëigende setting. Speciaal voor het basisonderwijs is in 2004 door het NIGZ en Stichting Leerplan Ontwikkeling het leskatern Relaties & Seksualiteit ontwikkeld (Doef & Kloosterman, 2004). Het pakket is opgebouwd uit drie katernen voor verschillende leerjaren in het basisonderwijs en sluit in thema’s en werkvormen aan bij de lichamelijke, emotionele en sociale ontwikkeling van kinderen. Dit lespakket is één van de meest gebruikte en veelbelovende lespakketten (Kocken et al., 2007) voor het basisonderwijs. Een selectie van de lessen wordt momenteel op effectiviteit in de bovenbouw van het basisonderwijs onderzocht. Tevens vindt er een procesevaluatie plaats onder docenten, directie en ouders naar ervaringen met dit pakket. Op basis van de uitkomsten (medio 2010) zal het pakket desgewenst op onderdelen worden herzien of aangepast zonder de gevonden effectiviteit van het pakket aan te tasten.

Met het stimuleringsproject Week van de Lentekriebels, wordt in nauwe samenwerking met de GGD-en sinds 2004 het thema geagendeerd in het basisonderwijs en gebruik van het lespakket Relaties & Seksualiteit gestimuleerd. Inmiddels zijn er 19 GGD-en die een actieve rol vervullen in de agendering en ondersteuning van het basisonderwijs op dit terrein. In feite gaat het hier om een ondersteunende implementatiestrategie naar het basisonderwijs waarin het belang van tijdige relationele en seksuele vorming wordt benadrukt en informatie wordt gegeven over de seksuele ontwikkeling van jonge kinderen. De Rutgers Nisso Groep coördineert en monitort dit project (Lee et al., 2008). Er zijn sinds 2004 meer dan 1400 lespakketten Relaties & Seksualiteit verkocht en naar schatting 850 basisscholen zijn door GGD-en ondersteund bij lessen over relationele en seksuele vorming en het gebruik van het pakket. Er zijn aanwijzingen dat het pakket positief wordt gewaardeerd en schoolbreed wordt gebruikt maar wetenschappelijke kennis over determinanten voor een succesvolle adoptie- en implementatiestrategie ontbreekt vooralsnog. Zo is onvoldoende duidelijk welk keuzeproces aan het lespakket ten grondslag ligt en welke persoonlijke en situationele factoren van invloed zijn op de aanschaf en het (duurzaam) gebruik van het pakket. Het vermoeden bestaat dat tot nu toe alleen de zogenaamde 'early market' wordt bereikt en niet de algemene 'mainstream' (Moore,2002). Onderzoek onder wel en niet afnemers en wel en niet gebruikers van het pakket in het basisonderwijs moet inzicht bieden in relevante (f)actoren voor een succesvolle implementatie. Op basis van theoretische kennis over succesvolle implementatie en een eerste verkenning onder focusgroepen met verschillende type gebruikersgroepen en actoren, wordt een topiclijst samengesteld. De topiclijst wordt via de mail verstuurd naar 1600 scholen. De scholen kunnen via een link de digitale vragenlijst invullen waarmee inzicht wordt verkregen in wel en niet afnemers en wel en niet (duurzame) gebruikers van het pakket. Aangezien de GGD-en een belangrijke schakel vormen naar het basisonderwijs zullen ook zij nauw betrokken worden bij het onderzoek. Meer inzicht in hun rol en door hen belemmerende en stimulerende factoren bij de werving en adoptie van het pakket onder basisscholen bieden handvatten voor een betere en effectievere implementatiestrategie. Met deze informatie kan de Rutgers Nisso Groep GGD-en van nieuwe kennis en inzichten voorzien en GGD-en adequater ondersteunen bij het overbruggen van de kloof tussen de early market en de mainstream. Uiteindelijk zullen hierdoor meer basisscholen en dus ook meer kinderen worden bereikt en beter voorbereid zijn op latere seksuele contacten.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website