Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Sinds begin zestiger jaren van de vorige eeuw is in Nederland oogscreening ingevoerd, in eerste instantie vanaf de leeftijd van

3 jaar, maar vanaf de tachtiger jaren, op initiatief van een kinderoogarts, uitgebreid met de “Vroegtijdige Onderkenning Visuele

stoornissen” voor kinderen van 1 tot 24 maanden. Door deze goede preventieve zorg is de proportie kinderen in Nederland dat

op 7 jaar met hun luie oog door te late detectie of onvoldoende behandeling niet kan lezen (visus < 0.5) gedaald tot een kwart

van alle kinderen met amblyopie (RAMSES studie, Groenewoud et al., 2010). Een knelpuntenanalyse van de

knelpuntencommissie heeft als startpunt gediend voor de nieuwe richtlijn. Door jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en

jeugd-doktersassistenten zijn 9 knelpunten geprioriteerd. Deze hebben betrekking op testeigenschappen van de APK

visuskaart, verwijsdrempels bij de visusmeting, voorbereiding op de visusmeting, twijfel over de afdektest,

onderzoeksfaciliteiten in het algemeen en op basisscholen, en op het functioneren van verwijzing, terugrapportage en

verwijscontrole. Naast deze knelpunten die ervaren worden in de praktijk, zal aandacht besteed worden aan doelmatigheid

(kosten-effectiviteit en kosten-utiliteit, inclusief optie visusmeting op basisschool) en aan borging van kwaliteit van visusmeting

door jeugdartsen, -doktersassistenten en –verpleegkundigen door gecertificeerde scholing. Het doel is de herziening van de

JGZ-richtlijn ‘Opsporing visuele stoornissen 0-19 jaar’, met een praktijktest en ontwikkeling van een basisdataset

(BDS)-protocol en een set indicatoren op basis van de herziene richtlijn. In de richtlijn zullen handvatten worden gegeven voor

voorlichting, opsporing, begeleiding, verwijzing en nazorg.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De resultaten die in dit project tot nu toe zijn behaald zijn als volgt: naar aanleiding van de genoemde knelpuntenanalyse, is er

een concept gemaakt van de herziening van de JGZ-richtlijn ‘Opsporing visuele stoornissen 0-19 jaar’. Dit concept is tot stand

gekomen na overleg met verschillende stakeholders uit het land in de vorm van een werkgroep. De werkgroep is een aantal

keer samengekomen en heeft via e-mail op alle stukken commentaar kunnen geven. We zijn nu in de laatste fase van de

commentaarronde en zullen na deze ronde de concept-richtlijn opsturen naar de Richtlijn AdviesCommissie (RAC). Ook is er

een concept gemaakt van het vernieuwde BDS-protocol behorende bij deze richtlijn. Deze zal ter beoordeling opgestuurd

worden naar de adviesraad.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Sinds begin zestiger jaren van de vorige eeuw is in Nederland oogscreening ingevoerd, in eerste instantie vanaf de leeftijd van 3 jaar, maar vanaf de tachtiger jaren, op initiatief van een kinderoogarts, uitgebreid met de “Vroegtijdige Onderkenning Visuele stoornissen” voor kinderen van 1 tot 24 maanden. Door deze goede preventieve zorg is de proportie kinderen in Nederland dat op 7 jaar met hun luie oog door te late detectie of onvoldoende behandeling niet kan lezen (visus < 0.5) gedaald tot een kwart van alle kinderen met amblyopie (RAMSES studie, Groenewoud et al., 2010).

Het rapport van de Knelpuntencommissie dient als startpunt voor de nieuwe richtlijn. Door jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en jeugd-doktersassistenten zijn 9 knelpunten geprioriteerd. Deze hebben betrekking op testeigenschappen van de APK visuskaart, verwijsdrempels bij de visusmeting, voorbereiding op de visusmeting, twijfel over de afdektest, onderzoeksfaciliteiten in het algemeen en op basisscholen, en op het functioneren van verwijzing, terugrapportage en verwijscontrole. Naast deze knelpunten die ervaren worden in de praktijk, zal aandacht besteed worden aan doelmatigheid (kosten-effectiviteit en kosten-utiliteit, inclusief optie visusmeting op basisschool) en aan borging van kwaliteit van visusmeting door jeugdartsen, -doktersassistenten en –verpleegkundigen door gecertificeerde scholing.

Het doel is de herziening van de JGZ-richtlijn ‘Opsporing visuele stoornissen 0-19 jaar’, met een praktijktest en ontwikkeling van een basisdataset (BDS)-protocol en een set indicatoren op basis van de herziene richtlijn. In de richtlijn zullen handvatten worden gegeven voor voorlichting, opsporing, begeleiding, verwijzing en nazorg.

De herziening levert de volgende eindproducten op:

Herziening in het door het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) ontwikkelde format dat geschikt is om interactief via een website te gebruiken

BDS-protocol

Een set indicatoren en een lijst met kernelementen op basis van de herziene richtlijn

Impactanalyse van gebruik en invoering van de herziene richtlijn, conform het format van het NCJ

Producten van de praktijktest: een PowerPointpresentatie, een verslag van de praktijktest inclusief ‘lessons learned’ en aanbevelingen voor landelijke implementatie

De projectgroep zal de werkgroep samenstellen, bestaand uit afgevaardigden van de beroepsverenigingen AJN, V&VN, NVDA, NHG, NVVO, OVN, Bartiméus, Werkgroep Kinderoogheelkunde NOG. De klankbordgroep omvat daarnaast afgevaardigden van ActiZ, NSPOH, een direkteur van een basisschool en een ouder. Bij de herziening zal gebruik worden gemaakt van de GRADE-methodiek en de uiteindelijke richtlijn zal voldoen aan de internationaal geformuleerde en geaccepteerde kwaliteitscriteria, samengebracht in het AGREE (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation) II instrument.

De werkgroep stelt met het Dutch Cochrane Centre (DCC) de definitieve uitgangsvragen vast en zet deze om naar PICO’s. Het DCC zal vervolgens, als onafhankelijk deelnemer, aan de hand van de PICO’s uitgebreid zoeken naar en selecteren van studies die de vraag kunnen beantwoorden. Dan vat DCC de geïdentificeerde evidence (kwaliteitsbeoordeling, data-extractie en – indien mogelijk – meta-analyse) systematisch samen. In geval van diagnostische of interventievragen worden GRADE-profielen en Summary-of-Findings tabellen opgesteld. Tenslotte formuleert het DCC zijn conclusies.

Op grond daarvan, aangevuld met kennis en ervaring van de leden van de werkgroep, wordt het eerste concept van de herziene richtlijn geformuleerd. Vervolgens wordt bepaald welke set van gegevens minimaal door JGZ-professionals geregistreerd dient te worden in het digitaal dossier JGZ. Deze set dient als basis voor de ontwikkeling van een BDS-protocol. Het eerste concept van de richtlijn en het BDS-protocol wordt voorgelegd aan Pharos, de klankbordgroep en de RichtlijnAdviesCommissie van het NCJ. De RAC stelt het concept van de herziening en het BDS-protocol vast.

 

Een plan voor de praktijktest wordt in overleg met het NCJ opgesteld en er vindt een landelijke commentaarronde plaats. Na afloop van de praktijktest wordt een beperkte set indicatoren ontwikkeld op basis van de herziene versie van de richtlijn, waarmee professionals de door hen geleverde zorg kunnen monitoren. Het concept van de herziene richtlijn wordt tenslotte aangepast op basis van de resultaten van de praktijktest. In de impactanalyse wordt beschreven wat de implicaties zijn van invoering in de praktijk van de herziene richtlijn voor organisaties en gemeente. Ook wordt een PowerPointpresentatie, te gebruiken voor scholing en instructie, gemaakt en een verslag van de praktijktest met ‘lessons learned’ van de praktijktest en aanbevelingen voor de landelijke implementatie. Tenslotte wordt de richtlijn opnieuw aan de RAC ter vaststelling aangeboden.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website