Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Sommige jongeren worden meer dan één keer in de JeugdzorgPlus instelling geplaatst voor behandeling. In dit onderzoek is onderzocht of er redenen of patronen te herkennen zijn die volgens de jongeren en hun netwerk aangeven in welke mate het behandelaanbod al of niet responsief is voor jongeren die herhaald geplaatst worden in de JeugdzorgPlus. Hiertoe is in beeld gebracht om wie het gaat (kenmerken en hulpverleningsgeschiedenis) middels levenslijnen; de mate van responsiviteit volgens jongeren, ouders en hulpverleners; en wat geleerd kan worden van de ervaringen met herhaalde plaatsing. Dit is gedaan op basis van levensloopinterviews met jongeren, interviews met hulpverleners en ouders, dossieronderzoek en een focusgroep. De uitkomsten van het onderzoek kunnen gebruikt worden om de JeugdzorgPlus te verbeteren. Er worden aanbevelingen gedaan op het niveau van jeugdhulporganisaties; het niveau van de jeugdsector; en die om meer fundamentele veranderingen vragen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Uit het onderzoek blijkt dat jongeren ervaren dat de gesloten jeugdzorg onvoldoende aansluit bij datgene wat zij echt nodig hebben. Het merendeel ervaart dat er ‘niets’ gebeurt in de gesloten jeugdzorg en ziet het verblijf op een groep niet als behandeling. Ook ervaren ze de geslotenheid dikwijls als een straf voor ‘fout’ gedrag. Ze verzetten zich door weglopen, agressie en drugsgebruik. Ze geven wel aan dat een gesloten deur soms even nodig is als time out. Wanneer zij in de JeugdzorgPlus verblijven zeggen zij behoefte te hebben aan iemand die bij hen blijft, hen goed kent, vertrouwen geeft en kan helpen om te leren hoe ze het leven moeten leiden. Jongeren geven aan dat zij vanwege het argument veiligheid vaak onterecht of te lang geplaatst worden. Ze ervaren dat in de JeugdzorgPlus ‘leren’ gericht is op het veranderen van gedrag in de residentiële setting en onvoldoende gericht is op het behandelen van de achterliggende problematiek en het zelfstandig leven buiten de JeugdzorgPlus.

Bepalende momenten die uit de hulpverleningsgeschiedenis en uit interviews met jongeren naar voren komen zijn traumatische ervaringen, toenemende persoonlijke problematiek tijdens het verblijf.

Uit de onderzochte cases blijkt dat de overgang tussen plekken waar de jongeren verblijven te groot is en dat zij telkens opnieuw moeten beginnen. Zij ervaren dat het herhaaldelijk plaatsen in de JeugdzorgPlus hen verder in de problemen brengt. Verbetermogelijkheden die jongeren, ouders en hulpverleners constateren gaan over het oefenen met het ‘gewone’ leven, werken aan vertrouwen en een gelijkwaardige houding van hulpverleners, een betere balans tussen geslotenheid en vrijheid, de aanwezigheid van een steunend persoon, het vaker reflecteren op de gesloten machtiging en gezamenlijk beslissen over het inzetten van hulp.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Uit de Landelijke rapportage JeugdzorgPlus kwam naar voren dat 23-27% van de aanmeldingen in 2016 en 2017 een hernieuwde aanmelding betrof (Jeugdzorg Nederland, 2017). Deze aanvraag is bedoeld om erachter te komen wat de oorzaken daarvan zijn en hoe ondersteuning en hulpverlening effectiever kunnen worden ingericht voor (het netwerk van) deze groep jongeren. Hierbij wordt naar de gehele hulpverleningsgeschiedenis gekeken van de jongeren en niet alleen naar de periode dat ze in de JeugdzorgPlus voorziening verbleven. Daarnaast zal in deze studie ook de (opvoedings)omgeving van de jongeren specifiek worden meegenomen.

 

In dit onderzoek wordt dus de responsiviteit van het behandelaanbod onderzocht. De term responsiviteit wordt op veel verschillende manieren gebruikt. In dit onderzoek wordt er voor gekozen om de specifieke responsiviteit te onderzoeken: wordt de hulpverlening toegespitst op de krachten, leerstijl, persoonlijkheid, motivatie, en eigenschappen van de jongeren en hun omgeving? Dit blijkt de belangrijkste factor te zijn in het vergroten van de effectiviteit van de hulpverlening.

 

Om antwoord op deze vraag te krijgen wordt gebruik gemaakt van exemplarische case studies. Dat betekent dat de cases die worden meegenomen in het onderzoek ‘extreme’ gevallen zijn qua herhaald beroep op de JeugdzorgPlus. Daarom wordt ervoor gekozen om jongeren te includeren die minimaal drie keer bij meer dan twee instellingen een beroep hebben gedaan op de JeugdzorgPlus. De verwachting is dat in de levensverhalen van deze jongeren diverse oorzaken van herhaald beroep ontdekt kunnen worden. Om de levensverhalen van deze exemplarische cases in beeld te brengen worden verschillende stappen gezet in het onderzoek:

 

1. De dossiers van de jongeren die deel willen nemen aan het onderzoek worden geanalyseerd om informatie te verzamelen over de aanmeldreden, problematiek, behandeldoelen, behandeling en het perspectief. De dossiers zullen ook gebruikt worden om te onderzoeken of er tekenen zijn van intergenerationele overdracht van problematiek. Deze informatie zal pér plaatsing verzameld worden, zodat dit vergeleken kan worden over tijd (responsiviteit hulpverlening). Het dossieronderzoek is er dus op gericht om indicaties te vinden van het lerend vermogen in de keten, kenmerken van de doelgroep, mate van matched care, en de functie en doelmatigheid JeugdzorgPlus.

 

2. Met de jongeren zullen daarnaast levensloop interviews gepland worden. Deze methode gaat ervan uit dat individuele levenslopen verklaard kunnen worden vanuit hun situering in tijd en plaats, hun verbondenheid met anderen, persoonlijke sturing en timing van levensgebeurtenissen. De interviews zullen zich specifiek richten op de hulpverleningsgeschiedenis en de mate waarin het eigen netwerk hierin benut is. De interviews voert de onderzoeker samen met een ExpEx: een ervaringsdeskundige die door zijn of haar expertise in de jeugdhulp beter kan aansluiten bij de jongeren. Vervolgens zullen de onderzoeker en de ExpEx op basis van dit interview en het dossieronderzoek cruciale momenten in de hulpverleningsgeschiedenis worden aangewezen waarop er een positieve of negatieve kanteling te zien was. In die zin worden er exemplarische momenten binnen exemplarische cases gevonden. Deze momenten vormen weer aanleiding om andere bronnen rondom te jongere te benaderen (bv. dossiers, ouders, hulpverleners) en op die manier zullen verschillende databronnen worden gebruikt om het effect en de responsiviteit van het behandelaanbod voor deze doelgroep te onderzoeken (triangulatie). Andere bronnen zijn interviews met ouders, andere relevante personen uit het netwerk van de jongeren, behandelaren, en jeugdbeschermers.

 

3. Na de interviews zullen spiegelgesprekken georganiseerd worden. Hierin zijn de jongere (of de ExpEx als vertegenwoordiging), ouders en betrokken hulpverleners aan het woord over de mate van responsiviteit van de hulpverlening. Andere hulpverleners zijn aanwezig bij het gesprek en krijgen zo een spiegel voorgehouden die hen inzichten oplevert over de ervaringen en mogelijke verbeter-punten. Een onderzoeker leidt het gesprek. Deze methode reikt medewerkers en organisaties kennis en praktische handvatten aan en kan indien nodig tot concrete verbeteracties leiden.

 

Met de uitkomsten van dit onderzoek kan hulpverlening aan jongeren in algemene zin worden verbeterd; instellingen kunnen hun aanbod passender maken bij de individuele behoeftes van de jongeren, zoals leerstijl en motivatie. Daarnaast kan de gewonnen informatie over de gehele hulpverleningsgeschiedenis en de (opvoedings-)omgeving aanwijzingen bieden voor het efficiënter ondersteunen én inzetten van het systeem van de jongere.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website