Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bij jongeren in JeugdzorgPlus instellingen is vaak sprake van ernstige, complexe problemen. Effectieve behandeling van deze problemen heeft aandacht voor het sociale systeem van de jongere. Concreet betekent dit: ouders betrekken bij het verblijf. Dit onderzoek heeft in kaart gebracht op welke manier JeugdzorgPlus instellingen dat doen, welke samenhangen dat vertoont met behandelresultaten en welke factoren die samenhang beïnvloeden. Er blijkt al veel contact met ouders te zijn vanuit de instellingen. Wel verschillen instellingen in de mate van gezinsgericht werken, hoe competent medewerkers zich hierin voelen en hoe ze denken over het betrekken van ouders. Op leefgroepen waar meer gezinsgericht gewerkt wordt, is het verblijf van jongeren korter, gaan zij vaker terug naar huis en wordt vaker gezinstherapie ingezet. Gezinsgericht werken lijkt even positief te zijn voor verschillende groepen jongeren en ouders. Gezinstherapie wordt nog relatief weinig ingezet. Hier lijkt ruimte voor verbetering.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

1. Wordt er gezinsgericht gewerkt?

In de JeugdzorgPlus instellingen die deelnamen aan ons onderzoek was ouderbetrokkenheid goed ingebed op het gebied van telefonisch contact, kennismakingsgesprek, bezoek- en verlofmomenten en behandelplan-besprekingen. Zo hadden mentoren telefonisch contact met alle ouders, was het overgrote deel van de ouders (94%) aanwezig bij behandelplanbesprekingen, brachten de meeste ouders (91%) verlofmomenten door met hun kind, kwamen de meeste ouders op bezoek bij hun kind (88%) en had ook met ongeveer drie kwart van de ouders (78%) een kennismakingsgesprek plaatsgevonden. Deze bevindingen laten zien dat er al veel contact is tussen medewerkers van de instelling en ouders. Instellingen kunnen nog winst boeken bij het organiseren van ouderactiviteiten zoals ouderavonden, koken, verjaardagen of deelname aan behandelinterventies van jongeren gedurende de plaatsing. Voor dit soort gelegenheden kwamen slechts ouders van 31% van de jongeren langs.

 

Pedagogisch medewerkers (PM'ers) scoorden relatief hoog wat

betreft de algemene mate van GezinsGericht Werken (GGW) volgens, competentiebeleving ten aanzien van het werken met ouders, gezinsgericht handelen in de praktijk en attitude ten aanzien van GGW. Tegelijkertijd valt op dat PM'ers gedachten hebben die belemmerend kunnen zijn voor GGW.

 

2. Welke vormen van GGW worden ingezet?

Van de totaal 35 leefgroepen die deelnamen aan het onderzoek, hadden 4 teams een gezinsgericht programma geïmplementeerd. Inmiddels zijn er nog 4 teams getraind in een gezinsgericht programma, maar dit valt buiten de dataverzamelingsperiode van het huidige onderzoeksproject.

In de gezinsgerichte programma's in de instellingen zijn de volgende (van oorsprong) ambulante gezinsinterventies geïntegreerd waardoor deze vormen van gezinstherapie ingezet kunnen worden bij gezinnen waarbij dit geïndiceerd is: Multisysteem therapie, Multidimensionele Familie Therapie en Relationele Gezinstherapie. Gezinstherapie is geen verplicht onderdeel voor alle gezinsgerichte programma’s. Het is dan een aanvullende interventie die ingezet kan worden indien dat geïndiceerd is. Ondanks bovenbeschreven samenwerkingen wordt gezinstherapie nog relatief weinig ingezet de deelnemende JeugdzorgPlus instellingen, namelijk in 30% van de gezinnen.

Analyses laten zien dat er een positief verband bestaat tussen de totaalscore van de PM'er vragenlijst en de ouderbetrokkenheid volgens het mentor-interview. Of gezinstherapie is ingezet, is ook geassocieerd met beide maten van GGW: hoe hoger de GGW-score van de

PM'er-vragenlijst en hoe vaker ouders betrokken zijn volgens de mentor, hoe vaker gezinstherapie is ingezet.

 

3. Is er verschil tussen de instellingen in de mate en aard van GGW?

Er bestaan verschillen tussen de instellingen in de mate en aard van GGW. Binnen de instellingen bestaan ook per leefgroep verschillen. De vier leefgroepen waar een gezinsgericht programma was geïmplementeerd, behaalden op de PM'er-vragenlijst hogere scores op de totale mate van GGW. In de praktijk handelden zij meer gezinsgericht, hadden zij minder belemmerende gedachten voor het werken met ouders en hadden zij een positievere attitude ten opzichte van GGW.

 

4. Is de mate van gezinsgericht werken voorspellend voor de wijze waarop de JeugdzorgPlus wordt afgesloten en de verblijfsduur?

&

5. Zijn kenmerken van de jongere en van de ouders van invloed op het verband tussen GGW en het behandelresultaat?

 

De mate van GGW volgens de PM’er vragenlijst en de mate van ouderbetrokkenheid voorspellen behandeluitkomsten. Jongeren die op een leefgroep verbleven met een hogere mate van GGW en waar ouders meer betrokken waren, gingen vaker terug naar huis. Ook werd in die gevallen vaker gezinstherapie ingezet. Een hogere mate van GGW hing ook samen met een kortere verblijfsduur. De verblijfsduur hing niet samen met ouderbetrokkenheid.

De kenmerken van jongeren (leeftijd, geslacht en de ernst van problematiek bij plaatsing) en de opvoedingsbelasting van ouders waren in het algemeen geen significante voorspellers van de behandeluitkomsten nadat voor de mate van GGW was gecontroleerd. Alleen bij jongeren met een migrantenachtergond was de kans kleiner dat gezinstherapie werd ingezet en bij jongens was de kans groter dat zij langer in de instelling verbleven.

 

Tot slot zijn focusgroepen gehouden rondom het begrip gezinsgericht werken bij wel en niet getrainde PM'ers. Hoewel ook niet-getrainde PM'ers ouderparticipatie in de praktijk brengen en met ouders in gesprek gaan, heeft de getrainde groep een meer systemische visie op behandelen en concretere ideeën over de uitvoer daarvan. De getrainde groep lijkt meer te beseffen dat GGW altijd ingezet kan worden en ziet de meerwaarde ervan, ook al hebben zij ook ervaren dat het soms uitdagend is om ouders daadwerkelijk te betrekken. Daarbij leggen zij meer nadruk op eigen handelen en verantwoordelijkheden om ouderparticipatie te bewerkstelligen.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Achtergrond: Bij jongeren die verblijven in de JeugdzorgPlus is vaak sprake van ernstige en complexe problematiek. Regelmatig vormen zij een gevaar voor zichzelf en of hun omgeving en vertonen zij (of hun omgeving) zorgmijdend gedrag (Vermaes, Konijn, Nijhof, Strijbosch & Van Domburgh, 2012). Andrews en Bonta (2006) betoogden dat om ernstige gedragsproblematiek effectief te verminderen, interventies moeten aansluiten bij de aanwezige risico- en protectieve factoren bij de jongeren, en bij hun criminogene behoeften. Belangrijke mechanismen bij het in stand houden en escaleren van externaliserende gedragsproblemen liggen in ongunstige sociale systemen rond cliënten, zoals problematisch gezinsfunctioneren. Hoewel aangenomen mag worden dat gezins/systeemgericht werken binnen JeugdzorgPlus gunstige effecten zal hebben, is er nog geen onderzoek gedaan waaruit blijkt dat dat ook daadwerkelijk zo is. Daarbij is het ook nog niet helder welke vormen van betrokkenheid van belang zijn: gaat het om bezoek, betrokkenheid bij besluitvorming, deelname aan activiteiten, gesprekken met ouders in de thuisomgeving? JeugdzorgPlus instellingen geven op dit moment op verschillende wijzen uitvoering aan het betrekken van gezinnen. Dat biedt de mogelijkheid om meer inzicht te krijgen in welke vormen van gezinsbetrokkenheid nu bijdragen aan een groter behandelsucces. Hoe goed instellingen erin slagen om ouders te betrekken bij de behandeling wordt vermoedelijk gemodereerd door kenmerken van de jongere, gezinskenmerken, ouderkenmerken en de aard van de interactie tussen ouder en kind, en de visie en werkwijzen van de instelling Om tot maatwerk te kunnen komen in de behandeling is het van belang de invloed van deze moderatoren te onderzoeken.

Doel van dit onderzoeksvoorstel is inzicht krijgen in de wijze waarop het systeem van de jongere een plek krijgt in de behandeling van de jongeren in de JeugdzorgPlus (JzP), het verband tussen de mate van participatie van het systeem en het succes van de behandeling en de invloed van kenmerken van het kind en diens omgeving op deze relatie.

Hoofdvraag is of de samenwerking met het systeem van de jongere (hierna te noemen gezinsgericht werken) in JzP instellingen leidt tot betere behandelresultaten.

 

Deelvragen zijn

1. In hoeverre werken instellingen op gezinsgerichte wijze?

2. Welke vormen van gezinsgericht werken worden ingezet?

3. Is er verschil tussen de instellingen in de mate en aard van gezinsgericht werken?

4. Is de mate van gezinsgericht werken voorspellend voor de wijze waarop de JzP wordt afgesloten en de behandelduur waarbinnen dat gebeurt?

5. Zijn er kenmerken van de jongere (dit zijn de in het analysekader JzP in kaart gebrachte statische en dynamische risicofactoren), van de ouders (de in het analysekader JzP genoemde statische en dynamische risicofactoren), en van hun omgeving aan te wijzen die van invloed zijn op het eventuele verband tussen gezinsgericht werken en het behandelverloop?

 

relevantie: Dit onderzoek geeft antwoord op de vragen of gezinsgericht werken in JzP instellingen meerwaarde heeft, voor wie dat het geval is en welke vormen van gezinsgericht werken (het meest) succesvol zijn. Dit maakt zowel aanscherping in vormen van gezinsgericht werken binnen de JzP als differentie in die vormen op basis van de kenmerken van de jongere en diens omgeving mogelijk.

 

opzet en plan van aanpak:

Het onderzoek maakt gebruik van metingen uit de monitor JzP om de moderatoren (kenmerken van de jongere en het gezin) en het resultaat van de behandeling in kaart te brengen (tevredenheid, wijze van afsluiten, ontwikkeling in opvoedbelasting en psychisch functioneren). Daarnaast wordt aanvullen bij aanvang door de gedragswetenschapper een gezinstaxtievragenlijst (10 min) ingevuld en bij beëindiging een vragenlijst rondom samenwerking met gezin door de mentor (7 min). Op instellingsniveau wordt een meting rondom visie en werkwijzen van gezinsgericht werken afgenomen middels een vragenlijst bij de pedagogisch medewerkers (15 min).

Omdat het onderzoek een uitbreiding vormt van een onderzoek naar aansluiting van JzP op erkende systeeminsterventies in het tevens door ZONmw gefinancierde EXTRact consortium, zal direct met dataverzameling kunnen worden gestart. De instrumenten zijn al ontwikkeld en gepilot in de JzP instellingen die al hebben toegezegd deel te nemen aan het EXTRact onderzoek. De vragenlijsten zijn een doorontwikkeling van het promotieonderzoek naar gezinsgericht werken in de JJI vanuit de eveneens door ZONmw gefinancierde academische werkplaats Forensische zorg voor Jeugd. De promovendus van dat onderzoek is de projectleider van deze onderzoeksaanvraag en heeft derhalve ruime ervaring in het uitvoeren van onderzoek naar gezinsgericht werken. In de projectgroep is daarnaast ruime ervaring aanwezig met betrekking tot gezinsgericht werken, JzP, ketenzorg, implementatie en methodiek ontwikkeling.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website