Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De meeste kindermishandeling wordt niet bij Veilig Thuis gemeld, blijft onder de radar, en als kindermishandeling wel wordt gemeld, dan duurt de mishandeling vaak langer dan 1 jaar. Een belangrijke reden is dat signalen niet als zodanig herkend worden. Een signaal dat weinig aan duidelijkheid te wensen over laat is de onthulling van kindermishandeling door het kind (‘self-disclosure’). De meest waarschijnlijke verklaring voor zo’n onthulling is dat kindermishandeling inderdaad plaatsvindt. In de Nederlandse aanpak van kindermishandeling is er echter nauwelijks systematische aandacht voor praktijk- en kennisontwikkeling voor deze invalshoek. Om tal van redenen kunnen leerkrachten in het basisonderwijs optimale ‘disclosees’ zijn, vertrouwenspersonen aan wie het kind dergelijke persoonlijke informatie onthult. Uit onderzoek onder mishandelde kinderen weten we dat ze hun ervaring, na een vriend/inn/etje, dit het liefst aan een leerkracht zouden willen vertellen. De heersende praktijk is echter dat leerkrachten meestal lesgeven aan een klas met kinderen terwijl zij niet weten dat daar meestal een mishandeld kind bij is. Ook zijn leerkrachten bij wet verplicht de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling uit te voeren.

 

In dit onderzoek is inzicht verworven in de competenties van leerkrachten van wie een kind in de klas een onthulling van kindermishandeling gedaan heeft. Het onderzoek laat tevens zien dat veel meer mishandelde kinderen een onthulling kunnen doen, en ook doen, als ze daar maar voor uitgenodigd worden. En leerkrachten rapporteren dat zij zien dat de meeste kinderen daarna opgelucht zijn.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit onderzoek naar onthullingen van (mogelijke) kindermishandeling is gedaan in de context van een sociaal weerbaarheidsprogramma in de bovenbouw van het basisonderwijs. Een onderdeel daarvan was dat kinderen uitgenodigd werden om hun ervaring met kindermishandeling te delen. Belangrijke resultaten van deze studie zijn dat

 

1) een uitnodiging in deze context leidde tot meer onthullingen van vermoedelijke kindermishandeling door kinderen dan zonder dit weerbaarheidsprogramma. En dat deze onthullingen, anders dan in de wetenschappelijke literatuur over weerbaarheidsprogramma’s, meestal niet over seksuele kindermishandeling gaan maar betrekking kunnen hebben op alle vormen van kindermishandeling, inclusief verwaarlozing.

2) een onthulling van een kind over kindermishandeling voor een leerkracht en intern begeleider zogezegd als een dijk van een signaal fungeert. Hiermee komen niet alleen kinderen in beeld waarover de leerkracht zich al zorgen maakte, maar ook van kinderen waarover de leerkracht zich geen zorgen maakte.

3) een onthulling van een kind over kindermishandeling voor een leerkracht meestal getypeerd kan worden als een stressvolle gebeurtenis. Maar ook, dat zij in het verlengde daarvan, steun daarvoor gezocht en gevonden hebben, binnen school en privé.

4) in de meeste gevallen leerkrachten en intern begeleiders-ers (IB-ers) rapporteren dat de sociaal-emotionele gevolgen van een onthulling voor een kind een positieve inhoud hebben, waarbij opluchting bij het kind een grote rol speelt.

5) Het zicht van leerkrachten en IB-ers op de instrumentele gevolgen van de onthulling van kindermishandeling door een kind minder duidelijk is dan hun zicht op de sociaal emotionele gevolgen. Geen van de respondenten vermoedt wat betreft de instrumentele gevolgen van de onthulling van kindermishandeling door een kind een verslechtering na de onthulling.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De meeste kindermishandeling wordt niet bij Veilig Thuis gemeld, en als kindermishandeling wel wordt gemeld, dan duurt de mishandeling meestal langer dan 1 jaar. Een belangrijke reden is dat signalen niet als zodanig herkend worden. Een signaal dat weinig aan duidelijkheid te wensen over laat is de onthulling van kindermishandeling door het kind (‘self-disclosure’). In de Nederlandse aanpak van kindermishandeling is er echter nauwelijks systematische aandacht voor praktijk- en kennisontwikkeling voor deze invalshoek. Docenten in het basisonderwijs kunnen optimale ‘disclosees’ zijn, vertrouwenspersonen aan wie het kind dergelijke persoonlijke informatie onthult. De heersende praktijk is echter dat docenten meestal lesgeven aan kinderen in een klas zonder te weten dat daar meestal een mishandeld kind bij is. Ook zijn docenten bij wet verplicht de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling uit te voeren.

In dit onderzoek 1) verwerven we inzicht in basisvaardigheden van docenten in de bovenbouw van het basisonderwijs als zij geconfronteerd worden met de onthulling van kindermishandeling door een kind uit hun klas, en 2) gaan we na of er een toename is van het aantal onthullingen van kindermishandeling door kinderen die aan een interventie deelnemen t.o.v. kinderen die niet aan deze interventie deelnemen.

Inzicht in basisvaardigheden van docenten wordt verworven met interviews bij docenten die deelgenoot waren van een dergelijke onthulling en een daarop volgende inhoudsanalyse. Dit onderzoek leidt tot aanbevelingen om beleid, praktijk en onderwijs gericht op de aanpak van kindermishandeling in Nederland te verbeteren.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Halverwege het project zijn de volgende procesresultaten te melden:

- De dataverzameling verloopt voorspoedig

- De Klankbordgroep is geïnstalleerd en een startbijeenkomst heeft plaatsgevonden

- Met de PO Raad en de Projectleider onderwijs is contact opgenomen voor het - op het onderwijs toegespitste - Afwegingskader van de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en een aanbod is gedaan

- Een manuscript is in voorbereiding

- Met het oog op implementatie (VIP) is voorgesteld een bijdrage te leveren aan het lokale onderwijs congres (‘’Plein 013’’) in 2019

- In aanvulling op het projectplan wordt een teacher disclosees meeting aangeboden aan docenten die recent een onthulling van kindermishandeling hebben meegemaakt.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De meeste kindermishandeling wordt niet bij Veilig Thuis gemeld, en als kindermishandeling wel wordt gemeld, dan duurt de mishandeling meestal al langer dan 1 jaar. Een belangrijke reden is dat signalen niet als zodanig herkend worden. Een signaal dat weinig aan duidelijkheid te wensen over laat is de onthulling van kindermishandeling door het kind (‘self-disclosure’). De meest waarschijnlijke verklaring voor zo’n onthulling is dat kindermishandeling inderdaad plaatsvindt. In de Nederlandse aanpak van kindermishandeling is er echter nauwelijks systematische aandacht voor praktijk- en kennisontwikkeling voor deze invalshoek.

Om tal van redenen kunnen docenten in het basisonderwijs optimale ‘disclosees’ zijn, vertrouwenspersonen aan wie het kind dergelijke persoonlijke informatie onthult. De heersende praktijk is echter dat docenten meestal lesgeven aan een klas met kinderen terwijl zij niet weten dat daar meestal een mishandeld kind bij is. Ook zijn docenten bij wet verplicht de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling uit te voeren.

In dit onderzoek wordt voorgesteld om inzicht te krijgen in de belangrijke basisvaardigheden van docenten in de bovenbouw van het basisonderwijs als zij geconfronteerd worden met de onthulling van kindermishandeling door een kind uit hun klas. De praktijk laat zien dat de kans op een dergelijke onthulling reëel is als kinderen hiertoe met een methodische aanpak uitgenodigd worden. Deze uitnodiging wordt gedaan aan kinderen die deelnemen aan een weerbaarheidstraining in het basisonderwijs, het Marietje Kessels Project(MKP). De hoofdvraag luidt: Welke (basis-)vaardigheden en tekorten daaraan rapporteren docenten in het hanteren van de instrumentele en sociaal-emotionele gevolgen bij kinderen die kindermishandeling onthullen bij het deelnemen aan een weerbaarheidstraining in de klas? De volgende deelvragen worden onderscheiden

1. is er een toename van het aantal onthullingen van kindermishandeling door kinderen die aan de weerbaarheidstraining deelnemen?

2. welke instrumentele en sociaal-emotionele gevolgen bij kinderen worden door docenten gerapporteerd als gevolg van onthullingen van kindermishandeling?

3. welke (basis-)vaardigheden of tekort daaraan rapporteren docenten in relatie tot een onthulling van kindermishandeling en het hanteren van de instrumentele en sociaal-emotionele gevolgen bij het kind?

4. Welke aanbevelingen kunnen worden geformuleerd voor een grotere bespreekbaarheid van kindermishandeling door docenten in de klas, en het gebruik en de toepassing van de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling?

Dit onderzoek wordt uitgevoerd met enerzijds een quasi-experiment waarin wordt vastgesteld of een weerbaarheidstraining aan kinderen in het basisonderwijs leidt tot een toename van deze onthullingen. Anderzijds worden vragenlijsten en interviews afgenomen bij docenten die deelgenoot waren van een dergelijke onthulling. Met een inhoudsanalyse worden de gerapporteerde basisvaardigheden of tekort daaraan bestudeerd in verband met de instrumentele en sociaal-emotionele gevolgen van deze onthullingen van kindermishandeling.

Dit onderzoek leidt tot aanbevelingen om beleid en praktijk gericht op de aanpak van kindermishandeling in Nederland te verbeteren. Aanbevelingen zullen worden gedaan over de mogelijkheid het onderdeel kindermishandeling in deze training ook separaat van de training aan te bieden, en over de bruikbaarheid van dit onderdeel voor andere trainingen en lessenseries in het Nederlands onderwijs met vergelijkbaar oogmerk. Tevens worden aanbevelingen gedaan voor de opleiding van docenten in het Basisonderwijs en worden aanbevelingen geformuleerd over het gebruik en de toepassing van de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling door het basisonderwijs en de onderwijsondersteuning.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website