Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Regioplan heeft samen met het Lectoraat LVB en jeugdcriminaliteit van de Hogeschool Leiden onderzoek gedaan naar de rol van de werkalliantie in de motivatie voor begeleiding bij jongeren met een licht verstandelijke beperking. Het onderzoek is mogelijk gemaakt met subsidie van ZonMw. 34 jongeren met een lvb die onder begeleiding wonen bij Stichting Philadelphia Zorg, Cordaan en het Leger des Heils hebben deelgenomen aan het onderzoek. Met name de werkalliantie op het gebied van de taken en de binding tussen de jongere en de begeleider hangen positief samen met de motivatie voor begeleiding. Ook de mate van zelfeffectiviteit is van belang voor de motivatie voor begeleiding.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Uit het onderzoek komt naar voren dat jongeren met een lvb een heel concrete opvatting hebben van de werkalliantie. Vooral goede afspraken over de taken zijn vanuit hun perspectief van belang in de context van de motivatie voor begeleiding. Dezelfde concrete benadering lijken de jongeren ook te hebben over het begrip vertrouwen. Vertrouwen in de begeleider komt in dit onderzoek naar voren als een belangrijke samenhangende factor met de motivatie voor begeleiding. Met vertrouwen bedoelen de jongeren vooral dat de begeleiders hun afspraken nakomen en bijvoorbeeld niet te laat komen. De resultaten wijzen verder op de meerwaarde van een proactieve benadering van begeleiders in de begeleidingsgesprekken met de jongeren, waarbij de begeleiders de jongeren actief sturen in de richting van het opdoen van leerervaringen. Voor de begeleiders van jongeren met een lvb bieden de resultaten handvatten voor het opbouwen van een goede werkalliantie.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er is vooralsnog weinig gefundeerde kennis over de rol van de werkalliantie in het vergroten van motivatie voor begeleiding van licht verstandelijk beperkte (LVB) jongeren. Onder 18+ LVB-jongeren, bij wie het ouderlijk gezag verdwijnt en voor de wet de volwassen leeftijd is bereikt, bestaat de neiging zich te onttrekken aan verdere begeleiding, terwijl zelfstandig functioneren zeker niet zonder problemen gaat. Dit onderzoek heeft tot doel om in kaart te brengen in hoeverre de werkalliantie tussen LVB-cliënt en begeleider bij kan dragen aan het vergroten van de motivatie van de jongere voor begeleiding. Immers, uit onderzoek in andere (hulpverlening)settings is gebleken dat motivatie een belangrijke voorspeller is voor succesvolle behandeling of begeleiding. De werkalliantie tussen cliënt en professional is daarbij een belangrijke factor gebleken. De praktijk wijst uit dat juist in deze doelgroep, waar chronische begeleiding vaak onmisbaar is, de begeleiding na 18 jaar veelal niet meer wordt voortgezet door de cliënt. Eenmaal uit beeld van de hulpverlening doet de kans op problemen als criminaliteit, schulden of verslaving toenemen. Kennis over de relatie tussen werkalliantie en motivatie is - met het oog op voortzetten van een goede begeleiding - relevant vanuit het oogpunt van LVB-cliënten en directe omgeving, zorgprofessionals, wetenschap en onderwijs, gemeenten (als zorginkoper) en de maatschappij in brede zin.

 

Dit onderzoek richt zich daarom op de volgende vraagstelling: in hoeverre bestaat er een (positieve) relatie tussen de werkalliantie en de motivatie voor (langdurige) begeleiding onder jongeren met een LVB?

Met als deelvragen:

- Welke componenten van de werkalliantie (binding, overeenstemming over doelen en/of overeenstemming over taken) hangen samen met motivatie voor begeleiding? Met daarbij een onderscheid naar de groepen 18- en 18+.

- In hoeverre kan de werkalliantie motivatie voor begeleiding na 18 jaar (in de jongvolwassenheid) worden versterkt? Zo ja, welke componenten van de werkalliantie dragen daaraan bij?

 

De onderzoeksgroep bestaat uit 50 LVB-jongeren tussen 14 en 27 jaar, die onder begeleiding wonen in een woonvoorziening van Stichting Philadelphia Zorg in de regio Amsterdam-Gooi. Het onderzoek vindt plaats op twee locaties van Philadelphia. We gebruiken een opzet die multi-informant (cliënt, begeleider, ouders) en multi-methodisch (vragenlijsten, interviews, observaties, dossieronderzoek en focusgroepen) van aard is. Analyses vinden zowel op kwantitatieve als kwalitatieve wijze plaats.

 

LVB-cliënten krijgen zelf een actieve rol in het onderzoek, namelijk daar waar het gaat om het enthousiasmeren van (mede)cliënten om aan het onderzoek deel te nemen (wat is daarvoor nodig, wanneer is het de moeite waard), het testen van de vragenlijsten en het deelnemen aan focusgroepen waarin de onderzoeksresultaten aan de cliënten worden uitgelegd en besproken. Aan het eind van het onderzoek vindt verdere verdieping van de resultaten plaats via groepsgesprekken met professionals (van Philadelphia), worden de eindresultaten aan de medewerkers van Philadelphia gepresenteerd en zal er een symposium worden georganiseerd voor geïnteresseerden uit de zorgpraktijk, gemeenten, universiteiten en hoge scholen (experts en studenten). De onderzoekers streven tevens naar enkele publicaties over de onderzoeksresultaten in diverse vakbladen.

 

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Regioplan Beleidsonderzoek en de Hogeschool Leiden, lectoraat LVB en Jeugdcriminaliteit. Het onderzoek komt tot stand in samenwerking met Stichting Philadelphia Zorg (regio Amsterdam-Gooi) en de gemeente Amsterdam als lid van de klankbordgroep. Het onderzoek zal 1 november starten en heeft een looptijd van 10 maanden.

 

Dit onderzoek genereert evidence-based kennis over de rol van de werkalliantie in het versterken van de motivatie voor begeleiding van LVB-jongeren. In de praktijk draagt het bij aan een adequate ondersteuning van LVB-jongeren op weg naar volwassenheid en meer zelfstandigheid. Dit verkleint de kans dat jongvolwassenen met LVB-problematiek zich onttrekken aan zorg met mogelijke negatieve gevolgen van dien. Resultaten zijn ook voor gemeenten interessant, die de komende jaren de regie op de verschuiving naar eigen kracht en verantwoordelijkheid zullen voeren en voor wie LVB-jeugd een nieuwe doelgroep is. Daarnaast kunnen de verworven inzichten bijdragen aan het actualiseren van het bestaande onderwijsprogramma binnen de pedagogiek op hogescholen en universiteiten.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website