Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Jij bent okay betreft een competentieprogramma voor jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) en gedragsproblemen en hun ouders met psychische en/of verslavingsproblemen (KOPP/KVO). Dit programma bestaat uit een groepsinterventie voor jongeren en een begeleide online zelfhulpcursus voor ouders. Het programma is gebaseerd op reeds effectief gebleken interventies voor normaalbegaafde jongeren en ouders (Doe-praatgroep en Kopopouders) en is aangepast voor de LVB-doelgroep. Het doel van het programma is om internaliserende en externaliserende problemen van jongeren te verminderen en competentiegevoelens te vergroten. In het huidige onderzoek is naast het ontwikkelen van het programma Jij bent okay een eerst stap gezet in het onderzoeken van de effectiviteit van het programma. Jongeren hebben na het volgen van het programma minder internaliserende en externaliserende problemen dan voor het programma. Ouders laten minder permissief opvoedgedrag zien; ze negeren hun kind minder en reageren meer adequaat. Geconcludeerd kan worden dat het toevoegen van het programma Jij bent okay aan de reguliere zorg voor jongeren met een LVB en gedragsproblemen, een meerwaarde heeft voor jongeren en ouders. Om verdere conclusies te kunnen trekken is vervolgonderzoek noodzakelijk. Jij bent okay zal voor LVB-instellingen beschikbaar worden, zodat vervolgonderzoek in de praktijk mogelijk gemaakt wordt.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In totaal hebben 55 jongeren deelgenomen aan het quasi experimentele effect-onderzoek en 43 ouders. Jongeren die hebben deelgenomen aan het programma Jij bent okay rapporteren 6 maanden na afloop minder internaliserende en externaliserende problemen dan jongeren die niet hebben deelgenomen. Ouders die deelnamen aan het programma rapporteren 6 maanden na afloop minder permissief opvoedgedrag; ze negeren hun kind minder en reageren meer adequaat.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het project 'Jij bent okay' wordt een aanbod ontwikkeld voor jongeren met een licht verstandelijke beperking en hun ouders met psychische en/of verslavingsproblemen. Dit programma bestaat uit twee onderdelen: een ondersteuningsgroep voor jongeren en een online zelfhulpmodule voor ouders. Bestaande KOPP/KVO-interventies worden aangepast,zodat aangesloten wordt bij de specifieke LVB-doelgroep en hun belevingswereld. Dit nieuwe programma genaamd 'Jij bent okay' zal door middel van een RCT-onderzoek getoetst worden op effectiviteit. De verwachting is dat het competentiegevoel van jongeren door dit programma wordt vergroot. Daarnaast is de verwachting dat internaliserende en externaliserende problemen bij jongeren afnemen, het gebruik van het sociaal netwerk bij zowel jongeren als ouders toeneemt, dat ook het ouderlijk competentiegevoel toeneemt en dat ouders zich meer betrokken voelen. In oktober is een start gemaakt met het RCT-onderzoek, dat afgerond zal worden in begin 2016.

In het RCT onderzoek zullen 44 jongeren en hun ouders deelnemen aa de interventie 44 jongeren en hun ouders vormen de controlegroep. Er zijn drie meetmomenten: een voormeting, een nameting na de interventie en een follow up vijf maanden na de start van de interventie.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de afgelopen periode is een aanpassing gemaakt op bestaande interventies voor KOPP/KVO met een normale begaafdheid. Het programma 'Jij bent okay' is hiervan het resultaat. Het bestaat uit een ondersteuningsgroep voor jongeren en een online zelfhulpmodule voor ouders.

In juni is een pilot gedaan om te onderzoeken of het draaiboek van de interventie aansluit bij de jongeren met een LVB en hun belevingswereld. Aan de hand van de pilot is het huidige draaiboek vormgegeven. Uit de pilot bleek verder dat de jongeren zich niet zo veel zorgen maakten over hun ouder met problemen, dat ze zich wel schamen voor hun ouder en dat ze het gevoel hebben de enige te zijn met een ouder met problemen. De jongeren gaven aan na de interventie meer te weten over de problemen van hun ouder en dat ze meer praten over de problemen van hun ouder dan voor de training. Gezien de kleine onderzoeksgroep kunnen hier echter geen conclusies aan worden verbonden.

Op dit moment is een start gemaakt met een RCT-onderzoek. In de RCT wordt als primaire uitkomstmaat competentiegevoelens van jongeren gehanteerd. Secundaire uitkomstmaten betreffen internaliserend en externaliserend probleemgedrag van jongeren, het gebruik maken van het sociale netwerk door jongeren en ouders, het ouderlijk competentiegevoel en de ervaren betrokkenheid van ouders bij de behandeling van hun kind. De resultaten zijn momenteel nog niet bekend. In het begin van 2016 wordt de RCT afgerond.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit project beoogt om te onderzoeken of een veelvuldig aangeboden evidence-based preventie programma voor kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen (KOPP/KVO) ook effectief is voor kinderen met een licht verstandelijke beperking (LVB) en externaliserende problematiek. Doel van het programma is om het competentiegevoel van kinderen en ouders te verhogen door de problematiek van de ouder op een “ontschuldigende” manier bespreekbaar te maken en steun vanuit het eigen netwerk te stimuleren. Ouders en kinderen houden vanuit angst voor stigmatisering de problemen vaak verborgen voor de omgeving. Hierdoor kan sociale isolatie optreden en kunnen bij kinderen gevoelens van schaamte, schuld en eenzaamheid ontstaan. Dit kan leiden tot een laag competentiegevoel, internaliserende en externaliserende problematiek bij het kind. Hoewel er een duidelijke relatie bestaat tussen psychopathologie bij ouders en cognitieve problemen bij kinderen (Hay et al., 2001; Morgan et al., 2012) en onderzoek heeft uitgewezen dat KOPP/KVO met een lage intelligentie extra kwetsbaar zijn voor het ontwikkelen van problemen (S. Goodman & Gotlib, 1999), bestaat er tot nu toe geen aanbod voor kinderen met LVB. De ervaring bij Pluryn, een instelling die jeugdigen met LVB en gedragsproblematiek ondersteunt, is dat het merendeel van deze kinderen een ouder heeft met psychische en/of verslavingsproblematiek en dat er vanuit zowel kinderen als ouders behoefte is aan ondersteuning op dit gebied (Taggart et al., 2010). Kinderen hebben vaak vragen als wat er nu precies aan de hand is met hun ouder en hoe hun eigen problemen zich verhouden tot de problemen van hun ouder. Veel ouders geven in tevredenheids evaluaties aan dat ze graag meer betrokken willen zijn bij de behandeling van hun kind.

Het programma dat wordt onderzocht bestaat uit een groepsinterventie voor kinderen (Doe-praatgroep) en een online zelfhulpcursus voor ouders (Kopopouders). Van beide interventies zijn middels onderzoek positieve effecten aangetoond voor kinderen met ‘normale’ intelligentie en hun ouders. Een recente gerandomiseerde effectstudie (RCT) naar de Doe-praatgroep wees uit dat kinderen die deelnamen meer sociale steun zochten, minder onrealistische gedachten hadden en zich meer competent voelden dan kinderen die niet deelnamen. (ZonMw projectnummer 62300034) (Van Santvoort, 2013). Een studie met voor- en nameting naar kopopouders toonde aan dat ouders na deelname zich meer competent voelden en dat de klachten van hun kinderen verminderd waren (Van der Zanden et al., 2010).

Om ervoor te zorgen dat de interventies ook begrijpelijk zijn voor jeugdigen met LVB en hun ouders, worden voor aanvang enkele minimale aanpassingen gedaan gericht op het vereenvoudigen van informatie. De doelstellingen en principes van de interventies blijven gelijk. Het effect van het programma wordt onderzocht met een RCT studie; 40 kinderen (10-18 jaar) die ondersteuning krijgen bij Pluryn en hun ouders met problemen zullen het programma volgen en 40 kinderen en hun ouders krijgen enkel een folder. Beide groepen vullen, ondersteund door onderzoeksmedewerkers, op drie momenten een digitale vragenlijst in: voor start, na drie en na zes maanden. Primaire uitkomstmaten van het onderzoek zijn gevoelens van competentie en internaliserende en externaliserende problematiek bij kinderen. Secundaire uitkomstmaten zijn het gebruik maken van het sociale netwerk door kind en ouder, het ouderlijk competentiegevoel en ervaren betrokkenheid bij de behandeling van hun kind. Ook zal er worden bekeken of het effect afhankelijk is van bepaalde kenmerken van kinderen (geslacht, leeftijd, problematiek, type hulp), ouders (problematiek, culturele achtergrond) en programma (kenmerken begeleiders, programmatrouw).

In het project houdt de onderzoeksafdeling van Pluryn zich vooral bezig met de interventie voor kinderen, en het Trimbos-instituut met de ouder interventie. Er vindt voortdurend onderlinge afstemming plaats, ook met de medewerkers van Pluryn die de interventies uitvoeren. Jongeren en ouders worden bij het gehele project intensief betrokken en krijgen de belangrijkste stem: ze denken zowel mee over het onderzoek als over aanpassingen aan de interventies.

De resultaten van het onderzoek zullen leidend zijn voor verdere aanpassingen in het programma en het besluit of en hoe het programma Pluryn-breed wordt geïmplementeerd. Nationale kennisoverdracht zal gericht zijn op de LVB sector en op verwijzers van LVB kinderen, zoals gemeenten, huisartsen en BJZ’s. We streven naar een publicatie in een vakblad dat veel gelezen wordt door deze sector zoals TOKK. Ook zal er overlegd worden met internationale wetenschappelijke experts op het gebied van LVB en KOPP/KVO. De resultaten worden beschreven in een Engelstalig artikel dat we voor publicatie aanbieden aan een wetenschappelijk tijdschrift gericht op verstandelijke beperking, bijvoorbeeld Journal of Intellectual Disability Research.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website