Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Organisaties voor jeugd- en opvoedhulp in Noord-Brabant en Gelderland, gemeentelijke partners, de Radboud Universiteit, Praktikon en het lectoraat Werkzame Factoren in de Jeugd- en Opvoedhulp aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen onderzochten of de alliantie tussen ouders en hulpverleners bijdraagt aan goede zorgresultaten. Ook bekeken we hoe cliënt- en professionalfactoren samenhangen met alliantiekwaliteit. 185 ouders die ambulante gezinshulpverlening kregen en hun hulpverlener vulden in de begin- en eindfase van de hulp vragenlijsten in. Het onderzoek laat zien dat een goede alliantie in de beginfase van hulptrajecten belangrijk is voor goede resultaten. Ook het goed houden van alliantie is nodig: verbetering van de alliantie leidt tot betere resultaten, (blijvende) verslechtering leidt tot slechtere resultaten. We zien betere allianties wanneer ouders nog niet eerder hulp kregen, ouders en hulpverleners positieve verwachtingen hebben over de hulp en ouders meer opvoedingsbelasting ervaren.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoek laat zien dat een goede ouder-hulpverlener alliantie in de beginfase van hulptrajecten cruciaal is: betere allianties leiden tot betere resultaten van ambulante gezinshulp, slechtere allianties gaan samen met slechtere hulpverleningsresultaten. Daarnaast blijkt dat het goed houden van de ouder-hulpverlener alliantie gedurende de hulpverlening nodig is: verbetering van de alliantie tussen de begin- en eindfase van hulptrajecten leidt tot betere hulpverleningsresultaten, verslechtering van de alliantie leidt tot slechtere resultaten.

 

We zien betere allianties in de beginfase van hulptrajecten als ouders nog niet eerder hulp hebben gehad, ouders en hulpverleners positieve verwachtingen hebben over de hulp, en wanneer ouders meer opvoedingsbelasting ervaren. We hebben niet gevonden dat leeftijd (kind, ouder, hulpverlener), geslacht (kind, ouder, hulpverlener), etniciteit (ouder, hulpverlener) of het hulpverleningskader (vrijwillig of gedwongen) samenhangen met alliantiekwaliteit in de beginfase van hulptrajecten.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Jeugdigen en gezinnen in de jeugdzorg verdienen effectieve hulp. Een goede alliantie (professionele samenwerkingsrelatie) tussen cliënten en professionals lijkt belangrijk voor het bereiken van goede zorgresultaten. We weten echter nog niet of dat ook echt het geval is. Daarom onderzoeken we met zes Brabantse en drie Gelderse jeugdzorgorganisaties in hoeverre de alliantiekwaliteit aan het begin van het hulptraject latere zorgresultaten voorspelt. Ook bekijken we hoe alliantiekwaliteit samenhangt met kenmerken van cliënten en professionals. 200 ouders die ambulante gezinsbegeleiding krijgen, nemen samen met hun hulpverlener deel aan het onderzoek. Zij vullen in de begin- en eindfase van het hulptraject vragenlijsten in. Projectresultaten worden gedeeld met professionals, organisaties, onderwijsinstellingen en beleidsmakers in de jeugdzorg. Het doel hiervan is het realiseren van meer effectieve allianties in de jeugdzorg, en daardoor betere zorgresultaten voor cliënten.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoeksproject ‘Goede alliantie, effectievere jeugdzorg?’ loopt inmiddels één jaar en is daarmee op de helft. Omdat het project een voortzetting is van een eerder onderzoeksproject in de Brabantse jeugdzorg, konden we gebruik maken van bestaande onderzoeksinstrumenten en infrastructuur. Mede hierdoor is de opstart/doorstart van het project goed verlopen. Binnen elke organisatie is er een coördinator die samen met onderzoekers zorgdraagt voor een goed verloop van de dataverzameling en informatievoorziening. In verband met de grote veranderingen binnen de jeugdzorg verloopt de dataverzameling minder voorspoedig dan gepland. De dataverzamelingsperiode is met drie maanden verlengd en loopt nu tot januari 2016. Deze extra tijd gebruiken organisaties en projectmedewerkers onder andere voor het realiseren van onderzoeksdeelname vanuit (nieuwe) wijkteams, het includeren van extra gezinnen, en het stimuleren van betrokken ouders en hulpverleners om vragenlijsten in te vullen. Ondanks de turbulente tijden en de gevraagde investeringen verloopt de samenwerking tussen de betrokken partijen constructief. Op het gebied van informatievoorziening en het delen en benutten van kennis, zijn het afgelopen jaar diverse (voorbereidende) stappen gezet. Zo zijn ouders en professionals via hun contactpersoon en een nieuwsbrief geïnformeerd over het projectverloop, en zijn zij uitgenodigd om begin 2016 mee te denken over de betekenis van de onderzoeksresultaten voor het werkveld. Tot slot verzorg(d)en projectmedewerkers presentaties en workshops m.b.t. alliantie in het werkveld en opleidingen binnen het sociale/jeugddomein, en zijn (inter)nationale congrespresentaties in voorbereiding.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Een goede alliantie tussen cliënten en hulpverleners blijkt een belangrijke voorwaarde voor, en consistente voorspeller van, het resultaat van psychotherapie bij volwassen ggz-cliënten (Norcross, 2010). Dat roept de vraag op of dit ook geldt voor uiteenlopende vormen van psychosociale hulp aan jeugdigen en ouders. Die vraag is nog niet te beantwoorden. Als het gaat om de jeugdzorg, bestaat er tot op heden nog geen empirische onderbouwing van de samenhang tussen alliantie en effectiviteit in de jeugdzorg (Barnhoorn e.a., 2013).

 

Op initiatief van – en samen met – negen jeugdzorgorganisaties willen we daarom binnen het voorgestelde project zicht krijgen op de voorspellende waarde van de alliantie tussen ouders/opvoeders en ambulant hulpverleners voor het resultaat van ambulante jeugdhulp, en op de samenhang van cliënt- en professionalfactoren met alliantie. Daartoe verzamelen we vragenlijstgegevens bij 200 ouders/opvoeders die enkelvoudig ambulante gezinsbegeleiding ontvangen, en hun ambulant hulpverleners. De gegevensverzameling voor de eerste helft van het aantal benodigde casussen wordt in 2013-2014 met provinciale ondersteuning gerealiseerd. Om een power te bereiken die voldoende is voor het beantwoorden van onze onderzoeksvragen, zijn we daarom nu aangewezen op aanvullende financiering. Het hier voorgestelde project maakt het verzamelen van de benodigde aanvullende data (n=100) mogelijk, alsmede de analyse over de totale dataset. Hierdoor kunnen we robuuste conclusies trekken ten aanzien van de gestelde onderzoeksvragen en maken we een gefundeerde kennistransfer mogelijk naar jeugdzorgorganisaties, (gemeentelijk) beleid, wetenschap en sociale beroepsopleidingen.

 

Het project richt zich op gezinnen waarbij er vragen of zorgen zijn rond opvoeden en opgroeien. Kinderen (nul tot achttien) van deze gezinnen wonen thuis. Hun ouders/opvoeders ontvangen hulp van ambulant gezinsbegeleiders die werkzaam zijn bij organisaties voor jeugd- en opvoedhulp, of van jeugd- en gezinswerkers uit generalistische wijk-/jeugdteams. Ouders/opvoeders en hun hulpverleners vullen op twee momenten tijdens het hulpverleningstraject vragenlijsten in: in de begin- en eindfase. Op meetmoment 1 (binnen vier maanden na start van het hulpverleningstraject) verzamelen we gegevens over (achtergrond)kenmerken van ouders/opvoeders en hulpverleners, de kwaliteit van de alliantie tussen ouders/opvoeders en hun ambulant hulpverlener, het gezinsfunctioneren en het functioneren van de jeugdige(n) in het gezin. Op meetmoment 2 (drie tot zes maanden na meetmoment 1) verzamelen we opnieuw gegevens over alliantiekwaliteit. Daarnaast brengen we opnieuw het gezinsfunctioneren en het functioneren van de jeugdige(n) in kaart, en vragen we naar de ervaren vooruitgang sinds de start van het hulpverleningstraject en cliënttevredenheid.

 

Deze gegevens maken duidelijk in hoeverre een goede alliantie tussen ouder/opvoeder en ambulant hulpverlener in de beginfase belangrijk is voor het realiseren van goede hulpverleningsresultaten. Ook willen we verkennen of het verband tussen alliantie en resultaat anders is voor hulpverlening vanuit een vrijwillig of gedwongen kader. Bovendien zien we – dankzij de multi-informant data – of we ouders/opvoeders en/of hulpverleners moeten vragen naar hun alliantiebeoordeling als we het hulpverleningsresultaat willen voorspellen. Door het relateren van (de combinatie van) kenmerken van ouders/opvoeders en hulpverleners aan de alliantiekwaliteit in de beginfase, zoeken we bovendien aanknopingspunten voor toekomstige matching van ouders/opvoeders en hulpverleners.

 

Slaagt dit project in zijn opzet, dan kan het thema alliantie binnen de jeugdzorg niet langer als vrijblijvend beschouwd worden. We leggen hiermee een empirische bodem onder onze ambitie om professionals in de jeugdzorg stil te laten staan bij het belang van alliantie. We willen hen motiveren om in samenspraak met hun cliënten stelselmatig hun vaardigheid in het smeden en behouden van alliantie onder de loep te nemen en te ontwikkelen, en zo de effectiviteit van de hulp aan gezinnen te vergroten. De kennis die dit onderzoek oplevert is echter voor meer domeinen van belang, en zal daarom niet alleen gedeeld worden met werkers in de jeugdsector maar ook in beleid, onderzoek en onderwijs. Zij allen krijgen suggesties aangereikt voor hun professioneel handelen en beleidsontwikkeling. Hierbij zullen we nadrukkelijk gebruik maken van bestaande uitwisselingsplatforms en -media waarin we samenwerken met vertegenwoordigers van de jeugdsector, (gemeentelijk) beleid, onderwijs en onderzoek, waaronder de Brabants-Gelderse leerwerkgemeenschap in kader van dit alliantieproject, en de Academische Werkplaats Jeugd ‘Inside-Out’.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website