Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Beslissen over de uithuisplaatsing van een kind is complex. Het is een ingrijpend besluit voor zowel ouders als kind. Gezinnen hebben recht op een zorgvuldig besluit met duidelijke onderbouwing. De Richtlijn Uithuisplaatsing is ontwikkeld om professionals hierbij te helpen. Onderdeel van de richtlijn is het instrument ‘Beslissen over uithuisplaatsing’. Het doel van dit onderzoek is na te gaan of professionals met dit instrument en ondersteuning door een gedragswetenschapper vaker tot eenzelfde besluit komen dan zonder. Professionals kunnen van mening verschillen over de vraag of kinderen wel of niet uit huis geplaatst moeten worden. Een professioneel oordeel en de beschikbaarheid van een ondersteunend instrument zijn niet voldoende bij dit soort beslissingen blijkt uit dit onderzoek. Gezien de complexiteit van de materie is een goede inbedding van het gebruik van het instrument in het hele besluitvormingsproces en een adequate ondersteuning van de professional van belang.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bij uithuisplaatsing gaat het om zeer ingrijpende beslissingen met een grote persoonlijke impact voor kinderen en ouders. Bovendien zijn de uitkomsten bij een uithuisplaatsing onzeker. Voor dit soort ingrijpende beslissingen is het noodzakelijk dat besluiten accuraat zijn en dat deze expliciet worden onderbouwd. Dat pleit voor een zeer goede kwaliteit van de besluitvorming en een hoge betrouwbaarheid en validiteit van beslissingen. Dit onderzoek toont aan dat een professioneel oordeel op zich niet voldoende is. Dat oordeel moet op zijn minst in gestructureerde teambesluitvorming zijn bekeken op zijn merites en op alternatieven. De ingrijpende aard vraagt om terughoudendheid bij het uithuisplaatsen van kinderen en om een focus op de inzet van alternatieve vormen van hulp.

 

De belangrijkste conclusies uit het onderzoek:

• Er zijn grote verschillen tussen professionals in het besluit over uithuisplaatsing.

• Na een aantal maanden kunnen professionals anders tegen eenzelfde fictieve casus aankijken en tot een ander besluit komen.

• De beslissingen van professionals en een onafhankelijk panel komen beperkt overeen.

• De onderbouwing van professionals die wel en die niet besluiten tot uithuisplaatsing verschillen van elkaar. Professionals gebruiken op twee verschillende momenten verschillende argumenten in dezelfde fictieve casus.

• In teambesluitvorming is weinig aandacht voor de voor- en nadelen van een uithuisplaatsing en de nadelen van ambulante interventies. Voordelen van ambulante interventies worden wel genoemd. In teambesluitvorming kwam de Richtlijn Uithuisplaatsing niet expliciet naar voren, hoewel aandachtspunten uit de richtlijn wel zichtbaar waren.

• Professionals die een training hebben gehad in het gebruik van de Richtlijn Uithuisplaatsing beslissen even vaak tot een uithuisplaatsing als professionals die deze training niet hebben gehad. De vraag is of en in welke mate het instrument door de professionals is toegepast. De resultaten zijn hierin tegenstrijdig

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Hoe beslist u als jeugdzorgwerker of een kind uit huis geplaatst moet worden? Helpt een instrument en ondersteuning door de gedragswetenschapper daarbij? Een uithuisplaatsing is ingrijpend voor ouders en kinderen. Zij hebben recht op een zorgvuldig afwegings- en beslissingsproces en dezelfde behandeling, met welke jeugdzorgwerker zij ook te maken hebben. En ook moet die beslissing terecht zijn: alleen die kinderen worden uithuisgeplaatst die het echt nodig hebben. Besluitvorming blijkt moeilijk te verbeteren. Een instrument alleen blijkt vaak onvoldoende. De bijdrage van een gedragswetenschapper daaraan is nog onduidelijk.

Met dit onderzoek gaan we na of jeugdzorgwerkers het eens zijn over beslissingen en of hun beslissingen verschillen van beslissingen genomen door experts. Dat doen we in twee deelstudies. De eerste studie (vignetstudie) gaat over de vraag in hoeverre jeugdzorgwerkers het vaker met elkaar eens zijn over beslissingen over uithuisplaatsing wanneer zij de aanbevelingen uit de Richtlijn Uithuisplaatsing daarbij volgen. Daarvoor beoordelen zij op twee momenten een aantal korte casusbeschrijvingen en nemen een besluit of het kind in deze casus uithuisgeplaatst moet worden. Vervolgens kijken de onderzoekers met statistische analyses in hoeverre professionals het eens zijn over het te nemen besluit. In de tweede studie (praktijkstudie) vergelijken we de beslissingen die jeugdzorgwerkers nemen met de beslissingen door een expertpanel om daarmee de validiteit van de beslissingen vast te stellen. Daarvoor nemen jeugdzorgwerkers besluiten over uithuisplaatsing in hun dagelijkse casuïstiek. In beide studies vergelijken we jeugdzorgwerkers die wel en niet de Richtlijn gebruiken. De jeugdzorgwerkers die de Richtlijn gebruiken (experimentele groep), zijn bij aanvang van het onderzoek daarin getraind en krijgen intensieve ondersteuning van een gedragswetenschapper conform de Richtlijn wanneer zij in hun dagelijkse casuïstiek besluiten over uithuisplaatsing moeten nemen. De jeugdzorgwerkers die de Richtlijn niet gebruiken (controlegroep) nemen op de voor hen gebruikelijke wijze besluiten over uithuisplaatsing. Een deel van de controlegroep kent de Richtlijn wel, maar wordt gedurende het onderzoek niet gestimuleerd om die te gebruiken.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bij aanvang van het onderzoek hebben alle deelnemers aan de experimentele groep (n=67) een training in het gebruik van de Richtlijn Uithuisplaatsing gehad. Alle deelnemers aan de controlegroep (n=46) hebben bij aanvang van het onderzoek een korte instructiebijeenkomst over het onderzoek gehad. Na de training en de instructiebijeenkomst hebben de deelnemers een uitnodiging gehad voor deelname aan het eerste meetmoment van het vignetonderzoek. Tussen februari en april 2017 waren zij in de gelegenheid om de casusbeschrijvingen te beoordelen en een vragenlijst daarover in te vullen. Van de experimentele groep en de controlegroep hebben respectievelijk 47 en 32 deelnemers de casusbeschrijvingen beoordeeld (respons is 70% in beide groepen). Eind mei is de dataverzameling van het tweede meetmoment van het vignetonderzoek van start gegaan, wat tot op heden nog loopt.

In februari 2017 is eveneens de dataverzameling voor het praktijkonderzoek van start gegaan. Dat komt tot nu toe mondjesmaat op gang: er zijn 17 casussen uit de controlegroep en 18 casussen uit de experimentele groep aangeleverd.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het instrument 'Beslissen over uithuisplaatsing' is in het kader van de Richtlijn Uithuisplaatsing ontwikkeld op basis van wetenschappelijke en praktijkkennis. Het is bedoeld om professionals te ondersteunen bij de beslissing of een kind uithuisgeplaatst moet worden en waar een kind het beste geplaatst kan worden. Het instrument legt de focus op wat een kind nodig heeft om zich te ontwikkelen en de mate waarin ouders in staat zijn om dat te bieden. Onduidelijk is of dit instrument betrouwbaar en valide is.

Uit onderzoek naar beslismethoden op het terrein van kindermishandeling blijkt dat een instrument alleen vaak onvoldoende is om de besluitvorming te verbeteren. In de praktijk wordt vaak de oplossing in teambesluitvorming gezocht. Maar teambesluitvorming is net als individuele besluitvorming kwetsbaar voor valkuilen als tunnelvisie. We veronderstellen dat de oplossing in een combinatie van oplossingen gezocht moet worden. Met dit onderzoek beogen we daarom de combinatie van een instrument met systematische ondersteuning door een gedragswetenschapper te onderzoeken. De onderzoeksvragen zijn:

1. Is de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van beslissingen over uithuisplaatsing hoger bij professionals die een instrument hiervoor gebruiken en ondersteuning krijgen dan bij professionals die op reguliere wijze beslissen?

2. Is de test-hertestbetrouwbaarheid van beslissingen over uithuisplaatsing hoger bij professionals die een instrument hiervoor gebruiken met ondersteuning dan bij professionals die op reguliere wijze beslissen?

3. Verschillen de beslissingen over uithuisplaatsing van professionals (regulier en met instrument plus ondersteuning) van de beslissingen van een expertpanel?

4. Beslissen professionals die op reguliere wijze beslissen even vaak tot uithuisplaatsing als professionals die het instrument gebruiken en extra ondersteuning krijgen?

 

De onderzoeksvragen beantwoorden we met twee deelstudies. Studie 1 is een vignetonderzoek, waarin we de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en test-hertestbetrouwbaarheid onderzoeken. Professionals beslissen op twee momenten in fictieve zaken (vignetten) of een kind uithuisgeplaatst moet worden. We vergelijken professionals die op de reguliere wijze beslissen (controlegroep) met professionals die het instrument gebruiken en ondersteuning van een gedragswetenschapper krijgen (experimentele groep).

Studie 2 is een onderzoek naar de criterium validiteit waarin beslissingen in de dagelijkse casuïstiek vergeleken worden met de beslissingen door een expertpanel. Professionals nemen in de dagelijkse praktijk beslissingen over uithuisplaatsing. Dezelfde zaken leggen we voor aan een expertpanel van zeer ervaren gedragswetenschappers. Ook bij deze studie maken we onderscheid tussen de controlegroep (op reguliere wijze beslissen) en de experimentele groep (instrument plus ondersteuning door gedragswetenschapper).

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website