ZonMw tijdlijn Ouderschap en opvoeding https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Ouderschap en opvoeding nl-nl Tue, 24 May 2022 10:19:56 +0200 Tue, 24 May 2022 10:19:56 +0200 TYPO3 news-8616 Mon, 16 May 2022 11:27:41 +0200 Subsidieronde MDT in actie voor Oekraïne opengesteld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieronde-mdt-in-actie-voor-oekraine-opengesteld/ Jongeren zitten met heel wat vragen, gevoelens en bezorgdheden over de oorlog in Oekraïne. Ze maken zich ook zorgen over hun leeftijdsgenoten en willen graag helpen. De maatschappelijke diensttijd (MDT) is een goed instrument gebleken om maatschappelijke impact te maken bij actuele thema’s die spelen in de samenleving. Vanuit dit programma is daarom de snelle, laagdrempelige subsidieoproep ‘MDT in actie voor Oekraïne’ opengesteld. Er is € 2 miljoen beschikbaar gesteld voor lopende MDT-projecten om met en voor jongeren activiteiten op te zetten. Activiteiten voor jongeren

Een oorlog laat niemand onberoerd. Het is nu nodig jongeren perspectief te bieden en met hen in gesprek te gaan. Het MDT-netwerk weet wat er leeft onder jongeren, kan slagvaardig jongeren werven, begeleiden en maatschappelijk relevante activiteiten faciliteren. Na succesvolle ervaring met MDT-light projecten in de subsidierondes Helpen wanneer je nodig bent; ook dit is MDT en Perspectief voor de Jeugd met MDT, wordt nu ingezet op MDT in actie voor Oekraïne.

In de subsidieronde MDT in actie voor Oekraïne kunnen MDT-organisaties van lopende MDT-projecten een subsidieaanvraag indienen. Het doel van deze subsidieronde is jongeren de mogelijkheid te bieden om zich in te zetten voor de maatschappelijke effecten die zijn ontstaan door de situatie in Oekraïne. Er is per subsidieaanvraag maximaal € 50.000,- beschikbaar voor initiatieven met een looptijd van maximaal 12 weken. Indienen kan tot donderdag 23 juni 2022, 14.00 uur.

Meer informatie over de subsidieoproep

ZonMw organiseert een aantal digitale spreekuren voor MDT in actie voor Oekraïne. Tijdens deze spreekuren wordt meer informatie gegeven over de subsidieronde en worden vragen beantwoord. Aanmelden kan via dit formulier.

Over MDT

MDT is de ontdekkingsreis voor jongeren naar de beste versie van henzelf. Een kans voor jongeren om hun talenten te ontdekken, van betekenis te zijn, nieuwe mensen te ontmoeten en keuzes te maken voor de toekomst. Hun persoonlijke ontwikkeling en vrijwillige inzet voor anderen maakt onze samenleving sterker. Binnen deze ambitie staat maatschappelijke impact voorop en daarbij zijn 3 kernbegrippen van belang. Namelijk iets doen voor een ander en/of de samenleving, talentontwikkeling en elkaar ontmoeten. Doordat jongeren iets doen voor een ander en/of de samenleving, komen ze zelf ook een stap verder. Met talentontwikkeling ontwikkelen jongeren vaardigheden en vergroten zij hun zelfvertrouwen en hun netwerk. MDT heeft ook tot doel mensen met verschillende achtergronden en leeftijden dichter bij elkaar te brengen, oftewel het stimuleren van sociale cohesie. Het is meedoen, door anderen te laten meedoen.

Meer weten?

 

]]>
news-8576 Mon, 02 May 2022 14:19:45 +0200 Toepassen van neuropsychobiologische kennis voor het voorkomen van (jeugd)criminaliteit https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/toepassen-van-neuropsychobiologische-kennis-voor-het-voorkomen-van-jeugdcriminaliteit/ De afgelopen jaren zijn we veel te weten gekomen over het (adolescenten)brein. Ook de kennis over neurobiologische factoren van antisociaal gedrag bij jongeren is sterk gegroeid. De toepassing van deze kennis is van groot belang voor de preventie van (jeugd)criminaliteit en de interventies die daarvoor ingezet worden. In het project Brainstorm zijn 2 modules ontwikkeld, die ervoor moeten zorgen dat bestaande neurobiologische en psychosociale kennis over problematisch antisociaal gedrag bij jongeren wordt toegepast in de praktijk en in opleidingen. Kennis vertaald naar praktijk

In het project is vanuit de neurobiologische en psychosociale wetenschappen bestaande kennis over problematisch antisociaal gedrag bij jongeren gebundeld in 2 modules: de basiskennismodule en de verdiepingsmodule. In samenwerking met de praktijk is die kennis vertaald naar de opleidings- en beroepspraktijk. Veel partijen vanuit het onderwijs en de praktijk hebben hierbij samengewerkt. Zoals de academische werkplaatsen Risicojeugd en Samen op School, medewerkers van justitiële jeugdinstellingen, jongeren (via Young in Prison (YiP), het Youthlab van YiP, ervaringsdeskundige studenten), professionals uit het werkveld, de opleidingen van de Hogeschool Utrecht en Windesheim, beroepsverenigingen, jeugdzorginstellingen en Neurolab.

De modules kunnen worden gebruikt voor incompanytrainingen en zijn met name geschikt voor de hbo-opleidingen Social work en Recht.

Basiskennismodule Brainstorm

De module biedt basiskennis over de ontwikkeling van antisociaal en crimineel gedrag bij jeugdigen. En zoomt in op de rol van neurobiologie bij deze ontwikkeling.  Het doel is een basis te bieden in de ontwikkelingscriminologie en te begrijpen hoe neurobiologische kennis hierin past. Een belangrijk doel is ook om deze kennis goed te interpreteren. Deelnemers leren genuanceerd te denken over de ontwikkeling van crimineel gedrag vanuit verschillende invalshoeken.
Deze module is geschikt voor reeds werkzame professionals en het (bachelor) onderwijs.

Verdiepingsmodule Brainstorm. Bewuster in interactie bij antisociaal gedrag

In de verdiepingsmodule leren deelnemers hoe mensen op elkaar reageren, waar reacties vandaan komen en hoe reacties op neurobiologisch niveau werken. Ook leren zij hoe je als professional reacties leert herkennen, begrijpen en hoe je (anders) kan reageren. De module kan los worden aangeboden of als vervolg op de basiskennismodule.

Deze module is ontwikkeld voor professionals die zich bezighouden met jeugdigen die antisociaal, agressief, crimineel of grensoverschrijdend gedrag laten zien. Dat kunnen professionals zijn die werken bij justitiële jeugdinstellingen, penitentiaire inrichtingen, de (jeugd)reclassering, gesloten jeugdzorg, forensisch psychiatrische klinieken,  jeugdbescherming of de Raad voor de Kinderbescherming.

Website Brainstorm

Op de website Brainstorm is informatie te vinden over de modules met docentenhandleidingen, kennisclips en ander interessant materiaal.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-8311 Thu, 10 Feb 2022 10:24:55 +0100 Innovaties in de jeugdsector https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/innovaties-in-de-jeugdsector-1/ Binnenkort starten 6 projecten die innovatieve werkwijzen gaan ontwikkelen rond urgente maatschappelijke vraagstukken in de jeugdsector. De projecten leveren vernieuwende aanpakken op die aansluiten bij de leefwereld en behoefte van kinderen, jongeren en gezinnen. En stimuleren samenwerking met alle betrokkenen vanuit verschillende domeinen. Ontwerpgericht onderzoek

Om innovaties in de jeugdsector te stimuleren werken de projecten volgens de principes van ontwerpgericht onderzoek. Een belangrijk vertrekpunt is dat er daadwerkelijk samen met de doelgroep en professionals wordt ontworpen. In een iteratief proces is er veel aandacht voor het gezamenlijk – met alle betrokkenen - doorgronden van het praktijkvraagstuk. En voor het ontwerpen van een oplossing, dit testen, ervan leren en weer bijstellen. Het ontwikkelen van kennis wordt zo gecombineerd met gerichte innovatie  .

Kinderen, jongeren of ouders in iedere fase betrokken

Om ervaringskennis te benutten en de waarde van de innovatie voor de doelgroep te bewaken, zijn kinderen, jongeren of ouders in iedere fase van het project betrokken. Welke ideeën hebben zij over de oplossingen voor hun situatie? En wat wordt gedaan met de inzichten en oplossingsrichtingen die hieruit naar voren komen? De projecten waarborgen op die manier dat de te ontwikkelen innovatie daadwerkelijk aansluit bij en een oplossing biedt voor het vraagstuk vanuit het perspectief van de doelgroep zelf.

Altijd aandacht voor praktijkcontext

Binnen de projecten is daarnaast veel aandacht voor overdraagbaarheid en een breder gebruik van de resultaten in de praktijk. Ontwerpgericht onderzoek heeft altijd aandacht voor de praktijkcontext waarin de innovatie gebruikt gaat worden. Door in het ontwerpproces rekening te houden met de praktijkcontext en alle partijen te betrekken die in de praktijk met de innovaties gaan werken, is de kans op daadwerkelijke toepassing van de innovatie in de praktijk een stuk groter.

Gehonoreerde projecten

De projecten starten de komende 6 maanden en hebben gemiddeld een looptijd van 2,5 jaar:

  • Jouw verhaal nu centraal: Het doel van het project is het ontwerpen van een innovatieve methodiek om vastgelopen hulpverleningstrajecten van jongeren met complexe psychische problemen in beweging te krijgen. We gaan terug naar de basis: het verhaal van de jongere en het gezin.
  • "Empty Farm to Fill": Innovatieve Vrijplaatsen voor de Jeugd: Dit ontwerponderzoek beoogt een pedagogische vrijplaats te creëren in Tilburg, waar jongeren tussen de 10 en 23 jaar kunnen ‘ont-moeten’, ondernemen en creëren, binnen en buiten schooltijd. ‘Empty Farm to Fill’ wil breken met de dominante focus op cognitief talent en door alle soorten talent te erkennen.
  • Bibliotheek van tussenverhalen – Narratieve benadering in de jeugdsector door jongeren die navigeren tussen leefwerelden: In dit project werken jongeren, jeugdprofessionals en beleidsmakers samen om tussenposities te (h)erkennen als kracht. Dit doen we door met jongeren en cultuurmakers een narratieve benadering te ontwikkelen. Jongeren gebruiken creatieve expressie om hun eigen verhaal te vertellen en jeugdprofessionals leren daar op in te spelen.
  • Kind! Wat zou jij doen? Kinderen en jongeren adviseren ouders over opvoeden en opgroeien: ontwerpgericht onderzoek naar wat werkt volgens de jeugd: We richten ons op jeugdigen die opgroeien in armoede, in een achterstandswijk of in vechtscheiding: contextfactoren met grote impact op hun welzijn. Met als doel: kinderen en jongeren in staat stellen om op een positieve manier hun eigen opvoed- en opgroeivraagstukken te adresseren en zo samen met hun omgeving te werken aan een constructieve pedagogische context.
  • Verbeteren van de kwaliteit van bestaan van gezinnen met ouders met verstandelijke beperkingen en hun kinderen (< 12 jaar) door middel van ondersteunende robotica: Samen met ouders met verstandelijke beperkingen en hun kinderen ontwerpen, onderzoeken en testen we scenario’s, voor ondersteunende robotica. De Family Quality of Life benadering staat hierbij centraal.
  • eCoach: participatief ontwerpen van een innovatieve methodiek om de zelfstandigheid van kwetsbare jongeren te stimuleren door middel van technologie: In dit project ontwikkelen we de eCoach methode. Deze methode helpt zorgprofessionals om jongeren te begeleiden in het samenstellen van betekenisvolle, op maat gesneden ondersteunende technologie.

Meer informatie over de projecten vindt u hier.

ZonMw-programma Wat werkt voor de jeugd

Met meer kennis kan de hulp en ondersteuning aan jongeren en gezinnen verbeterd worden. Daarvoor is het kennisontwikkelingsprogramma Wat werkt voor de jeugd opgezet. Deze projecten zijn tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-8143 Mon, 20 Dec 2021 09:55:52 +0100 Geautomatiseerd monitoren op procesindicatoren bij huiselijk geweld en kindermishandeling nog toekomstvisie https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/geautomatiseerd-monitoren-op-procesindicatoren-bij-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling-nog-toekom/ Procesindicatoren helpen om inzicht te krijgen in het hulpverleningsproces bij gezinnen die te maken hebben met huiselijk geweld en kindermishandeling. En geven bijvoorbeeld inzicht in de aanwezigheid van een veiligheidsplan en welke interventies zijn ingezet. Het idee is dat door in de Impactmonitor Huiselijk geweld en Kindermishandeling ook te monitoren op procesindicatoren, betrokken partijen beter met en van elkaar kunnen leren om zo de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld verder te verbeteren. Er is echter nog een lange weg te gaan voordat procesindicatoren over huiselijk geweld en kindermishandeling, geautomatiseerd uit dossiers gehaald kunnen worden en hierop gemonitord kan worden. Dit blijkt uit een vooronderzoek van Regioplan. Dossiers van Veilig Thuis, Jeugdbescherming en het lokaal team bevatten informatie over verschillende procesindicatoren. Zo staat er informatie over het veiligheidsplan, hulpverleningsplan, de actuele veiligheidssituatie, samenwerking, regievoering en recidive in de dossiers van één of meerdere van de organisaties. Ondanks dat deze informatie in het dossier staat, is deze niet altijd systematisch en geautomatiseerd uit de registratiesystemen te halen.

Verstopt of niet aanwezig

Soms staat informatie 'verstopt' in velden waar andere informatie thuis hoort. Of de informatie wordt in een bepaald veld niet op een eenduidige manier geregistreerd. Dat betekent dat de informatie wel in dossiers terug te vinden is, maar geautomatiseerde verzameling (met behulp van een query) nog niet mogelijk is. Op dit moment bestaat het risico dat met geautomatiseerde informatieverzameling, informatie gemist wordt die wel in het dossier staat.
Voor sommige indicatoren geldt dat de informatie er in zijn geheel niet is.

Technisch meer mogelijk, maar is dat wenselijk?

Technisch zijn er mogelijkheden om registratiesystemen aan te passen, zodat de informatie op structurele wijze op de juiste plek terechtkomt. De betrokken organisaties zijn echter van mening dat informatie die zij op dit moment van belang achten voor managementrapportages, verantwoordingen of structurele gegevensaanleveringen in het kader van monitoring, voldoende op te halen is uit de systemen. Aanpassingen van of toevoegingen aan de systemen zijn voor die doeleinden dus (nog) niet noodzakelijk. Daarmee is er op dit moment nog onvoldoende draagvlak voor structurele of grootschalige veranderingen. Daarom is het nog niet mogelijk om procesindicatoren onderdeel te maken van de impactmonitor en op die manier te leren met en van elkaar. Een eerste vervolgstap zal dan ook gericht moeten zijn op het creëren van draagvlak door het gezamenlijk vaststellen van relevante procesindicatoren en her- en erkenning van de meerwaarde van registratie op deze indicatoren. Pas daarna kan worden gewerkt aan een passende invulling van die registratie die voor alle partijen werkbaar is, die ten slotte leidt tot landelijke uniformiteit.

Vooronderzoek

Regioplan heeft in opdracht van de commissie Geweld hoort nergens thuis dit vooronderzoek gedaan naar de mogelijkheden om informatie op verschillende procesindicatoren uit dossiers te halen. Voor dit onderzoek zijn 4 VT’s, 2 JB’s en 15 lokale teams benaderd met de vraag of een kleinschalig dossieronderzoek uitgevoerd kon worden. Uiteindelijk hebben een VT, een jeugdbescherming-instelling en een lokaal team meegewerkt aan het onderzoek.

Lees hier de volledige rapportage van het vooronderzoek

Geweld hoort nergens thuis

Het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis maakt deel uit van het actieprogramma Geweld hoort nergens thuis van de Rijksoverheid. De opgave van dit programma van de Rijksoverheid is om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen, de schade ervan te beperken en zo de vicieuze cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, te doorbreken.

Meer weten?

]]>
news-8103 Thu, 16 Dec 2021 12:29:00 +0100 Verspeidingsimpulsen voor projecten huiselijk geweld en kindermishandeling https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/verspeidingsimpulsen-voor-projecten-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling/ Huiselijk geweld en kindermishandeling is nog altijd een groot probleem. Kennis uit onderzoeken over het voorkomen, signaleren, stoppen en behandelen van (de gevolgen) hiervan wordt komende jaren actief overgebracht aan professionals en opleidingen. Met 7 verspreiding en implementatie impulsen worden zij ondersteund om er actief mee aan de slag te gaan. Zo wordt er onder andere gewerkt aan de toepassing van een nieuw behandelmodel voor kinderen die op jonge leeftijd meervoudig getraumatiseerd zijn en wordt het Nationaal Signaleringsinstrument Kindermishandeling in 25 Nederlandse ziekenhuizen geïmplementeerd. Waar gaan de projecten mee aan de slag?

De 7 projecten richten zich op verschillende manieren op het voorkomen, signaleren en de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld:

De resultaten worden eind 2022 verwacht.

Geweld hoort nergens thuis

Het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis maakt deel uit van het actieprogramma Geweld hoort nergens thuis van de Rijksoverheid. De opgave van dit programma van de Rijksoverheid is om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen, de schade ervan te beperken en zo de vicieuze cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, te doorbreken.

Veilig opgroeien

Het programma Veilig opgroeien bestaat uit een deelprogramma kindermishandeling en een deelprogramma Loverboys. Het deelprogramma kindermishandeling loopt sinds 2016. In 2018 is daar een aanvullende opdracht voor zorg voor slachtoffers van loverboys als deelprogramma aan toegevoegd.

Meer weten?

]]>
news-8091 Tue, 07 Dec 2021 12:58:06 +0100 Slachtoffermonitor mensenhandel 2016-2020 gepubliceerd https://www.nationaalrapporteur.nl/publicaties/rapporten/2021/12/07/slachtoffermonitor-mensenhandel-2016---2020 Vandaag heeft de nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen de nieuwe Slachtoffermonitor mensenhandel 2016-2020 gepubliceerd. Daaruit blijkt dat in 2020 in Nederland 984 meldingen van mensenhandel zijn geweest. En dan 50% van de slachtoffers binnen 7 jaar weer slachtoffer wordt van een misdrijf. news-7819 Tue, 12 Oct 2021 08:18:00 +0200 Nieuw onderwijsmateriaal voor hulpverlening aan gezinnen met meervoudige en complexe problemen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuw-onderwijsmateriaal-voor-hulpverlening-aan-gezinnen-met-meervoudige-en-complexe-problemen/ Het is een uitdaging om alle actuele kennis op het gebied van hulpverlening aan gezinnen met meervoudige en complexe problemen (GMCP) terug te laten vloeien naar opleidingen voor jeugdprofessionals. Daarom zijn in het project ‘Samen de handen in één voor multiprobleem’ diverse onderwijsmaterialen ontwikkeld. Hiermee kunnen (toekomstig) jeugdprofessionals belangrijke vaardigheden voor de hulpverlening aan gezinnen met meervoudige en complexe problemen oefenen. De materialen bestaan onder andere uit een Serious Game, werkkaarten en kennisclips. Wat leer je?

Tijdens een Serious Game worden (toekomstig) jeugdprofessionals in staat gesteld om aan de hand van een casus te oefenen met belangrijke vaardigheden in de hulpverlening aan gezinnen met meervoudige en complexe problemen (GMCP). Door het spelen van de game leren zij vaardigheden aan als meervoudig alliëren, positioneren en engageren. Daarnaast speelt ook bewustwording een belangrijke rol: waarom maak je de keuzes die je maakt? Studenten kunnen de game individueel spelen, maar ook in groepsverband. Het gesprek erover aangaan met de docent en medestudenten is ook een belangrijk onderdeel van het proces. De kennisclips en werkkaarten geven een bundeling van de kennis die in het project is opgehaald.

De ontwikkelde kennisclips en werkkaarten kunnen voorafgaand, aanvullend op de Serious Game of los daarvan ingezet worden binnen het onderwijs. Hierin vind je de wetenschappelijke-, ervarings- en praktijkkennis over hulp aan GMCP. Waaronder kennis over de bevorderende en belemmerende factoren, interventies en knelpunten in de hulpverlening.

Hoe zijn de materialen tot stand gekomen?

Binnen dit project is actuele kennis over hulpverlening aan GMCP verzameld. Samen met jongeren, ouders, studenten, docenten, praktijkprofessionals en onderzoekers is onderzocht welke aan te leren vaardigheden aan (toekomstig) professionals een plek moeten krijgen in de nieuwe vorm van (blended) onderwijs.

Ook aan de slag?

Het komende jaar worden de ontwikkelde onderwijsmaterialen geïmplementeerd bij de betrokken projectpartners Hogeschool Windesheim, Hogeschool NHL-Stenden, Fontys Hogeschool en Hogeschool  Arnhem Nijmegen. De mogelijkheden om de materialen ook breder beschikbaar te stellen en wat hiervoor de randvoorwaarden zijn, worden verkend.

Een speciaal ontwikkelde implementatie roadmap helpt de onderwijsinstellingen bij het implementeren van de materialen.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-7727 Tue, 21 Sep 2021 09:56:18 +0200 Wat werkt bij het tijdig signaleren en ondersteunen van kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/wat-werkt-bij-het-tijdig-signaleren-en-ondersteunen-van-kinderen-en-gezinnen-in-kwetsbare-omstandigh-1/ Kansrijk opgroeien en opvoeden is niet altijd vanzelfsprekend. Wat werkt bij het tijdig signaleren en zo goed mogelijk ondersteunen van kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden? Om hierover meer kennis te krijgen gaan 11 onderzoeksprojecten en 1 overkoepelend project van start. Verschillende omstandigheden of factoren kunnen het ouderschap en het opgroeien en ontwikkelen van kinderen negatief beïnvloeden. Maar de aanwezigheid van deze kwetsbare omstandigheden staan niet altijd het kansrijk opvoeden en opgroeien in de weg. Beschermende factoren kunnen tegenwicht geven aan die negatieve invloed van risicofactoren. Voorbeelden van beschermende factoren zijn: zelfvertrouwen, sensitief ouderschap, veerkracht en een ondersteunend netwerk.

Wat is het doel van de onderzoeken?

Met de nieuwe onderzoeken willen we meer te weten komen over hoe kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden tijdig gesignaleerd en bereikt kunnen worden. Daarnaast willen we weten hoe we de beschermende factoren kunnen inzetten en versterken, zodat kinderen en gezinnen zo goed mogelijk ondersteund kunnen worden.

2 typen gehonoreerde projecten

Binnen deze subsidieronde zijn 2 type projecten gehonoreerd:

1: Onderzoeksprojecten

Deze projecten zijn gericht op het vergroten en toepassen van kennis over wat werkt in het tijdig
signaleren en ondersteunen van kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden voor
kansrijk opgroeien en opvoeden.

Gehonoreerde projecten:

2: Overkoepelend project

Naast de 11 onderzoeksprojecten gaat er 1 overkoepelend project zorgen voor het verzamelen en bundelen van bestaande en te ontwikkelen kennis. Het project voert een kennissynthese over de projecten heen uit. Hiervoor wordt de bestaande kennis en de te ontwikkelen kennis benut. Ook verbindt dit project van meet af aan de 11 onderzoeksprojecten. Door de uitwisseling wordt geleerd van elkaars opgedane kennis, praktijk en ervaring. Dit project speelt een belangrijke rol bij de bundeling en verspreiding van de kennis die de onderzoeken opleveren.

De projecten starten tussen september 2021 en januari 2022 en hebben gemiddeld een looptijd van 3 jaar.

ZonMw-programma Wat werkt voor de jeugd

Met meer kennis kan de hulp en ondersteuning aan jongeren en gezinnen verbeterd worden. Daarvoor is het kennisontwikkelingsprogramma Wat werkt voor de jeugd opgezet. Deze projecten zijn tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-7672 Fri, 10 Sep 2021 15:02:00 +0200 Oudertraining ScheidingsATLAS ontvangt ZonMw Parel https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/oudertraining-scheidingsatlas-ontvangt-zonmw-parel/ De training ScheidingsATLAS helpt ouders die gaan scheiden of gescheiden zijn met het vormgeven van het hernieuwde ouderschap. In deze unieke en korte training krijgen ouders steun, informatie en tools om beter met de scheiding om te kunnen gaan. Door het laagdrempelige en preventieve karakter van de training, het hiaat waarin de training voorziet en de impact die de training heeft op ouders, ontving ScheidingsATLAS uit handen van ZonMw-directeur Véronique Timmerhuis op 10 september 2021 een ZonMw Parel. Ondersteuning bij ouderschap na scheiding

Ouders die uit elkaar gaan, zijn geen partners meer, maar blijven wel samen verantwoordelijk voor de kinderen. Dit kan vragen, onzekerheid en stress oproepen, bijvoorbeeld over de impact van de scheiding op de kinderen, opvoeding na de scheiding en communiceren met de andere ouder. De training ScheidingsATLAS helpt ouders beter om te kunnen gaan met de scheiding en ondersteunt hen bij het vormgeven van hernieuwd ouderschap. Ouders krijgen tijdens de training steun, informatie en tools om antwoorden op de vragen te vinden.

Online en groepstraining

De training is beschikbaar in online vorm en als groepstraining. Sommige ouders geven de voorkeur aan het groepsprogramma, terwijl anderen liever op eigen gelegenheid en tijd de online sessies willen volgen. In alle varianten kunnen ouders zonder hun ex-partner deelnemen.

  • De groepstraining bestaat uit 2 interactieve bijeenkomsten verzorgd door gecertificeerde trainers. In tweemaal 3 uur worden tips en ervaringen uitgewisseld. Ook worden animaties en (video’s van) rollenspellen bekeken en begeleide oefeningen gedaan.
  • De online variant kan iedere ouder op een eigen moment en op eigen tempo volgen. Ouders krijgen in de training tips en informatie en bekijken korte filmpjes van experts en andere gescheiden ouders. Ook spelen acteurs enkele herkenbare scènes. Onderdelen van de training worden afgesloten met quiz-achtige vragen, met feedback op antwoorden.

Een van de deelnemers vertelt [in onderstaande video]: ‘Ik heb mijn modus operandi met de kinderen gevonden en kan daar ook echt van genieten. Inmiddels kan ik het proces loskoppelen van het contact met mijn kinderen. De toekomst is anders dan ik voor ogen had, maar ik heb er zin in.’

Beter toegerust op ouderschap na scheiding

Na de ontwikkeling van ScheidingsATLAS deed TNO onderzoek naar het effect van de training. Uit dit onderzoek bleek dat ouders heel enthousiast waren. Het merendeel voelde zich na deelname inderdaad geïnformeerd en beter toegerust op het ouderschap na scheiding. Ze gaven aan handvatten te hebben gekregen voor de ondersteuning van de kinderen en communicatie met de andere ouder. Ze voelden zich gesteund en hebben een zetje in de rug gekegen om met nieuwe informatie en ideeën aan de slag te gaan. Ouders gaven daarnaast ook aan dat ze de training ook andere ouders zouden aanraden.

]]>
news-7649 Mon, 30 Aug 2021 09:16:08 +0200 Het houdt nooit op, niet vanzelf: Zaaigoed podcastserie maakt aflevering over huiselijk geweld https://vng.nl/nieuws/zaaigoed-podcast-19-het-houdt-nooit-op-niet-vanzelf Het programma sociaal domein maakte in de Zaaigoed podcastserie een aflevering over huiselijk geweld en kindermishandeling, waarbij ze samenwerkte met het programma Geweld hoort nergens thuis. In deze podcast komen Majone Steketee, wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker instituut en hoogleraar intergenerationele overdracht van geweld in gezinnen en Machteld Beukema, hoofd van Veilig Thuis Zuid-Limburg aan het woord. news-7599 Mon, 09 Aug 2021 08:44:41 +0200 Live coaching om ouders positieve opvoedvaardigheden bij te brengen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/live-coaching-om-ouders-positieve-opvoedvaardigheden-bij-te-brengen/ Kindermishandeling komt vaak voort uit een gevoel van onmacht bij ouders. Parent-Child Interaction Therapy (PCIT), waarbij ouders live worden gecoacht, biedt handvatten om deze onmacht te verminderen. Uit een onlangs afgerond onderzoek blijkt dat positieve bekrachtiging en modeling effectieve manieren van coachen door de therapeut zijn, die ervoor zorgen dat de opvoedvaardigheden van ouders worden verbeterd. Wat is PCIT?

Parent-Child Interaction Therapy (PCIT) is een internationaal verspreide en bewezen effectieve ouderinterventie. De interventie is gericht op het vergroten van opvoedvaardigheden bij ouders en het verminderen van gedragsproblemen bij jonge kinderen. PCIT heeft als doel het interactiepatroon van de ouder en het kind te veranderen en daarmee te zorgen voor een gedragsverandering bij het kind. Hiermee wordt de kwaliteit van de ouder-kind-relatie verbeterd en de stress bij het opvoeden voor ouders verminderd, waardoor de kans op fysieke mishandeling door ouders afneemt.

Live coaching

Live coaching is een belangrijk onderdeel van PCIT en wordt tevens beschouwd als één van de effectieve elementen binnen ouderinterventies. Het is een krachtig mechanisme voor gedragsverandering, zowel voor ouders als voor kinderen. Bij live coaching coacht de therapeut de ouder door middel van een oortelefoon, terwijl ouder en kind spelen. Ouders hebben hierdoor de mogelijkheid om de nieuwe vaardigheden, die ze tijdens PCIT leren, met hun kind te oefenen, terwijl ze direct feedback van de therapeut krijgen. Therapeuten gebruiken hiervoor verschillende coachingstechnieken die het aanleren van deze nieuwe opvoedvaardigheden bevorderen. Deze stijl kan responsief zijn of juist meer directief.

Positieve bekrachtiging en voordoen effectieve technieken

Therapeuten maken het meest gebruik van positieve bekrachtigingen, door gerichte en algemene complimenten in te zetten. Tevens wordt het voordoen van positieve opvoedvaardigheden (modeling) ook vaak gebruikt door therapeuten. Het gaat dan voornamelijk om het voordoen van gedragsbenoemingen en nazeggingen. Uit het onderzoek bleek dat beide coachingstechnieken effectief zijn in vergroten opvoedvaardigheden bij ouders. Therapeuten wordt geadviseerd om vooral deze technieken te gebruiken tijdens PCIT.

Geen verband tussen coachingsstijl en voorkomen kindermishandeling

In het onderzoek is geen verband gevonden tussen de coachingsstijl van de therapeut (responsief, directief of neutraal) en het voorkomen van kindermishandeling of verminderen van gedragsproblemen bij het kind. Dit zou te wijten kunnen zijn aan de kleine steekproef.

Meer informatie

]]>
news-7291 Thu, 20 May 2021 16:37:00 +0200 Zes aandachtspunten voor de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp https://www.nro.nl/nieuws/zes-aandachtspunten-voor-de-samenwerking-tussen-onderwijs-en-jeugdhulp Wat heeft een positieve invloed op de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp? De Hogeschool Windesheim (Lectoraat Jeugd), PricoH en de Rijksuniversiteit Groningen, onderzochten welke factoren de samenwerking beïnvloeden en werkzaam zijn in de klas. Hierin blijken 6 aandachtspunten te zijn. news-7290 Thu, 20 May 2021 16:21:37 +0200 Binnenkort nieuwe call for proposals vanuit NWA: over jeugd en digitalisering https://nwa-jeugd.nl/nieuws/binnenkort-nieuwe-call-for-proposals-vanuit-nwa-over-jeugd-en-digitalisering/ Vanuit de route Jeugd van de Nationale Wetenschapsagenda wordt op dit moment een nieuwe call for proposals voorbereid. Wetenschappers en jeugdprofessionals worden uitgenodigd onderzoek te doen naar het effect van digitalisering op de jeugd op lange termijn. news-7207 Wed, 28 Apr 2021 08:42:39 +0200 Nieuwe subsidieoproep voor leernetwerk participatief jeugdonderzoek https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-subsidieoproep-voor-leernetwerk-participatief-jeugdonderzoek/ Jongerenparticipatie wordt steeds belangrijker in onderzoek. De subsidieoproep Leernetwerk Participatief jeugdonderzoek geeft een impuls aan het gezamenlijk leren over en reflecteren hierop. De opgedane kennis en creatieve voorbeelden worden breed gedeeld. Subsidieaanvragen kunnen door onderzoeksorganisaties worden ingediend tot dinsdag 31 augustus 2021, 14.00 uur. Leernetwerk

Het doel van deze subsidieoproep is een stimulans te geven aan het gezamenlijk reflecteren en leren in participatief jeugdonderzoek. En dit te realiseren door een duurzaam leernetwerk participatief jeugdonderzoek en coaching on the job trajecten te faciliteren.

In een leernetwerk wisselen deelnemers met expertise en vanuit een gezamenlijke interesse in participatief jeugdonderzoek doelbewust kennis en ervaringen uit. Samen ontwikkelen en verspreiden ze nieuwe inzichten, oplossingen en werkwijzen. Jongeren zijn structureel bij het leernetwerk betrokken.

Aanvragen subsidie

Er kan subsidie worden aangevraagd voor het opzetten, uitbouwen en verstevigen van een duurzaam leernetwerk participatief jeugdonderzoek, waarvan 6 ‘coaching on the job’ trajecten onderdeel zijn. Experts op het gebied van participatief jeugdonderzoek worden hierin coach voor onderzoekers die recent gestart zijn of op het punt staan om participatief jeugdonderzoek uit te voeren in de jeugdsector.

Budget

Er kan maximaal € 250.000,- voor één leernetwerk worden aangevraagd met een looptijd van maximaal 3 jaar. In totaal is voor deze programmalijn € 250.000,- beschikbaar.  

Hierbij geldt de verplichting dat aanvragers ook zelf investeren in het project. Aanvragers kunnen maximaal 75% van de totaalbegroting aanvragen bij ZonMw en dienen ten minste 25% van de totaalbegroting zelf te investeren (in kind of in cash).

Meer weten?

]]>
news-7128 Fri, 09 Apr 2021 08:44:10 +0200 Derde cohortstudie huiselijk geweld: wat werkt om het geweld te stoppen? https://www.verwey-jonker.nl/artikel/derde-cohortstudie-huiselijk-geweld-wat-werkt-om-het-geweld-te-stoppen/ Het Verwey-Jonker Instituut gaat in opdracht van ZonMw een derde cohortstudie uitvoeren naar de resultaten van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Uit de tweede cohortstudie bleek al dat we op de goede weg zijn als het gaat om de aanpak. Er wordt zowel landelijk als regionaal hard gewerkt aan het verbeteren van de aanpak. In deze derde cohortstudie wordt daarom opnieuw onderzocht wat werkt om het geweld te stoppen. news-7075 Thu, 25 Mar 2021 16:31:00 +0100 Subsidieronde 4c: MDT groeit naar een landelijk dekkend netwerk gepubliceerd https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/subsidieronde-4c-mdt-groeit-naar-een-landelijk-dekkend-netwerk-gepubliceerd/ Vandaag is subsidieronde 4c: MDT groeit naar een landelijk dekkend netwerk gepubliceerd. In deze subsidieronde kunnen organisaties subsidie aanvragen om MDT verder te laten groeien naar een landelijk dekkend netwerk. Hiervoor kunnen organisaties in partnerschappen een subsidieaanvraag indienen. Organisaties die voornemens zijn een subsidieaanvraag in te dienen, moeten uiterlijk vrijdag 30 april 2021 een vooraanmelding doen. Een passende MDT in de eigen omgeving

Het doel is dat alle jongeren van 14 tot en met 27 jaar in hun eigen omgeving een aantrekkelijke MDT (maatschappelijke diensttijd) kunnen doen, die aansluit bij hun interesses, wensen en mogelijkheden. Jongeren doen met MDT iets voor een ander en/of de samenleving, ontwikkelen hun talenten en ontmoeten elkaar en anderen. Naast impact op jongeren, heeft MDT ook meerwaarde voor maatschappelijke organisaties en de samenleving.

3 programmalijnen

In deze subsidieronde wordt gewerkt met 3 programmalijnen.

  • In programmalijn 1: Opschalen, uitbreiden en versterken kunnen alle (maatschappelijke) organisaties, gemeenten, onderwijsinstellingen met een partnerschap een subsidieaanvraag indienen voor het starten of uitbreiden van een MDT-project. Om hiermee het passend MDT-aanbod voor alle jongeren te vergroten, het MDT-netwerk uit te breiden en toe te werken naar verdere landelijke dekking. Lees meer over programmalijn 1.
  • In programmalijn 2: Intensieve variant MDT door gemeenten, kunnen gemeenten met een partnerschap een subsidieaanvraag indienen voor een intensieve variant, waarbij jongeren zich minimaal 320 uur in maximaal 6 maanden inzetten. Het doel is om bij te dragen aan het landelijk beschikbaar stellen van de intensieve variant van MDT. Lees meer over programmalijn 2.
  • In programmalijn 3: MDT in het onderwijs, krijgen instellingen voor en in het onderwijs en hun partners de mogelijkheid om een MDT-project in het onderwijs te starten of uit te breiden en daarmee het MDT-aanbod tijdens onderwijs te vergroten en aan te sluiten op het MDT-netwerk. In deze variant vindt MDT minimaal deels in begeleide onderwijsuren plaats en is het MDT-traject gekoppeld aan onderwijsdoelen. Lees meer over programmalijn 3.

Het is mogelijk om in meerdere programmalijnen een subsidieaanvraag in te dienen, mits de subsidieaanvragen aansluiten op de doelstellingen en voorwaarden uit de betreffende programmalijn. Deze subsidieaanvragen worden per programmalijn met de bijbehorende voorwaarden beoordeeld.

Omdat iedere lijn andere doelstellingen en voorwaarden heeft, is het niet mogelijk om dezelfde aanvraag in meerdere programmalijnen in te dienen. Wilt u weten in elke programmalijn(en) u kunt indienen? Bekijk dan deze publicatie. Hierin vindt u samenvattingen van de verschillende programmalijnen en leest u waar u met uw organisatie kunt indienen.

Belangrijke data

Als u voornemens bent om een subsidieaanvraag in te dienen, meld uw subsidieaanvraag dan uiterlijk vrijdag 30 april 2021 bij ons aan.

De deadline voor het indienen van de subsidieaanvraag verschilt per programmalijn. Voor programmalijn 1 is de deadline dinsdag 1 juni 2021,12.00 uur. Voor programmalijn 2 en 3 is de deadline om een aanvraag in te dienen dinsdag 25 mei 2021, 12.00 uur.

Informatiebijeenkomst

In april organiseert ZonMw enkele digitale informatiebijeenkomsten waarin we de subsidieoproep en de procedures om een subsidieaanvraag in te dienen nader toelichten en uw vragen beantwoorden. U kunt uzelf hier inschrijven voor een van de informatiebijeenkomsten.

Houdt voor meer informatie over de publicatie van de subsidieoproep onze LinkedIn-pagina ZonMw: Jeugd, website en nieuwsbrief in de gaten.

Over MDT

MDT is de ontdekkingsreis voor jongeren naar de beste versie van henzelf. Een kans voor jongeren om hun talenten te ontdekken, van betekenis te zijn, nieuwe mensen te ontmoeten en keuzes te maken voor de toekomst. Persoonlijke ontwikkeling en vrijwillige inzet van jongeren voor anderen maakt onze samenleving sterker. Binnen deze ambitie staat maatschappelijke impact voorop en daarbij zijn 3 kernbegrippen van belang: iets doen voor een ander en/of de samenleving, talentontwikkeling en elkaar ontmoeten.

Meer weten?

]]>
news-7048 Tue, 16 Mar 2021 08:30:19 +0100 Multidisciplinaire aanpak lijkt effectief bij aanpak van kindermishandeling https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/multidisciplinaire-aanpak-lijkt-effectief-bij-aanpak-van-kindermishandeling/ De inzet van de multidisciplinaire aanpak Resolutions Approach lijkt effectief te zijn bij gezinnen waar vermoedens van kindermishandeling bestaan. Hiervoor zijn in een onderzoek van Centrum ’45 en Universiteit van Amsterdam, in samenwerking met GGZ Rivierduinen, De Waag, Altra, en Kenter, aanwijzingen gevonden. De Resolutions Approach is een oplossingsgerichte aanpak van kindermishandeling (ontwikkeld door Susie Essex) waarbij gezinnen, hun sociale netwerk en hulpverleners samenwerken zodat kinderen veilig kunnen opgroeien. De kern van de aanpak is het inzetten van een beeldverhaal en het sociale netwerk. Hiermee wordt de geheimhouding over het huiselijk geweld doorbroken.

De aanpak is met name geschikt in situaties waarbij sprake is van ontkenning van kindermishandeling. De ouders hoeven geen schuld te ‘bekennen’, maar de aanpak focust zich op het nu en toekomstig veiligstellen van het kind.

Gunstige uitkomst behandelmethode

De eerste resultaten wijzen dus op een gunstige uitkomst van de behandelmethode. Voornamelijk frequente, per gezin geïndividualiseerde metingen, en informatie uit kwalitatieve interviews laten dit beeld zien. De follow-up metingen worden nog gedaan en zullen meegenomen worden in het vervolgonderzoek.

Meer openheid en weinig sociaal-emotionele problemen

Dit onderzoek heeft een paar belangrijke inzichten opgeleverd. Ten eerste laten kwalitatieve interviews zien dat er in de gezinnen meer open wordt gesproken over kindermishandeling en onveiligheid. Daarnaast worden er – na inzet van de methode - over het algemeen weinig sociaal-emotionele problemen bij kinderen gerapporteerd. Verder lijken in alle gezinnen de stappen van Resolutions Approach protocol, behalve het rollenspel-onderdeel, goed geïmplementeerd te zijn.

Het onderzoek

In het onderzoek is de effectiviteit van de Resolutions Approach-methode onderzocht bij gezinnen met kinderen tussen 8 en 18 jaar oud. Hiervoor is een N=1-onderzoek gedaan, met geïndividualiseerde metingen en kwalitatieve interviews. Voor, regelmatig tijdens, en na de behandeling is bij ouders en kinderen informatie verzameld over de veiligheid in het gezin, posttraumatische stressklachten, emotionele en gedragsproblemen bij het kind, opvoedingsstress bij de ouders en de band tussen ouders en kind. Na de behandeling is bij gezinsleden informatie verzameld middels een kwalitatief interview. Kinderen hebben ten opzichte van de ouders minder deelgenomen aan het onderzoek en interventie. Dit is deels te verklaren doordat kinderen hiervoor ouderlijke toestemming nodig hebben.

Meer weten?

]]>
news-7038 Thu, 11 Mar 2021 14:17:17 +0100 Digitale tool INKT geeft jongeren inzicht en regie over hun vragenlijstgegevens https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/digitale-tool-inkt-geeft-jongeren-inzicht-en-regie-over-hun-vragenlijstgegevens/ Met de digitale tool INKT krijgen jongeren (12-19 jaar) die in behandeling zijn bij de jeugd-ggz zelf toegang tot en regie over de gegevens uit de vragenlijsten die zij zelf, hun ouders en/of de leerkracht invullen. Jongeren kunnen met de tool hun eigen resultaten vergelijken met bijvoorbeeld de resultaten van hun ouders en resultaten van eerdere metingen. De tool geeft de resultaten in begrijpelijke taal weer en is visueel aantrekkelijk voor de jongeren. Uit het onderzoek blijkt dat de jongeren die INKT gebruiken zeer tevreden zijn over het gebruik en dat ze meer zelfvertrouwen en eigen regie ervaren. Digitale tool INKT

Binnen de geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd worden vragenlijsten gebruikt om te zien hoe het met de behandeling van jongeren gaat. Een veelgehoorde klacht is dat jongeren de uitkomsten van de vragenlijsten vaak niet of onvoldoende terug konden zien. Daarom hebben jongeren, samen met ontwerpers en onderzoekers, de digitale tool INKT (vrij naar ‘I Need To Know’) ontwikkeld. Hiermee kunnen ze zelf naar de resultaten van vragenlijsten kijken. Met INKT kunnen jongeren hun eigen resultaten vergelijken met bijvoorbeeld de resultaten van hun ouders en resultaten van eerdere metingen. Zo kan een jongere de resultaten beter bespreekbaar maken en – samen met de behandelaar - actief aan de slag gaan met de verkregen inzichten in de behandeling.

Voor, door en met jongeren

Jongeren zijn van het begin tot het einde betrokken bij de ontwikkeling, implementatie en evaluatie van de INKT-tool. Omdat zij hun ideeën, ongezouten mening en enthousiasme hebben willen delen, is INKT écht een tool voor, door en met jongeren geworden.

Participatievoucher

Dit project heeft een participatievoucher toegekend gekregen. Deze voucher is ingezet om jongeren actief te betrekken bij de implementatie van INKT binnen GGzE Kind en Jeugd. Er is een pizzabijeenkomst georganiseerd waarin jongeren hebben nagedacht over manieren om INKT het beste onder de aandacht te brengen. Tijdens deze bijeenkomst zijn veel nieuwe inzichten opgedaan die de basis zijn geweest voor nieuwe implementatieactiviteiten en pr-uitingen. Zo is er een huisstijl ontwikkeld die aansluit bij de INKT-tool en die op alle folders, flyers en posters terugkomt. De posters en folders zijn in overleg met jongeren opgezet. En er zijn 2 animatiefilmpjes gemaakt waar jongeren aan bijgedragen hebben.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

]]>
news-6912 Wed, 10 Feb 2021 15:14:52 +0100 Interventie Kinderen In een Scheiding effectief volgens goede aanwijzingen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/interventie-kinderen-in-een-scheiding-effectief-volgens-goede-aanwijzingen/ De onafhankelijke Erkenningscommissie Interventies heeft de interventie Kinderen In een Scheiding (KIES) erkent als effectief volgens goede aanwijzingen. Dit is het op een na hoogste erkenningsniveau dat een interventie kan bereiken in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. KIES is een preventieve groepsinterventie voor kinderen van 7 tot 12 jaar en hun gescheiden ouders. Beter omgaan met de scheiding

De interventie is gericht op het voorkomen of beperken van mogelijke problemen, zoals een zwakke band met ouders, internaliserende of externaliserende problemen, slechte schoolprestaties en een verminderd zelfvertrouwen. De kinderen krijgen inzicht in de eigen situatie en vergroten hun vermogen om zelf problemen op te lossen. Door het contact met andere kinderen met gescheiden ouders kunnen ze makkelijker praten over hun gevoelens. Een belangrijk onderdeel van KIES is het verminderen van schuldgevoelens over de scheiding en het herkennen en corrigeren van misvattingen. Kinderen leren daarnaast hulp te vragen en beter te communiceren met hun ouders, wat hen helpt om beter om te gaan met de scheiding.

Meer aandacht en zorg voor kinderen met gescheiden ouders

In 2013 heeft ZonMw het project K.I.E.S voor het kind! Effectonderzoek naar het preventieve interventieprogramma Kinderen in Echtscheiding Situatie, samen met het project Dappere Dino’s een parel gekregen.. Gerichte steun in het omgaan met de scheiding kan problemen helpen voorkomen, zo bleek uit de twee studies naar de programma’s KIES en Dappere Dino’s.

Het belang van ondersteuningsprogramma’s voor thuiswonende kinderen die te maken hebben met een (echt)scheiding van hun ouders werd daarmee in 2013 al centraal gezet. De aandacht en zorg voor deze kinderen is de afgelopen 10 jaar door alle aandacht al een stuk verbeterd.

Meer weten?

]]>
news-6868 Thu, 04 Feb 2021 07:54:25 +0100 Zingevingsvragen in de eerstelijnszorg https://publicaties.zonmw.nl/nog-onvoldoende-besef-dat-in-zingeving-een-zorgbehoefte-van-ouders-kan-liggen/ Hoe kun je zingevingsvragen herkennen en bespreekbaar maken? En wat zijn bronnen van zingeving van ouders die thuis zorgen voor een ernstig ziek kind? In een interview vertellen 2 actieonderzoekers en een beleidsadviseur bij het Kenniscentrum Kinderpalliatieve zorg over wat hun onderzoek hieraan bijdraagt. news-6629 Thu, 10 Dec 2020 12:57:00 +0100 Waardevolle kennisproducten voor de jeugdsector https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/waardevolle-kennisproducten-voor-de-jeugdsector/ Bent u werkzaam in of vóór de jeugdsector als praktijkprofessional, beleidsmaker of opleider én op zoek naar een innovatieve oplossing die de jeugdhulp in uw regio kan helpen verbeteren? De werkplaatsen jeugd hebben een schat aan kennis opgedaan en bruikbare producten ontwikkeld. Deze kennisproducten kunt u nu toepassen in uw eigen organisatie met behulp van een kennisvoucher. Vanaf 10 december stelt ZonMw maximaal 10.000 euro per voucher beschikbaar. Als gemeente, jeugdorganisatie en opleidingsinstelling kunt u deze laagdrempelige kennisvoucher bij ZonMw aanvragen. Met de voucher kunt u een kennisproduct dat is ontwikkeld door de academische werkplaatsen transformatie jeugd, met ondersteuning van deze werkplaats, inzetten binnen de context van uw eigen werkpraktijk.

Om welke kennis en producten gaat het?

In de kennisetalage vindt u de 15 beschikbare producten waarvoor een kennisvoucher kan worden aangevraagd. Deze producten richten zich op thema’s als eigen regie, eenzaamheid, armoede, diversiteitsgevoelig werken en kwetsbare jongeren. Ook de vorm is divers: het aanbod bestaat uit onder andere methodieken, workshops, scholingstrajecten en tools. Deze producten worden toegelicht met een korte tekst en met een vlog van de werkplaats. Hierin vertellen zowel ontwikkelaars als gebruikers over hun ervaringen met het kennisproduct.

Werkwijze

Ziet u in de kennisetalage een product dat kan voorzien in een vraag of behoefte die leeft binnen uw organisatie? Neem dan contact op met de contactpersoon van de betreffende werkplaats en stel gezamenlijk een aanvraag op. In de subsidieoproep  leest u de randvoorwaarden en andere noodzakelijke informatie over het aanvraagproces.

Voorwaarden

De maximale looptijd van een vouchertraject is 12 maanden. Een organisatie kan maximaal 10.000 euro aanvragen per voucher. In de periode van 10 december 2020 tot en met uiterlijk 9 december 2021 is een totaalbedrag van 300.000 euro beschikbaar. Als dit budget is uitgeput voordat de uiterlijke sluitingsdatum is bereikt, zal de oproep vroegtijdig dichtgaan. Hierbij geldt het principe: ‘wie het eerst komt, het eerst maalt'. Wees er dus snel bij!

Meer informatie

Heeft u vragen over het proces? Neem dan contact op met Iris den Hartog of Merlijne Jaspers via awtjeugd@zonmw.nl. Heeft u inhoudelijke vragen over (één van) de producten? Neem dan contact op met de contactpersoon van de betreffende voucher.

]]>
news-6523 Tue, 17 Nov 2020 15:09:26 +0100 Praten over de moeilijke kanten van het ouderschap https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/praten-over-de-moeilijke-kanten-van-het-ouderschap-1/ Opvoeden is een proces van vallen en opstaan. Toch ervaren ouders soms een drempel om te praten over de moeilijke kanten van het ouderschap. Het regionale leernetwerk Veilig Opgroeien VONK zet zich in om het taboe rondom de complexiteit van opvoeden te doorbreken. Dit doet zij bijvoorbeeld met een podcast, filmserie en workshop, waarin ouders en professionals hun verhalen delen. De tweede film van het leernetwerk ging afgelopen week in première. De schaduwkanten van het ouderschap

In het kader van de Week tegen Kindermishandeling lanceerde VONK de film ‘Leren van ouders’: het tweede deel van de filmserie ‘De schaduwkanten van het ouderschap’. In de film kijken ouders terug op onveilige situaties in hun eigen jeugd en de momenten die een verschil hadden kunnen maken. Bijvoorbeeld: ‘Toen had die professional of die buurvrouw moeten begrijpen wat er aan de hand was. Als me die vraag was gesteld had ik de ruimte gehad om te vertellen wat er speelde.’

 

Podcast

Naast de filmserie heeft het leernetwerk de VONK-podcast in het leven geroepen. In elke aflevering staat het verhaal van een ervaringsdeskundige centraal. Zo horen we de ervaring van een moeder die te maken kreeg met Veilig Thuis toen haar man in een psychose raakte. Een andere aflevering richt zich op de beweegredenen van een jonge vrouw om de stichting No Need to Hide op te richten. Deze stichting leidt buddy’s op om mensen te ondersteunen die aangifte doen van seksueel misbruik. In de derde aflevering komt een professional aan het woord die vanuit de ouderschapstheorie van Alice van der Pas werkt. Zij stelt hierbij de vraag: hoe luister je als (toekomstige) jeugdprofessional écht naar ouders?  

Workshop

Wil jij als jeugdprofessional graag meer leren over veilig opgroeien vanuit het perspectief van ouders? VONK heeft een workshop ontwikkeld die professionals handvatten biedt om in gesprek te gaan over de schaduwkanten van het ouderschap. De workshop is erop gericht om je als professional minder machteloos en handelingsverlegen te voelen wanneer je je zorgen maakt om een gezin. Binnenkort kunnen organisaties de training aanvragen via de kennisvouchers van ZonMw.

C4Youth

VONK maakt onderdeel uit van de kenniswerkplaats C4Youth. Dit Groningse samenwerkingsverband richt zich op een lerende omgeving in de jeugdhulp voor alle hulpverleners, onderzoekers, beleidsmakers en opleiders. Verhalen van ouders en jongeren spelen hierin een belangrijke rol. Wil je meer weten over deze werkplaats en het leernetwerk VONK? Bekijk de website!

Meer weten?

 

 

]]>
news-6321 Thu, 08 Oct 2020 10:30:17 +0200 Jij en je gezondheid ook voor primair onderwijs beschikbaar https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/jij-en-je-gezondheid-ook-voor-primair-onderwijs-beschikbaar/ De digitale werkwijze Jij en Je Gezondheid is onlangs doorontwikkeld voor toepassing binnen de preventieve gezondheidsonderzoeken bij kinderen op 5 en 10-jarige leeftijd. Jij en je gezondheid was al beschikbaar voor de jeugdgezondheidszorg (JGZ) in het voortgezet onderwijs, maar is nu ook landelijk beschikbaar voor toepassing binnen het primair onderwijs. De Jij en Je gezondheid-werkwijze helpt bij het vroegtijdig signaleren van kinderen met risicogedragingen en/of (verhoogde kans op) sociaal-emotionele problemen. Door deze tijdige signalering kan advies en ondersteuning gegeven worden aan kinderen en hun ouders of ze kunnen zo nodig toegeleid worden naar veelbelovende en effectieve (preventieve) zorgprogramma's.

Jij en Je Gezondheid

Bij de inzet van Jij en Je Gezondheid vullen ouders als onderdeel van het preventief gezondheidsonderzoek voor kinderen rond de 5 en 10 jaar een digitale gezondheidsvragenlijst in. Deze vragenlijst bestaat uit verschillende valide en betrouwbare screeningslijsten met thema’s  zoals algemene gezondheid, psychische gezondheid, gedrag, leefgewoonten en leefomgeving. Na het invullen van de vragenlijst ontvangen de ouders op basis van hun antwoorden direct de uitslag.  Deze wordt weergegeven met behulp van een stoplichtsysteem (groen-oranje-rood). Ouders krijgen vervolgens per onderwerp praktische tips, adviezen en links naar handige websites over de gezondheid en leefsituatie van hun kind en gezin. De tips en adviezen zijn opbouwend en helpen ouders zelf aan de slag te gaan.

Het invullen van een vragenlijst met een directe terugkoppeling plaatst de ouder en het kind centraal in de zorg, geeft hen de mogelijkheid om ook autonoom aan de slag te gaan en draagt bij aan partnerschap tussen ouders en JGZ-professionals. De jeugdarts of jeugdverpleegkundige bekijkt de uitslagen van de vragenlijst ook en ziet door het stoplichtsysteem in één oogopslag wat de sterke en zwakke kanten van het kind zijn.

Uitkomsten evaluatie

In 3 verschillende regio’s is evaluatieonderzoek gedaan naar de haalbaarheid, het bereik en de tevredenheid van Jij en Je Gezondheid onder JGZ-professionals en ouders. Daaruit blijkt:

  • Jij en Je Gezondheid is een geschikt instrument voor de JGZ ter ondersteuning van de preventieve gezondheidsonderzoeken in het primair onderwijs. Het instrument kan zowel worden toegepast bij een triage-werkwijze als bij een werkwijze waarbij alle kinderen worden uitgenodigd voor een consult.
  • Net als bij andere vragenlijsten geldt ook voor Jij en Je Gezondheid dat niet alle ouders met de vragenlijst worden bereikt. Het verschilt sterk per school hoeveel ouders de vragenlijst invullen. Er zijn geen opmerkelijke verschillen gevonden in bereik tussen de Jij en Je Gezondheid-werkwijze en de werkwijze met papieren vragenlijsten.
  • Ouders zijn over het algemeen positief over de digitalisering. Vaak gaf de gezondheidsvragenlijst inzicht in hoe het met hun kind gaat. Dit inzicht was ook nuttig als voorbereiding op een (eventueel) gesprek met een JGZ-professional. De uitslag en tips na afloop vonden ze prettig.
  • Ook de meeste JGZ-professionals waren tevreden. Zij zien de gezondheidsvragenlijst ook als een goede voorbereiding op een (eventueel) gesprek en ondersteunend bij het signaleren van kinderen die aandacht behoeven.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Het project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

 

]]>
news-5980 Wed, 29 Jul 2020 09:57:16 +0200 Nieuwe subsidieoproep over het tijdig signaleren en ondersteunen van kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-subsidieoproep-over-het-tijdig-signaleren-en-ondersteunen-van-kinderen-en-gezinnen-in-kwetsba/ Vanaf vandaag kunnen onderzoeksvoorstellen ingediend worden die kennis opleveren over wat werkt bij het tijdig signaleren en zo goed mogelijk ondersteunen van kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden, waarvoor kansrijk opgroeien en opvoeden niet vanzelfsprekend is. Verschillende omstandigheden of factoren kunnen het ouderschap en het opgroeien en ontwikkelen van kinderen negatief beïnvloeden. Maar de aanwezigheid van deze kwetsbare omstandigheden staan niet altijd het kansrijk opvoeden en opgroeien in de weg. Beschermende factoren kunnen tegenwicht geven aan die negatieve invloed van risicofactoren. Voorbeelden van beschermende factoren zijn: zelfvertrouwen, sensitief ouderschap, veerkracht en een ondersteunend netwerk.

Beschermende factoren

Met het onderzoek binnen deze subsidieronde willen we meer te weten komen over hoe kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden tijdig gesignaleerd en bereikt kunnen worden. Daarnaast willen we weten hoe de beschermende factoren geactiveerd en versterkt kunnen worden zodat de kinderen en gezinnen zo goed mogelijk ondersteund kunnen worden.

Indienen van onderzoeksvoorstellen

Deadline voor het indienen van een projectidee is 27 oktober 2020 14.00 uur. Lees de subsidieoproep voor meer details over het indienen van een aanvraag binnen deze ronde en de randvoorwaarden waar een aanvraag aan moeten voldoen.

ZonMw-programma Wat werkt voor de jeugd

Met dit kennisontwikkelingsprogramma willen we meer weten over wat werkt in de hulp en ondersteuning voor jongeren en gezinnen.

Meer informatie

]]>
news-5952 Fri, 17 Jul 2020 13:09:32 +0200 6 nieuwe projecten onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis van start https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/6-nieuwe-projecten-onderzoeksprogramma-geweld-hoort-nergens-thuis-van-start/ In september gaan 6 nieuwe onderzoeksprojecten van het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis van start. De onderzoeken richten zich op goede aanpakken voor (vroeg)signalering en samenwerken en regisseren rondom complexe casuïstiek op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Vanuit onderzoekslijn 1: Onderzoek naar goede aanpakken voor (vroeg)signalering starten 3 projecten:

Daarnaast starten 3 onderzoeken die zich richten op onderzoekslijn 2: Onderzoek naar de variabelen die voorwaardelijk zijn om te kunnen samenwerken en regisseren rondom complexe huiselijk geweld en kindermishandeling casuïstiek:

Onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis

Het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis maakt deel uit van het actieprogramma Geweld hoort nergens thuis van de Rijksoverheid. De opgave van dit programma is om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen, de schade ervan te beperken en zo de vicieuze cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, te doorbreken. Het onderzoeksprogramma levert een bijdrage aan de ondersteuning van de praktijk en biedt handvatten om de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld te verbeteren, te borgen en te verduurzamen.

Andere onderzoeksprojecten uit het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis

Op dit moment staat een nieuwe subsidieronde open voor nieuwe projecten op het gebied van professionele norm en kennisverwerving. De deadline voor het indienen van een subsidieaanvraag is 2 september 14.00 uur. De besluiten worden genomen in november en de projecten zullen nog voor het eind van het jaar van start gaan. Verder zijn in 2019 al 5 onderzoeksprojecten van start gegaan.

Meer weten?

]]>
news-5880 Thu, 02 Jul 2020 11:59:18 +0200 Nieuwe vragenlijst voor meten problematische gehechtheid kinderen 2-5 jaar https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-vragenlijst-voor-meten-problematische-gehechtheid-kinderen-2-5-jaar/ In een pas afgerond project is de nieuwe vragenlijst, de Attachment Relationship Inventory – Caregiver Perspective voor gezinnen met 2-5 jarigen (ARI-CP 2-5) ontwikkeld. Het is gelukt om een meetinstrument te maken, waarbij opvoeders bevraagd worden over de gehechtheidsrelatie met hun kind. Het instrument maakt goed onderscheid tussen veilige gehechtheid, ambivalente gehechtheid, vermijdende gehechtheid en gedesorganiseerde gehechtheid.

Screeningsinstrument ARI-CP 2-5 jaar

Vanuit de praktijk van de jeugdzorg, jeugd-ggz en jeugdgezondheidszorg bleek een grote behoefte aan een toegankelijk screeningsinstrument, waarbij door middel van een vragenlijst voor de opvoeders ingeschat kan worden of er een risico is op problematische gehechtheid bij kinderen van 2-5 jaar.

De instrumenten die in Nederland beschikbaar zijn om problematische gehechtheid te meten zijn vaak tijdrovend en arbeidsintensief. Bovendien moet voor dergelijke instrumenten meestal een training gevolgd worden om deze af te kunnen nemen. Om die reden is in samenwerking tussen praktijkinstelling Basic Trust, het Expertisecentrum Hechting en Basisvertrouwen en de afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam de Attachment Relationship Inventory – Caregiver Perspective voor gezinnen met 2-5 jarigen (ARI-CP 2-5) ontwikkeld. Het instrument wordt gratis ter beschikking gesteld aan instellingen, onderzoekers en beleidsmakers.

Opzet van het onderzoek

De ontwikkeling van het instrument is in 3 fases tot stand gekomen.

  • In de eerste fase zijn 32 opvoeders en 31 professionals gevraagd naar voorbeelden van veilig en onveilig gehechtheidsgedrag. Op basis van deze inventarisatie is een eerste versie van het instrument ontwikkeld.
  • In de tweede fase is een pilotonderzoek uitgevoerd met de eerste versie van het instrument bij 112 opvoeders. Er zijn psychometrische analyses uitgevoerd om een eerste indruk te krijgen van wat goede en wat minder items zijn. Op basis van deze analyse is een tweede versie van het instrument ontwikkeld.
  • In de derde fase is de tweede versie van de vragenlijst afgenomen bij 442 gezinnen. Dit waren gezinnen met en zonder bekende gehechtheidsproblematiek. Ook zijn er bij 83 gezinnen thuis observaties gedaan, om de vragenlijstgegevens te kunnen vergelijken met observaties van gehechtheid.

Voor wie?

Het instrument is allereerst voor opvoeders van gezinnen met jonge kinderen van belang, zodat zij zelf inzicht kunnen krijgen op wat er aan de hand is in de gehechtheidsrelatie met hun kind. Het is een belangrijk hulpmiddel voor het in kaart brengen van de gehechtheidsrelatie tussen opvoeders en jonge kinderen. Het maakt zichtbaar wanneer er sprake is van een veilige of onveilige relatie.
Voor hulpverleners kan dit een nuttig hulpmiddel zijn bij hun diagnostische proces. Het levert relatief makkelijk relevante informatie op.
Voor onderzoekers kan dit een nuttig instrument zijn om via zelfrapportage data te verzamelen over
de gehechtheidsrelatie tussen opvoeder en kind.

Meer informatie

]]>
news-5845 Thu, 25 Jun 2020 10:52:43 +0200 Instrumenten huiselijk geweld, kindermishandeling en risicojongeren nog onvoldoende gebruikt https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/instrumenten-huiselijk-geweld-kindermishandeling-en-risicojongeren-nog-onvoldoende-gebruikt/ Professionals in onder meer onderwijs, (jeugd)gezondheidszorg en kinderopvang spelen een belangrijke rol in het signaleren van 2 grote maatschappelijke problemen; huiselijk geweld en kindermishandeling, en het signaleren van risicojongeren. Daarom is er wetgeving die de signalering en aanpak ervan moet verbeteren: de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (2013) en de Wet verwijsindex risicojongeren (2010). In 2019 zijn beide wetten geëvalueerd, zowel apart als in samenhang. Hieruit blijkt dat beide instrumenten onvoldoende worden gebruikt door professionals. Professionals die de instrumenten wel gebruiken, ervaren meerwaarde. De verplichte meldcode biedt professionals een concreet stappenplan bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. De verwijsindex wordt in sommige regio’s als een waardevol instrument gezien om tot samenwerking te komen. In de praktijk worden echter een dusdanig aantal knelpunten geconstateerd dat de onderzoekers de minister oproepen om het bestaan van de verwijsindex te heroverwegen.

Meldcode

Bij de verplichte meldcode biedt het bijbehorende stappenplan professionals voldoende handvatten als eenmaal vermoedens van geweld bestaan. Het herkennen van signalen en dan met name de minder zichtbare en moeilijker herkenbare signalen blijkt voor professionals lastig. Bijvoorbeeld verwaarlozing is lastig te herkennen. Ook signalen van andere vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties zoals eergerelateerd geweld, ouderenmishandeling en financiële uitbuiting worden gemist. Dit geldt zowel voor professionals in de zorg als daarbuiten.

Het gesprek tussen een betrokkene en professional heeft tot doel om met de betrokkenen over de situatie te praten en na te gaan hoe hulp en ondersteuning aan de betrokkenen kan worden geboden. Wat we zien is dat bij professionals verkeerde veronderstellingen bestaan over het gesprek met betrokkene, waardoor dit gesprek door hen als een drempel wordt ervaren om de meldcode te gebruiken. Zo ligt er ten onrechte veel nadruk op het melden bij Veilig Thuis; professionals denken de meldcode en de mogelijke melding al te moeten benoemen in het eerste gesprek met betrokkene(n). Meer doelgroepgerichte voorlichting aan professionals en het duurzamer borgen van het gebruik binnen organisaties die werken met de meldcode is nodig.

Verwijsindex

Bij de verwijsindex bestaat een wisselend beeld. Het gebruik van de verwijsindex is de afgelopen jaren geleidelijk aan toegenomen tot 250.341 meldingen in 2018. Deze cijfers worden sterk beïnvloed door het gebruik in enkele regio’s. Van de 65 gemeentelijke convenantgebieden zijn namelijk tien regio’s verantwoordelijk voor ruim de helft van de meldingen. Niet-gebruikers geven onder meer aan weinig meerwaarde te zien van de melding. Reden hiervan is dat de betrokken hulpverleners al bij hen bekend zijn en zij het lastig te vinden ouders en betrokkenen te informeren over de melding. Het niet-gebruik vormt, ondanks langdurige en herhaalde aandacht voor de implementatie van de verwijsindex, een belangrijke belemmering voor het goed werken van het instrument.

Doordat het instrument geen landelijke dekking heeft, ontbreekt de rechtvaardiging om persoonsgegevens van jeugdigen centraal op te slaan in een landelijke database. Nicolette Woestenburg, projectleider van de evaluaties: ‘De wet is 10 jaar geleden in werking getreden. Het doel dat met het instrument werd beoogd, het realiseren van vroegtijdige en onderlinge afstemming tussen professionals zodat tijdig hulp kan worden geboden, is nog steeds belangrijk, maar met dit instrument lijkt dit niet te worden bereikt.’ In het onderzoek komt ook naar voren dat de samenwerkingsverbanden die onder de Jeugdwet sinds 2015 zijn ontstaan mogelijk evenveel of meer effect hebben dan de verwijsindex.

Over het onderzoek

Onderzoekers van Pro Facto en het Amsterdam UMC (locatie VUmc) hebben in opdracht van ZonMw onderzocht hoe beide wetten in de praktijk werken. De aanbevelingen van beide evaluaties zijn gericht aan de wetgever, het ministerie van VWS, beroepsgroepen, instellingen en het Landelijk Netwerk Veilig Thuis.

De evaluatierapporten zijn aangeboden aan de minister en aan de Tweede Kamer. Dinsdagavond 23 juni 2020 zijn de rapporten in het Algemeen Overleg Jeugd aan de agenda toegevoegd.

Meer weten?

]]>
news-5653 Mon, 04 May 2020 13:03:14 +0200 Tips voor ouders van een kind met een chronische ziekte of beperking https://www.nji.nl/nl/coronavirus/Ouders/Tips-voor-ouders-van-een-kind-met-een-chronische-ziekte-of-beperking Door de maatregelen rondom het coronavirus verdwijnen voor kinderen met een beperking vaak in één keer alle zorgvuldig opgebouwde ritmes en routines. Dit heeft grote gevolgen voor kinderen en hun ouders. Het is niet eenvoudig om hiervoor tips en adviezen te geven. Er zijn grote verschillen tussen kinderen en elk kind heeft maatwerk nodig. Voor iedereen geldt dat de veranderingen zorgen voor spanningen en dat iedereen een nieuw ritme moet zien te vinden. Deze tips 'omgaan met de nieuwe thuissituatie' kunnen daarbij helpen. news-5636 Thu, 30 Apr 2020 11:26:01 +0200 ScheidingsATLAS informeert en ondersteunt ouders na scheiding https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/scheidingsatlas-informeert-en-ondersteunt-ouders-na-scheiding/ In een onlangs afgerond project is de training ScheidingsATLAS ontwikkeld. Deze training is gericht op het verwerken van en beter omgaan met een scheidingssituatie, om emotioneel in staat te zijn hernieuwd ouderschap vorm te geven. In de evaluatie gaven ouders de training gemiddeld een 7,5. Ze voelen zich geïnformeerd en gesteund. Ouders zeiden handvatten te hebben gekregen voor ondersteuning van hun kinderen. De training ScheidingsATLAS gaf daarnaast nieuwe ideeën en een impuls om hiermee aan de slag te gaan. Ondersteuning gescheiden ouders

Jaarlijks worden in Nederland 49,5 duizend huwelijk-, partnerschap- en samenwoonrelaties met betrokken minderjarige kinderen beëindigd. Ouders zijn dan geen partners meer, maar blijven doorgaans wel samen verantwoordelijk voor de kinderen. Dit roept vragen en onzekerheid op. Bijvoorbeeld over de impact van de scheiding op de kinderen, opvoeding na de scheiding en communicatie hierover met de andere ouder. De korte training ScheidingsATLAS kan hierbij helpen en is erop gericht gescheiden ouders te ondersteunen, informatie en tips te geven over steun aan hun kinderen en over communicatie met de andere ouder.

Online training en groepsprogramma

Er zijn 2 onderbouwde interventievarianten ontwikkeld en geëvalueerd: een groepsprogramma en een online eHealth module. De onderzoekers volgden 65 deelnemers die ScheidingsATLAS online deden en 141 deelnemende ouders van 25 ScheidingsATLAS groepen.

De groepstraining bestaat uit 2 bijeenkomsten van elk 3 uur. De bijeenkomsten zijn interactief met het uitwisselen van tips of ervaringen, animaties, (video’s van) rollenspellen en begeleide oefeningen. De online variant kan iedere ouder op een eigen moment en op eigen tempo bekijken. Ouders krijgen in de training tips en informatie en bekijken korte filmpjes van experts en andere gescheiden ouders. Ook spelen acteurs enkele herkenbare scènes. Onderdelen van de training worden afgesloten met quizachtige vragen, met feedback op antwoorden.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

 

]]>
news-5609 Thu, 23 Apr 2020 10:50:30 +0200 Korte zelfinvullijst voldoende betrouwbaar voor gebruik in verloskunde https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/korte-zelfinvullijst-voldoende-betrouwbaar-voor-gebruik-in-verloskunde/ Onlangs is een onderzoek over de validiteit en betrouwbaarheid van de kort zelfinvullijst ALPHA-NL afgerond. Uit het onderzoek blijkt dat de ALPHA-NL een voldoende betrouwbare en valide vragenlijst is voor verloskundigen en cliënten. De ALPHA-NL

De ALPHA-NL is een korte invullijst die vroeg in de zwangerschap voorafgaand aan een consult door de zwangere zelf wordt ingevuld. Dit helpt verloskundigen en cliënten om te praten over de thuissituatie en opgroei-omstandigheden voor kinderen, zoals risicofactoren voor kindermishandeling. Het helpt ook om samen te beslissen of er extra ondersteuning of hulp moet komen ter voorbereiding op het ouderschap.

Landelijk gebruik

De ALPHA-NL blijkt dus een valide vragenlijst en kan landelijk door verloskundig zorgverleners worden gebruikt. Daarvoor is het belangrijk dat de vragenlijst wordt ingebed in:

  • een samenwerking met de jeugdgezondheidszorg (JGZ), die na de eerste screening door de verloskundige, het gesprek met de client kan voortzetten en van de verloskundige kan ‘overnemen’;
  • een samenhangend geheel van beschikbare interventies die variëren van een laagdrempelig steuntje in de rug tot hulp voor specifieke groepen kwetsbare zwangeren en hun eventuele partners.

Het onderzoek en conclusies

Zes verloskundigenpraktijken en een ziekenhuis in Amsterdam, Zaanstad en Haarlem, waar de ALPHA-NL tot de standaardzorg behoort, deden mee aan het onderzoek. De verloskundigen hielden hun bevindingen bij.

Daarnaast vulden 175 zwangere vrouwen een uitgebreide online vragenlijst in en werden zij uitgenodigd voor een interview met een veldwerker (3 jeugdverpleegkundigen of medisch maatschappelijk werkende uit een andere regio).

De inschattingen en conclusies van de verloskundigen op basis van de ALPHA-NL en een nagesprek zijn vergeleken met die van de veldwerkers, die de situatie beoordeelden aan de hand van de online vragenlijst en een interview. Ook zijn de uitkomsten op de ALPHA-NL vergeleken met de uitkomsten van de online vragenlijst die bestond uit meerdere bestaande gevalideerde vragenlijsten.

Hieruit kwam naar voren dat de ALPHA-NL goed overeenkomt met de uitkomsten op de referentie-vragenlijsten. Daarnaast bleek dat verloskundigen de opgroei-omstandigheden gunstiger inschatten dan de veldwerkers. De conclusies voor wel of geen extra steun of hulp in de zwangerschap bleken voor 60% exact overeen te komen; met name wanneer er geen bijzonderheden waren (90%). Maar de conclusies om wel extra steun of hulp voor te stellen, kwam in 26% overeen tussen verloskundige en veldwerker. Hier kunnen tal van redenen voor zijn, waaronder handelingsverlegenheid. Er is nader kwalitatief onderzoek nodig om die redenen verder uit te zoeken.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

•    ZonMw-project ALPHA-NL: Signalering Kindermishandeling tijdens de zwangerschap
•    ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector
•    ZonMw-thema Effectonderzoek
•    ZonMw-thema Jeugd

]]>