ZonMw tijdlijn Ouderschap en opvoeding https://www.zonmw.nl/ Het laatste nieuws van de tijdlijn van Ouderschap en opvoeding nl-nl Sun, 07 Mar 2021 14:11:53 +0100 Sun, 07 Mar 2021 14:11:53 +0100 TYPO3 news-6912 Wed, 10 Feb 2021 15:14:52 +0100 Interventie Kinderen In een Scheiding effectief volgens goede aanwijzingen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/interventie-kinderen-in-een-scheiding-effectief-volgens-goede-aanwijzingen/ De onafhankelijke Erkenningscommissie Interventies heeft de interventie Kinderen In een Scheiding (KIES) erkent als effectief volgens goede aanwijzingen. Dit is het op een na hoogste erkenningsniveau dat een interventie kan bereiken in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. KIES is een preventieve groepsinterventie voor kinderen van 7 tot 12 jaar en hun gescheiden ouders. Beter omgaan met de scheiding

De interventie is gericht op het voorkomen of beperken van mogelijke problemen, zoals een zwakke band met ouders, internaliserende of externaliserende problemen, slechte schoolprestaties en een verminderd zelfvertrouwen. De kinderen krijgen inzicht in de eigen situatie en vergroten hun vermogen om zelf problemen op te lossen. Door het contact met andere kinderen met gescheiden ouders kunnen ze makkelijker praten over hun gevoelens. Een belangrijk onderdeel van KIES is het verminderen van schuldgevoelens over de scheiding en het herkennen en corrigeren van misvattingen. Kinderen leren daarnaast hulp te vragen en beter te communiceren met hun ouders, wat hen helpt om beter om te gaan met de scheiding.

Meer aandacht en zorg voor kinderen met gescheiden ouders

In 2013 heeft ZonMw het project K.I.E.S voor het kind! Effectonderzoek naar het preventieve interventieprogramma Kinderen in Echtscheiding Situatie, samen met het project Dappere Dino’s een parel gekregen.. Gerichte steun in het omgaan met de scheiding kan problemen helpen voorkomen, zo bleek uit de twee studies naar de programma’s KIES en Dappere Dino’s.

Het belang van ondersteuningsprogramma’s voor thuiswonende kinderen die te maken hebben met een (echt)scheiding van hun ouders werd daarmee in 2013 al centraal gezet. De aandacht en zorg voor deze kinderen is de afgelopen 10 jaar door alle aandacht al een stuk verbeterd.

Meer weten?

]]>
news-6868 Thu, 04 Feb 2021 07:54:25 +0100 Zingevingsvragen in de eerstelijnszorg https://publicaties.zonmw.nl/nog-onvoldoende-besef-dat-in-zingeving-een-zorgbehoefte-van-ouders-kan-liggen/ Hoe kun je zingevingsvragen herkennen en bespreekbaar maken? En wat zijn bronnen van zingeving van ouders die thuis zorgen voor een ernstig ziek kind? In een interview vertellen 2 actieonderzoekers en een beleidsadviseur bij het Kenniscentrum Kinderpalliatieve zorg over wat hun onderzoek hieraan bijdraagt. news-6629 Thu, 10 Dec 2020 12:57:00 +0100 Waardevolle kennisproducten voor de jeugdsector https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/waardevolle-kennisproducten-voor-de-jeugdsector/ Bent u werkzaam in of vóór de jeugdsector als praktijkprofessional, beleidsmaker of opleider én op zoek naar een innovatieve oplossing die de jeugdhulp in uw regio kan helpen verbeteren? De werkplaatsen jeugd hebben een schat aan kennis opgedaan en bruikbare producten ontwikkeld. Deze kennisproducten kunt u nu toepassen in uw eigen organisatie met behulp van een kennisvoucher. Vanaf 10 december stelt ZonMw maximaal 10.000 euro per voucher beschikbaar. Als gemeente, jeugdorganisatie en opleidingsinstelling kunt u deze laagdrempelige kennisvoucher bij ZonMw aanvragen. Met de voucher kunt u een kennisproduct dat is ontwikkeld door de academische werkplaatsen transformatie jeugd, met ondersteuning van deze werkplaats, inzetten binnen de context van uw eigen werkpraktijk.

Om welke kennis en producten gaat het?

In de kennisetalage vindt u de 15 beschikbare producten waarvoor een kennisvoucher kan worden aangevraagd. Deze producten richten zich op thema’s als eigen regie, eenzaamheid, armoede, diversiteitsgevoelig werken en kwetsbare jongeren. Ook de vorm is divers: het aanbod bestaat uit onder andere methodieken, workshops, scholingstrajecten en tools. Deze producten worden toegelicht met een korte tekst en met een vlog van de werkplaats. Hierin vertellen zowel ontwikkelaars als gebruikers over hun ervaringen met het kennisproduct.

Werkwijze

Ziet u in de kennisetalage een product dat kan voorzien in een vraag of behoefte die leeft binnen uw organisatie? Neem dan contact op met de contactpersoon van de betreffende werkplaats en stel gezamenlijk een aanvraag op. In de subsidieoproep  leest u de randvoorwaarden en andere noodzakelijke informatie over het aanvraagproces.

Voorwaarden

De maximale looptijd van een vouchertraject is 12 maanden. Een organisatie kan maximaal 10.000 euro aanvragen per voucher. In de periode van 10 december 2020 tot en met uiterlijk 9 december 2021 is een totaalbedrag van 300.000 euro beschikbaar. Als dit budget is uitgeput voordat de uiterlijke sluitingsdatum is bereikt, zal de oproep vroegtijdig dichtgaan. Hierbij geldt het principe: ‘wie het eerst komt, het eerst maalt'. Wees er dus snel bij!

Meer informatie

Heeft u vragen over het proces? Neem dan contact op met Iris den Hartog of Merlijne Jaspers via awtjeugd@zonmw.nl. Heeft u inhoudelijke vragen over (één van) de producten? Neem dan contact op met de contactpersoon van de betreffende voucher.

]]>
news-6523 Tue, 17 Nov 2020 15:09:26 +0100 Praten over de moeilijke kanten van het ouderschap https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/praten-over-de-moeilijke-kanten-van-het-ouderschap-1/ Opvoeden is een proces van vallen en opstaan. Toch ervaren ouders soms een drempel om te praten over de moeilijke kanten van het ouderschap. Het regionale leernetwerk Veilig Opgroeien VONK zet zich in om het taboe rondom de complexiteit van opvoeden te doorbreken. Dit doet zij bijvoorbeeld met een podcast, filmserie en workshop, waarin ouders en professionals hun verhalen delen. De tweede film van het leernetwerk ging afgelopen week in première. De schaduwkanten van het ouderschap

In het kader van de Week tegen Kindermishandeling lanceerde VONK de film ‘Leren van ouders’: het tweede deel van de filmserie ‘De schaduwkanten van het ouderschap’. In de film kijken ouders terug op onveilige situaties in hun eigen jeugd en de momenten die een verschil hadden kunnen maken. Bijvoorbeeld: ‘Toen had die professional of die buurvrouw moeten begrijpen wat er aan de hand was. Als me die vraag was gesteld had ik de ruimte gehad om te vertellen wat er speelde.’

 

Podcast

Naast de filmserie heeft het leernetwerk de VONK-podcast in het leven geroepen. In elke aflevering staat het verhaal van een ervaringsdeskundige centraal. Zo horen we de ervaring van een moeder die te maken kreeg met Veilig Thuis toen haar man in een psychose raakte. Een andere aflevering richt zich op de beweegredenen van een jonge vrouw om de stichting No Need to Hide op te richten. Deze stichting leidt buddy’s op om mensen te ondersteunen die aangifte doen van seksueel misbruik. In de derde aflevering komt een professional aan het woord die vanuit de ouderschapstheorie van Alice van der Pas werkt. Zij stelt hierbij de vraag: hoe luister je als (toekomstige) jeugdprofessional écht naar ouders?  

Workshop

Wil jij als jeugdprofessional graag meer leren over veilig opgroeien vanuit het perspectief van ouders? VONK heeft een workshop ontwikkeld die professionals handvatten biedt om in gesprek te gaan over de schaduwkanten van het ouderschap. De workshop is erop gericht om je als professional minder machteloos en handelingsverlegen te voelen wanneer je je zorgen maakt om een gezin. Binnenkort kunnen organisaties de training aanvragen via de kennisvouchers van ZonMw.

C4Youth

VONK maakt onderdeel uit van de kenniswerkplaats C4Youth. Dit Groningse samenwerkingsverband richt zich op een lerende omgeving in de jeugdhulp voor alle hulpverleners, onderzoekers, beleidsmakers en opleiders. Verhalen van ouders en jongeren spelen hierin een belangrijke rol. Wil je meer weten over deze werkplaats en het leernetwerk VONK? Bekijk de website!

Meer weten?

 

 

]]>
news-6321 Thu, 08 Oct 2020 10:30:17 +0200 Jij en je gezondheid ook voor primair onderwijs beschikbaar https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/jij-en-je-gezondheid-ook-voor-primair-onderwijs-beschikbaar/ De digitale werkwijze Jij en Je Gezondheid is onlangs doorontwikkeld voor toepassing binnen de preventieve gezondheidsonderzoeken bij kinderen op 5 en 10-jarige leeftijd. Jij en je gezondheid was al beschikbaar voor de jeugdgezondheidszorg (JGZ) in het voortgezet onderwijs, maar is nu ook landelijk beschikbaar voor toepassing binnen het primair onderwijs. De Jij en Je gezondheid-werkwijze helpt bij het vroegtijdig signaleren van kinderen met risicogedragingen en/of (verhoogde kans op) sociaal-emotionele problemen. Door deze tijdige signalering kan advies en ondersteuning gegeven worden aan kinderen en hun ouders of ze kunnen zo nodig toegeleid worden naar veelbelovende en effectieve (preventieve) zorgprogramma's.

Jij en Je Gezondheid

Bij de inzet van Jij en Je Gezondheid vullen ouders als onderdeel van het preventief gezondheidsonderzoek voor kinderen rond de 5 en 10 jaar een digitale gezondheidsvragenlijst in. Deze vragenlijst bestaat uit verschillende valide en betrouwbare screeningslijsten met thema’s  zoals algemene gezondheid, psychische gezondheid, gedrag, leefgewoonten en leefomgeving. Na het invullen van de vragenlijst ontvangen de ouders op basis van hun antwoorden direct de uitslag.  Deze wordt weergegeven met behulp van een stoplichtsysteem (groen-oranje-rood). Ouders krijgen vervolgens per onderwerp praktische tips, adviezen en links naar handige websites over de gezondheid en leefsituatie van hun kind en gezin. De tips en adviezen zijn opbouwend en helpen ouders zelf aan de slag te gaan.

Het invullen van een vragenlijst met een directe terugkoppeling plaatst de ouder en het kind centraal in de zorg, geeft hen de mogelijkheid om ook autonoom aan de slag te gaan en draagt bij aan partnerschap tussen ouders en JGZ-professionals. De jeugdarts of jeugdverpleegkundige bekijkt de uitslagen van de vragenlijst ook en ziet door het stoplichtsysteem in één oogopslag wat de sterke en zwakke kanten van het kind zijn.

Uitkomsten evaluatie

In 3 verschillende regio’s is evaluatieonderzoek gedaan naar de haalbaarheid, het bereik en de tevredenheid van Jij en Je Gezondheid onder JGZ-professionals en ouders. Daaruit blijkt:

  • Jij en Je Gezondheid is een geschikt instrument voor de JGZ ter ondersteuning van de preventieve gezondheidsonderzoeken in het primair onderwijs. Het instrument kan zowel worden toegepast bij een triage-werkwijze als bij een werkwijze waarbij alle kinderen worden uitgenodigd voor een consult.
  • Net als bij andere vragenlijsten geldt ook voor Jij en Je Gezondheid dat niet alle ouders met de vragenlijst worden bereikt. Het verschilt sterk per school hoeveel ouders de vragenlijst invullen. Er zijn geen opmerkelijke verschillen gevonden in bereik tussen de Jij en Je Gezondheid-werkwijze en de werkwijze met papieren vragenlijsten.
  • Ouders zijn over het algemeen positief over de digitalisering. Vaak gaf de gezondheidsvragenlijst inzicht in hoe het met hun kind gaat. Dit inzicht was ook nuttig als voorbereiding op een (eventueel) gesprek met een JGZ-professional. De uitslag en tips na afloop vonden ze prettig.
  • Ook de meeste JGZ-professionals waren tevreden. Zij zien de gezondheidsvragenlijst ook als een goede voorbereiding op een (eventueel) gesprek en ondersteunend bij het signaleren van kinderen die aandacht behoeven.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Het project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

 

]]>
news-5980 Wed, 29 Jul 2020 09:57:16 +0200 Nieuwe subsidieoproep over het tijdig signaleren en ondersteunen van kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-subsidieoproep-over-het-tijdig-signaleren-en-ondersteunen-van-kinderen-en-gezinnen-in-kwetsba/ Vanaf vandaag kunnen onderzoeksvoorstellen ingediend worden die kennis opleveren over wat werkt bij het tijdig signaleren en zo goed mogelijk ondersteunen van kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden, waarvoor kansrijk opgroeien en opvoeden niet vanzelfsprekend is. Verschillende omstandigheden of factoren kunnen het ouderschap en het opgroeien en ontwikkelen van kinderen negatief beïnvloeden. Maar de aanwezigheid van deze kwetsbare omstandigheden staan niet altijd het kansrijk opvoeden en opgroeien in de weg. Beschermende factoren kunnen tegenwicht geven aan die negatieve invloed van risicofactoren. Voorbeelden van beschermende factoren zijn: zelfvertrouwen, sensitief ouderschap, veerkracht en een ondersteunend netwerk.

Beschermende factoren

Met het onderzoek binnen deze subsidieronde willen we meer te weten komen over hoe kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden tijdig gesignaleerd en bereikt kunnen worden. Daarnaast willen we weten hoe de beschermende factoren geactiveerd en versterkt kunnen worden zodat de kinderen en gezinnen zo goed mogelijk ondersteund kunnen worden.

Indienen van onderzoeksvoorstellen

Deadline voor het indienen van een projectidee is 27 oktober 2020 14.00 uur. Lees de subsidieoproep voor meer details over het indienen van een aanvraag binnen deze ronde en de randvoorwaarden waar een aanvraag aan moeten voldoen.

ZonMw-programma Wat werkt voor de jeugd

Met dit kennisontwikkelingsprogramma willen we meer weten over wat werkt in de hulp en ondersteuning voor jongeren en gezinnen.

Meer informatie

]]>
news-5952 Fri, 17 Jul 2020 13:09:32 +0200 6 nieuwe projecten onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis van start https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/6-nieuwe-projecten-onderzoeksprogramma-geweld-hoort-nergens-thuis-van-start/ In september gaan 6 nieuwe onderzoeksprojecten van het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis van start. De onderzoeken richten zich op goede aanpakken voor (vroeg)signalering en samenwerken en regisseren rondom complexe casuïstiek op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Vanuit onderzoekslijn 1: Onderzoek naar goede aanpakken voor (vroeg)signalering starten 3 projecten:

Daarnaast starten 3 onderzoeken die zich richten op onderzoekslijn 2: Onderzoek naar de variabelen die voorwaardelijk zijn om te kunnen samenwerken en regisseren rondom complexe huiselijk geweld en kindermishandeling casuïstiek:

Onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis

Het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis maakt deel uit van het actieprogramma Geweld hoort nergens thuis van de Rijksoverheid. De opgave van dit programma is om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen, de schade ervan te beperken en zo de vicieuze cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, te doorbreken. Het onderzoeksprogramma levert een bijdrage aan de ondersteuning van de praktijk en biedt handvatten om de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld te verbeteren, te borgen en te verduurzamen.

Andere onderzoeksprojecten uit het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis

Op dit moment staat een nieuwe subsidieronde open voor nieuwe projecten op het gebied van professionele norm en kennisverwerving. De deadline voor het indienen van een subsidieaanvraag is 2 september 14.00 uur. De besluiten worden genomen in november en de projecten zullen nog voor het eind van het jaar van start gaan. Verder zijn in 2019 al 5 onderzoeksprojecten van start gegaan.

Meer weten?

]]>
news-5880 Thu, 02 Jul 2020 11:59:18 +0200 Nieuwe vragenlijst voor meten problematische gehechtheid kinderen 2-5 jaar https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-vragenlijst-voor-meten-problematische-gehechtheid-kinderen-2-5-jaar/ In een pas afgerond project is de nieuwe vragenlijst, de Attachment Relationship Inventory – Caregiver Perspective voor gezinnen met 2-5 jarigen (ARI-CP 2-5) ontwikkeld. Het is gelukt om een meetinstrument te maken, waarbij opvoeders bevraagd worden over de gehechtheidsrelatie met hun kind. Het instrument maakt goed onderscheid tussen veilige gehechtheid, ambivalente gehechtheid, vermijdende gehechtheid en gedesorganiseerde gehechtheid.

Screeningsinstrument ARI-CP 2-5 jaar

Vanuit de praktijk van de jeugdzorg, jeugd-ggz en jeugdgezondheidszorg bleek een grote behoefte aan een toegankelijk screeningsinstrument, waarbij door middel van een vragenlijst voor de opvoeders ingeschat kan worden of er een risico is op problematische gehechtheid bij kinderen van 2-5 jaar.

De instrumenten die in Nederland beschikbaar zijn om problematische gehechtheid te meten zijn vaak tijdrovend en arbeidsintensief. Bovendien moet voor dergelijke instrumenten meestal een training gevolgd worden om deze af te kunnen nemen. Om die reden is in samenwerking tussen praktijkinstelling Basic Trust, het Expertisecentrum Hechting en Basisvertrouwen en de afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam de Attachment Relationship Inventory – Caregiver Perspective voor gezinnen met 2-5 jarigen (ARI-CP 2-5) ontwikkeld. Het instrument wordt gratis ter beschikking gesteld aan instellingen, onderzoekers en beleidsmakers.

Opzet van het onderzoek

De ontwikkeling van het instrument is in 3 fases tot stand gekomen.

  • In de eerste fase zijn 32 opvoeders en 31 professionals gevraagd naar voorbeelden van veilig en onveilig gehechtheidsgedrag. Op basis van deze inventarisatie is een eerste versie van het instrument ontwikkeld.
  • In de tweede fase is een pilotonderzoek uitgevoerd met de eerste versie van het instrument bij 112 opvoeders. Er zijn psychometrische analyses uitgevoerd om een eerste indruk te krijgen van wat goede en wat minder items zijn. Op basis van deze analyse is een tweede versie van het instrument ontwikkeld.
  • In de derde fase is de tweede versie van de vragenlijst afgenomen bij 442 gezinnen. Dit waren gezinnen met en zonder bekende gehechtheidsproblematiek. Ook zijn er bij 83 gezinnen thuis observaties gedaan, om de vragenlijstgegevens te kunnen vergelijken met observaties van gehechtheid.

Voor wie?

Het instrument is allereerst voor opvoeders van gezinnen met jonge kinderen van belang, zodat zij zelf inzicht kunnen krijgen op wat er aan de hand is in de gehechtheidsrelatie met hun kind. Het is een belangrijk hulpmiddel voor het in kaart brengen van de gehechtheidsrelatie tussen opvoeders en jonge kinderen. Het maakt zichtbaar wanneer er sprake is van een veilige of onveilige relatie.
Voor hulpverleners kan dit een nuttig hulpmiddel zijn bij hun diagnostische proces. Het levert relatief makkelijk relevante informatie op.
Voor onderzoekers kan dit een nuttig instrument zijn om via zelfrapportage data te verzamelen over
de gehechtheidsrelatie tussen opvoeder en kind.

Meer informatie

]]>
news-5845 Thu, 25 Jun 2020 10:52:43 +0200 Instrumenten huiselijk geweld, kindermishandeling en risicojongeren nog onvoldoende gebruikt https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/instrumenten-huiselijk-geweld-kindermishandeling-en-risicojongeren-nog-onvoldoende-gebruikt/ Professionals in onder meer onderwijs, (jeugd)gezondheidszorg en kinderopvang spelen een belangrijke rol in het signaleren van 2 grote maatschappelijke problemen; huiselijk geweld en kindermishandeling, en het signaleren van risicojongeren. Daarom is er wetgeving die de signalering en aanpak ervan moet verbeteren: de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (2013) en de Wet verwijsindex risicojongeren (2010). In 2019 zijn beide wetten geëvalueerd, zowel apart als in samenhang. Hieruit blijkt dat beide instrumenten onvoldoende worden gebruikt door professionals. Professionals die de instrumenten wel gebruiken, ervaren meerwaarde. De verplichte meldcode biedt professionals een concreet stappenplan bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. De verwijsindex wordt in sommige regio’s als een waardevol instrument gezien om tot samenwerking te komen. In de praktijk worden echter een dusdanig aantal knelpunten geconstateerd dat de onderzoekers de minister oproepen om het bestaan van de verwijsindex te heroverwegen.

Meldcode

Bij de verplichte meldcode biedt het bijbehorende stappenplan professionals voldoende handvatten als eenmaal vermoedens van geweld bestaan. Het herkennen van signalen en dan met name de minder zichtbare en moeilijker herkenbare signalen blijkt voor professionals lastig. Bijvoorbeeld verwaarlozing is lastig te herkennen. Ook signalen van andere vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties zoals eergerelateerd geweld, ouderenmishandeling en financiële uitbuiting worden gemist. Dit geldt zowel voor professionals in de zorg als daarbuiten.

Het gesprek tussen een betrokkene en professional heeft tot doel om met de betrokkenen over de situatie te praten en na te gaan hoe hulp en ondersteuning aan de betrokkenen kan worden geboden. Wat we zien is dat bij professionals verkeerde veronderstellingen bestaan over het gesprek met betrokkene, waardoor dit gesprek door hen als een drempel wordt ervaren om de meldcode te gebruiken. Zo ligt er ten onrechte veel nadruk op het melden bij Veilig Thuis; professionals denken de meldcode en de mogelijke melding al te moeten benoemen in het eerste gesprek met betrokkene(n). Meer doelgroepgerichte voorlichting aan professionals en het duurzamer borgen van het gebruik binnen organisaties die werken met de meldcode is nodig.

Verwijsindex

Bij de verwijsindex bestaat een wisselend beeld. Het gebruik van de verwijsindex is de afgelopen jaren geleidelijk aan toegenomen tot 250.341 meldingen in 2018. Deze cijfers worden sterk beïnvloed door het gebruik in enkele regio’s. Van de 65 gemeentelijke convenantgebieden zijn namelijk tien regio’s verantwoordelijk voor ruim de helft van de meldingen. Niet-gebruikers geven onder meer aan weinig meerwaarde te zien van de melding. Reden hiervan is dat de betrokken hulpverleners al bij hen bekend zijn en zij het lastig te vinden ouders en betrokkenen te informeren over de melding. Het niet-gebruik vormt, ondanks langdurige en herhaalde aandacht voor de implementatie van de verwijsindex, een belangrijke belemmering voor het goed werken van het instrument.

Doordat het instrument geen landelijke dekking heeft, ontbreekt de rechtvaardiging om persoonsgegevens van jeugdigen centraal op te slaan in een landelijke database. Nicolette Woestenburg, projectleider van de evaluaties: ‘De wet is 10 jaar geleden in werking getreden. Het doel dat met het instrument werd beoogd, het realiseren van vroegtijdige en onderlinge afstemming tussen professionals zodat tijdig hulp kan worden geboden, is nog steeds belangrijk, maar met dit instrument lijkt dit niet te worden bereikt.’ In het onderzoek komt ook naar voren dat de samenwerkingsverbanden die onder de Jeugdwet sinds 2015 zijn ontstaan mogelijk evenveel of meer effect hebben dan de verwijsindex.

Over het onderzoek

Onderzoekers van Pro Facto en het Amsterdam UMC (locatie VUmc) hebben in opdracht van ZonMw onderzocht hoe beide wetten in de praktijk werken. De aanbevelingen van beide evaluaties zijn gericht aan de wetgever, het ministerie van VWS, beroepsgroepen, instellingen en het Landelijk Netwerk Veilig Thuis.

De evaluatierapporten zijn aangeboden aan de minister en aan de Tweede Kamer. Dinsdagavond 23 juni 2020 zijn de rapporten in het Algemeen Overleg Jeugd aan de agenda toegevoegd.

Meer weten?

]]>
news-5653 Mon, 04 May 2020 13:03:14 +0200 Tips voor ouders van een kind met een chronische ziekte of beperking https://www.nji.nl/nl/coronavirus/Ouders/Tips-voor-ouders-van-een-kind-met-een-chronische-ziekte-of-beperking Door de maatregelen rondom het coronavirus verdwijnen voor kinderen met een beperking vaak in één keer alle zorgvuldig opgebouwde ritmes en routines. Dit heeft grote gevolgen voor kinderen en hun ouders. Het is niet eenvoudig om hiervoor tips en adviezen te geven. Er zijn grote verschillen tussen kinderen en elk kind heeft maatwerk nodig. Voor iedereen geldt dat de veranderingen zorgen voor spanningen en dat iedereen een nieuw ritme moet zien te vinden. Deze tips 'omgaan met de nieuwe thuissituatie' kunnen daarbij helpen. news-5636 Thu, 30 Apr 2020 11:26:01 +0200 ScheidingsATLAS informeert en ondersteunt ouders na scheiding https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/scheidingsatlas-informeert-en-ondersteunt-ouders-na-scheiding/ In een onlangs afgerond project is de training ScheidingsATLAS ontwikkeld. Deze training is gericht op het verwerken van en beter omgaan met een scheidingssituatie, om emotioneel in staat te zijn hernieuwd ouderschap vorm te geven. In de evaluatie gaven ouders de training gemiddeld een 7,5. Ze voelen zich geïnformeerd en gesteund. Ouders zeiden handvatten te hebben gekregen voor ondersteuning van hun kinderen. De training ScheidingsATLAS gaf daarnaast nieuwe ideeën en een impuls om hiermee aan de slag te gaan. Ondersteuning gescheiden ouders

Jaarlijks worden in Nederland 49,5 duizend huwelijk-, partnerschap- en samenwoonrelaties met betrokken minderjarige kinderen beëindigd. Ouders zijn dan geen partners meer, maar blijven doorgaans wel samen verantwoordelijk voor de kinderen. Dit roept vragen en onzekerheid op. Bijvoorbeeld over de impact van de scheiding op de kinderen, opvoeding na de scheiding en communicatie hierover met de andere ouder. De korte training ScheidingsATLAS kan hierbij helpen en is erop gericht gescheiden ouders te ondersteunen, informatie en tips te geven over steun aan hun kinderen en over communicatie met de andere ouder.

Online training en groepsprogramma

Er zijn 2 onderbouwde interventievarianten ontwikkeld en geëvalueerd: een groepsprogramma en een online eHealth module. De onderzoekers volgden 65 deelnemers die ScheidingsATLAS online deden en 141 deelnemende ouders van 25 ScheidingsATLAS groepen.

De groepstraining bestaat uit 2 bijeenkomsten van elk 3 uur. De bijeenkomsten zijn interactief met het uitwisselen van tips of ervaringen, animaties, (video’s van) rollenspellen en begeleide oefeningen. De online variant kan iedere ouder op een eigen moment en op eigen tempo bekijken. Ouders krijgen in de training tips en informatie en bekijken korte filmpjes van experts en andere gescheiden ouders. Ook spelen acteurs enkele herkenbare scènes. Onderdelen van de training worden afgesloten met quizachtige vragen, met feedback op antwoorden.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

 

]]>
news-5609 Thu, 23 Apr 2020 10:50:30 +0200 Korte zelfinvullijst voldoende betrouwbaar voor gebruik in verloskunde https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/korte-zelfinvullijst-voldoende-betrouwbaar-voor-gebruik-in-verloskunde/ Onlangs is een onderzoek over de validiteit en betrouwbaarheid van de kort zelfinvullijst ALPHA-NL afgerond. Uit het onderzoek blijkt dat de ALPHA-NL een voldoende betrouwbare en valide vragenlijst is voor verloskundigen en cliënten. De ALPHA-NL

De ALPHA-NL is een korte invullijst die vroeg in de zwangerschap voorafgaand aan een consult door de zwangere zelf wordt ingevuld. Dit helpt verloskundigen en cliënten om te praten over de thuissituatie en opgroei-omstandigheden voor kinderen, zoals risicofactoren voor kindermishandeling. Het helpt ook om samen te beslissen of er extra ondersteuning of hulp moet komen ter voorbereiding op het ouderschap.

Landelijk gebruik

De ALPHA-NL blijkt dus een valide vragenlijst en kan landelijk door verloskundig zorgverleners worden gebruikt. Daarvoor is het belangrijk dat de vragenlijst wordt ingebed in:

  • een samenwerking met de jeugdgezondheidszorg (JGZ), die na de eerste screening door de verloskundige, het gesprek met de client kan voortzetten en van de verloskundige kan ‘overnemen’;
  • een samenhangend geheel van beschikbare interventies die variëren van een laagdrempelig steuntje in de rug tot hulp voor specifieke groepen kwetsbare zwangeren en hun eventuele partners.

Het onderzoek en conclusies

Zes verloskundigenpraktijken en een ziekenhuis in Amsterdam, Zaanstad en Haarlem, waar de ALPHA-NL tot de standaardzorg behoort, deden mee aan het onderzoek. De verloskundigen hielden hun bevindingen bij.

Daarnaast vulden 175 zwangere vrouwen een uitgebreide online vragenlijst in en werden zij uitgenodigd voor een interview met een veldwerker (3 jeugdverpleegkundigen of medisch maatschappelijk werkende uit een andere regio).

De inschattingen en conclusies van de verloskundigen op basis van de ALPHA-NL en een nagesprek zijn vergeleken met die van de veldwerkers, die de situatie beoordeelden aan de hand van de online vragenlijst en een interview. Ook zijn de uitkomsten op de ALPHA-NL vergeleken met de uitkomsten van de online vragenlijst die bestond uit meerdere bestaande gevalideerde vragenlijsten.

Hieruit kwam naar voren dat de ALPHA-NL goed overeenkomt met de uitkomsten op de referentie-vragenlijsten. Daarnaast bleek dat verloskundigen de opgroei-omstandigheden gunstiger inschatten dan de veldwerkers. De conclusies voor wel of geen extra steun of hulp in de zwangerschap bleken voor 60% exact overeen te komen; met name wanneer er geen bijzonderheden waren (90%). Maar de conclusies om wel extra steun of hulp voor te stellen, kwam in 26% overeen tussen verloskundige en veldwerker. Hier kunnen tal van redenen voor zijn, waaronder handelingsverlegenheid. Er is nader kwalitatief onderzoek nodig om die redenen verder uit te zoeken.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

•    ZonMw-project ALPHA-NL: Signalering Kindermishandeling tijdens de zwangerschap
•    ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector
•    ZonMw-thema Effectonderzoek
•    ZonMw-thema Jeugd

]]>
news-5608 Thu, 23 Apr 2020 10:33:49 +0200 Nieuwe subsidiemogelijkheden voor onderzoek naar kindermishandeling en huiselijk geweld https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/nieuwe-subsidiemogelijkheden-voor-onderzoek-naar-kindermishandeling-en-huiselijk-geweld/ Voor het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis is een nieuwe subsidieoproep gepubliceerd. Deze richt zich op onderzoek naar professionele norm en kennisverwerving. We vragen u uw intentie tot indienen door te geven vóór 9 juni 2020. Voor het indienen van de subsidieaanvraag heeft u tot 2 september 2020 14.00 uur. Het onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis levert een bijdrage aan de ondersteuning van de praktijk en biedt handvatten om de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld te verbeteren, te borgen en te verduurzamen. Professionals en beleidsmakers hebben hiervoor de juiste informatie en (wetenschappelijke)kennis nodig om te weten wat werkt in hun handelen, en moeten dit ook kunnen toepassen. De subsidieoproep die nu open staat richt zich op onderzoekslijn 4: onderzoek naar professionele norm en kennisverwerving.

Waarvoor kan subsidie aangevraagd worden?

Het herkennen en stoppen van kindermishandeling en huiselijk geweld vraagt om basis- en specialistische kennis en vaardigheden. Professionals in zorg- en hulpverlening, gemeenten, politie en justitieorganisaties en onderwijs werken samen binnen de aanpak en zetten hierbij allemaal hun eigen specialisme in. Het is belangrijk te onderzoeken welke kennis en vaardigheden nodig zijn, welke rol (initiële) opleidingen hierbij hebben en hoe deze kennis en vaardigheden (onder welke voorwaarden) benut kunnen worden in de praktijk.

De subsidieoproep richt zich op aanvragen op het gebied van onderzoek naar professionele norm en kennisverwerving. Deze onderzoekslijn bestaat uit 2 thema’s:

  1. professionaliteit
  2. organisatorische context

Beschikbare budget en looptijd

Voor deze ronde is 300.000,- euro beschikbaar (max. 150.000 euro per aanvraag). Projecten dienen uiterlijk 15 december 2020 te starten en hebben een looptijd van maximaal 18 maanden.

Meer informatie en indienen

Voor meer informatie en voor het indienen van uw vooraanmelding kunt u contact opnemen met ghnt@zonmw.nl of +31 70 349 52 06.

Meer weten?

 

]]>
news-5607 Thu, 23 Apr 2020 09:16:49 +0200 Factoren afname gebruik JeugdzorgPlus onderzocht https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/factoren-afname-gebruik-jeugdzorgplus-onderzocht/ Onlangs is een onderzoek afgerond naar de regionale verschillen in instroom in de JeugdzorgPlus. In dit onderzoek zijn factoren in kaart gebracht die van invloed zijn op de afname van het gebruik van JeugdzorgPlus. Uit het onderzoek in 3 jeugdregio’s is het niet mogelijk om eensluidende conclusies te trekken over welke factoren het meest doorslaggevend zijn. De factoren die in het onderzoek in kaart zijn gebracht, bieden wel aanknopingspunten om invulling te geven aan de ambitie om plaatsingen in de JeugdzorgPlus te voorkomen en om plaatsingen indien nodig zo kort mogelijk te laten duren. Uit het onderzoek blijkt dat het niet alleen gaat om het voorkomen van gesloten plaatsingen. Voor een deel van de jongeren zal een korte periode van gesloten plaatsing nodig blijven. Het is dan wel zaak om die zo kort als mogelijk en zo dicht bij huis als mogelijk in te zetten.

Realiseer passende jeugdhulp

Er worden nu jongeren in de JeugdzorgPlus geplaatst bij wie plaatsing mogelijk voorkomen had kunnen worden als zij eerder passende hulp zouden hebben gekregen of voor wie een alternatief van gesloten plaatsing mogelijk is. De sector staat voor de opgave om passende jeugdhulp te realiseren voor 3 groepen jongeren die nu (nog) in de JeugdzorgPlus worden geplaatst. Het gaat om:

  1. Jongeren bij wie een gesloten plaatsing voorkomen kan worden als eerder passende hulp wordt ingezet of als andere jeugdhulp wordt ingezet.
  2. Jongeren met ernstige, specifieke en complexe problematiek die niet thuishoren in de JeugdzorgPlus, maar die daar nu worden geplaatst omdat er geen alternatief is.
  3. Jongeren die een korte periode van gesloten plaatsing nodig hebben.

Om voor deze groep jongeren passende hulp te realiseren zijn verschillende maatregelen nodig.

Zoals het eerder inzetten van de expertise van de JeugdzorgPlus, zodat eerder screening en diagnostiek plaatsvindt. Of voldoende intensieve ambulante jeugdhulp (tijdig) beschikbaar hebben.

In het onderzoeksrapport ‘Vraag en aanbod JeugdzorgPlus. Factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling in jeugdregio’s’ is hier meer over te lezen.

Onderzoek

De aanleiding voor het onderzoek was dat het aantal plaatsingen in de JeugdzorgPlus tot 2017 met 12% was toegenomen, maar dat er verschillen waren in de ontwikkeling van de vraag tussen de zorggebieden. In de verkennende fase van het onderzoek bleek dat landelijk en in alle zorggebieden na 2017 een afname te zien was van het aantal jongeren dat in JeugdzorgPlus wordt geplaatst.

Omdat afspraken over gesloten jeugdhulp worden gemaakt op het niveau van de jeugdregio’s is de focus van het onderzoek verschoven van het niveau van de 5 grote zorggebieden naar het niveau van de jeugdregio’s. Het verdiepende onderzoek heeft plaatsgevonden in 3 jeugdregio’s in samenwerking met 3 JeugdzorgPlus-instellingen. In dit onderzoek zijn factoren in kaart gebracht die van invloed zijn op de afname van het gebruik van JeugdzorgPlus. De resultaten van dit kwalitatieve onderzoek laten zien dat er een veelheid van factoren van invloed is op het gebruik van JeugdzorgPlus.

De focus van dit onderzoek lag bij de visie op JeugdzorgPlus binnen het beleid, de inkoop van JeugdzorgPlus en de organisatie en beschikbaarheid van aanbod in de jeugdhulpketen.

JeugdzorgPlus

JeugdzorgPlus is een vorm van gesloten jeugdhulp die wordt geboden aan kinderen en jongeren die niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van hulpverlening. Zonder behandeling vormen zij een risico voor zichzelf of hun omgeving.

ZonMw-programma Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus

ZonMw raadpleegt voor het uitzetten van onderzoekvragen het ministerie van VWS en de JeugdzorgPlus-instellingen. Deze onderzoeksvraag naar regionale verschillen in instroom in de JeugdzorgPlus is dan ook in overleg met hen geformuleerd. Het project is vanuit het programma Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus gefinancierd.

Meer informatie

]]>
news-5485 Thu, 26 Mar 2020 09:59:04 +0100 Buurtteams Jeugd en Gezin Utrecht werken vaker oplossingsgericht https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/buurtteams-jeugd-en-gezin-utrecht-werken-vaker-oplossingsgericht/ Onlangs is een observatieonderzoek naar het methodisch handelen van gezinswerkers bij de uitvoering van basishulp voor jeugd en gezin afgerond. Het onderzoek is uitgevoerd in de basishulp van Lokalis in Utrecht en toegespitst op de uitvoering van kernelementen van oplossingsgericht en systeemgericht werken. Uit de resultaten blijkt dat de gezinswerkers alle kernelementen in meerdere of mindere mate laten zien, maar dat zij de oplossingsgerichte manier van werken (72,4%) vaker toepassen dan het systeemgericht werken (21,4%). Basishulp

Buurtteamorganisatie Lokalis biedt basishulp voor jeugd en gezin in de gemeente Utrecht. Gezinswerkers in de buurtteams ondersteunen en begeleiden op basis van een hulpvraag van het gezin. De teams werken generalistisch, staan dichtbij gezinnen, zijn vrij toegankelijk en snel beschikbaar. Zij versterken het eigen oplossend vermogen van jeugd en gezinnen in de directe omgeving zodat kinderen daar gezond en veilig opgroeien en zich optimaal kunnen ontwikkelen en ontplooien.

Kernelementen

In dit project stond de praktische uitvoering van die basishulp door gezinswerkers bij Lokalis centraal. Doel van het onderzoek was om de kernelementen van het oplossingsgericht werken en het systeemgericht werken te achterhalen.
In het onderzoek zijn de volgende kernelementen van het oplossingsgericht werken geobserveerd: aansluiten bij samenwerkingsrelatie en focus op respectievelijk krachten van cliënt, doelen van cliënt, gewenste toekomst, wat cliënt al doet en kleine haalbare stappen. Daarnaast zijn de kernelementen van het systeemgericht werken in beeld gebracht: focus op netwerk cliënt, focus op interactie tussen cliënt en omgeving en verkennen van inzet van het netwerk.

Geleerde lessen

De gezinswerkers en leidinggevenden van Lokalis hebben samen duiding gegeven aan de onderzoeksresultaten. Die duiding vond plaats aan de hand van de 3 basisregels uit het oplossingsgericht werken:

  1. als iets goed werkt, doe er meer van
  2. als iets niet werkt, leer ervan en doe iets anders
  3. als iets goed werkt, leer het van of aan een ander.

Samen hebben zij de volgende 'lessons learned' geformuleerd:

  • Gezinswerkers hebben het werken vanuit een open grondhouding en het nauw aansluiten bij het gezin in grote mate verankerd in de uitvoering van de basishulp.
  • Gezinswerkers willen leren van de spaarzame momenten waarop zij methodisch handelen tonen dat niet goed past bij oplossingsgericht of systeemgericht werken. Zoals te veel nadruk leggen op wat niet goed gaat of zeggen hoe een cliënt het moet doen.
  • Juist de specifieke technieken van het systeemgericht en oplossingsgericht werken kunnen gezinswerkers nog meer en vaker gaan toepassen dan ze nu al doen.Vooral het netwerk nog beter in beeld krijgen en betrekken. En ook het verder versterken van krachtbronnengericht werken en het resultaatgericht werken aan de doelen in kleine haalbare stappen.

De onderzoeksresultaten worden ook benut bij het vormgeven van de interne opleiding voor gezinswerkers, het beschrijven en kwalitatief beter maken van het werkproces en het verbeteren van het format van het gezinsplan.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer informatie

 

]]>
news-5340 Mon, 17 Feb 2020 14:11:05 +0100 Aanmelden informatiebijeenkomst Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd subsidieronde 4b nu mogelijk https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/aanmelden-informatiebijeenkomst-actieprogramma-maatschappelijke-diensttijd-subsidieronde-4b-nu-mogel/ Na de fase van experimenteren, groeit MDT (maatschappelijke diensttijd) nu door naar een landelijk dekkend netwerk. De eerste projecten die dit landelijke netwerk moeten gaan vormen hebben inmiddels te horen gekregen dat zij mogen starten. Op 14 april 2020 wordt de subsidieoproep (subsidieronde 4b) voor de tweede groep opengesteld. Voor deze subsidieoproep zouden twee informatiebijeenkomsten georganiseerd worden. In verband met de maatregelen rondom het coronavirus zijn deze afgelast. In plaats daarvan organiseren we bijeenkomsten via Zoom. Wie kan aanvragen?

In deze subsidieoproep nodigt ZonMw partnerschappen uit die kunnen voortbouwen op de reeds behaalde resultaten in de proeftuinen. Dit doen zij door het versterken van werkzame elementen, verbinding te zoeken met andere MDT-partners én door zorg te dragen voor opschaling in volume en naar andere steden en/of landelijke gebieden. Zodoende wordt bijgedragen aan een landelijk dekkend netwerk van het MDT-aanbod en alle jongeren de mogelijkheid krijgen om een passende MDT te doen. Om in te kunnen dienen, moeten de MDT-aanpak, het partnerschap en met name de hoofdaanvrager en trekker van het partnerschap, aantoonbaar passen binnen de ontwerpschets en dus MDT-proof zijn. Het partnerschap dat indient mag voortkomen uit de proeftuinen, maar ook nieuw gevormd zijn, zolang deze MDT-proof is.

De exacte vooraarden voor indienen worden in de subsidieoproep bekendgemaakt. Deze wordt op dinsdag 14 april gepubliceerd, afhankelijk van de ontwikkelingen rondom het coronavirus. 

Meer informatie en inschrijven

We organiseren diverse bijeenkomsten tussen 20 april en 12 mei. We organiseren de bijeenkomsten in kleine groepen, zodat we alle vragen goed kunnen beantwoorden. Daarom kan het aanbod van beschikbare data wisselen. Kijk daarom voor de beschikbare data op het inschrijfformulier. Inschrijven voor de Zoom-bijeenkomst kan via dit formulier. Wilt u meer weten over de subsidieoproep of het programma? Houdt dan www.zonmw.nl/amd in de gaten.

Als u nu al vragen heeft, kunt u contact opnemen met het programmateam via amd@zonmw.nl of 070 34 95 245. 

Meer weten?

]]>
news-5037 Mon, 16 Dec 2019 12:26:13 +0100 Onderzoek naar beslissen over uithuisplaatsing https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/onderzoek-naar-beslissen-over-uithuisplaatsing/ Beslissen over uithuisplaatsen is moeilijk. Het gaat om zeer ingrijpende beslissingen met een grote persoonlijke impact voor kinderen en ouders. Bovendien zijn de uitkomsten bij een uithuisplaatsing onzeker. Voor dit soort ingrijpende beslissingen is het noodzakelijk dat besluiten zorgvuldig zijn en dat deze krachtig onderbouwd worden. Professionals verschillen echter soms van mening over de beslissing. Dat blijkt uit het onderzoek 'Betrouwbaar en valide beslissen over uithuisplaatsing' Bevindingen

De bevindingen uit het onderzoek weerspiegelen het dilemma waarvoor professionals staan. Durf je een kind thuis te laten in een moeilijke situatie of is uithuisplaatsing verstandiger, ondanks de mogelijk negatieve invloed ervan op de ontwikkeling van het kind? Hoe weeg je daarbij de verschillende argumenten? De professionals van 6 praktijkinstellingen die aan het onderzoek deelnamen, denken dat het instrument 'Beslissen over uithuisplaatsing' hierbij als een ondersteunend hulpmiddel kan dienen.

Een professioneel oordeel en een ondersteunend instrument zijn bij dit soort beslissingen echter niet toereikend, aldus de onderzoekers. Gezien de complexiteit van het onderwerp is het noodzakelijk dat het instrument een duidelijke plek heeft in het hele besluitvormingsproces. Een onmisbaar onderdeel van de besluitvorming is dat de ouders en de kinderen betrokken zijn. Verder is een goede ondersteuning van de professional noodzakelijk bij de invoering en het gebruik van het instrument. Het uiteindelijke besluit moet altijd gestructureerd en binnen een team tot stand komen, waarbij de focus ligt op de inzet van alternatieve vormen voor uithuisplaatsing.
Lees meer over de resultaten van het onderzoek in de factsheet en het eindrapport. 

Richtlijn Uithuisplaatsing

Beslissen over uithuisplaatsing van een kind is complex. Een uithuisplaatsing is een ingrijpend besluit voor zowel ouders als kinderen. Gezinnen hebben recht op een zorgvuldig besluit met een duidelijke onderbouwing. De Richtlijn Uithuisplaatsing helpt professionals hierbij. Onderdeel van de richtlijn is het instrument 'Beslissen over uithuisplaatsing'. Resultaten van het project worden opgenomen in de herziene richtlijn. 

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Dit project is tot stand gekomen met financiering vanuit dit programma.

Meer weten?

]]>
news-4470 Mon, 26 Aug 2019 13:37:43 +0200 Alcoholverslaafde ouders geholpen met biopsychosociaal model https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/alcoholverslaafde-ouders-geholpen-met-biopsychosociaal-model/ Voor hulpverleners aan ouders met een alcoholafhankelijkheid is het voortdurend balanceren tussen de belangen van het kind en de autonomie van de ouders. Het door ZonMw gefinancierde onderzoek ‘Parents who are alcoholics: Towards a normative framework of integrative care and responsible parenting interventions’ geeft vanuit ethisch perspectief inzicht in hoe de bestaande zorg voor aan alcohol verslaafde ouders en hun kinderen beter kan. Het onderzoek is uitgevoerd aan de Universiteit van Maastricht onder leiding van dr. Dorothee Horstkötter. Handelingsverlegenheid belemmert vroegsignalering

Ouders die verslaafd zijn aan alcohol vormen een risico voor het welzijn en de ontwikkeling van hun kinderen. Om die reden is er grote zorg om deze kinderen. De zorg voor deze gezinnen is complex en het is voor de verschillende betrokken instanties, zoals verslavingszorg en jeugdzorg, lastig balanceren tussen het opkomen voor de belangen en veilige ontwikkeling van de kinderen en het respecteren van de autonomie van de ouders. Deze belangen kunnen tegenstrijdige zijn en leiden tot handelingsverlegenheid bij zowel de professionals binnen de verslavingszorg en jeugdzorg als binnen het informele netwerk van gezinnen. Dit belemmert het bespreekbaar maken van de thuissituatie en het alcoholisme waardoor knelpunten ontstaan op het gebied van vroegsignalering van de problemen. Uit eerder onderzoek blijkt echter dat juist deze vroegsignalering van groot belang is.

Biopsychosociaal model als ethisch alternatief

In de zorg wordt vanuit verschillende modellen gekeken naar mensen met een alcoholverslaving. De hulpverleners in de jeugdzorg en verslavingszorg moeten zich realiseren dat zij verschillende doelen nastreven: het welzijn van het kind en het welzijn van verslaafde ouders. Daarbij staan zij voor de  uitdaging op zoek te gaan naar een gezamenlijk belang en een gedeelde visie. Uit het onderzoek blijkt dat het biopsychosociale model, waarin gekeken wordt naar de sociale omstandigheden, psychische gezondheid en waarden van de verslaafde, hieraan voldoet en aansluit op de behoefte van de alcoholverslaafde ouder. In dit model wordt een andere manier van benadering van de ouders toegepast, waarbij het van belang is dat er compassie is en interesse wordt getoond voor hun achterliggende problemen in plaats van kritiek gegeven wordt op hun ouderschap. 

De onderzoekers hebben gekeken naar dit ethische alternatief, waarin de nadruk ligt op relationele verbondenheid tussen ouders en kinderen. Het blijkt dat dit belangrijke handvatten oplevert voor de communicatie en samenwerking tussen hulpverleners en cliënten, wat uiteindelijk bijdraagt aan een betere hulpverlening voor ouders met een verslaving en hun kinderen. Zo kan het goed zijn om als hulpverlener een open vraag te stellen aan iemand over wie hij zich zorgen maakt. Hierbij is een goede vertrouwensrelatie uiteraard van groot belang. Ook moeten ouders het gevoel kunnen hebben dat de vraag over welzijn en een aanbod voor hulp daadwerkelijk hulp inhoudt, en niet meteen een stap is richting het gedwongen kader. Binnen dit onderzoek is derhalve aangetoond dat dit nieuwe ethische model veelbelovend is en dat er op dit gebied nog veel terreinwinst is te boeken.

Meer informatie

]]>
news-4468 Mon, 26 Aug 2019 11:02:25 +0200 Zuid-Limburg is de ongezondste regio van Nederland. Dat moet anders https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/zuid-limburg-is-de-ongezondste-regio-van-nederland-dat-moet-anders~babeeade/ Op basis van data uit de Gezondheidsmonitor maakte de Volkskrant een interactieve kaart die laat zien hoe gezond Nederland is. Zuid-Limburg springt er negatief uit. Daarom leren op een basisschool in Landgraaf de kinderen groente te eten en te bewegen. De schooldag van deze kinderen is met een uur verlengd, zodat ze samen gezond kunnen lunchen en er ruimte is om te bewegen. Lees verder op Volkskrant.nl. news-4446 Wed, 21 Aug 2019 11:00:00 +0200 Kennissynthese Onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kennissynthese-onbedoelde-zwangerschap-en-kwetsbaar-jong-ouderschap/ In opdracht van ZonMw heeft het Verwey-Jonker Instituut een kennissynthese Onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap uitgevoerd. De beschikbare- en ontbrekende kennis, interventies en goede praktijkvoorbeelden zijn middels een quickscan van de literatuur en raadpleging van veldpartijen in kaart gebracht. ZonMw benut de opbrengst en aanbevelingen uit deze kennissynthese voor de verdere invulling van het nieuwe programma Onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap. De verwachting is dat in september en december 2019 de subsidieoproepen worden opengesteld.

Download de Kennissynthese

Subsidieoproepen praktijkverbetering en onderzoek

De subsidieoproep die in september wordt opengesteld gaat over de programmalijn Praktijkverbetering waarin verbetering van de lokale praktijk op het gebied van preventie van, ondersteuning en zorg bij onbedoelde zwangerschap en / of kwetsbaar (jong) ouderschap centraal staat. Gemeenten kunnen samen met praktijkorganisaties en kennisinstellingen een voorstel indienen voor het verbeteren van de lokale situatie.

In december 2019 wordt de subsidieoproep voor de programmalijn Onderzoek opengesteld. Hierbij gaat het om onderzoek naar de gesignaleerde en geprioriteerde kennislacunes op basis van onder meer de Kennissynthese.

Save the date: Informatiebijeenkomst subsidieoproepen

Op dinsdag 5 november 2019 van 10.00 tot 13.00 uur houdt ZonMw een informatiebijeenkomst over de inhoud van de subsidieoproepen en de ZonMw procedures voor het indienen van voorstellen. Deze bijeenkomst zal plaatsvinden in het Beatrixgebouw te Utrecht. Via deze link kunt u zich aanmelden voor deze bijeenkomst.

Meer weten?

]]>
news-4437 Fri, 16 Aug 2019 16:58:10 +0200 Social media campagne maakt meer jongeren bewust van ‘gezond zwanger worden’ https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/social-media-campagne-maakt-meer-jongeren-bewust-van-gezond-zwanger-worden/ Met de inzet van de ‘12 maanden zwanger’-campagne op social media, is het gelukt om meer aandacht te generen voor preconceptiezorg. Social media zorgde ervoor dat meer toekomstige ouders informatie kregen over gezond zwanger worden. Website Niet of wel Zwanger

Om toekomstige ouders op de hoogte te brengen van preconceptiezorg en specifiek de website NietofWelZwanger.nl, werd de ‘12 maanden zwanger’ campagne gevoerd. Deze campagne had als doel om de website breder onder de aandacht te brengen, specifiek bij jongeren.

Op de website is informatie te  over gezond zwanger worden (preconceptie), gezond zwanger zijn en over niet-zwanger worden (anticonceptie). De website is een initiatief van TNO, Sense, GGD Midden Nederland en de KNOV.

Geslaagde campagne

In het verspreidings- en implementatieproject werd bijgehouden of en welke doelgroep(en) werd(en) bereikt en welke informatie het beste werd bekeken. Na de campagne is gebleken dat de website NietofWelZwanger.nl na de start van de ’12 maanden zwanger’-campagne per maand 4 keer zo vaak is bezocht: 1200 bezoekers in plaats van 300 bezoekers. Ook na afloop van de campagne bleef de website beter bezocht dan voorheen.  

De ‘12 maanden zwanger’-campagne heeft bijgedragen aan het bereiken van relevante gebruikersgroepen, Vooral jongeren in de leeftijd van 25-34 jaar (33,5%), gevolgd door de leeftijdgroep van 18-24 jaar (27,5%). De bereikte groep valt samen met de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen in Nederland hun eerste kind krijgen: 29,8 jaar (CBS, 2018).

Verschillende activiteiten

De ’12 maanden zwanger’-campagne bestond uit verschillende activiteiten, ingezet om de (jonge) doelgroep te bereiken:

De filmpjes (storytelling en animatiefilm) zijn verspreid via Facebook, Instagram, Youtube,  gezondeschool.nl en sense.info. Ook verschenen berichten in bijvoorbeeld Linda magazine en in een nieuwsuitzending van RTL 4 Nieuws.

Breder pakket

De website www.nietofwelzwanger.nl maakt onderdeel uit van een breder pakket. Zo is er ook een lespakket ontwikkeld voor mbo jongeren, waarmee verloskundigen les geven op mbo scholen. In het grootschaliger vervolgproject werkt TNO verder aan het ontwikkelen en toetsen van implementatiestrategieën om nog meer jongeren te informeren over gezond zwanger worden.

Gezond zwanger worden: levenslang van belang

Gezond zwanger worden is voor het toekomstige kind levenslang - zelfs generaties lang - van belang. Het helpt om het risico op een minder gunstige start in het leven te verkleinen én het kan toekomstige gezondheidsproblemen, zoals diabetes en overgewicht, helpen voorkomen. Zowel bij mensen met een kinderwens als bij zorgverleners valt er aan kennis en gedrag op het gebied van optimale voorbereiding van een zo gezond mogelijke zwangerschap nog veel te winnen.

Toekomstige ouders zijn nog niet altijd op de hoogte van de maatregelen die ze zelf kunnen nemen om de kans op een gezonde zwangerschap te vergroten. En dat je hiermee al start vóór je zwangerschap. Daarom geeft ZonMw subsidie voor projecten die onderzoek doen op het gebied van preconceptiezorg.

Programma Zwangerschap en geboorte (ZonMw)

Binnen het programma Zwangerschap en geboorte II van ZonMw zijn 7 onderzoeksprojecten afgerond die bijdragen aan meer kennis en handvatten op dit vlak. Lees meer over:

]]>
news-4155 Thu, 06 Jun 2019 10:48:20 +0200 Speerpunten voor betere residentiële jeugdhulp https://www.nji.nl/nl/Actueel/Nieuws-van-het-NJi/Speerpunten-voor-betere-residentiele-jeugdhulp Organiseer residentiële jeugdhulp zo dat kinderen niet beschadigd raken door allerlei breuken in hun leven: de breuk met thuis door de uithuisplaatsing, breuken binnen de jeugdhulp door overplaatsingen, en breuken in hun verdere leven. Dat is de kern van de speerpuntenagenda voor residentiële jeugdhulp die een werkgroep van experts heeft opgesteld. news-4047 Fri, 17 May 2019 11:47:32 +0200 Oproep voor gemeenten om deel te nemen aan onderzoek naar een effectieve maatwerk-aanpak voor multiprobleemgezinnen https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/oproep-voor-gemeenten-om-deel-te-nemen-aan-onderzoek-naar-een-effectieve-maatwerk-aanpak-voor-multip/ Op 1 mei 2019 is een consortium gestart dat onderzoek gaat doen en daarbij 6 gemeenten gaat begeleiden om met actieonderzoek een effectieve maatwerk-aanpak te vinden voor multiprobleemgezinnen. Gemeenten kunnen hiervoor tot 18 juni een subsidieaanvraag indienen. Uit de aanvragen worden 6 gemeenten geselecteerd. Wat houdt het onderzoek in? 

Het onderzoeksconsortium, onder leiding van Instituut Publieke Waarden, gaat het onderzoek begeleiden. In de 6 geselecteerde gemeenten wordt een maatwerk-aanpak in de praktijk (door)ontwikkeld, beproefd en wetenschappelijk getoetst. Daarin gaat het consortium met de gemeenten actief op zoek naar knelpunten, kansen en oplossingen. Met als doel het ontwikkelen van een model voor een effectieve maatwerk-aanpak die ook voor anderen gemeenten bruikbaar is.
De 6 gemeenten die gaan deelnemen aan het onderzoek ontvangen hiervoor subsidie. Zij zetten rond 20 van hun meest complexe multiprobleemgezinnen een aanpak op die vernieuwing en innovatie omarmt. Het gaat nadrukkelijk om het creëren van een werkwijze die is ingebed in het primair proces van betrokken partners en ketenorganisaties. De subsidie moet gebruikt worden voor het uitvoeren van vernieuwende maatwerk-aanpakken. Het bedrag dient volledig besteed te worden aan de hulp, ondersteuning en aanpak van de 20 casussen van multiprobleemgezinnen aan de hand van een maatwerk-aanpak. Het onderzoeksconsortium adviseert, begeleidt, ondersteunt en jaagt de gemeenten aan bij het (door)ontwikkelen, uitvoeren en toetsen van de maatwerk-aanpak. De gemeenten werken actief aan het onderzoek mee en leveren input voor het onderzoek.

Welke gemeenten kunnen meedoen?

De oproep is specifiek gericht op gemeenten in Nederland die al bezig zijn met, of concrete ideeën hebben over een maatwerk-aanpak van multiproblematiek rond gezinnen en deze willen opzetten of versterken. Omdat de gemeente maar één maand heeft om het onderzoek voor te bereiden moet de visie en het feit dat de gemeente voortvarend op dit thema door kan pakken in de aanvraag goed onderbouwd worden. De voorkeur gaat uit naar deelname van gemeenten die al aantoonbare stappen hebben gezet in een maatwerk-aanpak. Gemeenten die een urgentie hebben om een maatwerk-aanpak op te zetten, maar waar geen aanzet is gedaan hiervoor, moeten goed onderbouwen hoe ze hier voortvarend in te werk kunnen gaan.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet.  
Voor meer informatie over de oproep en randvoorwaarden lees de subsidieoproep.

Meer informatie

]]>
news-3932 Thu, 18 Apr 2019 08:57:17 +0200 Wijkacademies ondersteunen Utrechtse wijken bij opvoedvraagstukken https://www.werkplaatsenjeugd.nl/wijkacademies-ondersteunen-utrechtse-wijken-bij-opvoedvraagstukken/ De Utrechtse wijken Hoograven, Kanaleneiland en Leidsche Rijn zijn sinds 2017 in het bezit van een ‘Wijkacademie Opvoeden’. In een Wijkacademie gaan bewoners en professionals in gesprek over opvoedvraagstukken die in de wijk spelen. Afgelopen maand publiceerde de Academische Werkplaats Transformatie Utrecht het rapport ‘Wijkacademies in beeld’. Hierin worden de ontwikkelingen en eerste inzichten van de Wijkacademies gedeeld. news-3605 Mon, 11 Feb 2019 11:15:49 +0100 SamenStarten erkend als goede theoretisch onderbouwde interventie https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/samenstarten-erkend-als-goede-theoretisch-onderbouwde-interventie/ De interventie SamenStarten is erkend als theoretisch goed onderbouwd en goed uitvoerbare interventie. De interventie wordt toegepast door jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen om de psychosociale ontwikkeling van kinderen te ondersteunen. De erkenningscommissie is vooral te spreken over de positieve benadering en de samenwerking tussen de diverse ketenpartners. De Erkenningscommissie Interventies is ingesteld en wordt ondersteund door RIVM Centrum Gezond Leven (CGL), Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ), het Kenniscentrum Sport, Nederlands Jeugdinstituut (NJi), het Trimbos-instituut, Movisie en Vilans.

Wat is SamenStarten?

SamenStarten is een programma dat de psychosociale ontwikkeling van kinderen vanaf de geboorte ondersteunt. SamenStarten wordt binnen de JGZ toegepast tijdens de contactmomenten tot vier jaar. Kenmerkend is de samenwerking tussen partners in het brede jeugddomein, een specifieke gespreksmethodiek en het stapsgewijs volgsysteem. Huisbezoeken vormen een belangrijk onderdeel van SamenStarten. 

SamenStarten App

In navolging op de interventie is de SamenStarten App ontwikkeld die bijdraagt aan de communicatie en samenwerking tussen verpleegkundigen en ouders. De app helpt ouders hulpvragen te verwoorden en bevat voorlichtingsmaterialen en een sociale kaart. Hierdoor biedt de app ondersteuning op maat waarmee de ouders zelf aan de slag kunnen. Momenteel worden de kosten en baten bepaald van de SamenStarten App in het ZonMw-programma Versterking Uitvoeringspraktijk JGZ. 

Meer weten?

]]>
news-3517 Thu, 24 Jan 2019 17:56:23 +0100 Projecten over het verbinden van kennis en jeugdopleidingen starten vanaf april 2019 https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/projecten-over-het-verbinden-van-kennis-en-jeugdopleidingen-starten-vanaf-april-2019/ Eind 2018 zijn 3 projecten gehonoreerd die samen met opleidingen, onderzoekers en professionals actuele kennis over het verbeteren van de psychosociale ontwikkeling van kinderen en jongeren toepasbaar gaan maken voor opleidingen. In de (jeugd)programma’s van ZonMw wordt veel kennis ontwikkeld die waardevol is voor aankomende professionals in de jeugdsector. Met het honoreren van de 3 projecten stimuleert ZonMw dat kennis ingebed wordt in beroepsopleidingen zodat resultaten uit onderzoek in de praktijk terecht komen en toegepast worden. Opleidingen spelen een belangrijke rol bij de borging van projectresultaten. De professionals van de toekomst worden immers door opleiding gevormd. 
De projecten hebben een looptijd van 2 jaar. De resultaten komen medio 2021 beschikbaar.

De projecten 

Onbekend maakt onbemind. Leren werken met neurobiologische kennis van en met jongeren met antisociaal gedrag
Hersenontwikkeling en de invloed op het gedrag bij jongeren met zeer problematisch antisociaal gedrag is een nog onderbelicht onderwerp binnen het dagelijks handelen van professionals en in de opleiding van deze professionals. Het doel van dit onderwijsproject is om de kennis die er is vanuit de neurobiologische en psychosociale wetenschappen over problematisch antisociaal gedrag bij jongeren te bundelen. Zodat het mogelijk wordt dat de kennis in de praktijk en de (hbo)opleidingen wordt opgenomen. Het project levert inzicht op over wat nodig is om deze overdracht van kennis blijvend in te passen. 

Samen de handen in één voor multiprobleem
Professionals vinden het moeilijk om multiprobleemgezinnen de juiste hulp te bieden. Daarom wordt er steeds meer kennis verzameld over werkzame elementen van interventies voor multiprobleemgezinnen. Het doel van het project is om actuele kennis over het verbeteren van de psychosociale ontwikkeling van kinderen en jongeren uit multiprobleemgezinnen toepasbaar te maken voor opleidingen. In dit project worden ‘blended learning’ modules ontwikkeld die bijdragen aan het opleiden van reflectieve professionals en optimale hulpverlening aan multiprobleemgezinnen.

Plein 16-27: Landelijke leergemeenschap jongeren op weg naar volwassenheid 
Veel jongeren tussen de 16 en 27 jaar hebben ondersteuning nodig in de overgang naar volwassenheid. Plein 16-27 is een leergemeenschap voor offline en online uitwisseling tussen opleidingen, het werkveld, beleidsmakers, onderzoekers en ervaringsdeskundige jongeren. Tijdens de offline ontmoetingen van de leergemeenschap worden 3 onderwijstoepassingen, of ‘meeting points’ op Plein 16-27, ontwikkeld. Studenten kunnen daar de benodigde kennis en vaardigheden op doen om jongeren in de overgang naar volwassenheid goed te ondersteunen. De onderwijstools worden via een digitale leeromgeving blijvend gedeeld.

ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector 

Met meer kennis kan de hulp aan kinderen en hun gezinnen effectiever worden. Voor deze kennisvergroting is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector opgezet. De projecten worden vanuit dit programma gefinancierd.

Meer weten?

]]>
news-3470 Fri, 18 Jan 2019 11:26:29 +0100 34 nieuwe projecten voor maatschappelijke diensttijd van start https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/34-nieuwe-projecten-voor-maatschappelijke-diensttijd-van-start/ Vandaag hebben 34 nieuwe projecten voor de maatschappelijke diensttijd door heel Nederland bericht gekregen dat ze financiering krijgen en van start kunnen gaan. In de maatschappelijke diensttijd krijgen jongeren de mogelijkheid om hun eigen talenten te ontdekken en ontwikkelen tijdens een periode waarin ze zich vrijwillig inzetten voor een ander of voor de samenleving. Bij de nieuwe projecten kunnen jongeren hun talenten inzetten op terreinen als media, cultuur en musea, onderwijs, techniek en ICT, zorg en klimaat, duurzaamheid en circulaire economie. Bij elkaar opgeteld ontvangen de nieuwe projecten zo’n 10 miljoen euro uit de begroting van staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS). Mooie volgende stap voor maatschappelijke diensttijd

Staatssecretaris Blokhuis: “De maatschappelijke diensttijd maakt een mooie volgende stap zo aan het begin van 2019 met 34 nieuwe projecten. Dat betekent dat er nu meer dan 70 projecten zijn waar jongeren aan de slag kunnen. Tijdens de maatschappelijke diensttijd doen jongeren iets voor een ander, doen ze nieuwe ervaringen op en ontmoeten ze mensen die ze anders niet zo snel tegen het lijf zouden lopen. Jongeren kunnen daar zelf hun voordeel mee doen en allerlei waardevolle maatschappelijke doelen – van de sport tot klimaat tot cultuur – natuurlijk ook.”

Jongeren beoordelen mee: in het oog springende projecten

Tijdens de beoordelingsprocedure van ZonMw, de Nederlandse organisatie voor zorgonderzoek en innovatie, sprongen er volgens het jongerenpanel en de experts een aantal projecten uit: ‘Werken aan een groene toekomst’, ‘Wake up your mind!’ en ‘Urban Talentz’.

  • Via het project ‘Werken aan een groene toekomst’ kunnen jongeren die zijn vastgelopen op school of met werk aan de slag op een ervaringsplek bij milieuorganisaties. Daar werken ze met milieuprofessionals aan een eerlijk en duurzaam Nederland.
  • ‘Wake up your mind!’ biedt jongeren en jonge statushouders de kans om zich samen in te zetten voor goede integratie van vluchtelingen in onze samenleving.
  • Vanuit het project ‘Urban Talentz’ gaat een team van jonge ervaringsdeskundigen aan de slag om kwetsbare jongeren aan een ervaringsplek te helpen in uiteenlopende sectoren, van duurzaamheid tot ICT tot welzijn. Het gaat om jongeren met veelal een multiculturele achtergrond die normaal gesproken niet zo snel starten met vrijwilligerswerk.

Meer dan 70 projecten

In de projecten wordt in de praktijk gekeken wat werkt en wat niet werkt. Op basis van de ervaringen wordt medio 2019 bepaald hoe de maatschappelijke diensttijd definitief vorm krijgt. De 34 nieuwe projecten (een selectie uit zo’n 130 aanvragen) ontvangen allemaal financiering vanuit de tweede subsidieronde van het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd. Vanuit de eerste subsidieronde – in de zomer van 2018 – werden 41 projecten gefinancierd. De bijdrage van het Rijk loopt vanaf 2021 structureel op naar 100 miljoen.

Meer weten? 

]]>
news-3467 Thu, 17 Jan 2019 13:44:25 +0100 Aanmelden informatiebijeenkomst Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd programmalijn voor gemeenten nu mogelijk https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/aanmelden-informatiebijeenkomst-actieprogramma-maatschappelijke-diensttijd-programmalijn-voor-gemeen/ Gemeenten en hun natuurlijke partners worden voor de programmalijn uitgenodigd te experimenteren met de inrichting van de maatschappelijke diensttijd, gebaseerd op de aanpak van de Belgische Samenlevingsdienst. Voor deze subsidieoproep wordt op woensdag 13 februari 2019 een informatiebijeenkomst georganiseerd. De bijeenkomst is van 10.30 tot 13.00 uur (inloop vanaf 10.00 uur) bij Mammoni in Utrecht. Let op: het bijwonen van deze informatiebijeenkomst is verplicht als u een aanvraag wilt indienen! Inschrijven voor de bijeenkomst is vanaf nu mogelijk. Tijdens de bijeenkomst vertellen vertegenwoordigers van de Belgische Samenlevingsdienst over de opzet en de ervaringen in België. Ook wordt de subsidieoproep toegelicht, wordt ingegaan op de wijze waarop aan consortia ondersteuning geboden wordt bij het proces en het indienen  van de aanvraag en is er ruimte voor vragen. Na afloop van de bijeenkomst kunt u aangeven of u een aanvraag wilt indienen. 

Aanmelden voor de bijeenkomst

Wilt u de bijeenkomst bijwonen? Meldt u dan aan via dit formulier. 

De Belgische Samenlevingsdienst

Het Platform voor de Samenlevingsdienst geeft jongeren in België de kans om te werken aan hun persoonlijke ontwikkeling door nieuwe vaardigheden te leren en zich deel te laten voelen van de samenleving. Dit gebeurt deels in groepsverband, deels individueel. Per traject wordt een groep jongeren samengesteld die zich zes maanden lang inzetten in verschillende sectoren. De jongeren krijgen daarnaast in groepsverband verschillende trainingen. Het doel van de samenlevingsdienst is om een boost te geven aan het zelfvertrouwen en de talentontwikkeling van jongeren, ze de mogelijkheid geven voor het opdoen van vaardigheden en iets voor een ander of de samenleving te doen. Ondanks dat het geen doelstelling is, boekt de Samenlevingsdienst mooie resultaten op uitstroom van kwetsbare jongeren naar werk of opleiding. 

Wie kan aanvragen? 

De aanvraag kan worden ingediend door een consortium van meerdere gemeenten met hun natuurlijke partners, zoals werkgevers(organisaties), vrijwilligerscentrales, scholen en maatschappelijke organisaties. Binnen het consortium moet ervaring zijn met het werven, matchen en begeleiden van jongeren. Gemeenten moeten daarnaast domeinoverstijgend samenwerken met de domeinen zorg, onderwijs en werk en inkomen. 

Waarom het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd? 

Met dit programma bevordert de Rijksoverheid dat iedere jongere de mogelijkheid krijgt om via maatschappelijke projecten en activiteiten bij te dragen aan een sterke en betrokken samenleving. Ook jongeren die nu nog niet maatschappelijk actief zijn. Het doel van het actieprogramma is om vanuit de praktijk te leren wat werkt.

Meer weten? 

eer informatie over de randvoorwaarden vindt u in de factsheet hieronder en in de definitieve subsidie-oproep die op 18 maart 2019 opengesteld wordt. Voor inhoudelijke vragen kunt u nu al contact opnemen via amd@zonmw.nl of 070-349 52 45.

]]>
news-3424 Fri, 11 Jan 2019 08:04:00 +0100 Kennisagenda Jeugd: een schot in de roos https://www.zonmw.nl/nl/actueel/nieuws/detail/item/kennisagenda-jeugd-een-schot-in-de-roos/ De boegbeelden van de NWA-route Jeugd zijn in de laatste weken van 2018 op tournee geweest om namens de Taskforce Jeugd de Kennisagenda Jeugd bij vier ministeries te presenteren. De Kennisagenda werd goed ontvangen: de verschillende departementen zien de meerwaarde van een breed gedragen Kennisagenda en gezamenlijk optrekken op het gebied van jeugd. Het doel van de Kennisagenda is om wetenschappers, beleidsmakers en professionals uit te dagen om samen nieuwe kennis over jeugd te ontwikkelen.
De Kennisagenda is te downloaden of te bestellen.

De Taskforce Jeugd heeft de afgelopen jaren onder leiding van de boegbeelden Monique Volman (Universiteit van Amsterdam) en Judi Mesman (Universiteit Leiden) gewerkt aan de totstandkoming van de Kennisagenda. Volgens hen is de Kennisagenda het resultaat van een unieke samenwerking: niet alleen een groot aantal partijen op het gebied van jeugd en ontwikkeling, ook ministeries, ouders én jongeren zijn betrokken bij de totstandkoming ervan.

Bij de vier betrokken ministeries werden de boegbeelden met open armen ontvangen. Carsten Herstel, directeur Sanctietoepassing en Jeugd bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, noemt de agenda ‘schot in de roos’. Bernard ter Haar directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zag ook verschillende thema’s terugkomen die voor het ministerie van belang zijn en minister de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport benadrukte dat er ook aandacht moet zijn voor kennis over een goede organisatie en inrichting van o.a. jeugdhulp en onderwijs. Fons Dingelstad, directeur Kennis van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) noemt het thema ‘normativiteit van opvoeding en onderwijs’ fascinerend en zal binnen OCW de discussie hierover en over de andere twee interessante thema’s aanjagen.

Het doel van de Kennisagenda is om de thema’s concreet te maken en daarmee wetenschappers, beleidsmakers en professionals in het jeugddomein handvatten te geven om over de grenzen van hun eigen domein heen te kijken en samen nieuwe kennis over de jeugd te ontwikkelen. Mede daarom zijn bij de totstandkoming van de Kennisagenda een groot aantal partijen op het gebied van ontwikkeling, opvoeding en onderwijs betrokken. Wat de Kennisagenda uniek maakt is dat niet alleen professionals een inbreng hebben gehad, maar juist ook ouders en jongeren. Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) heeft in samenwerking met andere onderdelen van NWO en ZonMw de Taskforce ondersteund bij de totstandkoming van de Kennisagenda. Zij gaan verkennen op welke manier de thema’s van de Kennisagenda een plek kunnen krijgen in hun programmering.

Meer weten?

]]>
news-3407 Fri, 04 Jan 2019 09:34:18 +0100 Pittige Jaren heeft ons weer vertrouwen in de toekomst gegeven https://www.werkplaatsenjeugd.nl/pittige-jaren-heeft-ons-weer-vertrouwen-in-de-toekomst-gegeven/ Sinds 2 jaar draaien 5 Utrechtse buurtteams de training Pittige Jaren, een methode voor gedragsproblemen bij jonge kinderen en kan worden ingezet in de basiszorg. Alja van der Herberg, programma coördinator binnen stichting Lokalis, vertelt over haar ervaringen met de Pittige Jaren training. ‘Ouders leren met én van elkaar hoe ze kunnen omgaan met het ‘pittige’ gedrag van hun kinderen’.